logo

dinsdag, 30 oktober 2018 18:29

Uw citytrip leidt tot te veel verliezers

'Veel mensen vinden dat ze recht hebben op goedkope vluchten, zelfs al weten ze dat iemand er de prijs voor betaalt. Jan Mertens maant ons aan om anders te reizen.'

 

De stakingsacties van het bagagepersoneel op de luchthaven van Zaventem zijn een symptoom van een economisch model dat structureel fout zit (DS 29 oktober). Je kunt de voortdurende groei van de vlieg­sector alleen rechtvaardigen als je systematisch de kosten voor mens en milieu uit beeld houdt. De ecologische en sociale bekommernis zouden in dit debat niet tegenover elkaar mogen staan. Of het nu door slechtere werkomstandigheden of door de klimaatverandering is, het zijn de meest kwetsbaren die de zwaarste prijs betalen van het idee dat we het recht hebben om zo vaak en zo goedkoop mogelijk te vliegen. Er is nood aan een rechtvaardige transitie.

Eigenlijk weten we het allemaal wel. Als je voedsel zo goedkoop mogelijk maakt, weet je dat de omstandigheden waarin het wordt geproduceerd en verdeeld niet goed kunnen zijn. Als je spotgoedkope kleding koopt, weet je dat iemand aan de andere kant van de wereld een laag loon krijgt. Iemand betaalt altijd de prijs. Blijkbaar zijn we goed in staat dat deel van het verhaal te negeren.

Ik bekijk de website van een lagekostenmaatschappij en zie dat ik voor 31 euro naar Barcelona kan vliegen, voor 30 euro naar Rome en voor 29 euro naar Londen. Ik lees in de krant dat drie tot vier bagageafhandelaars op hun knieën in het ruim van het vliegtuig in minder dan één uur meer dan 200 stuks bagage van 15 tot 32 kilo moeten stapelen. Iedereen weet dat het niet klopt en weet ook waarom.

Steeds smallere marge

We kunnen onszelf wijsmaken dat we het recht hebben om zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk te vliegen. En dat het een kwestie is van of er nu twee of drie bedrijven instaan voor de afhandeling van bagage. Waarbij we geen enkele vraag stellen bij het voornemen van de luchtvaartsector om nóg te groeien. We kunnen herhalen dat de markt alles zal regelen, en zo nog meer sociale en ecologische schuld opstapelen.

Maar van alle transportvormen heeft vliegen de zwaarste ecologische voetafdruk. De luchtvaartsector zit bij de snelste groeiers bij de uitstoot van broeikasgasemissies. Toch krijgt vliegverkeer fiscaal een voorkeursbehandeling en is het niet volwaardig opgenomen in de klimaatakkoorden.

Wie zich vragen stelt bij de expansiedrang van de sector, wordt al snel als een ketter gezien. Maar een pleidooi voor minder vliegen is veeleer een vorm van nuchterheid. Het recente IPCC-rapport heeft getoond hoe acuut het probleem is. We moeten snel onze globale emissies naar beneden krijgen. Er is geen bewijs dat oplossingen als efficiëntiewinst, biobrandstoffen of nieuwe technologieën in een groeiscenario een voldoende groot netto-effect zullen opleveren voor de klimaatimpact van het vliegverkeer. Anders gaan reizen biedt wel een perspectief. Voor relatief korte afstanden (die binnen Europa bijvoorbeeld) kunnen we beter de trein nemen. Met langere vluchten kunnen we spaarzamer omgaan. Als we met z’n allen wat minder gaan vliegen en er een redelijke prijs voor betalen, kunnen onze kinderen en kleinkinderen ook nog vliegen.

Als we de terechte klacht van de bagagisten alleen zien als een teken dat de concurrentie nog niet goed is uitgewerkt, aanvaarden we impliciet de race to the bottom. Aan de andere kant van de wereld zullen de armsten het grootste slachtoffer worden van de klimaatchaos. Hier zullen de arbeidsomstandigheden nog precairder worden. In een steeds smallere marge komen werkgevers en werknemers tegenover elkaar te staan in steeds frequentere sociale conflicten, waarbij de lat altijd iets lager zal moeten worden gelegd.

Minder maar beter

We kunnen ook de situatie zelf in handen nemen en werk maken van fair vliegen. Dat kan ertoe leiden dat mensen een eerlijke prijs zullen betalen voor minder vluchten. Zo kunnen we garanderen dat mensen die in de luchtvaartsector werken een waardig inkomen krijgen en betere arbeidsomstandigheden. Als we op structurele wijze werken aan alternatieven, zoals een goed treinnetwerk, ontstaan nieuwe jobmogelijkheden.

Ik weet dat het helemaal niet simpel is. Ook ik ben bezorgd over de jobs van zoveel mensen bij de luchthaven. Maar het huidige ontwikkelingspad van de luchtvaartsector kan niet blijven standhouden, niet in ecologische zin en niet in sociale zin. Moet je de productie van asbest blijven toelaten omdat er mensen in die fabriek werken die zelf ook ziek worden? Of moet je een kader creëren waardoor er genoeg jobs zijn in meer duurzame werkgelegenheid en waarbij je niet langer ontkent dat je immense sociale en ecologische kosten uit beeld houdt? Het mag geen dilemma zijn.

Het is hoopvol dat steeds meer mensen zich vragen beginnen te stellen bij de problematische gevolgen van een ongecontroleerde groei van het vliegverkeer. Zo is er de interessante organisatie Zomer Zonder Vliegen en internationaal het initiatief Stay Grounded. De voorbije maanden waren er ook veel vormen van sociale actie voor volwaardige sociale bescherming van mensen die in de luchtvaartsector werken.

Dat een aantal lagekostenmaatschappijen liever niet wil praten over de klimaatkosten of over een volwaardige sociale bescherming van hun personeel, is een uiting van hetzelfde probleem. Het is belangrijk dat we stap voor stap werk maken van een visie, fora en instrumenten waarin we die aspecten met elkaar kunnen verbinden zodat het geen afruil wordt. Een rechtvaardige transitie met andere woorden, met een stevig regelgevend kader voor klimaatbeleid, met sociale dialoog en met goede sociale bescherming. Minder maar beter vliegen, zou het daar niet stilaan tijd voor worden?

Op 25/11 kan je terecht op Ecopolis waar tal van sprekers in debat gaan over een Just Transition. Met o.a. Kate Raworth (Doughnut economics), Sharan Burrow (ITUC), Thomas Leysen (Umicore & KBC), .... Bekijk hier het volledige programma.

Dit artikel verscheen in De Standaard op 30/10/2018.

Published in Opinie
donderdag, 14 december 2017 10:02

Naar nergens vliegen

Ja, we kunnen aan onze kinderen zeggen dat er hoop is. Maar dan moeten we het toch eens gaan hebben over vliegen. Er bestaat geen universeel recht op zoveel vliegen als je zelf wilt tegen een zo laag mogelijke prijs. Misschien zou er wel een recht op hoop mogen zijn… Onlangs had ik de eer om een gastcollege te mogen geven aan een groep fijne studenten. Ik had het over economische groei, en de ecologische en sociale problemen van dat concept. Het is in wezen een heel eenvoudige waarheid: op een begrensde planeet kun je niet onbegrensd groeien. We willen onszelf heel erg graag wijsmaken dat het kan. Het zou in een aantal opzichten ook wel handig zijn als het zou kunnen…

Als je de taart steeds groter zou kunnen maken, zou je de armen rijker kunnen maken zonder de rijken armer te moeten maken. Wie armer is, wil graag de symbolen van wie rijker is. Naarmate in landen de middenklasse groeit, stijgt bijvoorbeeld het vleesverbruik. Dat was het op zich goed verklaarbare idee van het biefstukkensocialisme. Ook de gewone man of vrouw moest in staat zijn om liefst voor weinig geld regelmatig een stuk vlees te eten. Toen mijn grootouders klein waren, was het heel normaal dat men niet elke dag vlees at. Toen ik kind was, was het bijna een ideaal geworden om elke dag vlees te kunnen eten.

De schaduwkant van het biefstukkensocialisme

De manier waarop dat ideaal is nagestreefd, heeft echter een schaduwkant. Zoveel mogelijk zo goedkoop mogelijk vlees produceren heeft gezorgd voor een enorme milieu-impact, gezondheidsproblemen, eindeloos veel dierenleed, boeren die tegen bijna onmogelijke voorwaarden moeten proberen een inkomen te verwerven, gebruik van miljoenen hectaren grond aan de andere kant van de wereld…

Het streven om een bepaald welvaartsniveau binnen ieders bereik te brengen was begrijpelijk en terecht, maar de weg die ervoor is gekozen, zorgt voor immense ecologische problemen die vooral de meest kwetsbaren treffen. Hoewel het op korte termijn anders lijkt, is het willen oplossen van de ongelijkheid door een politiek van massieve globale economische groei op langere termijn vooral ten nadele van de meest kwetsbaren. Vroeger noemden we onszelf de ontwikkelde landen. Jarenlang hebben we een welbepaald welvaartsideaal voorgehouden als de na te streven weg bij uitstek. Nu echter die landen die we vroeger onderontwikkeld noemden ook mee op die weg willen, stellen ze vast dat de planeet als het ware al op is. Dat conflict tussen het ‘recht op ontwikkeling’ en het verondersteld ‘verworven’ recht op een welbepaalde levensstijl stelt zich keihard in de klimaatonderhandelingen. Landen in het Zuiden staan voor pijnlijke dilemma’s: ze willen hun bevolking uitzicht kunnen geven op meer welvaart, maar weten tegelijk ook dat de gemakkelijke fossiele weg tot een klimaatramp zal leiden.

Vliegen is olifant in de kamer

Na de les kwam een van de studenten bezorgd naar me toe. Ze bleef maar doorvragen over wat de gevolgen van de klimaatverandering concreet zullen zijn voor haar generatie. Het zou gemakkelijk zijn op zo’n moment te sussen. Zeggen dat het allemaal nog wel mee zal vallen, dat ‘ze’ zeker nog wel een oplossing gaan vinden, dat het menselijk vernuft ongetwijfeld groot genoeg zal zijn om tijdig een en ander te keren. Ik kan dat niet.

Onze jonge mensen verdienen de waarheid, én ze verdienen een perspectief op hoop. Ze verdienen het dat de mensen die nu aan de knoppen zitten doortastende maatregelen nemen waarvan de gevolgen nu al gedragen worden, en niet in de nabije toekomst. En zo komen we bij een van die olifanten in de kamer: reizen per vliegtuig. In het klimaatakkoord van Parijs zitten nog altijd geen bindende afspraken voor de luchtvaart. Ze gaan zichzelf wel reguleren. Dat wil in de praktijk zeggen dat ze zichzelf en ons willen wijsmaken dat de luchtvaart nog spectaculair kan groeien en dat we dat enkel met technologische maatregelen gaan oplossen. Een Nederlandse onderzoeker heeft dat alles onlangs eens allemaal op een rijtje gezet. Als we op alle andere terreinen goed ons best doen zal tegen 2080 de uitstoot van de luchtvaart al groter zijn dan de rest van de wereld. Tegen het einde van deze eeuw zullen we, binnen de huidige afspraken en verwachtingen, vijftienmaal zoveel reizigerskilometers hebben. Om de doelstellingen van Parijs te halen zijn reducties van meer dan 95 procent nodig. De uitstoot van de luchtvaart zou echter nog vervijfvoudigen. Luchtvaartorganisaties gaan uit van een verdubbeling van het aantal passagiers tegen 2030, wat tegen 2100 neerkomt op maal twintig.

CO2 is noch links noch rechts

De cijfers illustreren op zich al de immense absurditeit van het geloof dat we de wereld kunnen aanpassen aan onze verlangens, in plaats van omgekeerd. Ze geven meteen ook het sociale dilemma weer. Want vliegen staat natuurlijk symbool voor een bepaalde levensstijl, voor het binnen bereik komen van allerlei bijzondere dingen. Als je kritiek geeft op de goedkope vliegreizen, krijg je al snel als antwoord dat die opmerking asociaal is. ‘Nu armere mensen eindelijk zelf ook het vliegtuig kunnen nemen, mag het niet meer.’ Die opmerking is op zich begrijpelijk, maar daarom is het antwoord nog niet dat het goed is om door te gaan met die goedkope vluchten (of met goedkope biefstukken). Is de sociale kwestie dat de armen nog niet genoeg vliegen, of is de sociale kwestie dat de rijken te veel vliegen?

Hoe langer je die vraag voor je uitschuift door te blijven inzetten op een naïef geloof in voortdurende economische groei, hoe minder ecologische ruimte er over zal blijven en hoe scherper het conflict zal worden tussen rijk en arm. Die woorden rijk en arm zijn in zekere zin ook nog te gemakkelijk, want rijk zijn altijd ‘de anderen’, wij niet natuurlijk. Verander rijk door ecologisch gulzig en denk in mondiaal perspectief, en dan wordt het ingewikkelder. Vanuit de lucht gezien is er in zekere zin geen verschil tussen ‘linkse of rechtse’ CO2. Maar hier op aarde maakt het wel verschil uit hoe we de beschikbare planetaire ruimte verdelen. En dus moet je jezelf onaangename vragen stellen.

Toeristen vs Reizigers

Heel wat mensen uit de middenklasse dragen duurzame waarden uit, zijn progressief, verplaatsen zich met de fiets, eten veggie, …. maar hebben in de feiten toch nog een grote voetafdruk, door hun vliegreizen. Veel mensen zijn kosmopolitisch georiënteerd -wat heel goed is natuurlijk- en beschouwen zichzelf niet als toeristen, maar als ‘reizigers.’ Ze doen ervaringen op, ze leren andere culturen kennen. Allemaal prima op zich. Het kan best zijn dat die reizen ons echt gelukkig maken, ons echt tot een betere mens maken, ons verdraagzamer en nobeler maken, zelfs dat verandert uiteindelijk niets aan de vaststelling dat die voetafdruk te groot is.

Ik wil vooral niemand met de vinger wijzen, en ik gun iedereen al die geweldige verrijkende ervaringen. Maar de planetaire waarheid heeft ook rechten, anders zadelen we onze kinderen en kleinkinderen met een nog groter probleem op.

Over de planetaire grenzen

De Nederlandse onderzoeker ziet als enige oplossing om het vliegen fors duurder te maken. Je zou dat eigenlijk moeten combineren met een soort individueel CO2-recht. Wie niet vliegt, zou dat kunnen verkopen aan anderen. Maar het dilemma is duidelijk. Het is in wezen onrechtvaardig dat wie nu arm is, niet meer zal kunnen wat anderen, gulzigen, wel hebben kunnen doen.  We zijn ondertussen echter zo ver over de planetaire grenzen gegaan dat daaraan niet meer te ontsnappen valt. We kunnen alleen eerlijk verdelen wat er nog is, binnen de grenzen. Dat is dus praten over genoeg, in plaats van steeds meer. Iets kan pas een recht zijn als het uitbreidbaar is naar iedereen. Zoveel vliegen als je zelf wilt, tegen een zo laag mogelijke prijs, kan geen universeel recht zijn. Een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen, volhoudbaar ook voor de volgende generaties, dat kan wel een recht zijn. Het is niet eenvoudig om dat op een eerlijke manier uit te leggen aan de jongeren die nu studeren. (Dat blijkt ook uit de antwoorden van de onderzoekers in dit filmpje.) Maar deel kunnen zijn van de oplossing, en dat in tijden met naast uitdagingen ook immense mogelijkheden, dat is toch beter dan je ogen te sluiten. 

Ik heb niet zoveel met een vals optimisme, maar die jonge studente verdient het dat we alles doen wat mogelijk is om haar recht op hoop te garanderen.

Jan Mertens voor de Column van MO magazine op 11 december 2017.

Published in Column

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.