Een klimaatbeleid voor een planetair begrensde wereld die nog wél bestaat

Alastair Johnstone / Climate Visuals https://www.climatevisuals.org/groupitem/19/

In zijn opiniestuk (DS 18/06/26) stelt Wim Schoutens dat het Europese net-zerobeleid is ontworpen voor een wereld die niet meer bestaat en dat het bijgevolg – samen met de afgesproken klimaatdoelen – zo ongeveer op de schop mag. Aan de vooravond van belangrijke discussies op EU-niveau over de toekomst van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) is dat een verregaande uitspraak die dezer dagen ook te horen is aan de rechts-conservatieve kant van het politieke spectrum. Het hele ETS-debat is complex, maar laat wel verschillende fundamentele ideologische posities zien. Schoutens wijst terecht op een aantal ingewikkelde vragen die door recente geopolitieke ontwikkelingen in een nieuw daglicht komen te staan. Maar het is maar de vraag welke wereld nog wel of niet meer bestaat in je oordeel over wat de beste te volgen lijn is.

Stel dat ik jaren geleden heb beslist om niet te roken, geen alcohol te drinken en geen vlees te eten. Dat was toen een bewuste keuze die ook effectief heeft bijgedragen aan mijn gezondheid. Stel dat ik moet vaststellen dat veel mensen rondom mij ondertussen terug zijn gaan roken, weer alcohol drinken en terug een grote lap vlees op hun barbecue leggen, wat betekent dat dan? Het zal misschien vervelender worden voor mij, maar dat verandert niets aan de vaststelling dat mijn keuze de betere weg is en blijft naar gezondheid.

Om maar te zeggen: welke wereld is er veranderd. Is ‘de’ wereld een ruimte die alleen een markt is, een wereld waarin competitiviteit een ‘neutraal’ begrip is, een wereld die we ons voorstellen als een lege ruimte waarin we eindeloos meer kunnen produceren en consumeren? Dat is een wereld waarin er welbepaalde machtsverhoudingen waren en politieke afspraken via verdragen. Die afspraken waren blijkbaar een soort luxe die we ons alleen in goede tijden konden permitteren. Nu we meer in een wereld van ieder voor zich zitten, moeten we als Europa niet heiliger willen zijn dan de paus. En ja, dat klimaat moet dan maar even wachten.

Hoe relevant de zorg ook is die uit die redenering spreekt, ze verandert niets aan de vaststelling dat in de reële wereld de klimaatontwrichting met name in Europa blijft versnellen. Het is een wereld waarin ondertussen zeven van de negen planetaire grenzen zijn overschreden en waarin we steeds dichter komen bij gevaarlijke tipping points die kunnen zorgen voor ineenstorting van systemen. Het is een wereld waarin de maatschappelijke risico’s – onder meer voor het financieel systeem – van de niet-transitie steeds groter worden. Die reële wereld kunnen we proberen weg te redeneren als een ‘externaliteit’, maar het is de werkelijke wereld. Net zomin als Trump de realiteit naar zijn waanbeelden kan aanpassen, zal de klimaatontwrichting wel even stoppen omdat we het klimaatbeleid afbouwen.

Het is een goede zaak dat de EU volop werk wil maken van een industrieel beleid en daarbij de groene transitie wil blijven zien als een hefboom, eerder dan een bedreiging. Maar het is evenzeer belangrijk om daarbij de iets langere dan korte termijn voor ogen te houden. Brede maatschappelijke veiligheid en weerbaarheid in de wereld van vandaag en morgen zouden net moeten vertrekken van de reële wereld die wél bestaat, en dat is er een van planetaire grenzen. In die redenering is een begrip als competitiviteit geen ‘neutraal’ begrip dat dus vanzelfsprekend zou moeten leiden tot minder ecologische en sociale bescherming en minder regulering. Competitiviteit zou geen doel op zich moeten zijn, maar een instrument om een doel te bereiken: een welzijnseconomie binnen planetaire grenzen. Als we dat spoor niet kiezen, zal de toenemende maatschappelijke kost van de niet-transitie zich steeds meer vertalen in groeiende gezondheidskosten, grotere polarisering, schade aan infrastructuur, stilvallen van economische processen door extreem weer, steeds grotere waardevernietiging, … Als we over risico’s spreken, moeten we het ook structureel daarover hebben.

Cruciaal bij dat alles is en blijft dat we versneld uit het fossiele systeem vertrekken. Het lijkt erop dat de Commissie nog niet wil afstappen van de kern van het klimaatneutrale programma, en dat is een goede zaak. Onlangs kwam er trouwens nog een oproep van twaalf Europese klimaatraden om het ETS-stelsel niet af te zwakken. Tegelijk zullen echter fundamentele vragen moeten gesteld worden, vanuit het besef van de planetaire grenzen. Eindeloos veel goedkope energie voorzien, waarvoor? Om de volgende jaren de groeiende hoop wegwerpplastic nog sneller te doen groeien? Om nog meer goedkope brol over de wereld te vliegen, ten nadele van het milieu en onze lokale economie? Waarom zou de ontwikkeling van AI iets moeten zijn dat als een dogma niet in vraag mag gesteld worden (waarbij dus die gigantische energie- en grondstoffenhonger en de ondemocratische rol van de tech-giganten als onontkoombaar worden beschouwd en waarvoor de klimaatdoelen dan maar moeten opgeofferd worden)?

Een economie van het genoeg past beter binnen de planetaire grenzen dan een economie van het steeds meer. Als we dus echt werk willen maken van industriële verankering en strategische autonomie hebben we er alle belang bij om werk te maken van productie- en consumptiemodellen die systemisch kiezen voor minder grondstoffen en energie. Inzetten op enkel efficiëntie is dus niet voldoende, het moet ook gaan over sufficiëntie. Dat betekent dus bv. een radicaler model van circulaire economie, dat structureel kiest voor hergebruik en herstel en niet alleen voor de illusie van eindeloze recycling om zo te kunnen blijven groeien. Als je wilt vermijden dat we van een nefast fossiel systeem in een hernieuwbaar energiemodel komen dat in de feiten even extractief wordt, moeten we het dus ook inpassen binnen de planetaire grenzen. Doorgedreven circulaire opties kunnen onze grondstoffenhonger effectief verkleinen en kunnen ook zorgen voor forse emissiereducties. Dat bleek ook uit een recente studie van het Europees Milieuagentschap.

Het valt te hopen dat de EU de volgende maanden niet toegeeft aan de roep om de Green Deal nog verder op te offeren en dus vasthoudt aan de kern van de klimaatambities, in het belang van de maatschappij als geheel, en ook van de toekomstgerichte industrie die al wel fors had geïnvesteerd in de kansen van de transitie. Het is niet omdat de Amerikaanse president in zijn waanbeelden hoopt de reële wereld van toenemende ecologische, en daardoor ook sociale, ontwrichting te kunnen wegtoveren dat die wereld niet meer zou bestaan. Integendeel.

Jan Mertens, voorzitter Oikos, Denktank voor sociaal-ecologische verandering

Auteur(s)

×
×

Winkelwagen