Volgende winter wacht België een hevige energieschok waarop men zich moet voorbereiden. Dirk Holemans ziet daarbij echter een groot gevaar in regeringen die alle verantwoordelijkheid bij de individuele burger en zijn thermostaat leggen.
We stevenen af op de grootste energiecrisis sinds de jaren 70, ondertussen kibbelen ministers in de Wetstraat over het verlagen van de al flauwe vliegtaks. Noem het populisme of slaapwandelen, het toont dat regeringen de moed missen om onze samenleving toekomstbestendig te maken. Ook in deze krant werd de forse waarschuwing van het Internationaal Energieagentschap afgezwakt, want onze auto’s zijn nu zuiniger en huizen beter geïsoleerd (DS 25 maart). Maar toen de energiecrisis in 1973 uitbrak, was er één auto per vier Belgen, vandaag is dat één per twee Belgen. Tel daar twee miljoen extra inwoners bij op en de conclusie is eenvoudig: de winst van de zuinige motor verdampt door een ongeziene hoeveelheid blik op de weg.
Hoe anders is het geluid in bijvoorbeeld Denemarken. Daar riep de Deense minister van Energie Lars Aagaard burgers op om af te zien van energieconsumptie als dat niet echt nodig is, door de auto bijvoorbeeld vaker te laten staan. Die minister zag in een landelijke energiebesparing meteen twee voordelen: mensen hebben minder kosten en de energiereserves van het land raken minder snel uitgeput.
En dan vertrekt Denemarken nog van een sterke positie, want na de energiecrisissen in de jaren 70 besloot de regering om samen met onderzoeksinstellingen en lokale industrie massaal in te zetten op hernieuwbare energie. Het resultaat? Een bloeiende sector met wereldleiders als windmolenproducent Vestas die tienduizenden jobs opleveren. Met investeringssubsidies voor burgercoöperaties creëerde het land bovendien een robuust draagvlak. Vandaag haalt Denemarken twee derde van zijn elektriciteit uit wind en zon. Doel is om tegen 2030 alle stroom op hernieuwbare wijze op te wekken. En toch heb je die moedige oproep van de minister van Energie, die het systeem overziet. Olie- en gasreserves zijn als een badkuip: als het water wegstroomt en er amper iets uit de kraan komt, is het bad snel leeg.
De thermostaat
Terug naar eigen land, waar onze regeringen burgers laten betalen voor hun eigen falen. Gevangen in populistische partijretoriek betrekken ze de bevolking niet bij het formuleren van een afdoend antwoord op de energieschok die zich tegen de volgende winter in alle hevigheid zal doen gelden. En het kan nog erger. Onze regeringen vertragen de uitbouw van windcapaciteit in plaats van die te versnellen. Zo zette de federale minister van Energie de aanbesteding voor het grote windmolenpark in de Prinses Elisabeth-zone, gelanceerd in 2024, koudweg stop. Blijkbaar is de liberale minister gekant tegen het principe van burgerparticipatie die in de aanbesteding vervat zat. Last but not least breekt de Vlaamse regering infrastructuur af die toelaat los te komen van fossiele brandstoffen. Door bussen af te schaffen en geplande tramlijnen te schrappen, jaagt ze de mensen nog meer de auto in. En die is voor Jan Modaal nog steeds alleen betaalbaar op benzine of diesel.
Zonder een overheid die haar deel van het werk doet – Denemarken draait op groene stroom, het openbaar vervoer is uitmuntend – is elke oproep tot zuinigheid een belediging. Het grote gevaar is dat regeringen hun gepruts verdoezelen door alle verantwoordelijkheid bij de individuele burger te leggen. Zo van ‘zet die thermostaat een graad lager, rijd minder met de auto’. Maar dat is in een land waar de meerderheid van de huizen slecht geïsoleerd is en het tram- en busverkeer wordt doodgeknepen, het ideale recept voor miserie. Het ideale recept ook voor nieuwe gele hesjes, voor nog meer ontevredenheid die omslaat in rancune, omdat mensen zich in de steek gelaten voelen. Want terwijl de betere middenklasse op kosten van de belastingbetaler met een elektrische salariswagen naar de shortski zoeft, kunnen ‘gele hesjes’ de diesel voor hun oude wagen niet meer betalen. En hun bus is afgeschaft. Dit is geen transitie; dit is door de overheden georganiseerd sociaal onrecht.
15 minutenstad
Om ons voor te bereiden op de enorme energiecrisis zijn er drie zaken noodzakelijk, zodat we veerkracht opbouwen. Allereerst: zet die groene kraan volledig open en maak dat de productie van hernieuwbare energie spectaculair stijgt. Twee: investeer massief in collectieve projecten zoals renovaties van volkswijken, zodat weerbaarheid geen privilege van rijken is en mogelijke rancune omslaat in betrokkenheid en samenhorigheid. En drie: erken de olifant in de kamer. Hoe kunnen we bevredigende levensstijlen mogelijk maken die het met veel minder energie en grondstoffen doen?
Dat laatste is wat klimaatrapporten ‘sufficiëntie’ noemen: hoe kunnen we de vraag naar energie en grondstoffen beperken, terwijl het welzijn centraal blijft staan. Dat is namelijk mogelijk en ook politiek succesvol, zoals Gent en Parijs lieten zien. In die steden werd de dominantie van de auto doorbroken door de fiets als het nieuwe normaal. In beide steden worden de bevoegde partijen beloond voor hun moedig beleid. En wie er met de fiets of tram pendelt, gaat ook volgend jaar betaalbaar naar het werk. Neem daarbij het concept van de ‘15 minutenstad’ met alle cruciale diensten binnen handbereik, en je hebt al een mooie bouwsteen om toekomstbestendig te worden.
Dirk Holemans is de coördinator van Oikos, een sociaal-ecologische denktank
Dit artikel verscheen in De Standaard op 26 maart 2026.


