Dit opiniestuk verscheen bij Knack, op donderdag 16 juli 2026
Wat we de voorbije weken meemaakten, is de klimaatontwrichting in actie. Het had een moment kunnen zijn voor de regeringen van ons land om burgers mee te nemen in een rechtvaardige klimaattransitie. De meest hoopvolle koersrichting ligt in een ambitieus rechtvaardig klimaatbeleid, mét forse emissiereducties en met een focus op maatschappelijke weerbaarheid.
Framings geven je misschien het gevoel dat je een slimme analyse kunt maken door de schuld bij een ander te leggen, maar ze moeten ook kloppen. De framing die we de voorbije weken in een aantal varianten hoorden was iets als: “groen-links” heeft te veel aandacht gehad voor de grote structurele visie en weigerde daardoor concrete (lees: technologische) oplossingen in te zetten die mensen hadden kunnen helpen. In afzonderlijke gevallen kan die kritiek misschien soms terecht zijn, maar ten gronde is die echt gewoon niet waar, en blijkbaar ingegeven door een zelf gekozen beeld dat men absoluut wil bewezen zien of aangevuurd door extreemrechts. De ruime groene beweging doet al jarenlang structurele voorstellen die de basis kunnen vormen voor concrete verbeteringen in de levenskwaliteit. Al jarenlang zijn er bv. voorstellen voor forse programma’s van energetische renovatie van woningen die ook tegemoet zouden komen aan kwetsbare groepen. De Vlaamse regering kondigt nu aan om via een energietaxshift tussen fossiel en elektrisch de inzet van warmtepompen aan te moedigen, iets wat de groene beweging al jaren voorstelt. De brede coalitie rond rechtvaardige transitie (met milieubeweging, vakbonden, ontwikkelingsorganisaties, …) pleitte er uitdrukkelijk voor om de enorme berg publiek geld die na de corona- en energiecrisis werd ingezet om de maatschappij weer op te bouwen vooral slim in te zetten in een rechtvaardig groen herstelbeleid. Dat is gedeeltelijk gebeurd, maar door tegenstand van de klassieke politieke en fossiele belangen, ging er toch veel geld verloren (wat ook blijkt uit recente onderzoeken). Als die kans op structureel beleid was genomen, zouden we nu een heel stuk verder staan, met concrete oplossingen. Er was veeleer te weinig structurele visie, waardoor er ook te weinig concrete verbeteringen zijn. Bij dat alles zijn al die groepen van wat men blijkbaar ‘groen-links’ moet noemen wel blijven herhalen dat dé sleutel bij dat alles is om de klimaatwetenschap te volgen en dus te blijven inzetten op forse emissiereducties, in de lijn van het Klimaatakkoord van Parijs, anders worden alle concrete oplossingen nog veel moeilijker.
En dan zijn er nog allerlei varianten van ontkenning. “Structureel beleid is natuurlijk belangrijk, maar op korte termijn verandert dat toch niets, dus moet je het daar nu niet over hebben.” “België draagt procentueel maar zo weinig bij aan de klimaatverandering dat we evengoed niets kunnen doen.” “Of het nu 1,5 of 2 of 3 of 4°C is maakt in wezen niets uit, dus waarom zouden we de economie dingen opleggen die onhaalbaar zijn. We moeten ons gewoon aanpassen.” “Ze hebben pas hun klimaatscenario’s aangepast, dus zo erg zal het wel niet zijn.” Het is zo eindeloos vermoeiend dat mensen die beter zouden moeten en kunnen weten dit soort onzin blijven herkauwen. Eigenlijk is het antwoord op al die dingen eenvoudig: lees in de eerste plaats gewoon wat er in de rapporten van het IPCC staat, en dat is de kennis van duizenden wetenschappers, in een formulering die is goedgekeurd door de regeringen. Je kunt er in detail lezen wat er waarschijnlijk zal gebeuren bij elke graad meer. Je kunt een beeld zien dat uitlegt hoeveel extreem weer je zult meemaken in jouw leven, afhankelijk van je geboortejaar, maar ook van in welk scenario we terechtkomen. Je kunt een beeld zien dat duidelijk uitlegt dat er grenzen zijn aan adaptatie, afhankelijk van in welk scenario we zitten. Als het te warm en te extreem wordt, kun je het gewoon niet meer redelijkerwijze opvangen. Dat men scenario’s actualiseert, wil in essentie zeggen dat het beleid dat we tot nu toe voerden al heeft geholpen om het ergste scenario te vermijden, het is dus een pleidooi voor klimaatbeleid. We hebben als land misschien een relatief kleine rechtstreekse uitstoot, maar we zijn ook verantwoordelijk voor emissies elders en voor onze historische uitstoot. En we zijn natuurlijk voor 100% verantwoordelijk voor onze uitstoot nu. Uit elk wetenschappelijk rapport, en ook uit de verdragen, blijkt zonneklaar dat dé belangrijkste hefboom om alles enigszins doenbaar te houden een snelle emissiereductie is. Forse mitigatie is een noodzakelijke voorwaarde voor haalbare adaptatie (die op zich natuurlijk nodig is). Elke tiende graad telt. Eens je over die 1,5°C gaat, nemen door de overshoot de oncontroleerbare dingen toe, zelfs als men niet hoger dan 2°C gaat. Dus ook hier geldt: structureel ambitieus beleid is de beste en meest realistische voorwaarde om alle andere dingen te doen. En met elke graad meer wordt het leven – nog veel meer op andere plekken van de wereld – voor meer mensen echt onleefbaar, en moeten ze verhuizen. Dat bewijst nog maar eens hoe onzinnig de toxische mix van afbouw van klimaatbeleid, afbouw van internationale samenwerking en verstrenging van migratiebeleid is. Snelle emissiereductie is dus eigenlijk een vorm van eigenbelang. (Tenzij men echt wil dat alleen enkele rijken zullen overleven…)
En dan is er de regeringscommunicatie. Met enkele kleine uitzonderingen heeft geen enkele minister zelfs maar het woord klimaat in de mond genomen. Het ging wel over ‘mensen helpen’ nu er ‘hete nachten’ waren. De crisiscommunicatie was: zorg goed voor jezelf en voor elkaar. En na de aankondiging van het hoge aantal hittedoden was de nogal laconieke reactie van de minister van volksgezondheid dat hij eigenlijk nog relatief tevreden was, want het systeem had al bij al goed gewerkt, met nog enkele technische problemen die zouden worden aangepakt. Niets over klimaat. Geen empathische boodschap voor die mensen die hun geliefden verloren. En dan ook nog iets dat zo ongeveer klonk als: we hebben als overheid gedaan wat we konden, de mensen moeten zelf ook iets doen. Twee dingen vallen daarbij op. Ten eerste is dit de kijk vanuit een ‘silobenadering’ (zijn binnen mijn bevoegdheid de dingen gelopen zoals ze moesten?), zonder het geheel te willen benoemen. Ten tweede is het met permissie natuurlijk onzin dat ‘we’ niet meer hadden kunnen doen. Er waren de voorbije tientallen jaren veel politici die actief ijverden voor een structureel ambitieus klimaatbeleid, maar er waren tegelijk ook andere politici die dat op alle manieren wilden tegengaan, en dat vandaag nog altijd doen. Door sneller te handelen, met wat we al weten sinds de jaren 70, hadden veel doden kunnen vermeden worden. En door nu snel het roer om te gooien en net wél voor stevige Europese klimaatambities te gaan, kunnen we vermijden dat de volgende tientallen jaren de situatie echt onhandelbaar wordt, wat ze nu op bepaalde plekken al bijna was.
Ondertussen weten we dat juni de warmste maand ooit was voor West-Europa, dat we het hoogste aantal hittedoden ooit hadden, en dat komt nog bovenop recente alarmerende berichten over de snelle stijging van de temperatuur in de oceanen en beelden van nog maar eens grote bosbranden, vroeg op het seizoen. Het is eigenlijk gewoon schokkend dat onze regeringsleiders de voorbije weken niet dag na dag bevraagd werden over hun intenties om het klimaatbeleid af te bouwen. Wat zij ‘realistisch’ en ‘haalbaar en betaalbaar’ noemen is in de feiten net het omgekeerde. Het is stuitend. Het is beschamend. Het is schuldig verzuim, niet alleen ethisch maar ook juridisch.
Wat we vooral niet nodig hebben nu, is iets als: we moeten ons gewoon een beetje aanpassen, zo lang we maar geen vragen moeten stellen bij het economisch model dat we nastreven (en dat ons in deze structurele crisis heeft gebracht). Dus ook hier is het belang van structureel en systemisch beleid zo cruciaal. Forse mitigatie is een belangrijke voorwaarde om tot een haalbaar adaptatiebeleid te komen. En adaptatie maakt tegelijk alleen echt kans als die ‘transformatief’ is en dus zorgt voor een verandering van systeem, zoals bv. de overstap naar een ander voedingsmodel dat veel minder steunt op dierlijke voeding. (De recent door de Commissie voorgestelde veeteeltstrategie is dus niet wat we nodig hebben.)
Dat alles zou in een ambitieus maatschappelijk proces moeten komen, dat niet doet alsof we hier gewoon met uitzonderlijke en afzonderlijke ‘noodsituaties’ zitten, maar integendeel de eerlijke analyse maakt dat we in een structurele crisis zitten met systeemrisico’s die een hele maatschappij kunnen ontwrichten, onder meer door gevaarlijke tipping points. Daartoe moeten regeringen interfederaal en ook horizontaal over de bevoegdheden samenwerken. Het kan blijkbaar wel voor een ‘verdedigingsplan’, maar het zou vooral moeten kunnen voor een echte weerbaarheidsstrategie, vooruitlopend op wat ook op EU-niveau zal ontwikkeld worden. We kennen de klimaatrisico’s, we weten steeds beter hoe ze voor een cascade-effect kunnen zorgen, we zijn nog veel te weinig georganiseerd om beleidsmatig met die complexe structureel wankele situatie om te gaan. Dat is iets heel anders dan ‘zorg goed voor jezelf’ of ‘je moet individueel gaan preppen om je voor te bereiden op rampen’. Dat is dus ook totaal iets anders dan: “We moeten er gewoon aan wennen dat er nu eenmaal PFAS is, want anders kan onze industrie niet werken, dat is de prijs die we moeten betalen…” In het verhaal van rechts-conservatieve groepen zouden we ons nu een ecologisch ambitieus beleid niet kunnen permitteren. Het tegendeel is waar. De maatschappelijke en budgettaire kost van de niet-transitie wordt met de dag groter. Dat niet willen zien, is strategisch dom, of anders gewoon cynisch.
Weerbaarheid heeft te maken met een heel andere manier van besturen. Die bereidt zich structureel voor op systemen die in elkaar kunnen klappen. Die doet dat door actief gemeenschap te vormen rondom de opdracht van de transitie, en versterkt zo de veerkracht van een maatschappij. Daarbij is structurele aandacht voor de meest kwetsbaren een uitgangspunt. Het moet een rechtvaardige weerbaarheid zijn. Het moet ook een transformatief model zijn, want het verspillende en ongelijkheid bevorderende fossiele systeem is op zijn manier ook erg weerbaar, merken we elke dag weer. Als je bv. koeling wilt garanderen is en blijft de ‘ladder van koeling’ belangrijk, waarbij de actieve koeling de laatste stap is, want dat is meer weerbaar. Stel dat je alles op actieve technologische koeling zet en geen publieke koele groene ruimtes hebt, wat doe je dan als de elektriciteit uitvalt? Door die eenzijdige weg vergroot je trouwens de druk op het elektriciteitsnet, dat ondertussen ook voor een groot deel wordt opgeëist door de techgiganten voor hun datacenters. En hebben trouwens daklozen ook geen recht op koele plekken? Een weerbaar model is dus gediversifieerd, en werkt onder meer aan kleinere veerkrachtige elektriciteitsnetwerken met lokale gemeenschapsoplossingen en hernieuwbare energie, die zo beter tegen een stootje kunnen. En als je collectieve warmte- of koeltenetten maakt, zorg er dan voor dat ze ook op maat zijn van mensen met een laag inkomen. In geval van een systemische schok – bv. alle communicatienetwerken vallen uit, de voedselvoorziening valt stil, ziekenhuizen kunnen het niet meer aan – moeten we niet alleen ‘bounce back’, maar vooral ook transformatief ‘bounce forward’ in een andere maatschappelijke en economische logica. Die andere logica is er een van leven binnen de planetaire grenzen, met onder meer een systemische keuze om minder grondstoffen en energie te gebruiken, wat ons minder kwetsbaar en meer weerbaar zal maken.
Deze hete zomer, waarschijnlijk nog bij de meest draaglijke van alle zomers die nog zullen volgen, had een kans kunnen zijn voor politici die echt maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen om de moed te hebben om niet alleen de dingen ‘te benoemen’ (“dit is dus de klimaatontwrichting die al jaren is voorspeld”) maar om van dit moment gebruik te maken om een breed maatschappelijk proces op gang te trekken dat een hoopvol perspectief zou kunnen vormen. Maar de voorwaarde is en blijft dat we eerlijk moeten kijken naar structurele oorzaken en durven pleiten voor ambities die overeenkomen met wat de wetenschap zegt en wat we in klimaatakkoorden hebben afgesproken, en voor oplossingen die systemisch zijn. Het is dus niet door een focus op de structurele dimensie dat je oplossingen misloopt, het is het tegenovergestelde.
Jan Mertens, voorzitter Oikos, denktank voor sociaal-ecologische verandering


