logo





  • Aral Balkan
  • Kate Raworth
  • Yochai Benkler
  • Vandana Shiva
  • Rob Hopkins
  • Michel Bauwens
  • Harald Welzer
  • Saskia Sassen
  • Tine Hens

Laatste bijdragen schrijversgemeenschap

  • Home
  • Displaying items by tag: Kate Raworth

In januari ontving Oikos, Kate Raworth opnieuw in België, dit keer samen met Triodos bank. Raworth, econome en ex-onderzoekster bij Oxfam, stelt het 'Donutmodel' voor, dit is een model aangepast aan de economie van de 21e eeuw. Zo legt ze de focus op een samenleving waarin een economie bijdraagt aan een evenwichtig model tussen het streven naar een rechtvaardig leven voor iedereen en terwijl ook rekening houden met de grenzen van de planeet? Kate wist in januari in Gent de aanwezigen te overtuigen met een verhaal dat ze sterk onderbouwt maar zeker ook door concrete antwoorden op de vragen uit het publiek te geven. 

Published in Denktank
%PM, %14 %553 %2017 %12:%dec

An economic model for the future

British economist Kate Raworth recognises that a dramatic new mindset is needed if we’re going to address the economic challenges of the 21st century. Her iconic book, Doughnut Economics: seven ways to think like a 21st-century economist, argues that our economic activity should operate in the space between a social foundation and an ecological ceiling. In practice this means that life’s essentials, such as food, shelter and healthcare, are available to all, but within the means and resources we have available on the planet. The doughnut of her analogy is a playful metaphor for a serious and urgent challenge we currently face. In this interview Kate Raworth tells more about her perspective on modern economics and explains how we can create a system that works within the limits of her theory.

 

Sharing instead of redistributing

Your economic model is now six years old. Have we made any progress?

We have. I consider the Sustainable Development Goals (SDGs) to be an essential step. They comprise the systems that sustain life on earth and are designed for all countries, not just the South. Yet I think we should be able to break through the ceiling of our imagination. The question is: can we design a system to improve things? That, in my opinion, should be our ambition: to develop activities that are distributive and generative from the start.

What do you mean by ‘distributive by design’?

We usually talk about redistributing the wealth that is initially in the hands of a small group of people. That is the core of the 20th century model: redistribution of income afterwards, through progressive taxes and other means. The distributive concept of the 21st century is about designing our activities in such a way that they share the value from the start, instead of redistributing it afterwards. And it is not just about money, but also about land, companies, and the ability to create money. What about the ownership of technology, who will own our robots? How do we treat our knowledge? Does it not make sense that innovative ideas originating from publicly funded research should be accessible to everyone? The core of the challenge, then, is in reinventing the way we create value in our economy and share it from the start. You can do this with alternative forms of ownership of companies, like employee-owned companies or co-operations. Another way of integrating the sharing of value in the design is not to freeze them in patents but instead let them circulate freely among the commons. That way they travel through society, research communities can use them and develop them further. Another way still is to work with local currencies that connect and empower new initiatives.

Money with patience

The economy should not just share value. It should also be generative?

Yes. We seem to find it normal that a company focuses on realising but one kind of value – financial profit – and in addition, keeps it for itself and its shareholders. It is very much the mentality of the 20th century: how much money is in it for me? You could describe it as an extractive economy, as over-exploitation taking away valuable resources from the community. The 21st century, generative model has a different baseline. The question now is: how many kinds of value can I integrate in my company’s design to make sure that I can give value back to society and the environment? As a company, why would you strive to only reducing your negative impact on the environment when you can just as easily generate a positive impact? So instead of reducing emission of greenhouse gases, you start generating renewable energy and you share it with your surroundings. The same goes for the social domain, whereby companies actively contribute to the wellbeing of their neighbourhood or community.

What role do you see for the financial world?

That is the million-dollar question. First, we should investigate how to collect money in a 21st century way. That leads us to ethical banks, money with patience, and at first even philanthropy, to get things going. All of those are important sources for money because their values are in line with those of the companies they are supporting. Within the existing 20th century money industry we could do this through our pension funds. Could we restructure them so that they become value-driven? Can we enable people to change to such ethical pension funds? Besides that, we obviously need clear legislation. But I focus mostly on finding new forms of financing that are suited for 21st century businesses.

And that is where Triodos Bank comes in. The bank pays attention to these new kinds of entrepreneurship that are essential for the future. Triodos consciously uses money to create positive social, ecological and cultural change. It is an excellent example of a company with a lively target, aimed at distributive and generative companies whose values go way beyond the financial profit that stays within the company.

Ben je benieuwd naar meer over dit 'doughnut model' en wil je graag Kate live aan het werk zien? Dan hebben we goed nieuws want Kate komt opnieuw naar België naar aanleiding van de vertaling van haar boek. Kate komt op 11 januari naar Gent. Schrijf je tijdig in want de plaatsen zijn beperkt. Meer informatie en inschrijven kan via deze link.  

 

CV KATE RAWORTH

Kate Raworth is a renegade economist focused on exploring the economic mindset needed to address the 21st century’s social and ecological challenges, and is the creator of the Doughnut of social and planetary boundaries. She is a Senior Visiting Research Associate at Oxford University’s Environmental Change Institute, where she teaches on the Masters in Environmental Change and Management. She is also a Senior Associate at the Cambridge Institute for Sustainability Leadership. More: www.kateraworth.com.

Dit interview verscheen op november 17, 2017 op de blog van Triodos Bank. 

 

 

 

Published in Interview

Nu de economische groei stilaan weer op gang komt horen we hoera-berichten van zowel politici als economen. En journalisten gaan daar veelal in mee. Het lijkt alsof er voor groei geen alternatieven mogelijk zijn. Daartegenover staat een groeiende degrowth-beweging van sociale activisten en academici, die eind vorig jaar haar vijfde internationale conferentie hield. Het boek Degrowth, een verzameling korte essays door academici van over de hele wereld, ondersteunt die beweging met een vocabularium dat de contouren van een (mogelijk) nieuw tijdperk probeert te schetsen.

Het boek verscheen in vertaling als Ontgroei, een neologisme bedoeld om een fundamentele verandering in het economisch denken aan te geven, weg van het groei-denken, en dus niet zomaar een synoniem voor 'negatieve groei'. Het komt er op aan de focus op bbp-groei te verleggen naar het realiseren van maatschappelijke doelstellingen: het tegemoet komen aan de behoeften van allen binnen de mogelijkheden die de planeet ons geeft. Dat impliceert sowieso een vermindering van het gebruik van materiële hulpbronnen, maar niet noodzakelijk van de creatie van waarde - althans wanneer de gangbare monetaire termen daarvoor losgelaten worden. Over groei kunnen we volgens Kate Raworth daarom best 'agnostisch' zijn. En daar zijn we nog lang niet, zoals we ook zien bij de recente duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN die de bevordering van 'aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei' nog als een doelstelling formuleren (doelstelling 8).

Die focus op groei lijkt als een gouden kalf waar omheen gedanst wordt, waarbij twee grote kampen tegenover elkaar staan. Om de economie op gang te trekken pleiten sommigen voor overheidsinvesteringen, terwijl anderen besparingen op overheidsuitgaven voorstaan om ruimte te maken voor meer privé-investeringen. We herkennen daarin het moderne dispuut over de beste plaats om maatschappelijke waarde te scheppen, de staat of de markt. Beide posities houden elkaar echter gevangen in een conflict zonder uitweg. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille, want over de grond van de zaak, de noodzaak om economische groei te realiseren, wordt niet getwijfeld.

De degrowth-beweging wijst er echter op dat groei een heel paradoxaal gegeven is, ook wanneer zij bedoeld is om problemen op te lossen. Zo blijft ondanks investeringen in milieutechnologie de globale ecologische voetafdruk toenemen zonder dat een absolute ontkoppeling tussen economische groei en grondstoffenverbruik in zicht is. Bovendien wordt groei gerealiseerd ten koste van meer gelijkheid, onder meer via allerlei vormen van ongelijke ruil, alsook ten koste van al wat met zorg en met gemeenschapszin te maken heeft. Die beantwoorden immers niet aan de logica van het nastreven van (persoonlijk) profijt. Omdat de groei bovendien aangehouden moet worden, palmt de markt voortdurend nieuwe domeinen van het menselijk leven in en creëert daarbij een onverzadigbare levenswijze. Zo blijft uiteindelijk ook de belofte op geluk ijdel. Samengevat, het realiseren van een menselijker wereld via groei lijkt eerder een Tantaluskwelling.

Kapitalisme is geen natuurwet

Het kapitalisme met zijn groeidynamiek is echter geen natuurwet, maar een historisch gegeven, een maatschappelijke constructie die ontstaan is als reactie op specifieke omstandigheden in het laatmiddeleeuwse Europa. We kunnen hier niet ingaan op die historische oorsprong, maar houden het bij de vaststelling dat de angst om te kort te komen het overwinnen van schaarste tot een dominant cultureel leidmotief maakte. Dat legitimeerde de accumulatie van kapitaal en gaf zo vorm gaf aan een nieuwe economische orde, door Hans Achterhuis "het rijk van de schaarste" genoemd. Het is een orde die vraagt dat we spaarzaam zijn om te kunnen investeren in de toekomst, dat we daartoe immer ijverig zijn en bijvoorbeeld later op pensioen gaan. Maar anderzijds vraagt die ook om te consumeren wanneer we vrij zijn, te spenderen om de groeimachine aan de praat te houden. En daaruit zouden we dan de zin van ons leven moeten putten. Geen wonder dat mensen ziek worden van stress.

Er lijkt dus iets fundamenteel mis met het gangbare begrip van economie. En het argument dat er toch groei nodig is voor 'ontwikkeling' ten bate van mensen die nog niet aan de bevrediging van hun basisbehoeften toekomen, is daarom een valkuil. De idee dat er eerst groei moet zijn, schuift die bevrediging immers voortdurend vooruit naar de toekomst, terwijl er vandaag nieuwe ongelijkheden gecreëerd worden. Ontgroei formuleert een alternatief dat direct (her)verdelend werkt, daarbij het leefmilieu spaart en ruimte laat voor zingevende activiteiten.

Vraag om matiging

Voorbij het louter economische denken, mikt Ontgroei daarom op een nieuw cultureel paradigma met overvloed in plaats van schaarste als uitgangspunt. Vanuit een ecologisch standpunt lijkt dat wellicht paradoxaal, omdat de dreiging van een mogelijke catastrofe wanneer de ecologische voetafdruk niet kleiner wordt, eerder om matiging vraagt. Dergelijk denken blijft echter binnen het schaarstekader wanneer overvloed onmiddellijk begrepen wordt als consumptie van marktgoederen. Een sleutel om uit de verwarring te geraken is te zien dat de moderniteit zijn schaarsteprobleem probeerde op te lossen via een proces van individualisering. Elk individu moet voor zichzelf proberen zijn behoeften te voldoen. En omwille van de vooropgezette schaarste creëert dat een competitie met winnaars en verliezers. Net in die competitie toont schaarste zich als een sociaal geconstrueerd fenomeen, met groei als een remedie om reële schaarste en daarmee uit de hand lopende maatschappelijke conflicten te voorkomen . Maar zoals gezegd, is het paradoxale effect het produceren van problemen die we als reële schaarste kunnen begrijpen.

Ontgroeien is een manier om het over een wezenlijk andere boeg te gooien. "Het rijk van betekenis begint, waar het rijk van de noodzaak eindigt", zo stellen de redacteurs van Ontgroei. Het komt er op aan grenzen te stellen aan het opslokken van steeds meer levensdomeinen door het rijk van de schaarste, en de zoektocht naar zin uit de paradox van de groei te halen. 'In je eentje betekenis vinden is een illusie die leidt tot ecologisch schadelijke en sociaal onrechtvaardige uitkomsten, omdat ze niet voor iedereen kunnen worden volgehouden.' Uit dat inzicht volgt een dubbele perspectiefverschuiving. Die is allereerst cultureel, maar legt wel de basis voor een andere economische oriëntatie.

Maatschappelijk overschot

In de plaats van een heilloze consumptiemaatschappij, die eigenlijk neerkomt op een veralgemening en privatisering van luxe, komt de erkenning dat het leven van het individu noodzakelijk door soberheid gekenmerkt zal worden. Maar wanneer mensen met elkaar delen en samenwerken in plaats van elkaar te beconcurreren, dan kan aan ieders behoeften voldaan worden. Bovendien zal daarmee onze energie, onze werkkracht als samenleving, niet opgebruikt zijn. Iedere samenleving moet daarom beslissen wat ze met haar overschot doet. Zo bouwden de middeleeuwers hun kathedralen. En heel wat culturen kennen vormen van collectieve verspilling onder de vorm van grote feestelijkheden. Het gaat om vormen van collectieve zingeving binnen de publieke sfeer. Vandaag gaat het maatschappelijk overschot echter op in geprivatiseerde verspilling en daaraan gekoppelde accumulatie van kapitaal.

Het dubbele voorstel van Ontgroei is soberheid in de private sfeer en zingevende verspilling - 'dépense' genoemd - in de publieke sfeer (bijv. cultuur, kunst, feesten...). Die verspilling van het maatschappelijk overschot is een bewuste rem op voortdurende investeringen in functie van een steeds verdergaande accumulatie van kapitaal. Wat zo gewonnen wordt is een publieke ruimte die individuen en hun gemeenschappen in staat stelt om een bloeiend leven te leiden. In allerlei nieuwe burgerinitiatieven ervaren mensen vandaag al wat dat betekent.

Deze tekst verscheen op 16 augustus 2017 als Oikos-bijdrage voor Knack.

Published in Opinie

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.