Wanneer gaat de waterbom af?


Als zelfs ons drinkwater niet meer drinkbaar is, wordt het dan niet tijd om te zeggen: we pikken het niet meer?
 
Zoals elke ochtend vul ik in de keuken een glas onder de kraan. Maar deze keer denk ik: is dat nog wel gezond? Is drinkwater nog wel drinkbaar? En wat een gekke vraag is dat? Want Vlaanderen – rijk, welvarend en hightech – slaagt er niet in de basisbehoeften van zijn bevolking te vervullen. Na een halve eeuw milieubeleid blijkt onze leefomgeving mateloos vervuild. Forever chemicals zoals PFAS zitten overal, tot in de speculaas bij de ochtendkoffie. En opnieuw zegt de bevoegde minister dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid.
 
De situatie doet sterk denken aan de jaren 80: toen bleken giftige dioxines en pcb’s zich te verspreiden via verbrandingsovens en lekkende transformatoren. Het lakse beleid deed de samenleving ontploffen met de dioxinecrisis in 1999. De bevolking pikte het niet dat die gifstoffen in ons eten waren geraakt. Dat roept meteen de vraag op: wanneer gaat de drinkwaterbom af?
We leven niet langer in een welvaartstaat, maar in een risicosamenleving. De centrale discussie gaat niet langer over de verdeling van toenemende welvaart, maar over wie opdraait voor de genomen risico’s. De regels gewoon aanscherpen volstaat niet meer. We hebben nieuwe regels nodig voor de bescherming van ons leefmilieu. De paradox is dat die er deels zijn gekomen, maar van een fundamentele omslag is nog lang geen sprake. Met het zich opstapelende wetenschappelijke bewijs zou het toch snel moeten gaan, zou je denken, maar niets is minder waar. We zitten in een fase van radicale afbraak van milieuwetgeving, terwijl de mondige burger de mond wordt gesnoerd.
Vijf jaar geleden leken we met de klimaatmarsen en de Europese Green Deal op de goede weg. Maar sinds de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de verkiezing van Donald Trump lijkt alles gekanteld. Grote vervuilende bedrijven maken gretig misbruik van de economisch onzekere situatie. De christendemocraten laten zich verleiden door hun lobbyisten en de extreemrechtse sirene. De milieuregels moeten eraan geloven, net als de fundamenten van de rechtsstaat die toelaten dat burgers de toepassing van de wetten kunnen afdwingen.
 

Explosieve cocktail

Op het Vlaamse niveau lacht minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (CD&V) strengere normen voor PFAS weg en wil hij boetes geven aan burgers die beroep aantekenen tegen vergunningen. Federaal circuleert een wetsvoorstel dat minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) toelaat om eigenhandig burgerorganisaties als terroristisch te omschrijven. Op het Europese niveau pleit Commissievoorzitter Ursula von der Leyen voor algemene deregulering, met onder meer het voorstel om pesticiden eeuwigdurende goedkeuring te verlenen.
Voeg daar de rechtse strijd aan toe tegen subsidies voor burgerorganisaties die opkomen voor milieu en gezondheid, en je krijgt een onwaarschijnlijk explosieve cocktail. Want de vervuiling verdwijnt niet. In een nieuw rapport staat dat vier groepen van giftige chemische stoffen in ons voedsel wereldwijd leiden tot meer dan duizend miljard dollar aan gezondheidskosten. En de kans is nihil dat de chemische industrie daarvoor de rekening zal betalen.
Het ziet er dus slecht uit. Een coalitie van vervuilende grootbedrijven en rechtse politici ziet zijn kans om onder het mom van concurrentiekracht burgerrechten en wetgeving ter bescherming van mens en planeet af te bouwen. Ze geven brutaal voorrang aan winsthonger boven mens en planeet.
 

Fundamentele breuklijn

Gelukkig pleiten steeds meer groepen voor een andere benadering. Over heel de wereld komen mensen op straat, voeren ze acties tegen de roofbouw op mens en ecosystemen, de afbouw van sociale rechten en het uitkleden van de rechtsstaat. Zo komen we uit bij een nieuwe fundamentele breuklijn in onze samenleving. Aan de ene kant ervan staan zij die denken te kunnen leven zonder zorg voor hun leefomgeving, die denken dat ze niemand nodig hebben. Elon Musk, die droomt van een leven op Mars, is er de verpersoonlijking van.
Aan de andere kant staan de mensen met een diep verlangen om zorg te dragen voor elkaar en hun omgeving. Zij willen het begrip vrijheid weer opeisen, nadat het de voorbije decennia werd gekaapt door extreemrechtse partijen ‘van de vrijheid’. Maar zij vatten vrijheid niet op als terugplooien op zichzelf. Voor hen gaat het om autonomie in verbondenheid – een vrijheid die pas waarde heeft als ze in relatie staat met anderen en de aarde. Zij vinden het evident dat drinkwater drinkbaar is, voedsel gezond moet zijn en politici voldoen aan hun fundamentele zorgplicht. Je bent vrij als je je beschermd en veilig weet, nu meer dan ooit.
Daarom is het de hoogste tijd dat leiders van vakbonden en milieu- en klimaatbewegingen, samen met artsen, ziekenfondsen en de vele vrijheidsbewegingen die ik hier vergeet, de koppen bij elkaar steken om na te gaan hoe ze die nieuwe ecologische vrijheidsklasse gestalte kunnen geven. Want de gezamenlijke aanval op onze leefomgeving én rechtsstaat moet alle alarmen doen afgaan.

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.

Auteur(s)

×
×

Winkelwagen