logo





  • Aral Balkan
  • Kate Raworth
  • Yochai Benkler
  • Vandana Shiva
  • Rob Hopkins
  • Michel Bauwens
  • Harald Welzer
  • Saskia Sassen
  • Tine Hens

Laatste bijdragen schrijversgemeenschap

  • Home
  • Schrijversgemeenschap
Schrijversgemeenschap

Schrijversgemeenschap (78)

Children categories

Opinie

Opinie (25)

Kort stuk waarin duidelijke (tot polemische) mening wordt gegeven over maatschappelijk discussiethema

View items...
Column

Column (4)

Kort stuk waarin auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert, thema is vrij (vanuit persoonlijke leefwereld, het nieuws, ...)

View items...
Essay

Essay (1)

persoonlijk oefening tot een overtuigend betoog, haakt op maatschappelijk debat maar niet verbonden met dagdagelijkse actualiteit

View items...
Studie

Studie (0)

Bespreking van nieuwe en/of relevante studie (rapport, doctoraat, ...)

View items...
Studiedag

Studiedag (0)

Bespreking van bijgewoonde relevante studiedag of debat

View items...
Film

Film (0)

Bespreking van film.

View items...
Aankondiging

Aankondiging (0)

Aankondiging van relevante activiteit.

View items...
Voorpublicatie

Voorpublicatie (1)

Relevant stuk uit eerstdaags te verschijnen publicatie

View items...
%PM, %02 %859 %2016 %19:%sept

Iets over politiek en fictie

Written by

Het was een stelling die ik tijdens een boekenprogramma dat ik mocht presenteren even in de groep wierp. Ik voel een zekere mate van wantrouwen tegenover politici die zeggen dat ze alleen maar non-fictie lezen. Is natuurlijk een provocerende stelling, enkel bedoeld om het denken wat op gang te brengen.

En om maar meteen allerlei tegenwerpingen te pareren, enkele dingen. Er is helemaal niets mis met non-fictie, integendeel. (Ik verwacht van goede politici ook dat ze regelmatig uitdagende en goede non-fictie lezen.) Helemaal niet lezen is natuurlijk nog erger, denk ik. Je hebt ook heel veel heel erg goede en kwaliteitsvol geschreven non-fictie. Er is ook veel goede journalistiek. Het feit dat een politicus leest, zorgt er op zich helemaal niet voor dat hij of zij geen populist of narcist kan zijn. Omgekeerd kun je ook vragen stellen bij auteurs die bij wijze van spreken alleen maar neer zouden kijken op de politiek en niet verder komen dan enkele clichés over het maatschappelijk gebeuren. En zo zijn er nog eindeloos veel dingen, tegenvoorbeelden en uitzonderingen op de regel in te brengen. De stelling heeft enkel als doel het hoofd wat te prikkelen om zo te komen tot een voorzichtig zoeken naar enkele redenen waarom het goed kan zijn dat politici ook echt tijd maken om fictie te lezen.

Argumenten die wel eens worden aangehaald door mensen die zeggen alleen non-fictie te lezen zijn dat ze iets willen lezen dat ‘echt’ is of ‘echt gebeurd’, en dat het lezen ‘nuttig’ moet zijn. Alsof het lezen van iets dat dan zogenaamd ‘verzonnen’ is tijdverlies zou zijn. Een boek met goede non-fictie is geen telefoonboek met een opsomming van feiten. Feiten worden beschreven, geïnterpreteerd en geduid,  in een volgorde gezet, in een logisch verband gebracht en in een talige vorm geschikt. Er wordt als het ware een verhaal van gemaakt. Non-fictie is in een aantal opzichten dus ook fictie. Onvermijdelijk. En om op dat nuttig door te gaan, een goede roman is waarachtig, klopt met zichzelf, en kan inzichten geven in het echte leven, of in mogelijkheden van leven. Dat zou dus heel nuttig kunnen zijn, als je gehecht bent aan dat criterium. Je doet het taalkunstwerk dat een goed boek is wel geen eer door het te herleiden tot zijn nuttigheid. Het is net heel goed om de ervaring te mogen hebben van de schoonheid en de soevereiniteit van een kunstwerk, een ervaring die in alle opzichten ontsnapt aan een instrumenteel of nuttigheidsdenken, vind ik toch.

Het is dus beter – en misschien wel ‘nuttiger’ in de context van dit stukje – om het positiever te formuleren. De argumenten voor die benadering zijn overigens veel meer zoekend dat stellig, meer twijfelend dan wetend. Niet meer dan aanzetten, in grijstinten.

Het mooie van fictie, van een goed boek, is dat je je voor een stuk uit handen moet geven. Aan het ritme van een boek, aan de tijd die nodig is om het te lezen, aan de aandacht die je moet toelaten om in het boek te komen, aan de personages in een boek, aan de wereld waarin die personages bewegen en evolueren, aan werkelijkheden die je nog niet kende, aan manieren van kijken die je nog niet kende, aan vormen van taal die je kunnen verwarren of ontroeren, aan soms hevige emoties, … Politiek zit vaak in een ander ritme. Politiek heeft vaak te maken met stelligheid. Met het creëren van zwart en wit in een redenering. Met conflict, met het botsen van overtuigingen. Met het ‘gebruiken’ van taal om een doel te bereiken, met een instrumentele rationaliteit dus. Met het terugbrengen van complexiteit tot herkenbare gehelen. Die dingen zijn niet fout. Politiek is een belangrijke, noodzakelijke en nobele bezigheid. Te veel politiek kan je echter ook opzuigen in zijn eigen logica, waardoor je niet meer aan politiek doet, maar politiek ‘wordt’. Het is dan ook goed om te kunnen vertoeven in een andere logica. Tijd is een essentieel element van wat een roman is. De roman is een weergave van tijd, en ontstaat als het ware pas in de tijd die nodig is om hem te lezen. De concentratie die je nodig hebt, de empathie met personages en werkelijkheden die ontstaat (of kan ontstaan), de meerlagigheid die zo eigen is aan goede literatuur, de open eindes, de dingen die niet gezegd of benoemd worden, het kunnen zien van de grijze zones van de menselijke geest in een personage, …. al die dingen zorgen ervoor, of kunnen ervoor zorgen, dat je zelf op een andere plek komt dan waar je bent als je alleen maar aan politiek zou doen. Te veel politiek kan ertoe leiden dat je alleen nog maar instrumenteel met mensen omgaat, dat je hen gaat ‘gebruiken’, voor je ego, of voor de zaak die je drijft. Literatuur kan je in je hoofd op een andere manier naar jezelf laten kijken. Een personage kan je met jezelf confronteren. Een personage dat niet ‘af’ is, dat onvoorspelbaar is, dat een rafelende identiteit heeft, kan je een spiegel voorhouden. Die ervaring kan je ervoor behoeden om alleen nog maar politiek te worden, kan je helpen om bewuster – wanneer dat aan de orde is – in je rol van politicus te stappen, en er daarna ook weer uit te stappen wanneer het tijd is. Literatuur kan je dus als het ware gezond houden.

Het mooie van romans (en op een andere manier ook van gedichten) is dat ze je doen dromen. Het blijft een overweldigend fascinerende ervaring, telkens opnieuw, dat je in een boek begint en dat je al na enkele bladzijden in een andere wereld bent. Ineens is die wereld er, kun je er in zekere zin in rondlopen, kun je de dingen in die wereld zien en ruiken. Een gedicht kan je een verhevigde werkelijkheid laten ervaren, kan je het gevoel geven dat je in de dingen een soort aura van poëzie kunt ervaren, naast de pure ervaring van de schoonheid van de woorden. Een roman kan je het gevoel geven dat je op die andere plek bent, dat je die plek kunt ademen. Literatuur kan hevige lichamelijke reacties teweegbrengen, die dus heel ‘echt’ zijn, en dat enkel door woorden op een rij. Terugkeren uit de geheel eigen werkelijkheid die een boek is naar de soms saaie en banale werkelijkheid die de jouwe kan zijn, het kan je droevig maken. Kunnen bewegen tussen verschillende mogelijke werelden, dat is eigenlijk heel belangrijk voor een goede politicus. Instrumenteel gezegd zou je kunnen stellen dat elke bewust nagestreefde maatschappelijke verandering eerst moet kunnen gedacht, gedroomd worden. Misschien zijn er sommige cynische politici die vertrekken vanuit een negatief mensbeeld, en alleen een verbeelding hebben die ingegeven is door hun machtsfantasieën. Maar hopelijk zijn er ook veel politici die – net door hun ervaring van literatuur – in staat zijn betere werelden te dromen en de capaciteit tot dromen kunnen opwekken bij anderen.

Er is nog een dimensie aan deze discussie die moeilijker uit te leggen is. Ze is in zekere zin meer lichamelijk. En heeft met de taal zelf te maken, met de registers van de taal. De politieke taal is in veel opzichten anders dan de literaire. Niet in alle natuurlijk. In politiek worden veel retorische technieken gebruikt die je ook in literatuur kunt herkennen. Eerst en vooral zijn er in het politieke bedrijf veel lelijke woorden. Ze zijn functioneel, niet bedoeld om een poëtische aura op te wekken. Het zijn vaak woorden die met een controle van de werkelijkheid te maken hebben. Categorieën, concepten, jargon, clichés, … Ze verengen dimensies. Verder is er in de politiek vaak nood aan grote stelligheid, eigen aan overtuigingen, en de wil anderen te overtuigen, of de eigen positie in een conflict helder te stellen. Veel politici hebben blijkbaar ook nood aan oorlogstaal en raken pas echt opgewonden als ze van zichzelf vinden dat ze geweldig strategisch bezig zijn. Strategisch handelen is vaak onvermijdelijk, hoewel het heel vaak ook niet hoeft. Heel vaak zou men in de politiek ook gewoon naar elkaar moeten luisteren, kwetsbaar, met een open geest. Die politieke taal, bewegend tussen saaie beleidsnota’s, persberichten en opjuttende speeches, is een taal die je lichaam over kan nemen. Het is een taal die je lichaam hard kan maken, bijna eendimensionaal. Het is een taal die de zuurstof uit je longen kan zuigen en ervoor kan zorgen dat je huid pijn gaat doen. Het is volgens mij ongelooflijk belangrijk dat je als politicus regelmatig naar een andere kamer van de taal kunt gaan. Daar waar de taal zoekt, twijfelt, rond de dingen cirkelt, zichzelf verliest soms, sputtert en rafelt, sensueel en opwindend wordt, dicht bij de randen van de stilte komt, als in een soort prisma  honderd kleuren doet oplichten in een mooi woord. Daar waar je de woorden kunt aanraken, waar je de woorden tussen je vingers kunt laten bewegen. Daar waar je voelt dat die woorden jou aanraken, en je huid weer zacht maken.

Ik denk dat het lezen van goede literatuur een politicus kan helpen om te twijfelen. Productieve gezonde twijfel is een erg belangrijke kwaliteit van een goed politicus. Jezelf als politicus elke dag afvragen: die dingen die ik beweer en geloof, kloppen die eigenlijk wel? Jezelf in de spiegel kijken en proberen te onderzoeken wat je motieven zijn bij de dingen die je doet. Je afvragen of je met je droom van een betere wereld bezig bent of met je kwetsbare ego dat hunkert naar aandacht. Proberen te ervaren of de dingen je nog wel raken, of dat je een soort machine geworden bent. Trachten te weten te komen of je echt luistert naar een ander of alleen maar bezig bent met te zeggen wat jij wilde zeggen, ongeacht wat de ander zegt. Je afvragen of je anderen gebruikt voor je eigen ego. Die twijfel lijkt me bijzonder nuttig, om dat woord nog eens te gebruiken. Het lezen van literatuur kan een politicus helpen om nederig te zijn, of te worden.

Net door je een beetje te verliezen in literatuur kun je dichter bij jezelf blijven, dichter bij die plek waar je thuis kunt zijn bij jezelf, hoe vaag en verwarrend en gedeukt die plek ook is. Het is een plek waar je de rimpels en de littekens van jezelf kunt zien. Alleen maar zijn op de plek waar je enkel een politicus mag zijn kan ertoe leiden dat je jezelf op een minder goede manier verliest. Het kan zijn dat je te zeer gaat samenvallen met je rol. Het kan zijn dat je daar alleen maar iemand zonder rimpels mag zijn. Het kan zijn dat je daar jezelf duwt in een persona die uiteindelijk wegdrijft van wie je was daarvoor.

(Al bij al zijn al deze woorden nog veel te stellig. Maar misschien raken ze een klein beetje aan wat ik probeerde te zeggen. En dat ligt meer in het onzegbare. De ruimte tussen de woorden, daar zindert en sputtert het leven. Daar kun je komen in literatuur, denk ik toch. Het is een totaal ander soort geluk en vervulling en vrede dan wat ik in de politiek heb gevonden. Het is goed om in beide talen te zijn. Ze vertellen allebei hun verhalen.)

Met veel aandacht heb ik het essay lezen. Het is voor mij een verhaal dat verleden , heden en toekomst omvat.. en toch ook weer zoveel niet vat, omvat, bevat,…

Is autonomie het sleutelwoord? Is autonomie voor iedereen toepasbaar, bereikbaar en uitvoerbaar? Wie en wat bepaalt die autonomie? Is dat een definitie bepaald door een homogene groep van eensgezinden? Kent autonomie ook een evolutie en wat betekent dat voor de toekomst? Onze toekomst?

Zoveel vragen spoken door mijn hoofd en er zijn zo weinig antwoorden die me tegemoet komen. Ik stel misschien ook andere vragen, vragen die mijn denken en voelen meer situeren. Die het hier en nu omschrijven en die mijn realiteit en die van velen met mij anders kleuren.
Als migrantendochter, allochtoon, Vlaming met migratieroots, gekleurde Belg en occasionele vreemdeling , geef het kind een naam, zie ik onze (en ook mijn) toekomst (kleurrijk).


Autonomie of vrijheid in handelen?


Wat is autonomie of vrijheid van handelen als het zelfbeschikkingsrecht van mensen geen plaats krijgt noch in denken noch in handelen? Of is autonomie eerder de verhouding van de meerderheid versus de minderheid? De sterksten versus de zwakken? En wie bepaalt dat verschil?


Waarom mag mijn gesluierde vriendin niet autonoom beslissen hoe ze in het leven staat en vanuit welke ideologische leer ze als mens wil participeren aan een samenlevingsmodel? Waarom wordt haar het recht op arbeid ontnomen? Het recht op onderwijs? Recht op onderdak? Recht op dienstverlening? Enzovoort.


De fiets 


De fiets als metafoor roept heel veel jeugdherinneringen bij mij op. Het lijkt bijna nostalgisch. De fiets als motor van de steeds veeleisende economie , waar stilstand achteruitgang is. Het is zoals beschreven een systeem waar je nog amper uit geraakt.


Een fiets als systeem moet er ook op toezien dat er een goede houding kan aangehouden worden zodat een goed evenwicht kan bereikt worden, want anders valt ze neer. En wat is de rol van een fietser? Is de fietser nog tevreden van de klassieke fiets?


Er bestaan intussen al varianten van fietsen , van bakfietsen tot plooifietsen tot zelfs elektronische fietsen. En je zou zeggen dat dit laatste nog een ecologische dimensie heeft en alleen maar kan toegejuicht worden.
Mijn hamvraag is: wat met zij die niet kunnen of mogen fietsen? Is de fiets voor iedereen toegankelijk? Zoeken we niet best naar varianten die geen drempels vormen voor hen die vandaag geen fiets hebben?


De toenemende armoede van mensen heel dichtbij zorgt ervoor dat we dringend moeten nadenken over het systeem, de fiets. We moeten de polarisatie van ons samenlevingsmodel een halt toeroepen..


Efficiëntie en de drang naar goedkoop, goedkoper , goedkoopst….


Wie vandaag ‘geslaagd’ door het leven wil gaan moet über-flexibel zijn en maximaal efficiënt. De creatie van de supermens lijkt niet veraf. En dat gecombineerd met effectiviteit en de drang om kostenbesparend te zijn.


In mijn professioneel leven word ik geconfronteerd met theorieën en strategieën waarbij werkgevers alles in het werk stellen, soms zelfs veel geld uitgeven, aan zogenaamde consultants om die efficiëntie te realiseren. Men noemt dat in een chique woord “innovatie”.


Het is innovatief om competentiemanagement te implementeren, waarbij competenties en talenten technisch worden ingevuld, met als gevolg dat zwakke medewerkers vriendelijk worden uitgezwaaid. Zo is werken aan absenteïsme in een bedrijfsetting met toenemende werkdruk en hoger ziekteverzuim een nobele actie van een werkgever. De wereld op zijn kop dus! Ik kan voorbeelden blijven geven, maar het punt is inderdaad dat het al heel normaal is geworden dat we onszelf wegwerpbaar maken. Dat we onszelf in allerlei bochten wringen om tegemoet te komen aan alles en iedereen.


De angst om zekerheid heeft ons in een wurggreep.. Werkzekerheid, inkomstenzekerheid, relatiezekerheid (al moet dat niet structureel zijn)… We zijn als het ware slaven van onszelf geworden.


Maar dat niet alleen, de drang om alles goedkoper of zelfs het goedkoopst te krijgen is evenzeer een nieuwe trend. Eerlijke handel zou je zeggen? Waardige werkomstandigheden in de rest van de wereld lijkt plots te vervagen als we ons ticket naar de zon boeken via Ryanair. Primark en andere ketens blijven de mensen lokken, hoe groot de wantoestanden daar ook zijn.
De uitdaging voor mij bestaat erin om mensen actief te informeren over de effecten van hun koopgedrag op de rest van de wereld.


Superdiversiteit in al zijn facetten


Verleden, heden en toekomst. Het ene kan niet zonder het andere. Mijn verleden en heden zijn gekenmerkt door uitsluiting, teleurstelling en discriminatie en dat op alle domeinen. Mijn vreemde naam, mijn toch niet zo bruine teint en mijn zwarte lokken reiken verder dan de Belgische landsgrenzen en zorgen in het huidig klimaat voor terughoudendheid, vooroordelen en zelfs haat.


Discriminatie op basis van natuurlijke kenmerken is schering en inslag. Want geef toe: wie kiest er zijn eigen ouders , zijn geboorteplaats, zijn etniciteit, zijn geslacht , zijn handicap,…. Het zijn allemaal dingen die ons overkomen en die moeder natuur ons geschonken heeft.


Hoe kunnen we dan als samenleving tolereren dat we net mensen uitsluiten op basis van natuurlijke, culturele of economische andere kenmerken? Beseffen we dan niet dat we hiermee collectief misdaden plegen tegen de menselijkheid? Hoe kan een toekomstbeeld gevormd worden als velen met mij hun heden doorworstelen met pijn, frustratie en wanhoop? Hoe kan iemand die zich verloren voelt, die zich geen identiteit durft aanmeten uit schrik voor de ander meebouwen aan die toekomst?


Hoe kan ik zichtbaar zijn en worden als de drang naar onzichtbaarheid het grootst is?


En zo krijgt een verhaal vorm


Zoveel gedachten spoken door mijn hoofd en zoveel dingen om te zeggen. Er is een begin geformuleerd met de Oikos nieuwjaarsbrief en ik heb hieruit al mooie voornemens geformuleerd. Een nieuwe kans om het anders te doen?


“Samen “ is mijn sleutelwoord. Het verhaal van onze toekomst krijgt dan wel vorm. Maar het moet een verhaal zijn waarbij eenieder zich betrokken voelt. Waar de superdiverse realiteit een plaats krijgt . Waar de vraagstukken over arbeid, inkomen, milieu, welvaart, fiscaliteit ,…. voor iedereen gelden en waar we een betere toekomst uitbouwen voor zij die na ons komen.

Ja, ik geloof in die transitie.


Saïda

 

Saïda Isbai is gezinswetenschapster en werkt voor ACV Diversiteit.

%PM, %22 %761 %2013 %17:%nov

Ik wil het niet weten

Written by

Hoe doe je dat? Omgaan met nieuws, met weten, met het gewicht van het weten? Moeilijke vraag, moeilijke antwoorden.

Je zag het vorige week. Iemand die reageerde op de berichten over de immense risico’s van de ontmanteling van de centrales in Fukushima. Iets als: “Ik weet het wel, maar ik kan het niet aan, al die informatie. Ik wil alleen nog dingen lezen waar ik energie  van krijg. Dit soort nieuws verlamt me.”

Heel begrijpelijk. Voor een stuk ook heel logisch. De wil om dingen te doen, om zelf te handelen, het gevoel te hebben dat de dingen die je doet ertoe doen.

En tegelijk ook twijfel. Is dat altijd wel zo, het ‘ik weet het allemaal al’? Hoe vaak betrap je jezelf erop dat je tegen jezelf zegt dat je het wel weet, om het even in je hoofd weg te kunnen schuiven. Omdat het even niet uitkomt. Of ook omdat je weet dat het wel weten je in verwarring of gewetensnood zou kunnen brengen. Je weet het dus helemaal niet, en dat weet je heel goed.

Sommige berichten zijn ook erg ‘groot’. De omvang van wat er zou kunnen gebeuren in Fukushima is zo immens dat het bedreigend is, en je al meteen een machteloos gevoel geeft. Maar wat er is gebeurd in Fukushima is geen vervelend toevallig ‘incident’, het was altijd al wezenlijk verbonden met het soort technologie dat de kernenergie is. ‘We’ wisten het al die tijd, of ‘we’ konden het alleszins weten. Velen hebben er bewust niet aan willen denken, hebben er bewust voor gezorgd dat anderen het niet wisten, hebben het geminimaliseerd, hebben het op een mentale pechstrook gezet om toch maar te kunnen denken dat de risico’s ‘aanvaardbaar en hanteerbaar’ waren, in allerlei varianten. Wat nu gebeurt, komt niet uit de lucht vallen. Net zomin als megastormen aan de andere kant van de wereld. (Al komen die in letterlijke zin natuurlijk wel uit de lucht vallen…)

Is ‘ik wil het niet weten’ een natuurlijke beschermingsreflex (iets als ‘nu even niet, ik moet even bijtanken’), of is het veeleer een buitensluiten van informatie die je bedreigt in je veilige manier van leven die steunt op dingen die helemaal niet veilig of rechtvaardig zijn? In het tweede geval is dat toch een beetje problematisch.

In een aantal gevallen kan een ‘ik wil niet altijd dat slecht nieuws horen’ wel degelijk een strategie van ontkenning zijn. ‘Ik weet wel dat vliegen slecht is, en dat mijn ecologische voetafdruk te groot is, maar ik ga nu eenmaal graag ver op reis, ik heb dat nodig.’ Op zich zelfs heel legitiem, het kan best zijn dat je enorm veel voldoening en plezier en inzicht krijgt door die verre reis, dat je daardoor voor jezelf ‘meer’ wordt of gelukkiger wordt, of wat dan ook. Alleen verandert dat jammer genoeg weinig of niets aan het feit dat die ecologische impact zwaar is. Stel dat er 100 mensen in ons land zouden wonen, en je zou aan alle mensen van die 100 die een auto hebben vragen welke verplaatsingen ze hebben gedaan met die auto. Waarschijnlijk zou je – laten we even optimistisch zijn – in meer dan 90% van de gevallen een verklaring krijgen die perfect logisch of rationeel of verantwoord klinkt. Je kunt daar dan heel veel begrip voor hebben, maar het leidt wel tot een situatie waarin we met zijn allen perfect rationeel of verantwoord naar de afgrond gaan.

En deze gevallen zijn dan eigenlijk nog gemakkelijk. Want het gaat over dingen waar de alternatieven vaak binnen handbereik liggen. Het is, desnoods met een beetje moeite of wennen niet ondoenbaar om je fiets of de bus te nemen, alleszins voor een groot deel van die verplaatsingen. En een keertje niet ver vliegen om aan de andere kant van de wereld op een strand te gaan liggen bakken, maar in plaats daarvan in eigen land in de zon te gaan liggen maakt je niet echt fundamenteel ongelukkiger.

Fukushima is een ander verhaal. Net als de omvang van de klimaatverandering of de grondstoffencrisis die op ons afkomt. Die dingen zijn te ‘groot’, zo lijkt het. Ze vormen een reële bedreiging, die enorme gevolgen kan hebben. Ze zijn niet onoplosbaar, integendeel, maar we weten wel dat ze alleen maar op te lossen zijn als we zelf onze manier van leven fundamenteel veranderen. Dat ze nu zo ‘groot’ zijn, komt door het jarenlang actief ‘niet willen weten’. We zijn al te ver ondertussen. Dat is onrechtvaardig, zeker voor jonge mensen, dat is wraakroepend, dat is om heel kwaad van te worden, maar het is nu wat het is. Misschien is voor veel mensen Fukushima al lang ‘voorbij’, zo van “moeten ze daar nu weer mee afkomen, dat was toch vorig jaar al in het nieuws?” De eerstvolgende duizenden jaren is Fukushima niet voorbij, en als het echt fout gaat daar, zijn wij nog sneller voorbij dan Fukushima. Dat is de pijnlijke werkelijkheid.

De immense ecologische problemen die we nauwelijks in ons hoofd kunnen vatten, en die ons bang maken en machteloos, zijn in grote mate gecreëerde problemen, het gevolg van bewuste keuzes en bewuste negaties van de werkelijkheid. Het antwoord daarop is niet een geforceerd ‘je moet altijd optimistisch zijn’ of ‘je moet geloven in de toekomst en in het menselijk kunnen’. Dat kan immers ook een vorm van zelfgekozen autisme worden.

Leven in waarheid is waarschijnlijk het moeilijkst. Wel willen weten wat er gebeurt, je daardoor door elkaar laten schudden af en toe, je daardoor laten raken, je verdriet en je opstandigheid toelaten, en daarna gewoon weer aan de slag gaan en die dingen doen die binnen jouw vermogens liggen. Dat je af en toe even op adem wilt komen, is alleen maar normaal. Er is geen enkele reden om jezelf te kwellen of bewust pijn te doen. Maar misschien is in volle besef en raakbaarheid leven toch beter voor je innerlijke vrede. Een afgedwongen wapenstilstand is geen echte gedragen vrede.

Proberen te leven in waarheid is waarschijnlijk ook vooral stotteren, strompelen en falen, en het heel vaak niet weten. En het is niet omdat je het probeert, dat je minder bang wordt als je in de krant leest wat er allemaal zou kunnen gebeuren in Fukushima…

%PM, %22 %757 %2013 %17:%nov

Ik wil het niet weten

Written by

Hoe doe je dat? Omgaan met nieuws, met weten, met het gewicht van het weten? Moeilijke vraag, moeilijke antwoorden.

Je zag het vorige week. Iemand die reageerde op de berichten over de immense risico’s van de ontmanteling van de centrales in Fukushima. Iets als: “Ik weet het wel, maar ik kan het niet aan, al die informatie. Ik wil alleen nog dingen lezen waar ik energie  van krijg. Dit soort nieuws verlamt me.”

Heel begrijpelijk. Voor een stuk ook heel logisch. De wil om dingen te doen, om zelf te handelen, het gevoel te hebben dat de dingen die je doet ertoe doen.

En tegelijk ook twijfel. Is dat altijd wel zo, het ‘ik weet het allemaal al’? Hoe vaak betrap je jezelf erop dat je tegen jezelf zegt dat je het wel weet, om het even in je hoofd weg te kunnen schuiven. Omdat het even niet uitkomt. Of ook omdat je weet dat het wel weten je in verwarring of gewetensnood zou kunnen brengen. Je weet het dus helemaal niet, en dat weet je heel goed.

Sommige berichten zijn ook erg ‘groot’. De omvang van wat er zou kunnen gebeuren in Fukushima is zo immens dat het bedreigend is, en je al meteen een machteloos gevoel geeft. Maar wat er is gebeurd in Fukushima is geen vervelend toevallig ‘incident’, het was altijd al wezenlijk verbonden met het soort technologie dat de kernenergie is. ‘We’ wisten het al die tijd, of ‘we’ konden het alleszins weten. Velen hebben er bewust niet aan willen denken, hebben er bewust voor gezorgd dat anderen het niet wisten, hebben het geminimaliseerd, hebben het op een mentale pechstrook gezet om toch maar te kunnen denken dat de risico’s ‘aanvaardbaar en hanteerbaar’ waren, in allerlei varianten. Wat nu gebeurt, komt niet uit de lucht vallen. Net zomin als megastormen aan de andere kant van de wereld. (Al komen die in letterlijke zin natuurlijk wel uit de lucht vallen…)

Is ‘ik wil het niet weten’ een natuurlijke beschermingsreflex (iets als ‘nu even niet, ik moet even bijtanken’), of is het veeleer een buitensluiten van informatie die je bedreigt in je veilige manier van leven die steunt op dingen die helemaal niet veilig of rechtvaardig zijn? In het tweede geval is dat toch een beetje problematisch.

In een aantal gevallen kan een ‘ik wil niet altijd dat slecht nieuws horen’ wel degelijk een strategie van ontkenning zijn. ‘Ik weet wel dat vliegen slecht is, en dat mijn ecologische voetafdruk te groot is, maar ik ga nu eenmaal graag ver op reis, ik heb dat nodig.’ Op zich zelfs heel legitiem, het kan best zijn dat je enorm veel voldoening en plezier en inzicht krijgt door die verre reis, dat je daardoor voor jezelf ‘meer’ wordt of gelukkiger wordt, of wat dan ook. Alleen verandert dat jammer genoeg weinig of niets aan het feit dat die ecologische impact zwaar is. Stel dat er 100 mensen in ons land zouden wonen, en je zou aan alle mensen van die 100 die een auto hebben vragen welke verplaatsingen ze hebben gedaan met die auto. Waarschijnlijk zou je – laten we even optimistisch zijn – in meer dan 90% van de gevallen een verklaring krijgen die perfect logisch of rationeel of verantwoord klinkt. Je kunt daar dan heel veel begrip voor hebben, maar het leidt wel tot een situatie waarin we met zijn allen perfect rationeel of verantwoord naar de afgrond gaan.

En deze gevallen zijn dan eigenlijk nog gemakkelijk. Want het gaat over dingen waar de alternatieven vaak binnen handbereik liggen. Het is, desnoods met een beetje moeite of wennen niet ondoenbaar om je fiets of de bus te nemen, alleszins voor een groot deel van die verplaatsingen. En een keertje niet ver vliegen om aan de andere kant van de wereld op een strand te gaan liggen bakken, maar in plaats daarvan in eigen land in de zon te gaan liggen maakt je niet echt fundamenteel ongelukkiger.

Fukushima is een ander verhaal. Net als de omvang van de klimaatverandering of de grondstoffencrisis die op ons afkomt. Die dingen zijn te ‘groot’, zo lijkt het. Ze vormen een reële bedreiging, die enorme gevolgen kan hebben. Ze zijn niet onoplosbaar, integendeel, maar we weten wel dat ze alleen maar op te lossen zijn als we zelf onze manier van leven fundamenteel veranderen. Dat ze nu zo ‘groot’ zijn, komt door het jarenlang actief ‘niet willen weten’. We zijn al te ver ondertussen. Dat is onrechtvaardig, zeker voor jonge mensen, dat is wraakroepend, dat is om heel kwaad van te worden, maar het is nu wat het is. Misschien is voor veel mensen Fukushima al lang ‘voorbij’, zo van “moeten ze daar nu weer mee afkomen, dat was toch vorig jaar al in het nieuws?” De eerstvolgende duizenden jaren is Fukushima niet voorbij, en als het echt fout gaat daar, zijn wij nog sneller voorbij dan Fukushima. Dat is de pijnlijke werkelijkheid.

De immense ecologische problemen die we nauwelijks in ons hoofd kunnen vatten, en die ons bang maken en machteloos, zijn in grote mate gecreëerde problemen, het gevolg van bewuste keuzes en bewuste negaties van de werkelijkheid. Het antwoord daarop is niet een geforceerd ‘je moet altijd optimistisch zijn’ of ‘je moet geloven in de toekomst en in het menselijk kunnen’. Dat kan immers ook een vorm van zelfgekozen autisme worden.

Leven in waarheid is waarschijnlijk het moeilijkst. Wel willen weten wat er gebeurt, je daardoor door elkaar laten schudden af en toe, je daardoor laten raken, je verdriet en je opstandigheid toelaten, en daarna gewoon weer aan de slag gaan en die dingen doen die binnen jouw vermogens liggen. Dat je af en toe even op adem wilt komen, is alleen maar normaal. Er is geen enkele reden om jezelf te kwellen of bewust pijn te doen. Maar misschien is in volle besef en raakbaarheid leven toch beter voor je innerlijke vrede. Een afgedwongen wapenstilstand is geen echte gedragen vrede.

Proberen te leven in waarheid is waarschijnlijk ook vooral stotteren, strompelen en falen, en het heel vaak niet weten. En het is niet omdat je het probeert, dat je minder bang wordt als je in de krant leest wat er allemaal zou kunnen gebeuren in Fukushima…

%PM, %02 %000 %2011 %23:%jan

De spiegel van Peeters en Pichal

Written by
%PM, %26 %000 %2010 %23:%dec

Over het nut van cultuur

Written by
%PM, %03 %000 %2010 %23:%dec

De kabeljauwen

Written by
%PM, %23 %000 %2010 %23:%nov

Moving Minds: de auto voorbij

Written by
%PM, %17 %000 %2010 %23:%nov

Gegarandeerde toegang

Written by
Pagina 1 van 6

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.