Parijs, 40 graden en mensen moeten binnenblijven. Kerncentrales moeten sluiten, treinen vallen stil en wegarbeiders kreunen onder de hitte. Vanuit die situatie schreef Aurélie Duchateau een beklijvende bijdrage, waarin ze zich zorgen maakt over de toekomst van haar ongeboren dochter (DS 26 juni). Waarom gooien we, ondanks de steeds duidelijker symptomen van een ontspoord economisch stelsel, de boel niet helemaal om, vraagt ze zich af. Waarom bouwen we geen economie die de grenzen van de planeet respecteert?
Met die bezorgdheid staat Duchateau niet alleen, de wetenschap staat aan haar kant. Hoe jonger je bent, des te groter de kans dat je leven zich zal afspelen in een steeds onleefbaardere omgeving. De kans om een leefbare aarde te behouden wordt alsmaar kleiner. Een beperkte vergroening van onze economie volstaat helemaal niet. Om catastrofale gevolgen te vermijden, is een “fundamentele, systeembrede transformatie van technologie, economie en sociale waarden nodig”. Het staat allemaal te lezen in de klimaatrapporten van het IPCC (de intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering) en van het IPBES (het intergouvernementele platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten).
Het recentste IPBES-rapport benoemt drie structurele oorzaken van de ecologische crisis. We zitten met een wereldbeeld dat mens en natuur los van elkaar ziet, waardoor de aarde plunderen normaal lijkt. Tegelijk is er de toenemende concentratie van macht en rijkdom in handen van een kleine groep, wat de ongelijkheid versterkt. Tot slot wijst het rapport op de focus op individuele belangen en kortetermijnwinst, waardoor noties zoals langetermijndenken en voor elkaar zorgen van tafel worden geveegd. Dat resoneert naadloos met de vragen die Duchateau stelt: hoe kunnen we welvaart en sociale vooruitgang anders organiseren? Het zouden de uitgangspunten van het beleid moeten zijn, in plaats van vast te houden aan recepten uit het verleden.
Strenge schoolmeester
Al snel kwam er ook een reactie van het economische establishment. Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka, dichtte zich de rol van strenge schoolmeester toe. Wat dacht Duchateau wel, het huidige economische systeem in vraag stellen? Dan begrijpt ze niet hoe de samenleving in elkaar zit. Het is een discours dat je ook regelmatig in praatprogramma’s hoort.
Er blijkt een markt te bestaan voor hoofdeconomen en opiniemakers die in staat zijn om wetenschappelijke rapporten te negeren en de geschiedenis te herschrijven. Voor Van Craeynest is de geschiedenis van de mensheid er een van duizenden jaren bijna-stagnatie, tot tweehonderd jaar geleden de combinatie van kapitalisme en industriële revolutie een spectaculaire groei mogelijk maakte. Dat is een pijnlijk neokoloniaal perspectief. Alsof er nergens op aarde voorheen florerende beschavingen waren. En alsof onze rijkdom niet mee gebouwd is op de economische uitbuiting van het Globale Zuiden.
Ook economisch schiet de redenering tekort. Al decennia wijzen onderzoekers erop dat het bruto binnenlands product (bbp) geen goede maatstaf is voor vooruitgang. Als we dit boekjaar alle bossen kappen en op de markt brengen, realiseren we extra economische groei, maar zitten we volgend jaar nog dieper in de miserie. Als mensen besluiten minder betaald te werken om voor hun kinderen of ouders te zorgen, daalt het bbp, maar stijgt het maatschappelijke welzijn. Daarom pleiten ecologische economen voor een verstandig discours over groei, wat ik ‘omgroei’ noem. Er is zoveel waar we meer van nodig hebben in onze samenleving: meer hernieuwbare energie, meer natuur, meer tijd om te zorgen voor elkaar. En er zijn ook zaken die moeten verminderen: overmaatse SUV’s en files, afval en wegwerpproducten en jobs die mensen uitpersen als een citroen. Gecombineerd met een circulaire economie en preventieve gezondheidszorg levert dat niet alleen ecologische winst op, ook de begroting vaart er wel bij.
20 graden onder nul
Uiteindelijk leidt het debat over groei af van wat de grootste uitdaging wordt: een veerkrachtige economie uitbouwen. Dat betekent investeren in innovatie die onze economie loswrikt uit haar verslaving aan gas en olie. Investeren in de uitbouw van performant openbaar vervoer op groene stroom, zodat er minder auto’s op de weg zijn en het noodzakelijke transport geen tijd meer verliest. Investeren in een agro-ecologisch landbouwsysteem dat amper broeikasgassen uitstoot en bestand is tegen weersextremen.
Bij veerkracht hoort het inzicht dat systemen kantelpunten hebben: bij overmatige belasting kunnen ze hun functie verliezen. Een eenvoudige metafoor maakt dat duidelijk: een emmer water die op een vriesnacht buiten blijft staan, bevriest. Het water wordt ijs, zet uit, de emmer barst en verliest zijn functie. Ook natuurlijke systemen kennen zulke omslagpunten. Als we niets doen, kan de Warme Golfstroom, die West-Europa milde winters bezorgt, verzwakken of stilvallen. En dan is het in ons land 20 graden onder nul in de winter. Als dat gebeurt, is de ambitie niet langer economische groei, maar louter voorzien in de basisbehoeften van mensen – collapse resilience, zeg maar.
Twee maanden geleden bracht ik het verhaal over veerkracht en kantelpunten voor een vijftigtal ondernemers. Er volgde een boeiende dialoog. We waren het niet over alles eens, maar de ondernemers beseften heel goed dat business as usual concreet betekent dat er weldra geen business meer is. Of zoals de Australische vakbondsvrouw Sharan Burrow het pittig stelde: “Er zijn geen jobs op een dode planeet.” Nu nog sommige hoofdeconomen daarvan overtuigen.
Dit opiniestuk verscheen op 3 juli 2026 in De Standaard


