logo





  • Aral Balkan
  • Kate Raworth
  • Yochai Benkler
  • Vandana Shiva
  • Rob Hopkins
  • Michel Bauwens
  • Harald Welzer
  • Saskia Sassen
  • Tine Hens

Laatste bijdragen schrijversgemeenschap

%PM, %17 %000 %2010 %23:%juni

Lang Leve de Senaat

Written by
Rate this item
(0 votes)

 

Iedereen wil de senaat afschaffen. Dat klinkt goed in tijden van besparing. Het zou de schatkist een goede 34 miljoen € kunnen opleveren. Dat is meegenomen, maar het is natuurlijk peanuts als je het vergelijkt met de miljarden opbrengsten die kunnen gehaald worden uit een betere bestrijding van de fiscale fraude. Om maar iets te zeggen.

Democratie mag geld kosten. Als het de efficiëntie van de besluitvorming ten goede komt. Investeren in beter werkende instellingen kan dan zelfs een enorme meerwaarde betekenen.

Maar iedereen is het erover eens : de senaat werkt niet. De Kamer kan het alleen af en we hebben al deelstaatparlementen. En als het echt nodig is kunnen we werken met reflectienota's of een betere controle op het legistiek werk binnen de Kamer zelf. Een twee- kamer- systeem is overbodig.

De Senaat is een instelling die zich zelf overleefd heeft. Een instelling van het verleden. Historisch gezien diende een tweede kamer om het gewicht van de rechtstreeks verkozen kamerleden, te milderen. Om een conservatief tegengewicht te vormen. Dat deed men in België in eerste instantie door de instelling van een hoge cijnsdrempel (tot 1893 1000 gulden) waardoor er in de praktijk slechts een beperkt aantal mensen verkiesbaar was. In de senaat zaten de meer gefortuneerden, die meer revolutionaire beslissingen van de Kamer van "volks"vertegenwoordigers konden tegenhouden. Door wetten een tweede bespreking te laten ondergaan, kon men ook  ingaan tegen "gelegenheidswetten", tegen wetgeving ingegeven door de waan van de dag.

Zo werd de prille vertegenwoordigingsdemocratie ingebed in oudere staatsstructuren, van in de tijd van de "Staten-Generaals", standenassemblees voorgezeten door de soevereine vorst. Denk aan het Hogerhuis (House of Lords) in Engeland dat het Lagerhuis (‘House of Commons") superviseerde. De machtsverhoudingen uit lang vervlogen feodale tijden overleefden in de samenstelling van het Engelse Hogerhuis.  Adel en geestelijkheid kregen vaste zitjes om de oprukkende nieuwe klassen (eerst de bourgeoisie, dan de arbeidende klasse) te counteren.

Ook bij ons hebben we als relict nog drie senatoren van rechtswege,  leden van de Koninklijke familie die automatisch recht hebben op een rood pluchen zitje. Lange tijd was er een leeftijdsgrens (min. 40 jaar) om zo een tegengewicht te vormen tegen het ‘jonge geweld' in de Kamer. En ook het systeem van de coöptatie bood in principe de mogelijkheid om belangrijke  actoren uit de maatschappij op te nemen. Maar is geheel gepolitiseerd geraakt :  de zitjes voor gecoöpteerde senatoren dienen nu vooral als troostprijzen voor gebuisde kamerleden. Provinciale en gemeenschapssenatoren dienden of dienen dan weer om geografische evenwichten te verzekeren. De provinciale senatoren bestonden 100 jaar (van 1893 tot 1993). De gemeenschapssenatoren werden ingevoerd bij de hervorming van de senaat in 1993. Ze worden aangeduid in de gemeenschapsparlementen en vertegenwoordigen de belangen van de gemeenschappen.

Wie vertegenwoordigt onze achterkleinkinderen ?

Iedereen is voor duurzame politiek. Alle partijen willen aandacht opbrengen voor de belangen van onze kinderen en kleinkinderen. Zeggen ze. Vooral groene partijen maken hier een punt van. Groene politiek is politiek die rekening houdt met de rechten van toekomstige generaties. Zeggen we. Twee simpele vragen hierbij : is dat zo? En in welke mate weegt de belangenbehartiging van de toekomst echt door op de politieke besluitvorming vandaag?

Stemmen mensen voor groene partijen (of voor andere partijen) omwille van de belangen van toekomstige generaties? Of omwille van eigenbelang? De vraag stellen is ze beantwoorden. Mensen kiezen voor hun eigen belang. Dat is de "liberale" logica achter ons parlementair systeem : als iedereen kiest voor het persoonlijk belang, wordt het algemeen belang het best verzekerd.

Zelfs bij groene kiezers overwegen waarschijnlijk meer veredelde vormen van eigen belang. Zoals daar zijn : nimby-reacties op ingrepen in de eigen leefomgeving, sociale belangen (groene partijen zijn meestal behoorlijk links), belangen van de non profit, de "post-materiële klasse". En ja, misschien ook een klein beetje de zorg voor de eigen familie, de toekomst van de beperkte kring van eigen kinderen en kleinkinderen.

Maar hoeveel groene (of andere) kiezers zijn echt bezig met het Vlaanderen, België, Europa van binnen honderd jaar, laten hun stem afhangen van de verre toekomst, van achter-achter-kleinkinderen, van het overleven van de mensheid, onze beschaving, noem maar op? 1% ? Het zal al bijzonder veel zijn...

En zelfs als we ons hierin vergissen, als alle stemmen voor bijv. de Vlaamse groene partij zuiver altruïstisch en toekomstgericht zouden zijn, dan nog ziet het er nog bijzonder slecht uit. We kunnen moeilijk om de vaststelling heen dat het stemmenaantal dat een groene partij kan verwerven, m.n. in Vlaanderen bijzonder bescheiden is en bovendien al 30 jaar stagneert. Dat blijkt uit onderstaande tabel met de percentages van de kiesresultaten van de Vlaamse groene partij op federaal niveau.

1981

1985

1987

1991

1995

1999

2003

2007

2010

2,3%

3,7%

4,5%

4,9%

4,4%

7%

2,5%

4%

4,4%

 

In 2010 halen de Groenen na 30 jaar groene politieke werking in Vlaanderen een vergelijkbaar kiesresultaat als in 1987 en in 1995. Enkel de dioxinecrisis in 1999 zorgde voor een uitschieter in de resultaten, maar mondde een verkiezing later uit in een regelrechte afgang. Als een duurzaam, echt toekomstgericht beleid enkel afhangt van groene kiesresultaten, staan we er slecht voor.

Natuurlijk nemen ook andere partijen programmapunten rond duurzaamheid over. Net als maatschappelijk actoren buiten de politiek. Maar ook hier moeten we ons niets wijs maken. De laatste kiescampagne was duurzaamheid absoluut geen thema. Zelfs de groene partijen konden er nauwelijks over spreken. En ondanks veel ‘greenspeak' en veel ‘greenwashing' is van een echte groene golf in de praktijk weinig merkbaar, ook buiten de politiek. De transitie naar een groene economie is in feite geen maatschappelijk of politiek thema. Als er al sprake is van een ‘sense of urgency' vandaag , dan slaat dit niet op de dringende klimaat- of grondstoffenproblemen. Maar het gaat dan in het beste geval om de toekomst van de sociale zekerheid, de financiële crisis, de staatshervorming,  in het slechtste geval enkel om de splitsing van BHV.

Moeten we ons dan geen meer fundamentele vragen stellen? Is ons kiessysteem waar mensen opgeroepen worden om zich uit te spreken voor een beleid dat het meest tegemoet komt aan hun eigen belangen, sowieso geschikt om een draagvlak te krijgen voor een beleid gericht op de verre toekomst, op echte duurzaamheid, op collectieve belangen, op internationale solidariteit? Opnieuw is de vraag stellen, ze beantwoorden.  Het antwoord luidt onomwonden : NEEN.

De overlegdemocratie

Hoe kunnen we dan toch op een democratische manier aan groene, toekomstgerichte politiek doen?

De mogelijkheid van een ecodictatuur sluiten we uit. Om principiële redenen. Maar ook om praktische redenen. Groen beleid heeft hoe dan ook nood aan een draagvlak. Het blijft een feit dat "anders gaan leven" niet van bovenuit kan gedecreteerd worden. Duurzaamheid veronderstelt democratie.

Dirk Holemans schreef al een heel boek over de mogelijkheden om te komen tot een nieuw "ecologisch burgerschap".

In die lijn kunnen we verder denken.

In Frankrijk stelde Pierre Rosenvallon voor om een ‘Accadémie du futur' op te richten die alle wetten van een land zou toetsen aan de rechten van toekomstige generaties. Een instantie die verantwoordelijk wordt voor een nieuw soort super- milieu-effect-rapport dus, of een nieuw soort duurzaamheidseffectrapport, een rapportering over de effecten ven beleidskeuzes vandaag voor de generaties van morgen en overmorgen. In deze accademie zouden wetenschappers zetelen en vertegenwoordigers van het middenveld. Het idee is niet nieuw : denk maar aan de accademie van Plato, de regering van filosofen die in hun wijsheid het land zouden besturen en daarbij enkel het algemeen belang zouden dienen. Ook de groene denker Hans Jonas (grondlegger van het Voorzorgsprincipe) pleitte voor een Raad van Wijzen om gestalte te geven aan een beleid van duurzame ontwikkeling. 

In veel vormen van overleg en besluitvorming rond duurzame ontwikkeling, is deze manier van werken overigens al opgenomen. Denk aan de verplichting om "stakeholders" te betrekken in het kader van de uitvoering van Agenda 21 (beslist op de wereldtop rond milieu en ontwikkeling in Rio in 1992). Denk aan verschillende nationale conferenties rond klimaat of milieu in eigen land of in het buitenland, waarbij sociale partners, milieu-ngo's en het hele middenveld op een vernieuwende wijze betrokken werden. Of  denk aan de inspanningen van het Instituut voor Samenleving en Technologie (verbonden aan het Vlaams Parlement) om burgerforums samen te brengen rond gevoelige ecologische en maatschappelijke thema's.

Het grote probleem bij de voorstellen van Rosenvallon is het gebrek aan democratische legitimiteit. Dat probleem stelt zich ook in de vormen van inspraak - en overlegdemocratie zoals we die vandaag kennen. NGO's worden in sterke mate betrokken bij het beleid, ingekapseld (ingepolderd), nemen mee beslissingen, vergoelijken dikwijls mee compromissen. En ten slotte stelt zich de  vraag : wie vertegenwoordigen ze (nog), op welke democratische basis is hun lobbywerk nog gestoeld? Op dezelfde wijze worden veel goedmenende burgers "meegenomen" en gepamperd  in veel vormen van vermeende inspraak- en participatiedemocratie.

De Senaat van de Toekomst

Een andere Franse denker Dominique Bourg pleit nu voor een nieuwe democratische revolutie (‘Pour une démocratie écologique", okt. 2010). De nieuwe democratie die we nodig hebben verschilt even grondig van de huidige vertegenwoordigingsdemocratie als onze bestaande parlementen van de directe burgerdemocratie in de Griekse oudheid, stelt Bourg. Zoals de directe democratie van de Griekse stadsstaten niet langer aangepast was aan de complexiteit en grootte van onze moderne natiestaten en aan de principiële keuze voor algemeen stemrecht, zo moeten we nu ook op zoek naar nieuwe democratische procedures om het algemeen belang in de volle betekenis van het woord aan bod te laten komen. De tijd dat de politiek gebaseerd is op de optelsom van particuliere zeer burgerlijk begrepen "eigen belangen" loopt te einde. De democratie moet worden open getrokken : velen die nu geen stem hebben, moeten die indirect nu wel krijgen : in de eerste plaats de generaties van de toekomst, te beginnen met onze eigen kinderen en kleinkinderen, maar ook alle mensen van de huidige generatie (ook als die buiten een kiesomschrijving vallen) en ten slotte bij uitbreiding alle levende wezens en  de Planeet.

Centraal in zijn voorstellen staat een nieuwe Senaat, een Senaat die de belangen verdedigt van de generaties die na ons komen. Als onze democratie toe is aan vernieuwing, is het dan niet veel zinvoller om na te denken over een totaal nieuwe Senaat, in plaats van mee te roepen om de snelle afschaffing van de Senaat? Maar dan hebben we het duidelijk NIET meer over een Senaat van het Verleden. Maar wel over een Senaat van de Toekomst. Een Senaat die nauw samenwerkt met een soort van Accademie van de Toekomst (met wetenschappers) en een Ecologisch Planbureau (met economen en planners).

Het zou dan wel gaan om een verkozen orgaan, maar met volledig nieuwe spelregels.

Ik noem een aantal mogelijkheden. Maar het debat hierover moet nog beginnen.

Is het zinvol senatoren te laten kiezen voor een langere periode (bijv. voor 20 jaar) zodat ze los komen te staan van het electoraal keurslijf waarin andere parlementsleden gekneld zitten?

Is het verdedigbaar dat het gaat om een kleinere groep senatoren (bv. 40 voor heel België) gekozen in één federale kieskring?

Is het denkbaar dat ze losser komen te staan van de klassieke politieke partijen, dat ze hoogstens op een lijst worden voorgedragen door politici (een terugkeer naar de oorspronkelijke zin van een coöptatie)?

Is het verdedigbaar dat ze worden voorgedragen of verkozen op een beperkte lijst (een éénheidslijst) van mensen met reeds bewezen verdienste, ervaring, kennis, engagement?

Is het denkbaar dat we om de tien jaar aparte verkiezingen hebben (om een deel van de senatoren te vernieuwen. En dat het dan echt duurzame verkiezingen zijn, verkiezingen  die enkel gaan over de lange termijn, over duurzame ontwikkeling, over de toekomst?

Is het denkbaar dat over heel de wereld dergelijke toekomstraden of -senaten worden verkozen die op hun beurt continentale  raden en een wereldraad samenstellen die zich enkel bezig houden met de lange termijn ? Zodat we ook op Europees of wereldvlak loskomen van de waan van de dag die overheerst in het Europees Parlement of in de algemene vergadering van de Verenigde Naties?

Is het denkbaar dat groene politiek echt los komt van dagjespolitiek en groene partijen afstappen van het model van catch all partijen en dat groene politici zich vooral richten op toekomstverkiezingen ?

Johan Malcorps

 

 

 

Read 3489 times Last modified on %AM, %12 %511 %2015 %11:%dec
Johan Malcorps

Fractiesecrertaris van de Groen!-fractie in het Vlaams

Parlement - voormalig parlementslid en politiek

secretaris van Groen!

C:\Users\johan.malcorps\Pictures\080620_01_JohanMalcorps.jpg

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.