En als we het dit keer nu eens anders zouden doen

Crispin Hughes / Clean Cities Campaign / Climate Visuals / CC BY-NC-ND 4.0

De snel stijgende energieprijzen zetten terecht aan tot grote bezorgdheid. Naarmate de illegale oorlog in Iran verder escaleert, kunnen de wereldwijde gevolgen nog veel ernstiger worden. Welke antwoorden moet het beleid op dit alles geven? Hopen op een snel ‘back to normal’ zodat we op dezelfde weg verder kunnen lijkt logisch, maar zou dat eigenlijk niet mogen zijn. Ervan uitgaan dat er in wezen maar één economische weg is en dat wat we nu meemaken enkel een vervelende onderbreking is van de nodige eindeloze aanvoerstroom van energie is gevaarlijk kortzichtig. Hetzelfde geldt voor grondstoffen. Alsof het enkel een aanbodprobleem zou zijn. We moeten ook naar de vraag kijken.

Is het veronderstelde ‘normaal’ waar we dan terug naartoe zouden moeten wel zo normaal of zo wenselijk? Eerst en vooral mogen we net nu niet uit het oog verliezen dat de context van dat normaal er een is van toenemende ecologische ontwrichting. De maatschappelijke kost van het systemisch overschrijden van nu al zeven van de negen planetaire grenzen wordt met de dag groter, voor de economie en voor de overheidsbegrotingen. De kost wordt structureel onderschat of ontkend, waardoor we onder meer veel te weinig zien welke reële risico’s er zijn voor het financieel systeem. Zo schat het Planbureau dat ons land door de klimaatopwarming tegen 2050 5% BBP zou kunnen verliezen, wat waarschijnlijk een onderschatting van de risico’s is. Ten tweede moeten we blijven willen zien dat het met name de maatschappelijk meest kwetsbare groepen zijn die de prijs betalen. Zij dragen de zwaarste gevolgen van een probleem waaraan ze het minst hebben bijgedragen en hebben het minst de mogelijkheid zich ertegen te beschermen. Beleidsmaatregelen die vooral de levensstijl zouden willen beschermen van betere midden- en hoge klasse zullen dat alleen nog verergeren.

Wat is welvaart? Voor velen lijkt het zo te zijn dat daarop maar één antwoord mogelijk is. Een antwoord dat net een grote verantwoordelijkheid draagt voor het vergroten van onze kwetsbaarheid door het stelselmatig overschrijden van de planetaire grenzen. Een antwoord dat steunt op grote gulzigheid op het vlak van grondstoffen en energie en dat nog steeds gigantisch veel verspilt. In die visie komt het er nu op aan om zo snel mogelijk het aanbod weer te herstellen, anders zou het systeem stilvallen. Maar is dat wel de juiste conclusie? Ons huidig ecologisch gulzig en onrechtvaardig welvaartsmodel hoeft geen fataliteit te zijn. We weten trouwens waar we naartoe moeten. De Vlaamse materialenvoetafdruk staat nu op 29,5 ton per inwoner. Die voetafdruk moet ten opzichte van 2010 tegen 2050 met 75% dalen (tot onder de 10 ton). Maar bij ongewijzigd beleid zou mondiaal de winning van grondstoffen tegen 2060 met bijna 60 procent kunnen toenemen ten opzichte van het niveau van 2020.

De voorbije week stelde het Internationaal Energieagentschap een pakket aan potentiële noodmaatregelen voor die wél naar de vraag kijken. En dat is minstens interessant te noemen, al is er ook een risico. Minder de auto nemen, trager rijden, minder vliegen, meer het openbaar vervoer nemen – wegtransport staat nu voor 45% van de mondiale olievraag – het kan een relevant verschil maken en ervoor zorgen dat er meer brandstof overblijft voor wie die echt nodig heeft. Alleen wordt het voorgesteld als iets tijdelijks en is de kans groot dat men veronderstelt dat burgers wel zelf een individuele keuze in die richting zullen maken. En dat is niet goed genoeg. Men zou minstens mogen verwachten dat in ons land en op EU-niveau werk wordt gemaakt van een actieplan dat via regulering duurzaam werk maakt van het structureel streven naar een lager verbruik van energie en grondstoffen als beleid, en niet als een vrijwillige keuze van de burgers.

In plaats van een economie van het genoeg te laten afhangen van individuele keuzes zouden we dit keer ook de stap kunnen zetten naar een volhoudbare welvaart van het genoeg by design. In plaats van een autosysteem dat steunt op veel te grote veel te zware machines die relatief weinig gebruikt worden vooral voor korte afstanden en in privébezit zijn of als salariswagen dienst doen is een ander model mogelijk. De auto’s die er nog rijden zouden kleiner en minder zwaar moeten zijn, vooral in een deelsysteem zitten, en elektrisch zijn, met garanties dat ook mensen met een laag inkomen die kunnen gebruiken. Als overheid zou je net meer moeten investeren in een performant openbaar vervoer en het dus niet afbouwen. We zouden vervolgens al onze producten en gebouwen zo moeten maken dat ze volledig herstelbaar, herbruikbaar en aanpasbaar zijn. We zouden sneller werk moeten maken van de ombouw van ons landbouw- en voedselsysteem weg van fossiele afhankelijkheid en op weg naar een agro-ecologisch regeneratief model. En ja, we hebben plastics nodig, maar helemaal niet zoveel, niet voor zoveel toepassingen en al helemaal niet in een wegwerpmodel. (In West-Europa bedraagt het gemiddelde jaarlijkse plasticverbruik ongeveer 150 kg per persoon — meer dan twee keer zoveel als het wereldwijde gemiddelde van 60 kg. Meer dan de helft van al het plastic dat ooit is geproduceerd, is sinds 2000 gemaakt, en de huidige wereldwijde jaarlijkse productie zal tegen 2050 naar verwachting verdubbelen. 90% van het geproduceerde plastic – waarbij olie een grote rol speelt – vervuilt de planeet.) Door de logica van het genoeg by design zullen we ten slotte ook veel minder kritieke materialen nodig hebben voor de groene transitie. Die andere weg kan echt relevant grote verschillen maken. Als je structureel minder energie en grondstoffen nodig hebt, ben je veel minder kwetsbaar en is de kans kleiner dat je maatschappelijke samenhang in het gedrang komt.

Zo kan er een nieuw normaal ontstaan. Maar dan moeten we bereid zijn vragen te stellen bij de logica van wat we nu te gemakkelijk als onvermijdelijk beschouwen. Is het echt zo logisch dat we wegwerpproducten eindeloos heen en weer vervoeren over de wereld op basis van het idee dat energie goedkoop moet zijn? Is het logisch dat we voor zoveel dingen zo’n lange waardeketens hebben waarbij we onderdelen over lange afstanden via steeds breder wordende snelwegen just-in-time en tegen lage lonen laten vervoeren? Zijn we bereid onder ogen te zien dat het businessmodel van de lagekostenmaatschappijen in de luchtvaart niet bepaald aanzet tot minder vliegen? Willen we zien dat een meer plantaardig voedingspatroon leidt tot een veel lagere impact op de planeet, waardoor de kwetsbaarheid vermindert en waardoor er betere perspectieven zijn voor boeren? Zijn we bereid de energietransitie, met onder meer warmtepompen en isolatie, zo te organiseren dat ook mensen met een laag inkomen er volop van kunnen profiteren? Worden we echt gelukkiger van dat zoveelste pakket met fast fashion dat aan onze deur wordt geleverd en dat we even snel weer terugsturen als het ons toch niet helemaal bevalt?

Hopelijk krijgen die elementen eindelijk een plaats in een debat dat niet alleen zou mogen gaan over snelle oplossingen voor enkel de prijzenkwestie, alsof die losstaat van een context die er structureel voor zorgt dat we als maatschappij zo kwetsbaar zijn en nog kwetsbaarder worden als we gewoon op dezelfde weg verder gaan. Dan organiseren we gewoon nu al de volgende crisis. Het kan in dat verband niet genoeg herhaald worden: die rechts-conservatieve krachten die denken dat ze goed bezig zijn door nu het duurzaamheidskader van de Green Deal af te willen breken vergissen zich. En zij die denken dat er maar één welvaartsmodel mogelijk is, zouden zichzelf de creativiteit van een open geest moeten gunnen. Als welvaart alleen maar kan begrepen worden als verbruiken, verbranden en verspillen, dan is dat een trieste en weinig hoopvolle gedachte. De kern van onze welvaart kan ook gaan over gebruiken, herstellen, helen en zorgen voor. Kiezen voor zo’n nieuw normaal, niet op basis van vrijwilligheid maar door gerichte beleidskeuzes, kan ons veel minder kwetsbaar maken, kan een volgende crisis vermijden en kan de ecologische ontwrichting die zich vertaalt in maatschappelijke ongelijkheid afremmen. Waar wachten we nog op?

Jan Mertens, voorzitter Oikos, Denktank voor sociaal-ecologische verandering

Dit artikel verscheen eerder in Knack.

Auteur(s)

×
×

Winkelwagen