logo

%AM, %17 %489 %2014 %10:%feb

Eekhoornvlees of slak? Enkel om de natuur weer in evenwicht te helpen!

Written by Myriam Dumortier
Rate this item
(2 votes)

In DS van 8 februari daagt Dorien Knockaert iedereen uit om invasieve soorten te proeven. De huidige praktijk om ongewenste eetbare soorten als Canadese ganzen systematisch naar het vilbeluik te verschepen getuigt inderdaad van vergaande verwaandheid. Heel terecht pleit de creatieve werkplaats Timelab ervoor om onkruid en ongedierte weer in onze eetroutine te krijgen. We moeten onze eetgewoonten weer diversifiëren, en een superdiverse samenleving zal ons daar zeker bij helpen. Maar dat invasieve soorten een verrijking zijn en dat ecosystemen met invasieve soorten zich vanzelf stilaan herstellen klopt maar zelden. Daarom wordt het eten van invasieve soorten best ingepast in een programma om die soorten te controleren of uit te roeien, en dat is helemaal iets anders dan leren leven met invasieve soorten. We mogen niet leren leven met de schade die we aanrichten aan de natuur, we moeten die schade zo veel mogelijk indijken.

Invasieve soorten zijn een nevenproduct van de globalisering. Hoe meer internationale handel en verkeer hoe meer plant- en diersoorten bewust (bv. sierplanten) of onbewust (bv. krabben in het ballastwater van schepen) door de mens de planeet rond worden vervoerd. Nadat de mens een soort over een natuurlijke barrière bracht, bv. over een oceaan of bergketen, spreken we van een uitheemse soort. Sommige uitheemse soorten kunnen helemaal niet overleven in hun nieuwe omgeving (bedenk een kamerplant in een Vlaamse wegberm) omdat klimaat of milieu er ongeschikt zijn. Andere uitheemse soorten kunnen er nauwelijks overleven en indien ze gewenst zijn dienen ze zorgvuldig te worden gecultiveerd, denk aan de meeste landbouwgewassen. Ten slotte zijn er uitheemse soorten die er verrassend goed kunnen gedijen en zich bovendien overvloedig kunnen voortplanten. De afwezigheid van natuurlijke beperkingen en vijanden ligt hieraan ten grondslag. Wanneer een uitheemse soort zich zodanig gaat uitbreiden dat ze ernstige schade veroorzaakt, spreken we van een invasieve soort. In Europa overleven momenteel meer dan 11.000 uitheemse soorten in de natuur, een aantal dat blijft toenemen. Naar schatting gedraagt 10 à 15 % van die soorten zich invasief.

Om de problematiek van de invasieve soorten correct te kunnen plaatsen is het belangrijk even stil te staan bij de tijdsdimensie. Biodiversiteit is de resultante van miljoenen jaren evolutie onder invloed van een samenspel van variërende klimaat- en milieupatronen en barrières en verbindingen. Bijvoorbeeld, doordat Noord-Amerika en Europa al lang niet meer verbonden zijn evolueerde hun biodiversiteit helemaal anders. En doordat Noord-Amerikaanse bergketens eerder noord-zuid gericht zijn, en Europese eerder oost-west, en er daardoor ten tijde van oprukkende en terugtrekkende ijstijden veel meer migratie van soorten was in Noord-Amerika dan in Europa, is hun biodiversiteit ook veel rijker dan de onze. Maar welke en hoeveel biodiversiteit er van nature ook is, het geheel aan van elkaar afhankelijke levensvormen is bijzonder complex en bevindt zich steeds in een precair dynamisch evenwicht, waar ook ter wereld, en het is heel precies deze complexiteit en kwetsbaarheid die zo schromelijk onderschat wordt wanneer soorten van het ene ecosysteem naar het andere worden verplaatst. We moeten natuurlijke ecosystemen met veel meer ontzag behandelen en mogen niet zo lichtzinnig omspringen met het verplaatsen van soorten. Natuurlijk zal een invasie op een zeker ogenblik een limiet bereiken, maar de realiteit laat zien dat in vele gevallen deze limiet nog geenszins in zicht is. Er zijn nog maar weinig voorbeelden van ecosystemen met invasieve soorten die zich langzaam weer herstellen.

Hoe veroorzaken invasieve soorten ernstige schade? Invasieve soorten kunnen bepaalde inheemse soorten massaal opeten (bv. Amerikaanse stierkikker eet alle inheemse kikkers op), wegconcurreren (bv. Canadese gans verdringt inheemse watervogelsoorten) of met ziekten besmetten (bv. in het Verenigd Koninkrijk verspreidt de grijze eekhoorn het parapokkenvirus, dat dodelijk is voor de inheemse rode eekhoorn). Ook kunnen ze ecosystemen compleet veranderen (bv. waar Japanse duizendknoop groeit, groeit niets anders meer, waar Canadese ganzen grazen blijft er overigens ook niet veel meer over) of kunnen ze ernstige economische schade aanrichten (bv. hoeveel jaren worstelen we in Vlaanderen al niet met muskusratten?) of gevolgen hebben voor de volksgezondheid (bv. reuzenbereklauw veroorzaakt ernstige brandwonden). Op wereldschaal vormen de invasieve soorten de tweede belangrijkste oorzaak van biodiversiteitsverlies, na de vernietiging van leefgebieden. Wat er gebeurt is een homogenisering van de biodiversiteit, soms ook wel het McDonalds-effect genoemd: een beperkt aantal (invasieve) soorten gaat overal domineren terwijl overal talrijke (inheemse) soorten verdwijnen. Het gemak waarmee exoten invasief worden vertelt overigens ook iets over de verzwakkende veerkracht van ecosystemen. Schattingen geven aan dat invasieve soorten jaarlijks zo’n 12 miljard euro kosten aan de Europese samenleving en dat is dan nog een schromelijke onderschatting aangezien schade aan biodiversiteit nauwelijks te becijferen valt. Het is een cijfer dat alleen maar kan groeien. Je kan dus bezwaarlijk invasieve soorten als een verrijking zien.

Wereldwijd komt geleidelijk een beleid inzake invasieve soorten op gang. Om het verlies van biodiversiteit te kunnen stoppen bevatten zowel de mondiale als de Europese biodiversiteitsstrategie de doelstelling om invasieve soorten aan te pakken. Zowel op Europees, Belgisch als op Vlaams niveau is er momenteel regelgeving in voorbereiding en ook provincies en gemeenten nemen actie. Het beleid inzake invasieve soorten heeft drie opties. De eerste en beste optie is preventie, vermijden dat invasieve soorten worden ingevoerd. Breng geen planten of dieren mee uit verre oorden, ook al verwacht je niet direct dat deze in de natuur terechtkomen. Planten die buiten groeien produceren doorgaans zaden, waardoor de verspreiding meestal niet lang op zich laat wachten. Wanneer invasieve soorten zo toch in de natuur terechtkomen staat het beleid voor de tweede optie: snel opsporen en verwijderen. Dat is verre van vanzelfsprekend, aangezien invasieve soorten alle vormen en maten kunnen aannemen en bovendien overal te land en te zee tevoorschijn kunnen komen. Samenwerken met zoveel mogelijk mensen is hier de boodschap en Vlaanderen is hier al een heel eind op weg met het meldpunt voor invasieve soorten (www.waarnemingen.be/exoten). Waar ten slotte noch vermijden noch snel verwijderen lukt, en een invasieve soort zich vestigt en uitbreidt, blijft alleen nog de derde optie over, ‘last and least’, de invasie proberen indijken en uitroeien waar nog enigszins mogelijk, en dat is in vele gevallen vechten tegen de bierkaai. Het is in deze context dat invasieve soorten dikwijls vernietigd worden en het eten ervan een rol zou kunnen spelen.

Maar het eten van invasieve soorten zal altijd een dubbeltje op zijn kant blijven. Nogal wat invasieve soorten zijn eetbaar (Canadese gans, grijze eekhoorn, Amerikaanse stierkikker, muskusrat, zelfs de scheuten van Japanse duizendknoop schijnen eetbaar en lekker), maar wat als zo’n soort echt in de smaak valt? De verleiding om ze te gaan kweken (en ze kweken als konijnen of groeien als kool) wordt dan wel erg groot. En kweken betekent onvermijdelijk ontsnappende exemplaren, die nog meer ecologische of economische schade zullen aanrichten. Dit is meteen het grootste risico van het serveren van grijze eekhoorn in Kluisbergen. Deze invasieve soort is momenteel niet aanwezig in België, maar bij succesvolle bereidingen zou het hek wel eens heel snel van de dam kunnen gaan, met alle gevolgen vandien voor de inlandse eekhoorn en de al zo getergde Vlaamse bosecosystemen. Laat de Britten dus maar zelf hun grijze eekhoorns opsouperen.

Wie het eten van invasieve soorten promoot moet dat dus met grote omzichtigheid doen en kan dat best rechtstreeks koppelen aan een programma om de soort te controleren of uit te roeien. Ook moeten volksgezondheid en dierenwelzijn in rekening worden genomen. De uitdaging zou moeten zijn de invasieve soort zo snel mogelijk weer van het menu te krijgen, omdat de soort niet langer beschikbaar is, en het probleem dus opgelost. En geen nood voor de avontuurlijke koks, er blijven onvermijdelijk invasieve soorten bijkomen, denk aan al die onbewuste introducties die zo moeilijk te controleren zijn, dus ruimte genoeg voor nieuwe creaties. De vegetarische versies zal ik overigens zelf met plezier proeven. En het gaat hierbij uiteraard niet alleen over het eten van invasieve soorten, maar ook over het verwerken ervan in tal val bruikbare producten, zolang beklemtoond wordt dat het om tijdelijke toepassingen gaat. Het kan dus nooit de bedoeling zijn om met invasieve soorten te leren leven, wel om ze telkens opnieuw op te maken in het kader van een ecologisch verantwoord natuurbeheer. Dat we moeten leren leven met de schade die we aanrichten aan de natuur is gewoon een verkeerde boodschap, het is een vrijgeleide om nog meer schade aan te richten. Daarom daag ik Timelab en de liefhebbers van culinaire experimenten uit om een alliantie aan te gaan met Natuurpunt of met betrokken overheden om het project “Niets is verloren” een echte bijdrage te laten leveren aan het oplossen van de biodiversiteitscrisis.

Myriam Dumortier is beleidsmedewerker bij de Europese Commissie en gastprofessor aan de Universiteit Gent. Het standpunt is persoonlijk en mag onder geen beding beschouwd worden als dat van de Europese Commissie.

Read 5478 times

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.