Fastfood is het nieuwe roken: de overheid moet ‘fabriekseten’ streng reguleren
Fastfoodketens willen de komende jaren 250 nieuwe vestigingen openen in België. Dat schreef De Tijd vrijdag. Die komen boven op de 1.000 bestaande, en daar horen kebabzaken of snackbars niet bij. Op de VRT reageerde An Rekkers, directeur van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning. Ze wees er terecht op dat je fastfoodzaken best niet plant op auto-afhankelijke plaatsen. Voor de rest zag ze niet veel problemen, en pleitte ze ervoor om voorzichtig te zijn met regelgeving. Daarmee gaat ze regelrecht in tegen een groeiende groep burgemeesters, die de Vlaamse regering vraagt om hun de bevoegdheid te geven om fastfood te verbieden rond scholen. En daar hebben ze alle redenen toe.
Rond scholen schiet fastfood als paddenstoelen uit de grond. Met als uitschieter het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, waar de leerlingen in hun schoolomgeving verleid worden door 283 fastfoodzaken, buurtsupers, supermarkten en snoepwinkels. En het effect hiervan is helder. Onderzoek van Sciensano toonde dat hoe meer fastfoodzaken en gemakswinkels in de buurt, hoe meer kinderen er met overgewicht op die school zijn.
Misschien is fastfood wel het nieuwe roken: verslavend en ongezond. Over dat laatste bestaat steeds minder wetenschappelijke twijfel. Bijna al het fastfood is zogenaamd ultrabewerkt voedsel, ik noem het fabriekseten. Ook deze krant berichtte over een studie die toont dat wie meer fabriekseten eet, een groter risico loopt om vroegtijdig te sterven. Veel fabriekseten consumeren verhoogt de kans op een resem gezondheidsproblemen. En dat is niet zo verwonderlijk, als het gaat over eten dat veel te veel vetten, suikers en zout bevat, en veel te weinig mineralen, vitamines en gezondheid bevorderende stofjes zoals polyfenolen.
Bliss point
Meer en meer onderzoekt wijst fastfood ook aan als verslavend. Zo is fabrieksvoedsel hoog in calorieën en superzacht. Dat maakt dat je te snel eet en meer calorieën per minuut binnenspeelt. Zo eet je te veel ongezond spul vooraleer je lichaam je een verzadigingsgevoel geeft. En de bijzondere combinaties van suiker-vet-zout, het zogenaamde bliss point, brengt weer je beloningscentrum in je hersenen in de war. Want in de natuur bestaat er geen voedsel met een dergelijk extreem smaakprofiel.
In Nederland doet de neurowetenschapper Esther Aarts, verbonden aan de Radboud Universiteit, onderzoek naar het verslavende karakter van fabriekseten en de rol van onze hersenen. Ze beschrijft hoe fabriekseten ons op verschillende, elkaar versterkende manieren, de das omdoet. Want het stopt niet met te zacht of een abnormaal smaakprofiel. Fabriekseten leidt tot een negatieve spiraal waar je moeilijk uit raakt. Om dat uit te leggen verwijst Aarts naar ons gedrag als we ziek zijn. Als je met koorts in bed ligt, heb je nergens zin in. Dat komt door de hersenstof dopamine, die geeft ons wilskracht. Als echter hoge ontstekingswaarden, zoals bij koorts, onze hersenen bereiken, verlagen ze daar de dopamineniveaus. En zo ben je zonder motivatie om iets te doen.
Wie veel fabriekseten krijgt, zal waarschijnlijk wat kilo’s bijkomen. En daar zit naast buikvet – dat je met je handen makkelijk kunt vastnemen – ook orgaanvet bij. Dat zit onder je buikspieren en zal als er te veel van zit, ontstekingsveroorzakende stofjes produceren. Die bestrijden vraagt veel energie van je lichaam en leidt tot een continu verlaagd dopamineniveau. Waardoor je wilskracht om nee te zeggen tegen fabrieksvoedsel is verzwakt. En dus is de kans groot dat je nog minder nee kunt zeggen tegen fabriekseten, het orgaanvet nog toeneemt, je hersenen meer ontstoken raken en het dopamineniveau verder daalt.
Fabrieksvoedsel heeft ook een negatieve invloed op ons microbioom. Deze community van microben in je dikke darm communiceert voortdurend met je hersenen. En een verstoord microbioom maakt je ziek en kan je zo doen verlangen naar nog meer fabriekseten. Wat fastfood met je microbioom doet, toont Tim Spector, hoogleraar genetische epidemiologie aan Kings College London. In zijn boek De dieetmythe vertelt hij hoe zijn zoon Tom tien dagen lang alleen maar Big Macs en kipnuggets at, met daarbij een glas cola. De resultaten waren verbluffend. Tal van gezonde darmbacteriën waren veel minder aanwezig en het duurde meer dan twee jaar voordat zijn microbioom zich herstelde.
Vrije wil?
Al deze zaken samen maken dat de discussie over fastfood niet gaat over de plek waar die extra hamburgertenten komen. Het echte debat is of we ongezond en verslavend voedsel willen reguleren. Ho ho, hoor ik al sommigen steigeren. Waar die McDonalds komt, da gade gij ni bepalen. Dat is de vrijheid die enkel eindigt waar die van iemand anders begint. Er zit een belangrijke kern van waarheid in: de rechtstaat beschermt ons tegen inmenging van staat of wie weet je buren. Maar er zitten ook drie fundamentele tekortkomingen aan vast. Want hoe vrij je echt bent, bepaalt ook je omgeving. Je mag wel gezond willen eten, als dat nergens te krijgen is, blijft je vrijheid dode letter. En je kunt niet diëten in een snoepwinkel. Daarnaast is er de illusie van de almachtige vrije wil, die kan weerstaan aan de verleidingen van de 24-uursreclamemachine. Dat is bullshit, zo geeft bijvoorbeeld Coca-Cola niet voor niets jaarlijks 4 miljard uit aan reclame. En ten derde is er dus het verslavende karakter.
Niet toevallig maken grote voedselconcerns gebruik van dezelfde trucks als tabaksreuzen destijds deden tijdens het publieke debat over roken. Ze benadrukten dat het een persoonlijke keuze was, of je rookte of niet en dat politiek best niet te veel reguleert. Enkel positieve incentives kunnen door de beugel. En nu hoor je minister Jo Brouns (CD&V) hetzelfde riedeltje vertellen in het Vlaams Parlement als het gaat over gezondheidsadvies of fastfood rond scholen.
Voor die houding bestaat een prima term: georganiseerde onverantwoordelijkheid. En die lijkt steeds verslavend, vooral bij rechtse politici, zoals ook in klimaatbeleid blijkt. Een houding waarvoor we allemaal samen een hoge prijs betalen, tenzij we hier frontaal tegen ingaan.
Dit opiniestuk stond op 5 augustus 2025 in De Standaard


