Dit opiniestuk verscheen bij Knack, op vrijdag 26 juni 2026
Dat ding waar ‘de mensen’ zogenaamd niet meer van wakker liggen, maar letterlijk wel doen, omdat ze het te warm hebben of omdat ze bang zijn dat het hevige onweer hun huis zal beschadigen. Burgers zijn er wel mee bezig. Dat ding dat al zoveel jaren, ondersteund door robuust wetenschappelijk bewijs, wordt aangekondigd en dat zich voor onze ogen voltrekt. We hebben een tweede hittegolf nog voor de zomer officieel goed en wel begonnen is. In Frankrijk is er de warmste dag ooit, sinds de metingen. In Londen moest een event over extreem weer worden afgelast omwille van extreem weer. Ja dus, de klimaatontwrichting. In het kader van ‘we moeten de problemen benoemen zoals ze zijn’ zou je verwachten dat beleidsmakers dat ding bij de naam noemen en van daar vertrekkend hun bevolking meenemen in een proces van transitie. Niet dus. Integendeel.
In die context hebben extreemrechtse en populistische groepen en klimaatontkenners een nieuwe cultuuroorlog geopend: het is de schuld van de duurzaamheidsbeweging dat er geen airco’s zijn, zij zijn verantwoordelijk voor het hoge aantal hittedoden, zij hebben er mee voor gezorgd dat de airco elitair is.
In die stelling zit een element van groteske en belachelijke onzin. Het is zo ongeveer het equivalent van zeggen dat Kom op tegen Kanker verantwoordelijk is voor doden door longkanker als gevolg van het roken. De duurzaamheidsbeweging heeft al die jaren uitdrukkelijk gepleit voor een systemisch beleid dat ervoor zou gezorgd hebben dat we nu niet in de situatie zouden zitten waar we nu in zijn. Extreem weer is geen ‘natuurramp’, maar is het gevolg van bewuste menselijke beslissingen die al dan niet genomen zijn. Het schuldig verzuim zit aan de andere kant dus.
Tegelijk is er een element dat wijst op een fundamentele kwestie: de klimaatontwrichting is in essentie een rechtvaardigheidscrisis. Zij die er het minst voor verantwoordelijk zijn, dragen de grootste gevolgen ervan en hebben het minst de middelen om zich ertegen te beschermen. De levensstijl van het deel van de bevolking met een bovengemiddeld inkomen is door hun voetafdruk in belangrijke mate verantwoordelijk voor het overschrijden van de planetaire grenzen. Als dan het beeld ontstaat van ‘de elite’ die zegt dat we iets moeten doen voor het klimaat, maar tegelijk goed voor zichzelf zorgt door allerlei subsidies voor woningrenovatie (op maat van huiseigenaars) en voor elektrische auto’s, en tegelijk in een ruime moderne woning woont – met airco – en ook nog eens de hele tijd het vliegtuig neemt, dan heb je een potentieel voor gevaarlijke retoriek van extreemrechtse populisten. Een goed beleid zou daarop moeten antwoorden met maatregelen die eerst en vooral erkennen hoe dramatisch de situatie is, die willen zien wat de structurele oorzaken zijn, en die bereid zijn te beschermen en ondersteunen wie het meest kwetsbaar is én een grotere inspanning te vragen van die groepen die in dit alles de grootste verantwoordelijkheid dragen. Dat is niet ‘moraliseren’, dat is een correct antwoord geven op een ethisch vraagstuk.
Maatregelen moeten dus systemisch zijn en uitgaan van collectieve oplossingen. Dus vooral niet: ontkennen wat er aan de hand is, ecologische en sociale bescherming afbouwen, en dan het probleem framen als louter technisch en op te lossen door individuele verantwoordelijkheid. En dat om maar vooral niet onder ogen te moeten zien dat dit een al lang aangekondigde crisis is die in wezen van menselijke makelij is. Wetend dat dit bij ongewijzigd beleid nog altijd de ‘gemakkelijke’ jaren zijn, maakt het de omvang van het cynisme van het structureel wegkijken nog prangender. Als er jarenlang – onder druk van rechts-conservatieve groepen – te weinig is geïnvesteerd in de snelle afbouw van emissies en van een uitstap uit fossiel, als een relatief te groot deel van de middelen is gegaan naar woningrenovatie van die groepen die het vaak al goed hebben, als er te weinig werk is gemaakt van ontharding en van het voorzien van publieke koele ruimtes en zwemwater, dan kun je als je van slechte wil bent inderdaad het beeld creëren van: arme mensen mogen dus geen airco hebben? Daarvoor dan nog eens aan de groene beweging de schuld geven is blijkbaar aantrekkelijk voor sommigen. Dat zelfs commentatoren van zichzelf progressief noemende kranten daar deels in meegaan is minstens teleurstellend.
In een systemisch beleid heeft actieve koeling via airco’s een plaats, niet als manier om weg te kijken van de klimaatontwrichting, maar wel als een onderdeel van een aanpak die naar de oorzaken kijkt en die collectieve oplossingen biedt. Daarbij blijft de ‘ladder van de koeling’ gelden, waarin actieve koeling maar de laatste stap is. In die logica is het een collectieve verantwoordelijkheid, met publieke middelen, om te zorgen voor de eerste stappen. Zorgen dus dat er publieke koele ruimtes en zwemwater zijn, dat er voldoende middelen gaan naar energetische renovatie van woningen van mensen met een laag inkomen, … Gericht actieve koeling inzetten, bv. in gemeenschapsruimtes waar sociale huurders terechtkunnen als hun gebouw nog onvoldoende is uitgerust om hitte te weerstaan, is logisch. Wat we moeten tegengaan, is dat koelte geprivatiseerd wordt. Als alleen rijke mensen een koel huis hebben, of als je moet betalen (in een bioscoop) of kopen (in een supermarkt) om koelte te vinden, zijn we niet goed bezig.
Maar gewoon denken aan airco’s om vooral geen vragen te moeten stellen bij een falend klimaatbeleid, is ongeveer iets als ‘let them eat cake’. Het is niet omdat sommigen in hun huis een airco hebben dat de hitte minder genadeloos is voor de arbeiders die op het warme asfalt van de Oosterweelverbinding werken, terwijl mensen in hun koele SUV toeteren omdat het niet snel genoeg vooruit gaat. Het verandert ook niets aan de situatie van mensen die aan de andere kant van de wereld in vreselijke omstandigheden moeten werken omdat wij maar één euro willen betalen voor een shirt. Het verandert niets aan de groeiende maatschappelijke kost van de klimaatontwrichting. En geeft ook de toekomstige generaties geen beter perspectief als de airco nu een alibi wordt om klimaatdoelen te verlaten.
Als je het in internationaal perspectief bekijkt, zie je hoe belangrijk het is dat we maximaal inzetten op maatregelen die kunnen voorkomen dat we alleen nog maar actief kunnen koelen. De vraag naar koeling zal tegen 2050 immers verdrievoudigen. Dat is ook het uitgangspunt van het Spaanse concept van ‘klimaatschuilplaatsen’: collectieve oplossingen, die voor iedereen toegankelijk zijn.
Een rechtvaardig klimaatbeleid vertrekt in de eerste plaats nog altijd van mitigatie. We moeten snel en fors de emissies naar beneden brengen, onder meer door versneld uit fossiel te stappen. Dat is en blijft dé sleutel. Sinds de jaren tachtig warmt Europa twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. De EU heeft in de periode 1980-2024 in totaal 822 miljard euro aan schade geleden, waarvan 25% tussen 2021 en 2024. Dit alles heeft gezorgd voor meer dan 441.000 dodelijke slachtoffers. Emissies verlagen is als preventie dan ook tot en met een sociaal doel. Maar mitigatie moet vergezeld gaan van rechtvaardige adaptatie, wat op zich een onderdeel moet zijn van een ruimer sociaal beleid. Bij dat alles moeten we andermaal vermijden dat adaptatie een alibi wordt om uitstootdoelen te verlagen. Er zijn grenzen aan adaptatie, je kunt maar tot een bepaald niveau op een werkbare manier de klimaatontwrichting opvangen. Verder moeten er vragen gesteld worden bij een te gemakkelijk ‘we moeten ons gewoon aanpassen’. Wie is ‘we’ in deze stelling? Durven we echt denken op maat van de meest kwetsbare groepen (mensen met een laag inkomen, ouderen, kinderen, mensen met een beperking, …)? En betekent aanpassen dat we geen vragen mogen stellen bij de levensstijl die wordt nagestreefd in een ecologisch verspillend en vernietigend economisch model? Of is er veeleer nood aan een aanpassing van die verspillende levensstijl zelf om zo een meer rechtvaardige adaptatie mogelijk te maken? (Daarvoor is er trouwens veel steun bij de bevolking, zo bleek onlangs nog eens.)
Adaptatie kan ook te passief klinken, als iets dat je gewoon moet ondergaan, waardoor een meer systemisch beleid uit beeld blijft. Beter is het te spreken over maatschappelijke weerbaarheid en meer in het bijzonder rechtvaardige weerbaarheid (‘just resilience’). Daarmee worden alle systemische elementen meegenomen. Er wordt gekeken naar de ongelijke verdeling van de impact van de klimaatontwrichting en naar alle rechtvaardigheidsdimensies die een rol spelen in het adaptatiebeleid. Je komt zo ook meer uit bij een versterking van de veerkracht van een gemeenschap, door rechtvaardige keuzes. En dat is een heel ander perspectief dan denken dat gewoon het verspreiden van individuele airco’s het zal oplossen. Of gaan we binnenkort ook aan iedereen helmen geven om zich te beschermen tegen steeds groter en frequenter wordende hagelstenen in plaats van de oorzaken aan te pakken? Nog anders gezegd: de door onze regeringen bepleite afbouw van het Europees klimaatbeleid is niet alleen de slechtste vorm van adaptatie, het is in de werkelijke wereld van de klimaatontwrichting ook de optie die het minst realistisch is en die uiteindelijk ook het minst haalbaar en betaalbaar zal blijken.
Om al die redenen is het zo jammer dat de regeringen van deze hete dagen geen gebruik hebben gemaakt om actief te spreken over de klimaatontwrichting, met het benoemen van de ernst ervan. Zo kan draagvlak ontstaan voor moedige maar rechtvaardige oplossingen. Wat zagen we nu? Een minister die met zijn tweet openlijk de klimaatverandering ridiculiseert en daarbij zijn eigen sociaal privilege bevestigt. Ondanks dat dan toch een vergadering van het nationaal crisiscentrum. Daarna kwam de boodschap dat er geen extra maatregelen komen. Men zal wel het nodige doen om de kwetsbaren te beschermen, mensen moeten genoeg drinken en zich insmeren, maar dat was het dan. Geen verhaal over samen de klimaatontwrichting als maatschappelijk project aanpakken. En vooral geen verhaal dat zou wijzen op de verantwoordelijkheid van die groepen die het meest verantwoordelijk zijn voor de situatie waar we nu in zitten. Een situatie die wetenschappers en de ruime duurzaamheidsbeweging al vele jaren hebben benoemd, telkens met voorstellen voor structurele maatregelen die hadden kunnen voorkomen dat extreemrechts nu de ruimte krijgt om een cultuuroorlog aan te gaan over elitaire airco’s. Hopelijk zijn zij die nu nog steeds pleiten voor een afbouw van de klimaatambities heel erg trots op zichzelf…
Jan Mertens, voorzitter Oikos Denktank voor sociaal-ecologische verandering


