logo

%PM, %27 %000 %2009 %23:%jan

Afschaffing federaal stedenbeleid is geen goed deelakkoord.(Bijdrage van de Vooruitgroep)

Written by
Rate this item
(0 votes)

http://www.facebook.com/note.php?note_id=51184897026


Vlaams minister-president Peeters hamert erop: er moeten voor juni "deelakkoorden in de staatshervorming " zijn. En dan wordt steevast verwezen naar het stedenbeleid. Er lijkt immers al afgesproken het federale grootstedenbeleid op te doeken en alle bevoegdheden naar de gewesten door te schuiven. Dat beantwoordt volledig aan een "Vlaams eis" en kan dus als een grote overwinning worden verkocht. Toch denken we niet dat dit akkoord zo goed is, noch voor de steden, noch voor het beleid. Het is een sterk voorbeeld van hoe de Vlaamse agenda te weinig rekening houdt met de verschillende schalen waarop beleid noodzakelijk is.


Het stedenbeleid is in de loop van de jaren 1990 ongeveer gelijktijdig gegroeid op het Vlaamse en op het federale niveau. In Vlaanderen was de sociale dualisering de invalshoek (Het sociaal impulsfonds bvb). Het federaal niveau vertrok vanuit de insteek "veiligheid". Mettertijd ontwikkelen beide niveaus een eigen ‘integrale' aanpak voor de steden, zij het met een verschillend politiek accent. Het Vlaamse stedenbeleid legt steeds meer de nadruk op het aantrekken van de middenklasse vanuit de rand naar de steden. Het federale grootstedenbeleid, onder socialistische ministers, zet explicieter in op sociale cohesie en achtergestelde buurten.


Debat nodig over inhoud


Stedenbeleid is formeel in belangrijke mate gewestelijke materie. Vlaanderen heeft een beleid. Het Brussels gewest valt samen met de stedelijkheid, maar zit met 19 gemeentelijke overheden. Alleen Wallonië heeft geen expliciet beleid naar steden toe. Daar valt dat nog onder ruimtelijke ordening. Het stopzetten van het federale stedenbeleid lijkt dan ook een logische Vlaamse eis, die de onderhandelaars waarschijnlijk weinig moeite heeft gekost. Met echte staatshervorming heeft het weinig te maken. Wel met het wegsnoeien van beleid zonder over de inhoud en het nut ervan een debat te moeten voeren. Niets garandeert dan ook dat wat vandaag door het federale wordt gedaan, morgen regionaal wordt voortgezet.


Het huidige federale Grootstedenbeleid legt een grote gevoeligheid aan de dag voor sociale thema's en maatschappelijk zwakkere groepen. Vooral de federale huisvestingscontracten spelen hierin een belangrijke rol. De federale Regering steunt met dit instrument lokale overheden om aan de huisvestingsnoden van àlle bewoners te beantwoorden. Men richt zich expliciet tot de lagere inkomensgroepen, die op de private en in toenemende mate ook sociale huisvestingsmarkt moeilijk aan de bak komen. Het federale grootstedenbeleid is daardoor momenteel (gelukkig) complementair aan het Vlaamse stedenbeleid, dat zich expliciet richt op het aantrekken van hogere inkomensgroepen naar de stad. Het federale geld kan zodoende worden ingezet om de mee door het Vlaamse steden- en woonbeleid geïnduceerde sociale verdringing op de huisvestingsmarkt tegen te gaan.


De voortschrijdende dualisering van de stad en de toenemende sociale ongelijkheid blijft de grote uitdaging. Het federale Grootstedenbeleid wordt op lokaal niveau erg gewaardeerd bij beleid en middenveld. Maar dat lokale niveau en middenveld worden in deze discussie niet of nauwelijks gehoord. Overheveling van bevoegdheden is één zaak, wat er mee gedaan wordt is een andere. Daarover zou wat meer discussie moeten zijn. Want net hier wordt ook onze stelling geïllustreerd dat de staatshervorming zich nu afspeelt in een neoliberaal beleid en dat "wat we zelf doen" niet noodzakelijk "beter" is.

Territorium of netwerk


De staatshervorming heeft dus meer nood aan een discussie over de inhoud van beleid. Maar er is nog een tweede kwestie. Internationaal (zie bijvoorbeeld het Charter van Leipzig) bestaat er overeenstemming over het feit dat stedelijke problemen niet sectoraal kunnen worden opgelost, maar integraal moeten worden aangepakt. Zowel Vlaanderen als de federale overheid hebben vanuit deze logica mettertijd steeds meer beleidsvelden met elkaar geïntegreerd. Daartoe is een horizontale samenwerking nodig en zullen verschillende beleidsniveaus willens-nillens moeten overleggen. De illusie van homogene bevoegdheidspakketten gaat niet op voor stedelijk beleid waar ruimtelijke vraagstukken (gewestelijk); gemeenschapsvorming (communautair) en veiligheid ( federaal) bijvoorbeeld intiem samenhangen. Er moeten in het stedenbeleid sowieso overlegstructuren behouden blijven. De afschaffing van een federaal niveau zou wel eens kunnen leiden tot nog meer autisme.

Daarenboven liggen steden niet alleen in gewestelijke territoria. Ze maken ook deel uit van interstedelijke netwerken en interacties. En in België overstijgen die de deelstaten. Ook hier hebben steden er belang bij dat de wisselwerking tussen Antwerpen en Luik, of dat de as Antwerpen-Charleroi, of dat het netwerk tussen de vijf grootstedelijke kernen in beeld blijven. Het federale grootstedenbeleid was een vehikel voor interstedelijke solidariteit, dat Brussel met Vlaamse en Waalse steden over de gewesten heen verenigde en versterkte in een gezamenlijk belang tegenover antistedelijke rand- en perifere gemeenten. Transfers van kennis en know how moeten behouden blijven. Door het federale grootstedenbeleid overboord te gooien, en de stedelijke kwestie te reduceren tot een louter regionale aangelegenheid, riskeert men niet alleen de steden onder de voogdij van de gewestregeringen te houden, maar ook de kleinstedelijke invloeden overwegend te maken.


Een alternatieve staatshervorming


De Vooruitgroep wil een pleidooi houden voor een andere benadering van de staatshervormings-problematiek. Vandaag overwegen communautarisme en een monocultureel territorialiteitsbeginsel. Men bouwt aan nieuwe natiestaten. Maar precies de stedelijkheid staat haaks op die principes. Een goed stedenbeleid vereist niet noodzakelijk één overheid. Het vereist vooral een verplichte samenwerking tussen verschillende actoren en verschillende beleidsniveaus. Het kan niet gereduceerd worden tot één schaalniveau. Dat geldt zowel voor projecten in de steden zelf, als voor de noodzakelijke samenwerking tussen steden. De complexiteit van de problematiek behoeft bij uitstek een integrale, en dus onvermijdelijk meerschalige aanpak. Er is meer nood aan een betere samenwerking en interactie elk vanuit eigenheid en complementariteit. Simpele boedelscheiding en segmentering is een slechte zaak.


De afgelopen jaren is juist gebleken dat een dergelijke samenwerking tussen schalen in België verre van een evidentie is. Juist door het behoud van een federaal beleid en dus door de verplichting om te gaan met complementaire programma's zullen gewesten ook verplicht worden met elkaar in overleg te blijven. Het huidige "deelakkoord" gaat in de andere richting: afschaffing van het niveau waarop samenwerking kan georganiseerd worden en concurrentie tussen de gewesten en tussen steden in naam van "goed bestuur". Zoals er tot vandaag geen cultureel samenwerkingsakkoord bestaat tussen de gemeenschappen, zal ook de samenwerking in het stedenbeleid uitblijven. Vliegen afvangen wordt dan belangrijker dan samen resultaten halen. De competitie tussen de gewesten zal uiteindelijk leiden tot een verknippen van het bestaande stedennetwerk en dat betekent een achteruitgang voor de stedelijkheid. Vandaag stelt het Vlaamse stedenbeleid zich op tegenover het federale. Morgen zal er geen enkele tegenspraak meer zijn. Het is nog maar de vraag of er dan nog ruimte al zijn voor grensoverschrijdend overleg, voor kennisoverdracht en voor samenwerking.

De Vooruitgroep
Stijn Oosterlynck (KUL), Pascal Debruyne (UGent), Karim Zahidi (UA/UGent), Eric Corijn (VUB), Francine Mestrum (ULB), Rik Pinxten (UGent), Monika Triest (schrijfster), Eric Goeman (woordvoerder Attac Vlaanderen, voorzitter Democratie 2000), Ronald Commers (UGent), Peter Reynaert (UA), Sami Zemni (UGent), Chris Kesteloot (KUL), Piet Saey (UGent), Stefan De Corte (VUB), Jan Teurlings (Universiteit van Amsterdam), Erik Swyngedouw (University of Manchester), Maarten Loopmans (Erasmus Hogeschool Brussel), Jan Dumolyn (UGent), Pascal De Decker (Hogeschool Gent/ St. Lucas), Herman De Ley (UGent), Bambi Ceuppens (KMMA), Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Leen Van der Vorst (Victoria Deluxe), Eric Balliu (architect), Aleidis Devillé (KUL), Mohamed El Omari (Divers en Actief), Dirk Jacobs (ULB), Fernand Tanghe (UA), Jan Blommaert (University of Jyväskylä), Dirk Tuypens (acteur), Ico Maly (KifKif), Johan Van Hoorde

 

 

Read 4571 times

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.