Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Transitie

Transitie (26)

Groen werk, plezant werk. Het belang van werk voor ecologische transitie.

16 maart 2020 by Transitie 235 Views

Het wordt steeds duidelijker dat we de ecologische impact van onze manier van leven dringend fundamenteel moeten verkleinen, op heel veel vlakken. Minder broeikasgassen, minder grondstoffen, minder afval. Dat betekent anders consumeren, anders produceren, anders transporteren — een economische omwenteling. Bedrijven en organisaties moeten hun processen en machines omvormen en aanpassen, zodat ze zuiniger, efficiënter of schoner worden.

Read more...

PODCAST Ecopolis19 - Jonge klimaatactivisten Mariyam Safi & Flore De Pauw over activisme en hoop

07 oktober 2019 by Transitie 58 Views

Beluister hier.

Maak kennis met Mariyam Safi (Students for Climate) & Flore De Pauw (VN-jongerenvertegenwoordiger voor de Vlaamse Jeugdraad). Twee jonge klimaatactivisten die zich inzetten voor een duurzame toekomst op een leefbare planeet. Simon Bellens ging met beide jonge klimaatactivisten in gesprek. Wat betekent actie voeren voor hen? En wat geeft hen hoop?

Podcast naar aanleiding van Ecopolis - Generation Hope, op 10 november 2019 in Kaaitheater: www.ecopolis.be

Read more...

Eco – Optimisme – afscheid van het doemdenken

18 december 2019 by Transitie 217 Views
Johan Malcorps

Written by

In deze recensie plaatst Johan Malcorps twee boeken tegenover elkaar waarin de auteurs op zoek gaan naar een antwoord op de uitdagingen rond klimaatverandering. In het eerste boek: 'Hoe Gaan we dit uitleggen? Onze Toekomst op een steeds warmere aarde' (De Correspondent, 2019) pleit Jelmer Mommers vooral voor enige relativering. Aaron Bastani daarentegen stelt in zijn boek: 'Fully Automated Luxury Communism. A Manifesto' (Verso, 2019) dat het antwoord ligt in technologische vooruitgang.

Van angst naar hoop

In tijden van Trump en Bolsonaro en een stijgend aantal rampen dat direct of indirect verband houdt met de klimaatverandering, is er dringend nood aan hoop en positieve boodschappen. Wetenschappers, activisten, journalisten en filosofen hebben dit begrepen en  gaan in tegen doemdenken en klimaatdepressies. Niemand ontkent dat de strijd hard zal zijn, dat de tegenstanders niets ontziend zijn, maar de strijd tegen de klimaatchaos kunnen we, zullen we winnen. Maar dan wel met nieuwe strategieën en nieuwe middelen. Zo is klimaatactivist Bill McKibben tot het besef gekomen dat rationele wetenschappelijke argumenten onvoldoende zijn om politieke verandering te bewerken. Maar activisme kan dit wel : de divest-beweging, de klimaatbetogingen . 

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe.

Angst is geen goede motivatie om op lange termijn iets te doen aan het klimaatprobleem, zegt klimaatwetenschapster Katharine Hayhoe,” de mens kan het psychologisch niet aan om lang bang te zijn. Dan distantieert hij zich en keert hij het probleem de rug toe. Als we het toch niet kunnen oplossen, waarom zouden we dan nog proberen?” In de plaats pleit Hayhoe voor ‘rationele hoop’. ‘Rationeel’ omdat we de problemen niet mogen minimaliseren. ‘Hoop’ omdat we er met doemberichten alleen niet zullen komen. Mensen hebben nood aan concrete haalbare oplossingen. Ze verwijst naar de lange lijst van technologische innovaties voorgesteld door de organisatie Drawdown . Als de markt echt vrij wordt en er een eind komt aan de massale subsidies voor fossiele brandstoffen (160.000 dollar per seconde volgens het IMF ), zullen groene oplossingen bovendrijven. De omslag die nodig is, is vergelijkbaar met de afschaffing van de slavernij. Toen werd ook de instorting van de economie voorspeld. Met de nieuwe klimaatacties van zoveel jongeren is er weer hoop .

Het gaat niet om minder, maar om meer

Jelmer Mommers van het Nederlands perscollectief De Correspondenten pleit in zijn boek eerst en vooral voor enige relativering. De klimaatverandering leidt niet binnen de kortste keren tot een apocalyps. Het is geen vijf voor twaalf. En zeggen dat de wereld binnen 12 jaar zal vergaan is onzin en pure bangmakerij. Ook het negatief zelfbeeld van de mens klopt niet. Mensen zijn geen onverbeterlijke egoïsten. Mensen zijn eerder tot samenwerking geneigd . 

Voor Jelmer Mommers is er een nieuw verhaal nodig over klimaatverandering. Dat verhaal gaat niet om ‘minder’ : minder vliegen of minder autorijden.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting.

Het draait om ‘meer en beter’ : meer geluk, meer welvaart, meer gezondheid. We moeten af van het waanidee dat we voor een loodzware opdracht staan.  Of dat we geen tijd meer hebben om te kiezen voor geleidelijke stappen in de goede richting. Maar dat neemt niet weg dat de uitdaging groot blijft. Verdere klimaatverandering is geen vaststaand gegeven, maar een keuze die we zelf al dan niet maken. Er zijn twee scenario’s mogelijk : een negatief ‘Muren’-scenario waarin superrijke ‘doomsday preppers’ zich verschansen in gated communities en op beveiligde eilanden. Het is het cynisch scenario waarbij de fossiele industrie grof geld blijft verdienen tot de laatste druppel olie opgepompt is, in het volle besef van de rampen die ze over de rest van de mensheid afroepen. Mommers beschrijft hoe de wetenschappers van het American Petroleum Institute al eind jaren ’60 volledig doordrongen waren van de omvang van de klimaatcrisis die ze met hun oliewinning aanrichtten. Olieconcerns als ExxonMobil en het Nederlandse Shell waren al lang op de hoogte, maar beseften dat ze geen kant meer op konden. Het is misdadig dat ze meer dan een miljard dollar investeerden om de publieke opinie voor te liegen en klimaatwetgeving af te blokken .

Het scenario van de Hoop

Maar er is ook een bijzonder hoopvol scenario mogelijk : het ‘Bossen’-scenario. Mensen kunnen kiezen voor gemeenschapsvorming en samenwerking. Alle technieken om onze wereld te verduurzamen zijn voorhanden. We kunnen terug kiezen voor ondernemende en investerende overheden die samen met ngo’s en burgers gaan voor de massale aanplanting van bossen, voor de uitrol van een ambitieus programma van energiebesparing en van hernieuwbare energie, voor een agro-ecologische omwenteling in de landbouw,… Landen als Costa Rica, Belize en Nieuw Zeeland hebben nu al het boren naar nieuwe reserves van fossiele brandstoffen verboden. Een grote oliereus als het Deens DONG (Dansk Olie of Naturgas) vindt zich zelf opnieuw uit als het groene bedrijf Ørsted, wereldleider in de bouw van windturbines. Bedrijven die vooroplopen in verduurzaming scoren veel beter op de beurs dan bedrijven uit de fossielebrandstoffensector. Er is dus hoop. Maar dat neemt niet weg dat er een nog veel grotere versnelling nodig blijft. En dat het een epische strijd zal worden met Big Oil.  De totale waarde van fossiele investeringen die kunnen stranden, wordt geschat rond de 9 biljoen dollar. Voor investeerders loont het nu al om fossiel te dumpen. Het is simpelweg veel goedkoper om klimaatverandering aan te pakken dan het te laten gebeuren. Maar met elke ton CO2 die we niet uitstoten, besparen we de wereldeconomie van de toekomst naar schatting 400 dollar aan kosten. De circulaire economie biedt ons de kans om alle materialen die we nodig hebben voor de groene revolutie, in voldoende hoeveelheden te recyclen. Voor elke fossiel baan die verdwijnt, komen zeven groene banen in de plaats.

Politieke actie en persoonlijke actie

Maar een nieuw toekomstverhaal moet méér omvatten dan een beaat ‘ja’ tegen de alternatieven. Het moet ook een luide, duidelijke ‘nee’ bevatten tegen doorgaan op de huidige, gevaarlijke weg. Het is het gevecht van de eeuw.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals.

Politieke actie is nodig, maar ook juridische actie. De kosten van de noodzakelijke klimaatverandering moeten deels verhaald worden op de oliemultinationals. En dezelfde eis kan gesteld worden aan verzekeraars, banken en investeerders die de aanhoudende winning en verbranding van fossiele energie faciliteren. Investeerders moeten goed beseffen dat wie blijft investeren in klimaatchaos, ooit voor de rechter zal gesleept worden. Zoals nu de tabaksproducenten. 

Mommers gelooft ook vurig in individuele actie. 

In de eerste plaats in politieke actie, in activisme : op straat komen, je stem verheffen.  Individuele acties of betogingen kunnen mislukken, maar langdurige collectieve inspanningen blijven nooit zonder resultaat. Kijk naar grote voorbeelden van activisme als de strijd tegen de slavernij, de strijd voor de emancipatie van vrouwen, zwarten, bevrijdingsbewegingen,…

Maar ook zelf anders gaan leven, levert een reële bijdrage. Mommers pakt uit met een top 3 : 

  1. Eet meer planten en minder vlees
  2. Kies thuis voor echte groene energie
  3. Vergroen je reispatroon

Naïef optimisme ?

Alle beetjes helpen echt. We hebben alles in huis om het tij te keren. Als mens en als maatschappij. Er is nog tijd en er is altijd hoop.

Toch blijft het optimisme van Mommers ergens naïef, onvoldoende onderbouwd. Hij gaat wel erg relativerend om met nochtans forse wetenschappelijke data over klimaatverandering. Soms wordt de verleiding groot om te gaan minimaliseren, om toch maar nieuwe perspectieven te bieden. En dan is er de strijd van de eeuw. Hij geeft zelf treffend aan hoe groot de tegenkrachten zijn van de fossiele lobby’s. Maar hij geeft nergens geloofwaardig aan hoe hij die onder controle denkt te krijgen. 

Die strategie vinden we dan weer wel terug in het boek van Aaron Bastani.

Het groene rijk van de vrijheid

Aaron Bastani is een links publicist vooral gespecialiseerd in nieuwe media en technologie. Hij militeerde in het Verenigd Koninkrijk zowel voor de Green Party als voor Labour. Zijn boek is pas echt een optimistische belijdenis : een manifest, zoals hij zelf zegt, een nieuwe utopie, op sommige punten zelfs een regelrechte provocatie. Je zou hem kunnen onderbrengen bij de eco-modernisten. Maar daarvoor is zijn verhaal veel te links , uitgesproken marxistisch zelfs. 

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen.

Bastani gelooft dat de technologische vooruitgang al onze problemen zal oplossen. Nu pas, door de derde industriële revolutie (of ‘disruptie’ in zijn terminologie) wordt een sociale en tegelijk ecologische samenleving mogelijk. Want door de stormachtige technologische vooruitgang op vlak van automatisering, informatie-technologie, hernieuwbare energie en materialen, wordt arbeid overbodig en worden informatie en energie onbeperkt voorradig. De zero marginale kost van informatie, maar ook van energie wordt bijna nul . De nieuwe technologieën zorgen ervoor dat de schaarste wordt opgeheven, dat er een eind komt aan het rijk van de schaarste en dat het Rijk van de Vrijheid, zoals voorspeld door Karl Marx  zich eindelijk kan ontplooien. Nu pas wordt het mogelijk om een communistische samenleving te vestigen : “een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

“een samenleving waar werken niet meer nodig is, waar schaarste vervangen is door overvloed en waar werk en vrije tijd in mekaar overvloeien”. 

Lang leve de robots

Voor Bastani is de komst van de robots geen doembeeld. Hij juicht toe dat zinloos, afstompend werk grotendeels zal vervangen worden door robots en computers. In plaats van achterhoedegevechten te leveren zoals de ludieten die de eerste mechanische weef getouwen aan diggelen sloegen, en hun opvolgers die zich kanten tegen de automatisering van menselijke arbeid, moeten we de automatiseringsgolf juist versnellen . Dat is immers de logica van de geschiedenis, van de vooruitgang : dat we steeds minder moeten gaan werken en steeds meer tijd vrij krijgen voor zelfontplooiing. Het is juist een schande dat we na decennia van technologische ontwikkeling, eerder langer moeten werken dan korter. John Maynard Keynes voorspelde ooit in zijn  “Letter on the Economic Possibilities of our grandchildren” dat we in de 21ste eeuw nog maar 15 uur per week zouden werken . En vandaag zitten we nog altijd met minstens 32- uren-weken, met stress en burn-out door overwerk en moeten we nog eens tot op veel latere leeftijd blijven werken. Complete waanzin, nu we omringd zijn door vernuftige machines en algoritmes die ons van al dat werk zouden moeten bevrijden. Maar Bastani is optimistisch : het doel - technologische  werkloosheid voor iedereen - is in zicht.

Gratis zon, gratis grondstoffen, gratis genen, gratis voedsel

Ook de dreigende klimaatcatastrofe kunnen we voorkomen door op grote schaal in te zetten op hernieuwbare technologieën. We moeten af van de fossiele brandstoffen. Zon en wind kunnen ons onbeperkt schone energie leveren en die zal steeds goedkoper en uiteindelijk zo goed als gratis worden. Voor Bastani is dat,  net zoals voor zijn voorgangers als Paul Mason,  het einde van het kapitalisme. Want kapitalisme kan maar gedijen als er schaarste is.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had.

Kapitalisme stuikt ineen als het geconfronteerd wordt met grenzeloze overvloed. En dat is nu juist wat Karl Marx altijd al voorspeld had. Dit principe van onbegrensde voorradigheid en marginale kosten wil Bastani nu ook op andere sectoren gaan toepassen. Daarbij wordt zijn verhaal steeds geforceerder. En krijgt zijn betoog steeds meer trekken van het futurisme en transhumanisme van Yuval Noah Harari . Grondstoffen zijn voor Bastani geen probleem : ook die zijn onbeperkt voorradig. En dan verwijst hij niet zo zeer naar een circulaire economie, maar voorspelt hij dat we in het zog van de commerciële ruimtevaart gelanceerd door Elon Musk, straks alle zeldzame metalen nodig voor onze groene en slimme technologieën zullen ontginnen op asteroïden. Roofbouw op onze aarde door mijnen heeft zijn beste tijd gehad. Ze worden vervangen door ruimte-mijnen en zo breekt ook voor grondstoffen een tijdperk van post-schaarste aan. Ook de gezondheidszorg ondergaat een technische revolutie. Gene sequencing wordt steeds goedkoper. Ook genetische informatie wil vrij zijn, wordt op termijn gratis. Genetische ziekten worden uitgeroeid, mensen worden steeds ouder. Voedselschaarste wordt overwonnen door een radicaal doortrekken van de groene revolutie gebaseerd op gentechnologie en synthetische biologie. Megastallen voor dieren verdwijnen doordat we op grote schaal kweekvlees of plantaardige eiwitten gaan eten.  Het doden van dieren wordt verboden. Doordat landbouw en veeteelt steeds minder ruimte in beslag nemen, kan de natuur terug verwilderen. Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Hier loopt het verhaal van Bastani helemaal parallel met dat van de eco-modernisten.

Nood aan een rood en groen populisme

Om deze paradijselijke toestand te bereiken is er nood aan een populistische politiek die ervoor zorgt dat de vruchten van de derde industriële revolutie (disruptie) niet gaan naar de rijken die steeds meer winst willen maken, maar dat de winsten gebruikt worden om de noden van alle mensen te lenigen. Dit populisme verwerpt het realisme van de kapitalistische economie die beweert dat we steeds meer moeten blijven werken en vervuilen. Technisch is het mogelijk en we hebben er recht op. Het nieuwe populisme moet tegelijk rood en groen zijn. Rood moet de grenzen van de planeet erkennen en strijden tégen werk, in plaats van vóór werk. Groen moet haar superioriteitswaan rond zelfgekozen versobering afleggen en haar strijd tegen de moderniteit en grootschaligheid  afzweren. 

In het laatste deel van zijn boek pakt Bastani uit met een reeks klassieke communistische oplossingen. Het nieuwe rood-groene populisme kan maar slagen als de vruchten van de technologische vooruitgang, als de machines in gemeenschapsbezit komen. Als de robots het werk doen, moet de opbrengst van hun werk naar de mensen, naar de gemeenschap gaan. Dat kan maar als we breken met het neoliberalisme. Er is nood aan vormen van staatsbezit, coöperatieven in de handen van werknemers, of nieuwe vormen van commons. 

Bastani pleit bewust niet voor een basisinkomen. Want dan blijven de machtsverhoudingen onaangetast. Hij pleit voor universele basisdiensten, publieke dienstverlening in overheidshanden : m.n. onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, vervoer en natuurlijk informatie en energie. De overgang naar een duurzame economie moet er komen door publieke investeringen, bijv. nationale of lokale volksbanken die investeren in hernieuwbare energie, energiebesparing en -opslag. De economie moet van onderop herbouwd worden, met nadruk op lokale, organische productie met lokaal geproduceerde energie. De vergroening van de economie moet sociaal zijn, maar ook steeds kiezen voor democratisering, socialisering : groene politiek kiest steeds voor productiewijzen en technieken die zorgen voor zelfbeschikking van mensen, van lokale gemeenschappen. 

Een droom die nog niet af is …

Bastani’s boek doet zeker dromen. Hij zet gevestigde denkbeelden op hun kop. Bijvoorbeeld met zijn pleidooi om actief te vechten voor meer werkloosheid. Of met zijn voorspelling dat alles op termijn gratis en in overvloed ter beschikking komt : van energie tot informatie, van gentherapie tot kweekvlees.

Maar daarvoor gaat hij wel erg ver in zijn technologisch optimisme. Technologie maakt ons tot goden zegt hij ergens, daar kunnen we dan beter goed in worden. Waardoor hij bijna exact de bewoordingen overneemt van “Homo Deus” van Yuval Noah Harari.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen.

Hij blijft blind voor de vele negatieve kanten die veel van de technologieën die hij zo beeldend oproept, met zich brengen. Kernenergie is niet echt zijn ding, voor de rest heeft hij veel gemeen met de eco-modernisten en hun blind geloof in innovatie. Maar hij plaatst zijn verhaal wel in een duidelijk links, marxistisch kader. Waardoor hij allicht in het rijtje van de eco-modernisten toch uit de toon valt. 

De klassieke communistische recepten waar hij uiteindelijk mee uitpakt om zijn verhaal sluitend te maken, missen dan weer de verbeeldingskracht die hij ten toon spreidde in de rest van het boek. Hij speelt even met coöperatieve en burgerbewegingen en met nieuwe commons, maar valt dan toch grotendeels terug op de bekende oplossingen van een staatsgeleide economie. Met alle vragen die daar weer bij te stellen zijn… 

[1] Bill McKibben, “Falter”, april 2019

[1] Paul Hawken, “Drawdown. The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming’, 2017

[1] IMF Working Paper, Global Fossil Fuel Subsidies remain large, 2/5/2019 - file:///C:/Users/Johan/Downloads/WPIEA2019089%20(1).pdf

[1] “Angst helpt niet om het klimaatprobleem op te lossen”, De Tijd, 14 mei 2019

[1] Cf. de gelijklopende analyse in Rutger Bregman, “De Meeste Mensen Deugen”, 2019

[1] Bill McKibben brengt dit relaas ook in geuren en kleuren in zijn boek ‘Falter’ – Nathaniel Rich beschrijft in zijn boekje ‘Het Verlies van de Aarde’ (2019) hoe de petroleumindustrie eind van de jaren ‘70 (onder president Carter) klaar stond om te anticiperen op klimaatwetgeving en klimaatfiscaliteit, maar tegen 1989 (na de periode Reagan en onder Bush) geheel van strategie was veranderd.

[1] Hoewel ecomodernisme perfect kan samengaan met een uitgesproken socialistische keuze, zoals de Australiër Jonathan Symons bewees in zijn uitwerking van een ambitieus ecomodern project in ‘Ecomodernism’ (Polity, Cambridge/Medford, 2019)

[1] Deze these ontwikkelt Jeremy Rifkin ook met glans in ‘The Zero Marginal Cost Society’ (2014)

[1] Bastani beroept zich vooral op het zgn. ‘Fragment over Machines’ uit de Grundrisse van Karl Marx

[1] Bastani volgt daarmee het voorbeeld van andere “accelerationisten” als Paul Mason (“Post-Capitalism”, 2015) en Nick Srnicek en Alex Williams (“Inventing the future : postcapitalism and a world without work”, 2016).

[1] Robert en Edward Skidelsky nemen deze brief van Keynes zelfs als uitgangspunt om een hele ‘grenzen aan de groei’ - ideologie op te baseren en te pleiten voor een economie van het genoeg (“Hoeveel is Genoeg”, Bezige Bij, 2013)

[1] Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018

Read more...

Climate distress

18 december 2019 by Transitie 145 Views
Maaike Afschrift

Written by

Ze trok deze zomer voor het eerst helemaal vrij en zelfstandig de wereld in, en dat brengt haar op dit moment in een historische Zuid-Franse grootstad. Heel af en toe laat ze ons een glimp zien van haar belevenissen en belevingen, via onze gezins-chat. Zoals vanmorgen.
Dat ze zo ongelooflijk triestig is om het Amazonewoud. Dat het zó slecht aan het gaan is met de aarde. Dat ze er echt niet níet meer kan aan denken. Dat ze merkt hoe ze rondloopt in de stad en bij alles stilstaat hoe vervuilend dat wel moet zijn. Zelfs bij elk f*ing restaurant. En dat zij daar zitten met hun bio sap en bio ontbijtgranen voor hun neus.

Dat ze woede en verdriet voelt, bij het besef dat hier iets voor altijd verwoest is, onherroepelijk aangetast, en dat het ‘nog onze eigen schuld is ook’. Dat ze bij alles waarbij ze zich gelukkig zou kunnen voelen, een stemmetje hoort: whatever, wat maakt het uit of ik bio kies, de wereld is toch om zeep; wat haar niet doet stoppen met ‘goed’ te doen, maar wel confronteert met haar grote gevoel van onmacht

Soms toont je kind je op de meest heldere manier de essentie van de werkelijkheid waarin je leeft en waarmee je probeert te leven.
Ik loop al weken, zeg maar maanden met een onderhuidse onrust, een gevoel van urgentie, van boosheid, woede en verdriet, dat ik niet kan omzetten in actie. Vanmorgen werd ik, niet voor het eerst, net als mijn dochter wakker met een slecht gevoel: dit komt niet goed.
Net als haar probeer ik zoveel mogelijk te doen wat in mijn macht ligt. Ondertussen moeten we met lede ogen toezien op hoe 
met grote halen maar evengoed met trage, subtiele evoluties onze aarde en onze leefomgeving verwoest wordt. En moet ik ondergaan dat de leiders van mijn eigen overheid niet bezig zijn met deze urgentie, maar integendeel ‘valse urgenties’ proberen te creëren of in stand te houden.

Ik wil het hier niet hebben over wie wat kan en moet en veel te weinig doet. Wat ik, mede vanuit mijn expertise als psycholoog en psychotherapeut wil belichten, is hoeveel emotionele, psychologische ‘distress’ de klimaat- en ecologische crisis veroorzaakt bij doodgewone mensen zoals u, ik en mijn dochter. Een aspect dat weinig publieke aandacht krijgt want zich vaak in stilte, onuitgesproken of enkel binnenskamers afspeelt.
We hebben pijn, verdriet, zijn ongerust, voelen ons wanhopig, gefrustreerd, moedeloos en schuldig. We worden radeloos, woedend, bang van zoveel destructie en onheil. De ene sluit zich af, zoekt verstrooiing, manieren om te vluchten in ontkenning. De ander deelt zijn verontwaardiging op sociale media, de klankkast voor alles wat ons emotioneert. Individuen en groepen piekeren zich moe – jawel, ook ’s nachts – over hoe ze verandering zouden kunnen teweegbrengen. Sommigen sluiten zich aan bij acties, anderen zuchten terwijl ze dan toch maar zoals elke dag hun taak opnemen. Zoals een goede collega me onlangs zei: je moet nog kunnen leven.
Maar wat mijn dochter toont en wat we allemaal gemeen hebben is dat we ons geraakt voelen in onze existentie: we kunnen niet zomaar verder leven zoals we deden. We ervaren een zingevingscrisis: waarom zou ik me nog inzetten voor studies, werk,...? Moet ik me niet wijden aan het redden van wat er te redden valt?
We zien en beleven situaties die ons uit evenwicht brengen, en die verstoring raakt ons in de kern van ons mens-zijn en brengt innerlijke processen teweeg die vergelijkbaar zijn met trauma. Het trauma en de psychische stress van leven in een omgeving die verwoest wordt, zoals leven in oorlogsgebied.
We leven hier in een regio waar de klimaatverandering (alsnog) relatief weinig gevolgen heeft. Maar nu al ondervinden we dat de impact van de klimaatverandering op onze geestelijke gezondheid enorm zal zijn.

We moeten rouwen én goed handelen én hoopvol én kritisch blijven, én leven én studeren, werken, zorgen, liefhebben… allemaal tegelijkertijd.
Zoals ik aan mijn dochter antwoordde: dat is teveel voor één mens, één hart, één hoofd. En wat me het meest pijn deed: ze is 18, ze wil de wereld ontdekken en is diep ongerust. En ik kan haar niet geruststellen. Ik hoef geen liefhebbende ouder uit te leggen wat dat doet met een mens.

Read more...

Een klimaatinkomen voor iedereen ?

25 juli 2019 by Transitie 378 Views
Johan Malcorps

Written by

Een ambitieus klimaatbeleid kost geld. Maar zoals het protest van de gele hesjes toonde zal het Klimaatbeleid sociaal zijn of niet zijn. Hoe zorgen we ervoor dat het de grootste vervuilers zijn die betalen voor een daadkrachtig klimaatbeleid? Dat kan volgens James Boyce via de invoering van een carbon devidend. Een systeem, waarbij iedereen een bijdrage levert op basis van zijn verbruik en iedereen ontvangt op basis van gelijke bezitsrechten. Lees hier de recensie van Johan Malcorps.

James K. Boyce, The Case for Carbon Dividends, Polity Press, 2019, 137 p.

Klimaatbeleid zal sociaal zijn of zal niet zijn. Zo veel is duidelijk geworden na de laatste stembusgang in Vlaanderen. En na hoog oplopende discussies rond de kost van het klimaatbeleid in Nederland, Frankrijk, Duitsland, de VS,… Aan de andere kant vergt een ambitieus klimaatbeleid een beprijzing van de CO2-uitstoot. Een CO2-tax dus.  En dan schieten de gele hesjes in actie. Maar er bestaat een oplossing voor dit dilemma. En het is zelfs al uitgetest in de realiteit. Het heet ‘carbon dividend’ : een koolstof- of klimaatdividend. Je heft een koolstoftaks, maar je geeft de opbrengst ervan onmiddellijk en integraal terug aan de mensen, als een soort van koolstof-basisinkomen. Enkel de rijken, die heel veel vervuilen, scheuren er hun broek aan. En de fossiele industrie die weigert om te schakelen. Al de rest wint : de sociaal zwaksten, de middenklasse, de groene economie. In de VS zijn er al verschillende voorstellen ingediend in het parlement en wordt er actief voor gelobbyd. In Canada voerde Justin Trudeau een ‘carbon dividend’ systeem in dat binnenkort van kracht wordt. In Zwitserland bestaat al enige tijd een vergelijkbaar systeem.

Koolstoftaxen

James Boyce toont in zijn boekje aan dat een koolstoftax nodig is. Niet om de staatskas te spijzen. Ook niet om klimaatbeleid te financieren. Daarvoor dienen de algemene middelen. CO2 moet een prijs hebben om een energietransitie aan te sturen waarbij het gros van de nog voorradige fossiele brandstoffen in de grond blijft. En om consumenten en producerenten aan te zetten om anders te gaan consumeren en produceren. Het moet dus om een louter sturende heffing gaan. Alle andere motieven zijn bij voorbaat verdacht.

Om invloed te hebben, moet de tax voldoende hoog zijn. De bestaande koolstofheffingen (bijv. de prijs op CO2 binnen het Europees ETS-stelsel) voldoen niet. Boyce gelooft niet in het doorrekenen van de effectieve externe kost van de CO2-vervuiling. Hij gaat voor een koolstoftax die gericht is op het behalen van doelstellingen (“targeted tax”), m.n. de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Of dat dan gebeurt via een directe taxatie of via  het beperken van de uitstoot en het veilen van uitstootrechten heeft geen belang. Maar het probleem van klassieke ‘cap and trade’- voorstellen zoals dat van de republikein Waxman en de democraat Markey[i] tijdens de Obama-jaren, was dat het massaal gratis rechten uitdeelde aan de grote energie-intensieve bedrijven[ii]. De opbrengsten zouden de energietransitie mee financieren. De kost voor Amerikaanse gezinnen zou volgens de regering Obama beperkt blijven (de kost van één postzegel per dag). Maar de republikeinen trokken dat met succes in twijfel.

Waar je de koolstoftax legt, heeft volgens Boyce weinig belang. Uiteindelijk wordt ze toch altijd doorgerekend naar de consument. Boyce toont aan dat de rijken het meest zullen betalen, omdat zij de grootste CO2-voetafdruk hebben. Maar armere mensen betalen meer dan rijken als percentage van hun inkomen.

Linkse activisten die een koolstoftax verwerpen, spelen volgens Boyce de grote oliemaatschappijen in de kaart. Als het winnen van olie of gas radicaal verboden wordt in sommige landen, stijgen de olieprijzen en gaan de winsten naar de maatschappijen die toch verder olie of gas opboren. Hetzelfde gebeurt als olieproducerende landen of maatschappijen zelf beperkingen invoeren, om hun winstmarges te vergroten of om politieke redenen (zoals ten tijde van de oliecrisis in de jaren ’70). Zonder koolstoftax gaat de koolstofrente (het extra geld dat consumenten moeten betalen ten gevolge van een beleid dat de uitstoot van CO2 beperkt) naar de oliefirma’s zelf. Alleen door een koolstoftax in te stellen kunnen overheden ervoor zorgen dat deze gelden bij de gemeenschap terecht komen en nuttig kunnen aangewend worden.

Het koolstofdividend

Het idee van een koolstofdividend werd voor het eerst gelanceerd in het boek van Peter Barnes “Who owns the sky?” (2001). Ecologisten betogen al  langer dat lucht, water, bodem, bossen, .. als gemeenschappelijke goederen moeten beschouwd worden, eigendom van alle aardbewoners samen. Waarom kunnen we bij uitbreiding dan ook de beperkte capaciteit van de atmosfeer om broeikasgassen te absorberen, niet al een gemeenschappelijk bezit beschouwen? Een soort commons zeg maar.

Jay Hammond, gouverneur van Alaska richtte in de jaren ‘80 van de vorige eeuw het “Alaska Permanent Fund”  op. Dat fonds werd gespijsd met een belasting op de oliewinning in Alaska. En de opbrengst van die belasting werd via een dividend eerlijk verdeeld over alle inwoners van Alaska : iedereen kreeg jaarlijks 2.000 dollar op zijn of haar rekening gestort. Op zich is dit natuurlijk een slecht voorbeeld : want hoe meer olie er wordt gewonnen, hoe hoger het dividend voor alle inwoners. Maar Hammond zelf gelooft dat zijn systeem ook kon ingezet worden om het tegendeel te bewerken, om meer olie in de grond te houden. Als de staat CO2-emissies beperkt (een plafond of “cap” voor de CO2-uitstoot instelt) en vervuilingsrechten veilt, kan de opbrengst daarvan ook verdeeld worden onder alle burgers.

Dat is dan ook de essentie van het “carbon price and dividend”-systeem dat Boyce verdedigt. “Iedereen levert een bijdrage op basis van zijn gebruik en iedereen ontvangt op basis van gelijke bezitsrechten”. De koolstofdividenden zouden in die zin werken al een soort van universeel basisinkomen.

Boyce zelf gaat niet dieper in op het Canadees model dat premier Justin Trudeau in 2018 lanceerde. Het gaat om een koolstoftax van 20 dollar per ton CO2 in 2019 die per jaar met 10 dollar zou stijgen tot 50 dollar in 2022. Een gezin van vier zou 307 dollar terug krijgen van de belastingen in 2019, oplopend tot 718 dollar in 2022.

Boyce beperkt zich in zijn boekje tot voorstellen gelanceerd in de VS.  In het Amerikaans parlement werden immers al concrete ‘cap and dividend’ - wetsvoorstellen ingediend. Zo is er het “tweepartijenvoorstel” van Maria Cantwell (democrate) en Susan Collins (republikeinse) van 2009. Daarbij werd een koolstofheffing voorgesteld waarvan 75% rechtstreeks terugvloeide naar de burgers en 25% gestort werd in een overheidsfonds om klimaatbeleid mee te voeren. In het voorstel van democraat Chistopher Van Hollen (ook van 2009 – maar met een recente update) wordt 100% van de opbrengst van de tax uitgekeerd als dividend aan de burgers.

Deze 100%-retour-regeling geniet ook de voorkeur van Boyce. Productie en gedragsverandering sturen gebeurt via de tax. Dat ook nog eens doen via klimaatvoordelen (bijv. subsidies) verstrekt door de overheid, is dubbelop. Als de heffing goed werkt, zou dit niet leiden tot additionele emissiereducties. Boyce voorziet wel dat een deel van de opbrengst toch kan terugvloeien naar overheden (die ook de koolstofheffing zouden moeten betalen) en naar mensen met lagere inkomens die toch genoodzaakt zijn om meer beroep te doen op fossiele brandstoffen (bijv. mensen die in meer landelijke gebieden wonen). Om concurrentienadelen voor bedrijven tegen te gaan, voorziet hij dat ‘koolstof-invoertarieven’ kunnen opgelegd worden aan producten uit landen zonder vergelijkbare koolstofbeprijzing, en ‘koolstof kortingen’ voor de uitvoer van producten naar dergelijke landen (‘tariffs and rebates’).

De opbrengst van de koolstofheffing gebruiken als alternatieve financiering van de sociale zekerheid of om bijv. de arbeidskost te verlagen, vindt Boyce ook geen goed idee. Dan maak je sociaal gewenst beleid afhankelijk van een opbrengst die om milieuredenen gefaseerd zou moeten afnemen. Boyce is vooral erg pragmatisch : een cap-en-dividend-voorstel kan er maar komen met steun van beide partijen in het Amerikaans parlement. Republikeinen zullen geen koolstoftax steunen die gezien wordt als forse belastingsverhoging en die gebruikt wordt om meer overheidsbemoeienis te financieren. Democraten zullen geen voorstel steunen dat de sociaal zwaksten op kosten jaagt.

Een soort van super compromis dus dat zich niet uitspreekt over ‘big’ of ‘small government’ en toch reëel klimaatbeleid mogelijk maakt.

Kapers op de kust

Het klimaatdividend wordt sterk verdedigd door (een deel van de) Amerikaanse klimaatbeweging. Zo bijv. door Bill McKibben[iii] en zijn organisatie 350.org. en door de ‘Citizens’ Climate Lobby’ (CCL).  Ted Deutch (een republikein) legde in samenspraak met CCL recent een nieuw voorstel neer in het Congres[iv] .

Maar het voorstel krijgt ook steun uit meer verdachte hoek, m.n. de ‘Climate Leadership Council’ (CLC) met republikeinse voormannen als James Baker en George Schultz. Ze legden hun uitgangspunten vast in het document ‘The Conservative Case for Carbon Dividends’[v].

Beide voorstellen pleiten voor een koolstoftax die geleidelijk toeneemt, koolstofdividenden voor alle Amerikanen en een koolstofgrenscorrectie (‘border tax adjustment’). Maar er zijn ook belangrijke verschillen.   De milieu-activisten van de CCL zien klimaattax en -dividend als onderdeel van een ruimer pakket aan maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De conservatieve CLC daarentegen ziet klimaattax en -dividend eerder als alternatief voor regulering op vlak van klimaatwetgeving. Hun bedoeling is juist de klimaatwetgeving te versoepelen, om te gaan voor deregulering. Bovendien willen ze paal en perk te stellen aan de juridische aansprakelijkheid van (olie)bedrijven zodat die niet meer kunnen vervolgd worden voor klimaatdisruptie in het verleden. Niet voor niets werpen ExxonMobil en Shell zich nu op als fervente verdedigers van een ‘carbon fee and dividend’- regeling[vi].

Want beide multinationals hebben toegegeven dat ze in een vroege fase weet hadden van de klimaatverandering, maar de feiten hebben stil gehouden en zelfs actief klimaatnegationistische campagnes hebben gesteund[vii].

De conservatieve Climate Leadership Council werft succcesvol steun van prominente politici en bedrijfsleiders, die zich opmaken voor een post-Trump periode waar klimaatactie onvermijdelijk zal worden.  Maar ze willen dan alvast de bakens uitzetten. Geen nieuwe reguleringsgolf, geen aanvetting van de staat. Zij willen de bestaande olie-industrie niet omverwerpen, maar juist begeleiden in een transitie waarbij ze hun machtsbasis grotendeels kunnen behouden, zij het dan wellicht in een nieuw groen gewaad.

De Citizens Climate Lobby leunt veel dichter aan bij de Sunrise Movement en het ‘New Green Deal initiatief’ van progressieve democraten zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Edward Markey. Deze Green New Deal staat voor een groen neo-keynesiaans beleid : dus Big Government die veel nieuwe investeringen doet en maatregelen uitvaardigt. Volgens republikeinen maar ook veel gematigde democraten een recept voor Amerikaans socialisme of zelfs communisme… In elk geval het tegendeel van de plannen van de Climate Leadership Council die het hele klimaatprobleem geregeld ziet via een kleine ingreep (het klimaatdividend) en voor de rest vooral veel marktwerking.

Geen zilveren kogel

In deze titanenstrijd mengt James Boyce zich nauwelijks. Hij noemt zichzelf een ‘libertaire socialist’. Hij is duidelijk sociaal geëngageerd. In zijn loopbaan specialiseerde hij zich in milieubeleid en armoede[viii]. Maar hij beschouwt het klimaatdividend in zijn boekje te veel als geïsoleerde maatregel, als “silver bullet’ die in één slag het grote dispuut rond de sociale effecten van klimaatbeleid kan oplossen. Zo simpel is het ook weer niet.

Naast een klimaattax- en dividend zullen nog veel andere maatregelen nodig zijn om vorm te geven aan een ambitieus klimaatbeleid. En een sterke overheid zal daarvoor ook nodig zijn.

Hoe dan ook blijft het idee van een gegarandeerd universeel klimaat-inkomen bijzonder aantrekkelijk.

Klimaatbeleid moet lonen

Ook in Europa beginnen burgers nu steun te werven voor een klimaatdividend en dat via het instrument van een burgerinitiatief[ix]. De Duitse Groenen pleiten sinds kort ook voor een klimaatdividend. Ze kiezen voor een koolstofbeprijzing[x] die 8,2 miljard € moet opbrengen. Dat geld willen ze meteen terug geven aan de Duitse burgers via  een energiebonus van 100 € per jaar per persoon, of van 460 € voor een gezin met een gemiddeld energieverbruik. Ze volgen daarbij het voorbeeld van Zwitserland [xi]. De titel van hun nieuw voorstel : ‘Klimaatbescherming moet lonend zijn”… 


[i] American Clean Energy and Security Act of 2009(ACES), https://www.congress.gov/bill/111th-congress/house-bill/2454, goedgekeurd in de Kamer, nadien gesneuveld in de Senaat.

[ii] Hetzelfde gold voor het oorspronkelijk Europees systeem van verhandelbare emissierechten (ETS)

[iii] https://www.treehugger.com/corporate-responsibility/bill-mckibben-on-why-cap-and-dividend-is-the-best-approach-to-setting-a-price-on-carbon.html

[iv] https://www.congress.gov/116/bills/hr763/BILLS-116hr763ih.pdf

[v] https://www.clcouncil.org/media/2017/03/The-Conservative-Case-for-Carbon-Dividends.pdf

[vi] Zie ook Tom Cochez, Dividend op CO2-uitstopt moet de wereld redden in Apache, https://www.apache.be/2019/01/07/dividend-op-co2-uitstoot-moet-de-wereld-redden/?sh=b17a99370ed689b65eced-1307280654

[vii] Jennings, Katie; Grandoni, Dino; Rust, Susanne "How Exxon went from leader to skeptic on climate change research"Los Angeles Times, 23/10/2015 (over ExxonMobil)

Jelmer Mommers, Hoe gaan we dit uitleggen, 2019 (over Shell)

[viii] Cf. zijn nieuw boek ‘Economics for People and the Planet. Inequality in the era of climate change” dat in oktober uitkomt

[ix] https://climateincome.org/

[x] Besluit van de fractie in de Bundestag van 25/6/2019, Klimaschutz muss sich lohnen - https://www.gruene-bundestag.de/fileadmin/media/gruenebundestag_de/themen_az/klimaschutz/pdf/190628_Positionpapier_CO2-Preis.pdf

[xi] In Zwitserland vloeit tweederde van de inkomsten van de koolstofheffing terug naar de bedrijven en naar de gezinnen (a rato van hun bijdrage aan de tax). De gezinnen krijgen hun aandeel via de ziekenkassen (via een vermindering van de bijdragen voor de ziekteverzekering).  Een derde van de opbrengst wordt sinds 2009 gebruikt voor de financiering van een energierenovatieprogramma voor woningen.

Read more...

De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond

18 juli 2019 by Transitie 540 Views
Jan Mertens

Written by

Misschien is een duurzame en rechtvaardige welvaart ook wel beter voor onze geestelijke gezondheid. Zeker als je beseft welke ecologische conflicten nog op onze weg zouden kunnen komen, schrijft Jan Mertens van Oikos.

Wat is welvaart? Als je je afvraagt wat je echt nodig hebt om gelukkig te zijn, zullen er in je antwoorden waarschijnlijk waarden zitten. Je wilt dat je je verbonden kunt voelen met andere mensen, dat je je veilig voelt in een huis waar je je kinderen geborgenheid kunt geven, dat je een zinvolle bijdrage kunt leveren aan de samenleving, dat je gezond kunt blijven, dat je kinderen ook een waardige toekomst zullen hebben.

Als je je afvraagt wat je graag van Sinterklaas zou krijgen, zullen de antwoorden heel anders zijn. Je zult je verder misschien ook afvragen hoe het komt dat Sinterklaas in sommige gezinnen meer speelgoed brengt dan in andere. Bij de eerste vraag kom je misschien dichter bij iets van 'zijn', bij de tweede meer bij iets van 'hebben'.

De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond.

Wanneer we te horen krijgen dat we iets moeten doen voor 'de' economie, dan vinden we dat niet raar. Als men ons vraagt dat we iets doen voor de maatschappij, dan vinden velen dat een vorm van betutteling. Om goed te zijn voor de economie moet je meer willen hebben, altijd maar meer. De reclame legt je uit wat je nodig zou moeten hebben. In een SUV-advertentie in de krant lees je: "Met zijn verantwoorde luxe en nieuwe milde hybride motorisatie is de x perfect voor de stad. Daarbovenop maakt zijn aparte, uitgepuurde stijl deze SUV tot een echte trendsetter. Ontdek nu de rijkelijk uitgeruste en aantrekkelijk geprijsde x." 

Het is een 'trendsetter'. Het ding dat je koopt is dus niet gewoon een machine om je van A naar B te brengen, het is een ding dat zich verhoudt tot alle andere dingen en dat jou de kans geeft om je te onderscheiden van anderen. Je leert nieuwe exotische woorden als 'motorisatie', die je even lekker in de groep kunt werpen. En het gaat hier over 'verantwoorde luxe'.

Luxe is iets extra's, iets dat je eigenlijk niet nodig hebt. Maar in dit geval, zo verneem je, mag het, het is verantwoord. Het is niet dat de voorbije jaren in heel Europa de wegen gruwelijk snel slechter zijn geworden of de hellingen immenser. Het is niet zo dat de wegen overal zo leeg zijn dat we een zwaardere motor (oeps, motorisatie) nodig hebben om hard te kunnen rijden. Het is niet dat we het echt nodig hebben, we willen zo'n ding gewoon graag hebben. Officieel zijn we dan wel klimaatbewust en poetsen bedrijven hun groene imago op, in werkelijkheid blijkt dat in 2018 de gemiddelde CO2-emissie van nieuwe wagens steeg. Hoe komt dat? Ongeveer een derde van de nieuwe wagens waren SUV's.

Hebzucht

Het stimuleren van het willen hebben van dingen of het meer dingen willen hebben dan een ander noemen we eigenlijk hebzucht. Het is fascinerend dat in zowat alle spirituele en religieuze tradities hebzucht wordt afgewezen als iets dat ons ongelukkig of ziek kan maken. Het is bij wijze van spreken niet erg goed voor je karma. Het maakt je hard vanbinnen, in een permanente staat van rusteloosheid. En die rusteloosheid is nu net wat volgens de gangbare of 'realistische' visie op economie goed zou zijn.

Als iedereen, gedreven door rusteloosheid, zou denken in eigen belangen en meer wil hebben, zouden we er samen beter van worden. Er zijn jammer genoeg weinig bewijzen dat dat klopt. De economisch geïnstitutionaliseerde hebzucht duwt de planeet naar de afgrond en vergroot zo de ongelijkheid. En hoewel wij - laten we dat vooral niet vergeten - in een van de rijkste landen van de wereld wonen kun je niet zeggen dat we allemaal zo gelukkig zijn.

Zelfs mensen die eigenlijk veel meer hebben dan ze nodig hebben zullen een mogelijke toekomstige inperking van hun ecologische gulzigheid nu al ervaren als iets dat 'ze' van 'ons' afpakken. Of het nu kan of niet, we moeten blijven groeien, anders zouden we die rusteloosheid recht in de ogen moeten kijken.

Het streven naar voortdurende globale groei is de aandrijver van de uit de hand lopende klimaatverandering. Volgens Ian Gough zijn de fundamentele menselijke behoeften: sociale participatie (verbonden zijn, ergens bij horen), gezondheid (fysiek en mentaal) en autonomie. En net die dingen staan onder druk door een ongecontroleerde klimaatverandering. Maar dat willen velen liever niet weten.

Eenzame wereld

Bewust gecultiveerde onwetendheid is een rare vorm van vrijheid. Het is ook erg gevaarlijk. En dat sijpelt stilaan ook door tot in de veilige plekken van de machtigen van deze wereld, zoals het World Economic Forum. In het jaarlijkse Global Risks Report kun je de neerslag vinden van wat volgens de decision makersde grootste risico's zijn die ons bedreigen. Wat valt er op in de editie 2019? Klimaatverandering staat bovenaan bij de risico's die waarschijnlijk zijn en ook nog eens een grote impact zullen hebben. Maar in dat rapport is er ook een heel hoofdstuk over de menselijke kant van die risico's. Voor steeds meer mensen is dit een beangstigende, ongelukkige en eenzame wereld. Wereldwijd worden 700 miljoen mensen geconfronteerd met problemen van geestelijke gezondheid. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze geen controle meer hebben over de dingen en die psychologische stress wordt een risico op zichzelf. We reageren echter niet zo goed op die risico's. Landen en groepen trekken zich terug in nationaal egoïsme, terwijl ze net meer zouden moeten samenwerken. En psychische kwetsbaarheid wordt door velen - in steeds dezelfde neoliberale logica - bekeken als een individueel probleem van 'gedrag', dat we via medicatie kunnen fiksen, waardoor mensen weer kunnen 'participeren' in de 'normale' economie, die door de nadruk op consumptie als doel op zich steeds meer spirituele leegte creëert.

Een recent rapport van een speciale VN-rapporteur klaagt die eenzijdige kijk op mentaal welbevinden ook aan. Een van de belangrijkste obstakels voor geestelijke gezondheid is wereldwijd de ongelijkheid. Maar vaak gaan nationalisme en austeriteitsbeleid samen, waardoor we nog minder antwoorden kunnen geven op reëel ervaren zingevingsproblemen.

De uitdagingen rond klimaat en mentale weerbaarheid komen samen in de jongere generaties. Veel jongeren voelen zich in allerlei richtingen getrokken. Ze maken zich terecht heel veel zorgen over hun toekomst met een dreigende klimaatchaos. Velen komen in verzet, wat in wezen psychisch een heel gezonde reflex is. Ze zouden zich beschermd moeten voelen door de oudere generaties, maar krijgen van een aantal welgestelde en zogenaamd 'realistische' ouderen vooral te horen dat ze hun mond moeten houden om nog meer mee te kunnen draaien met de groei-economie die onder geen enkel beding in vraag mag gesteld worden. Tegelijk moeten ze weerstaan aan het dagelijkse reclamebombardement en aan de druk van de bucket list van dingen die je moet gedaan hebben voor je 30 bent. Je bent wat je consumeert, en ervaringen zijn consumptieproducten die je kunt afvinken en die je steeds nog rustelozer achter zullen laten ("nog zoveel continenten te gaan").

Een doorgedreven keuze voor ecologische rechtvaardigheid is een vorm van sociaal preventief beleid. We zullen de volgende jaren moeten leren omgaan met een mogelijk snel veranderende omgeving.

Sommige politici willen hun kiezers doen geloven dat we tegelijk op geen enkele manier ons consumptiemodel in vraag moeten stellen en dat we ook nog eens alle migratie kunnen tegenhouden. In hun hoofden is dat misschien the best of both worlds, alleen is er in de feiten maar één wereld.

Zonder een ambitieus rechtvaardig klimaatbeleid zal de ongelijkheid alleen maar toenemen - onder meer door hittestress, zoals de IAO onlangs duidelijk maakte - wat ook de druk op mensen en samenlevingen zal verhogen. Het stimuleren van nog meer hebzucht zal de rijken tijdelijk kunnen vrijwaren van wat komt, maar dat is dan alleszins geen 'verantwoorde' welvaart.

Een van de manieren om de toenemende wereldwijde spanningen te analyseren die zich ook uitten in de recente verkiezingen, is te zien dat het naast andere dingen ook gaat om ecologische conflicten. Wie krijgt toegang tot water, grondstoffen, zuivere lucht, voedsel, ... Het zijn machtsconflicten. (Zie ook dit recente opiniestuk bij MO.) Je kunt die niet even 'wegstemmen'.

Je kunt ervoor kiezen om die vreedzaam en dus rechtvaardig op te lossen, daarbij uitgaand van de vaststelling dat we de echte menselijke behoeften, die dingen die we echt nodig hebben om gelukkig te zijn, moeten realiseren binnen de planetaire grenzen.

De aarde is nu al niet groot genoeg voor de hebzucht van een mondiale minderheid. Hun zogenaamd verworven levensstijl willen uitbreiden naar iedereen zal alleen de ongelijkheid versterken. Dat zoveel mensen zich nu al ongelukkig, eenzaam, kwaad en angstig voelen zou ons moeten aanzetten om in onze visie op economie niet langer de hebzucht centraal te stellen, maar misschien wel iets als een rechtvaardige cultuur van het genoeg. 

De klimaatverandering maakt onze planeet immers letterlijk gezien nog kleiner. Er zijn te veel mensen die te weinig hebben. Maar er zijn ook erg veel mensen die in wezen meer hebben dan ze nodig hebben. In plaats van het steeds meer van de 'verantwoorde luxe' zouden we misschien beter evolueren naar het genoeg van een rechtvaardig verdeelde 'verantwoorde welvaart'.

Het zou ook goed zijn als we de reële existentiële vragen die mensen zich stellen in deze wereld die in overdrive lijkt te gaan erkennen voor wat ze zijn en beantwoorden door verbinding en rechtvaardigheid, niet als een individueel falen om mee te draaien in de zogenaamd normale rat race van de groei-economie. 

Jan Mertens, medewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en lid van de Denktank Oikos. Dit artikel verscheen op 17/07 in Knack. 

Read more...

Van doemdenken naar nieuwe hoop

01 juli 2019 by Transitie 862 Views
Johan Malcorps

Written by

Bespreking David Wallace-Wells, De Onbewoonbare Aarde (De Bezige Bij, 2019, 363 pag.) & Bruno Latour, Waar kunnen we landen? Politieke Oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (Octavo, 2019, 131 pag).

Johan Malcrops brengt in een heldere analyse van beide boeken de parallellen, maar vooral ook de tegenstellingen, naar voor van beide auteurs. Waar David Wallace-Wells eerder vertrekt vanuit een doemscenario dat enkel kan beantwoord worden via technologie, vertrekt Bruno Latour vanuit een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.

 

De film ‘An Inconvenient Truth’ (2006) van Davis Guggenheim en gepresenteerd door Al Gore, zette ooit de trend. Een hele rist van boeken en films verscheen sindsdien met waarschuwingen over de opwarming van de aarde en de klimaatcatastrofen die voor de deur staan. Recent nog de nieuwe reeks Planet Earth en de documentaire ‘Climate Change : the facts’ van David Attenborough .

Ook de wetenschappelijke rapporten van het IPCC brengen steeds meer feitenmateriaal aan : de klimaatverandering is veroorzaakt door de mens, is volop bezig en binnen enkele jaren wordt ze onomkeerbaar, onbeheersbaar. Volgens datzelfde IPCC hebben we nog 12 jaar om het tij te keren .

Het boek ‘De Onbewoonbare Aarde ‘ van David Wallace-Wells biedt een lange opsomming van voorspellingen van de rampspoed die op ons afkomt, als de mensheid niet dringend het roer omgooit.

Hij beschrijft de gevolgen van het absolute doemscenario (5 graden opwarming en meer), maar ook van meer realistische scenario’s (2 tot 3 graden opwarming). 

Van hittesterfte tot klimaatmigraties

Het boek begint met een beschrijving van de gevolgen van extreme hitte voor de mens. En hij doet er geen doekjes om : bij 5 graden opwarming, zouden grote delen van de aarde ongeschikt worden voor menselijk leven. Grote delen van de aarde worden onbewoonbaar. En dan heeft hij het over de directe effecten van hittestress. Maar zelfs bij het huidige tempo van opwarming, zijn de gevolgen al dramatisch. Hij verwijst naar de recordzomer van 2018 met temperaturen boven de 42 graden in Los Angeles, 50 graden in Pakistan en 51 graden in Algerije. En deze zomer hebben we opnieuw prijs, ook in Europa. Meer hitte betekent ook een veel slechtere luchtkwaliteit. Nu al sterven duizenden mensen wereldwijd (bijv. In Azië) door de toename van zomersmog. 

Door de hoge temperaturen krijgen we ook af te rekenen met meer orkanen en tropische stormen, met ‘regenbommen’ en massale overstromingen. En in andere delen van de wereld met verzengende droogte en verwoestende natuur- en bosbranden. De oceanen sterven af, nieuwe plagen en ziekten verspreiden zich.

Wallace-Wells besteedt veel aandacht aan de effecten van de klimaatverandering op de landbouw en de economie. Grote delen van de wereld zullen te lijden hebben van falende oogsten en getroffen worden door hongersnood. Daarnaast voorspelt hij een economische ineenstorting. Het wereld-BNP dreigt te kelderen. Er is meer dan 51% kans dat mondiale productie tegen 2100 met 20% zal zijn teruggevallen, 12% kans dat de productie zal halveren. Waarbij de economische crash van de jaren dertig van de vorige eeuw zou verbleken. Ook in economisch opzicht voorspelt hij het ‘Grote Sterven’. Het kapitalisme is door het klimaat ten dode opgeschreven. Meer en meer blijkt nu dat neoliberalisme en economische groei teerden op het verbruik van fossiele brandstoffen. Dit ‘fossiel kapitalisme’ loopt nu op zijn laatste benen. Nieuwe economische groei zit er volgens hem niet meer in. Als de digitale revolutie, waar velen alle heil van verwachten, geen duidelijke groei van de productiviteit oplevert, komt dat volgens hem omdat de klimaatverandering het positief effect van computers en robotica meer dan teniet doet.

Ten slotte besteedt de auteur ook aandacht aan de hele reeks van conflicten die ontstaan door de klimaatverandering en de verminderde landbouwopbrengsten in grote regio’s : sociale onrust, burgeroorlogen zoals in Syrië, strijd tussen landen om water, de ‘climate wars’ van Harald Wezer. Zelfs als de opwarming zou beperkt blijven tot 2°C, krijgen we de komende jaren tot 80% meer oorlogen. En steeds meer ‘kwetsbare staten’ onder invloed van de klimaatchaos. En hij beschrijft ook de stroom van klimaatvluchtelingen die steeds verder zal aanzwellen en onstuitbaar zal oprukken naar landen waar ze niet welkom zijn.

Negatieve uitstoot : flirten met geo-engineering

Hoe somberder de toekomstverwachtingen rond klimaat, hoe groter de verleiding om te kiezen voor drastische technologische oplossingen. Wallace-Wells danst hier op een slappe  koord. Hij denkt dat de inzet van technologieën die zorgen voor een ‘negatieve uitstoot’ van CO2 uiteindelijk niet zal te vermijden zijn. Zo bijvoorbeeld de inzet van  technologieën om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan (Carbon Capture and Storage of CCS) via natuurlijke methoden (nieuwe bos- en landbouwmethoden) of door te investeren in grote CO2-afvangfabrieken. Hij twijfelt : is CCS geen vorm van ‘magisch denken’? En is betrouwen op CCS  realistisch? Om de doelstellingen van Parijs te halen en de opwarming onder 2°C te houden, zouden er  elke twee dagen drie volwaardige CO2-afvangfabrieken moeten gebouwd worden. Maar juist omdat de nood zo hoog is, besluit hij dat een aanzienlijke inzet van negatieve uitstoot technologie toch nodig zal zijn. In het hoofdstuk over klimaat en luchtvervuiling gaat hij nog een stap verder en pleit hij voor nog straffere vormen van geo-engineering : het opzettelijk inbrengen van deeltjes zwaveldioxide in de atmosfeer om de opwarming af te remmen. Ook als dit bijzonder schadelijke neveneffecten zou hebben voor de volksgezondheid.

Hij citeert klimaatwetenschappers die stellen dat zelfs de zeer bescheiden klimaatdoelen van Parijs onhaalbaar zullen blijken, zonder de inzet van dit soort technologieën.

De totale ombouw van onze energie- en vervoers- infrastructuur is op de luttele tijd die ons rest, niet meer mogelijk. Dan zou de grootschalige inzet van CO2-afvanginstallaties wel eens onze laatste hoop kunnen zijn. Om voldoende tijd te winnen om alsnog de noodzakelijke klimaattransitie te kunnen realiseren.

Om dezelfde reden verdedigt Wallace-Wells ook kernenergie en ggo’s. Waarbij hij een deel van het ecomodernistisch discours overneemt. Het aantal slachtoffers van kernrampen is niet te vergelijken met de slachtoffers (nu en in de toekomst) van de klimaatverandering. En genetisch gemodificeerde organismen zijn een deeloplossing voor de te verwachten klimaatcrisis in de landbouw. 

Wallace-Wells heeft allicht te weinig aandacht en vertrouwen in de klassieke klimaatstrategieën, waarin naast duurzame technologieën, ook ingezet wordt op andere productie en consumptiewijzen. Hij zoekt te snel zijn heil bij technologische “mirakel”oplossingen. Maar de vraag blijft reëel : kunnen we een koolstofneutrale toekomst bereiken, zonder de ultieme inzet van bepaalde negatieve emissie technologieën? Ook de wetenschappers van het IPCC houden er ernstig rekening mee dat dit tot op zekere hoogte nodig zal zijn (bijv. opvang en hergebruik van CO2 om de industrie koolstofneutraal te maken). 

Wallace-Wells is niet de enige die onder druk van klimaatpessimisme gaat overhellen naar ecomodernistische oplossingen. Hetzelfde zagen we de voorbije jaren gebeuren met andere prominente klimaatpessimisten zoals Mark Lynas of George Monbiot. ‘Zes Graden. Onze Toekomst op een warmere planeet’ (2008)  bracht tien jaar geleden al een soortgelijk verhaal als dat van Wallace-Wells. Mark Lynas schetste toen al de stand van de planeet bij één, twee, drie tot en met zes graden opwarming. Ook hij ging uiteindelijk overstag en is nu een groot pleitbezorger van kernenergie. Eenzelfde traject doorliep de radicale milieudenker George Monbiot. En uiteraard een ecomodernist pur sang zoals Michael Shellenberger, die nog verder gaat en zich nu zelfs keert tégen hernieuwbare energie .

Eco - Nihilisme 

Op ecopessimisme staat geen maat. Wallace-Wells besteedt in zijn boek ook een hoofdstuk aan nog straffere doemdenkers.  De klimatoloog Guy McPherson is nog pessimistischer dan Wallace-Wells. Hij heeft alle hoop opgegeven dat de mensheid de klimaatverandering zal overleven. Alle zogenaamde wonderoplossingen zullen falen. Hij verwacht dat de mensheid binnen tien jaar zal uitgeroeid zijn. Hij geeft wereldwijd lezingen over zijn hypothese van ‘near-term human extinction’. 

Vandaar is het nog maar een stap naar het absolute doemdenken, het eco- of klimaatnihilisme van Paul Kingsworth en zijn beweging van ‘dark ecology’. Het kan dan gaan om het berusten in de ondergang, het afzweren van de menselijke soort (inhumanisme) of om vormen van regelrecht ecofascisme, waarbij men zich afkeert van de naïeve pogingen van zogeheten progressieve politici om alsnog de planeet te redden, maar enkel nog vecht voor het veilig stellen van de eigen belangen, de ‘klimaatbehoeften’ van een beperkte groep of een beperkt (superieur) ras. Wallace-Wells waarschuwt ervoor dat dit soort vertwijfeling en groepsegoïsme meer en meer de weg vindt naar het consensusdenken over klimaat. 

Maar al bij al blijft de benadering van Wallace-Wells zeer partieel : te eenzijdig gericht op het klimaatprobleem op zich, alsof het over een geïsoleerd gegeven zou gaan. Een (daardoor) ook te zeer gericht op technologische (nood)oplossingen. De Franse filosoof Bruno Latour gaat voor het andere uiterste : hij speurt naar de oorsprong van de klimaatproblemen, zoekt wel naar samenhang en naar heel nieuwe oplossingen die veel dieper reiken dan het uitpakken met nieuwe technieken. 

Het Nieuwe Klimaatregime van Bruno Latour

Bruno Latour vertrekt in zijn boekje ‘Waar kunnen we landen?” van een veel bredere visie op de klimaatcrisis. Het gaat fundamenteel om onze verhouding met de Aarde (Gaia) of eerder nog het Aardse . “Migraties, de explosieve toename van ongelijkheden en het Nieuwe Klimaatregime : het is dezelfde dreiging.” De migratiecrisis is daarbij geen fait divers. Het gaat om duizenden, straks miljoenen mensen vooral in de armste landen die door de klimaatcrisis hun land zien verdwijnen of onbewoonbaar zien worden. Zij moeten  letterlijk en figuurlijk op zoek moeten naar nieuwe grond onder de voeten. En het gaat tegelijk om de bewoners in de rijke landen die beseffen dat ze hun levenswijze volledig moeten veranderen. Beide groepen voelen zich ‘door hun land verlaten’. 

De link tussen klimaatcrisis en de toenemende ongelijkheid formuleert Latour aan de hand van een politieke fictie – hypothese. In plaats van naïefweg te blijven geloven dat de (rijke) elites van onze wereld ziende blind zijn voor de klimaatcrisis, laat ons veronderstellen dat ze wel degelijk de alarmsignalen hebben opgevangen, maar dat ze weigeren die kennis te delen. Ze beseffen donders goed dat een radicale ommekeer nodig is, maar weigeren ervoor op te draaien en kiezen ervoor om de nieuwe klimaatrealiteit glashard te ontkennen .

“De elites zijn er zozeer van overtuigd geraakt dat er geen toekomst is voor iedereen dat ze hebben besloten alle lasten van de solidariteit zo snel mogelijk van zich af te werpen.”

Hij gebruikt het beeld van de Titanic : de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is. Ze maken zich meester van de reddingsboten en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat zij er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan . Een voorbeeld is de multinational ExxonMobil die begin van de jaren negentig al de ernst van het klimaatprobleem kende en toch jaren lang bleef investeren in negationisme. De obsessieve ontkenning van de klimaatverandering door de superrijken (waarvan Trump slechts de vaandeldrager is) wordt daardoor een misdaad buiten alle proporties, een verraad aan de gewone mensen, aan de mensheid. Trumps politiek is niet enkel ‘post truth’, ze is vooral ‘postpolitiek’ : ze verwerpt de wereld waarin we leven. Amerika reageert als een paard dat de hindernis ziet waar het over moet springen, maar begint te steigeren. Met die ‘grote weigering’ moet de hele wereld nu leven. Alle venijn van de negationisten richt zich meer en meer op klimaatactivisten – wereldwijd worden steeds meer milieuactivisten vermoord .

Landen in het Aardse

Bruno Latour ziet geen heil in de verdere keuze voor globalistische modernisering en groei. Ook het terugplooien op het lokale (protectionisme, nationalisme), zal geen uitweg bieden. De keuze tussen globalisering en het lokale is een valse keuze. Hij gebruikt het beeld van een vliegtuig dat vliegt van het Lokale naar het Globale maar onderweg te horen krijgt dat er bij het Globale geen plaats is om te landen en dat ook terugkeer en een noodlanding op het Lokale uitgesloten is. Met dan de prangende vraag : waar kunnen we landen? De echte keuze die zich stelt is tussen het ‘Bodemloze’ en het ‘Aardse’. Het ‘Bodemloze’ is de attitude waarbij alle hoop wordt opgegeven. De keuze om te crashen zeg maar.  Het is veel meer dan klimaatnegationisme, het is de ontkenning van de wereld. Het is ook veel meer dan ecofascisme, want de fascisten hadden nog een verwrongen ideaal van modernisering en van ‘Blut und Boden’. Het is absoluut nihilisme. De enig mogelijke bestemming is het Aardse. Met het begrip ‘het Aardse’ tracht Latour een nieuwe geogeschiedenis te beschrijven waarin mensen en alle leven op Aarde samenwerken om te overleven. Latour geeft een diepere inhoud aan de Aarde als levend organisme (uit de Gaia-hypothese van James Lovelock). En aan de nieuwe notie ‘anthropoceen’. Het ‘Aardse’ is een nieuwe vorm van handelen, van interactie, van samenleven. Het ‘nieuwe klimaatregime’ wordt niet langer ontkend, maar ten volle aanvaard. De oplossing is zeker niet nog meer dan voorheen controle uit te oefenen op de aarde (zoals de voorstanders van geo-engineering willen). Dit is voor Latour grootheidswaan, een delirium : het moderne, de technologie heeft gefaald, laten we nog moderner worden, laten we nog meer dwingende technologieën inzetten…  Dat is niet samenwerken met het Aardse, maar de Aarde nog meer verkrachten. 

De politieke ecologie heeft gefaald

Moderniseren of ecologiseren is dus de cruciale kwestie. Maar we kunnen er volgens Latour niet onderuit : de politieke ecologie heeft gefaald. De groene partijen blijven overal romppartijen. Ze ontsnappen niet aan de worsteling tussen kiezen voor de natuur of kiezen voor het sociale. “Na vijftig jaar groen militantisme wordt de ecologie nog steeds tegenover de economie geplaatst, de eisen voor ontwikkeling tegenover die van de natuur, kwesties van sociale rechtvaardigheid tegenover de ontwikkeling van de levende wereld”. Groene partijen probeerden de klassieke links-rechts-tegenstelling te overstijgen, maar zijn daar zelden in geslaagd. Ze werden platgewalst in de tegenstelling tussen sociale en ecologische conflicten.  Dikwijls bleven ze een soort derde weg aanbieden tussen het lokale en globale modernisering (denk lokaal, handel globaal). “Degrowth”   is geen geschikte term voor een alternatieve aanpak, want met die term blijf je ook steken binnen de horizon van  het moderne. Terwijl de frontlijnen radicaal moeten kantelen. Er is een fundamentele heroriëntering nodig van het politieke handelen. Er is nood aan nieuwe allianties. Daarbij kunnen zowel mensen en bewegingen die streven naar het globale (modernisering) als mensen en bewegingen die opkomen voor het behoud van het lokale, meegenomen worden. Niet links, niet rechts, niet modern, niet identitair, maar radicaal Aards.

Uitgangspunt kan zijn het terug kiezen voor het toebehoren aan een bodem, maar dan zonder de conotaties die het Lokale er heeft aan toegevoegd (etnisch homogeniteit, historicisme, nostalgie, ..). Latour verwijst als voorbeeld naar de Franse ZAD-bewegingen (ZAD = ‘zones à défendre’) zoals bij het verweer tegen het vliegveld gepland in Notre-Dame-des-Landes). In plaats van een sociale klassenstrijd is een geo-sociale plaatsenstrijd nodig. De tegenstelling tussen mens en natuur moet daarbij overstegen worden. Latour citeert één van de ZADisten : ‘ wij verdedigen de natuur niet, wij zijn de natuur die zich verdedigt”. Ook hier is een nieuwe alliantie nodig : ‘Wij zijn aardbewoners te midden van aardbewoners” . 

Europa – een plaats om te landen

Een concreet programma biedt Bruno Latour niet aan, wel een radicaal nieuw denkkader. En daar is nood aan. Hij speelt graag met woorden maar opent zo ook nieuwe perspectieven : kiezen voor het woord voorspoed in plaats van groei of degrowth, voor levenspunten i.p.v. standpunten, voor verwekkingssystemen i.p.v. productiesystem, voor “binnenaardse” wezens, enz.

Maar soms wordt hij ook pijnlijk concreet. Bij voorbeeld als het over de migraties gaat. Voor hem zijn die integraal onderdeel van het nieuwe klimaatregime. En hij ziet hier een historische plicht voor Europa. Europa kan niet ontsnappen aan wat het in het verleden heeft aangericht… Europa is bij alle volken binnengevallen, alle volken komen op hun beurt naar Europa … “Op het Europese territorium kunnen de drie grote kwesties van deze tijd samenkomen : hoe ontworstelen we ons aan de negatieve mondialisering? Hoe incasseren we de reactie van het aardsysteem op het menselijk handelen? Hoe organiseren we ons om vluchtelingen op te vangen?” Zijn besluit : “Europa kan één van de vaderlanden worden voor allen die op zoek zijn naar een bodem. Europeaan is, wie Europeaan wil zijn. Dit Europa zou ik mijn land, mijn toevluchtsoord willen noemen”. 

Read more...

Een positieve sneeuwbal: het vergroten van klimaatbewustzijn

by Transitie 1787 Views
Mariyam Safi

Written by

De zestienjarige Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg heeft geschiedenis geschreven. Zij begon in haar eentje maar al gauw bracht ze de wereld in beweging. Haar vastberadenheid en moed inspireerden de Belgische Anuna De Wever en Kyra Gantois om hetzelfde te doen. Deze twee jonge klimaatactivisten hebben tot nu toe acht succesvolle klimaatbetogingen georganiseerd en tienduizenden jongeren gemobiliseerd. 

Op donderdag 28 februari ging in Antwerpen de achtste klimaatbetoging door. De jonge betogers vertonen een opmerkelijke volharding. Dat ze vastbesloten zijn om de politiek bij de les te houden is nog een understatement. 

De betogingen hebben geleid tot felle maatschappelijke discussies en een aantal politieke voorstellen (of eerder: voorstelletjes). Maar de belangrijkste realisatie is misschien wel dat ze de bewustwording rond klimaatopwarming en de urgentie ervan hebben vergroot. Dat is geen kleine prestatie. Door de urgentie duidelijk te maken en meer mensen te betrekken, zullen er automatisch ook meer oplossingen bedacht worden. Zo boren we een belangrijke (klimaatneutrale) grondstof aan: onze collectieve breinkracht.  Uit die grondstof kunnen oplossingen gepuurd worden. Experten kunnen door onderling debat en samenwerking de meest efficiënte oplossingen selecteren. Hoe meer mensen betrokken raken, hoe meer mensen gestimuleerd worden om met experten mee te denken of zelf expert te worden. Het is als het ware een positief sneeuwbaleffect. 

Maar een klimaatactivist is niet alleen iemand die betoogt en mensen mobiliseert. Ook zij die kennis over klimaatoplossingen verspreiden vallen onder de noemer van klimaatactivist. Door de komst van het internet en de sociale media hebben de klimaatactivisten er een krachtig wapen bij gekregen. De jonge betogers worden door velen bewonderd, maar ze zijn zeker niet gespaard gebleven van kritiek. Vaak werd de vraag gesteld of de klimaatjongeren wel voldoende kennis hadden over de problematiek. Om deze sceptici weerwoord te bieden, is het belangrijk dat klimaatactivisten zich goed informeren. Ze moeten goed overweg kunnen met de cijfers. Eén van de moeilijkheden bij het klimaatprobleem is namelijk om de juiste schaal in te schatten. Een geïnformeerde klimaatactivist weet welke economische sectoren (elektriciteit, transport, verwarming, landbouw, landgebruik) bijdragen aan de opwarming en wat het aandeel is van CO2 of methaan dat elke sector ongeveer uitstoot. Hij of zij weet ook dat er een heleboel natuurlijke reservoirs zijn – zogenaamde ‘carbon sinks’ - die grote voorraden koolstof in de grond houden: de oceanen, tropisch wouden, waterrijke kustgebieden, maar ook veengebieden. Het is dus niet enkel zaak om de uitstoot van de verschillende economische sectoren te verminderen. Ook het beschermen van carbon sinks of koolstofputten is essentieel.

Greta Thunberg zelf is een perfect voorbeeld van een goed geïnformeerde klimaatactiviste. Volgens de klimaatwetenschapper Jean-Pascal Van Ypersele begrijpt Greta het klimaatprobleem zeer goed. Bovendien gebruikt ze treffende metaforen. Ze sprak over hoe ‘ons huis in brand staat terwijl we doen alsof er niks aan de hand is’. Die metafoor heeft de urgentie duidelijk gemaakt aan veel mensen. Dit is geen kleine verdienste omdat het klimaatprobleem voor veel mensen nog steeds een abstract probleem was dat zich ver in de toekomst bevond. 

Bewustwording verbreden

De acties van Greta en Anuna hebben ons gestimuleerd om verder na te denken hoe we de bewustwording kunnen vergroten. Hierbij zoomen we even in op de situatie in België. 

Effectieve bewustwording houdt niet alleen in dat mensen weten wat het klimaatprobleem is, maar ook dat ze er een hoge prioriteit aan geven. In ons land zijn niet alle maatschappelijke groepen even bezorgd over het klimaatprobleem. 

Klimaatbewustzijn werkt verbindend 

Toch is het op de voorgrond treden van klimaat en milieu ook een kans voor jongeren met migratieroots en jongeren in armoede. Bovenal is het een inclusief thema: zowat iedereen heeft er belang bij dat we meer zorg besteden aan het milieu en klimaat. Waarom? Omdat goed milieu-en klimaatbeleid tot positieve ‘spillovers’ kan leiden. We geven enkele voorbeelden. De vergroening van steden is een win-winmaatregel. Door bomen te planten worden de steden koeler tijdens hittegolven. Dat zorgt op zijn beurt voor meer toerisme en een hogere arbeidsproductiviteit. Het verbetert daarnaast ook de luchtkwaliteit, wat de ziektekosten doet dalen. Een ander voorbeeld is woonbeleid. Door woningen beter te isoleren en energiezuiniger te maken, besparen mensen geld op hun elektriciteitsrekening. Zo houden ze meer over om uit te geven (bijvoorbeeld aan onderwijs en vrije tijd). Goede klimaatmaatregelen verhogen met andere woorden de welvaart en de levenskwaliteit. Ze kunnen op lang termijn de armoede doen dalen. Zo kunnen ze dus indirect voor meer emancipatie zorgen van jongeren met migratieroots en jongeren in armoede. 

Het klimaatthema werkt bovendien verbindend. De gedachte dat we een hoge klimaatambitie samen kunnen waarmaken, doet culturele en religieuze verschillen tussen jongeren vervagen. De toon van het maatschappelijk debat over integratie en migratie is doorgaans hard, omdat het vaak spanningen tussen ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’ in de verf zet. Het klimaatthema is minder handig om het maatschappelijk conflict mee op te poken (hoewel sommige politici dat wel proberen). De reden hiervoor is dat klimaatoplossingen draaien om samenwerking. Het klimaat kan enkel opgelost worden door creatief en constructief na te denken over een koolstofarme economie. Toch willen sommigen ook in het klimaatdebat een conflictmodel hanteren – bijvoorbeeld door er een generatieconflict van te maken tussen ‘verwende klimaatpubers’ en ‘realistische volwassenen’. Die poging zal gedoemd zijn om te mislukken. Steeds meer mensen zien de urgentie van het probleem in, waardoor schieten op de boodschapper simpelweg tijdverspilling is. Er is geen generatieconflict. Dat hebben de zondagbetogingen voor het klimaat, waarbij jong en oud samen betoogden, duidelijk aangetoond.  

De klimaatbetogingen gaan ‘global’

Het spannendste aan de klimaatbetogingen is misschien wel dat ze steeds internationaler worden. Zouden ze een game changer kunnen worden voor het klimaatbeleid? Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een aantal sleutellanden. De V.S. is zo’n sleutelland omdat het land verantwoordelijk is voor 15% van de wereldwijde uitstoot. Op vrijdag 15 maart zullen Amerikaanse jongeren ook een school strike organiseren. Als ze in grote getale opkomen en hun actie ook week na week volhouden, kan het urgentiebesef in de V.S. toenemen. Hun oproep zal veel moeilijker te negeren zijn dan die van klimaatexperts. Als kinderen bezorgd zijn om hun toekomst raakt dit ook hun ouders. Hopelijk kan de bezorgdheid van Amerikaanse jongeren de politieke loopgravenoorlog over het klimaat doorbreken. Op die manier kan er ook in de V.S. een positief sneeuwbaleffect ontstaan.  

De EU als geheel speelt ook een sleutelrol. Hier is de trend van klimaatbetoging ontstaan en groot geworden en overgewaaid naar andere landen zoals de V.S. In Europa is het volk reeds bewust geworden dat het nu hoog tijd is dat er politieke verandering komt. Klimaat moet prioriteit nummer één worden. In verschillende landen van de Unie krijgen partijen die klimaatbeleid als prioriteit nemen steeds meer gehoor. Wij hebben in ons eigen land recent nog een groene golf meegemaakt. De mensen zijn zich bewust van de urgentie van de klimaatproblematiek. Het is nu aan de overheid om een effectief klimaatbeleid uit te voeren. Dankzij de vastberadenheid van de klimaatbetogers en de steun die ze van het volk krijgen, zal dat daadwerkelijk leiden tot een goed en ambitieus klimaatplan. Een goed en ambitieus klimaatplan in alle Europese landen zal ook andere landen inspireren om te streven naar een koolstofarme economie. 

Geschreven door Thomas Rotthier en Mariyam Safi 

Editor: Jan Herthogs 

Read more...

Ecomodernisten: een vat vol tegenstrijdigheden

18 februari 2019 by Transitie 1219 Views
Dirk Holemans

Written by

In hun lezenswaardig stuk (DM 15/2) nemen Manuel Sintubin en Bart Coenen het op voor het ecomodernisme. Want critici zouden er een karikatuur van maken, voorstanders reduceren tot een koele bende die alle heil verwacht van technologieën zoals kernenergie en ggo’s. En het zouden klimaatontkenners zijn. Het voordeel van hun stuk is dat ze op tafel leggen waar ecomodernisme voor staat, en we dat nu nuchter naar waarde kunnen schatten. Om maar met de deur in huis te vallen: dat valt tegen. Het ecomodernisme blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen. Zeker, de auteurs erkennen de ernst van het klimaatvraagstuk. Maar ze komen uit bij het besluit wat ze net wilden vermijden: ‘ecomodernisten zien heil in doorgedreven technologische ontwikkelingen’ en dan specifiek kernenergie en intensieve landbouw.

Volgens de auteurs beoogt het ecomodernisme de realisatie van het ‘goede antropoceen’, van ‘menselijke voorspoed op een ecologisch gezonde planeet’. So far, so good. Dat willen ze bereiken doordat de mens zich terugtrekt uit de natuur, we mens en natuur van elkaar loskoppelen. Nu ben ik ook voorstander van meer ruimte voor de natuur, maar de idee dat we de natuur helemaal kunnen ontkoppelen van de menselijke invloed snijdt geen hout. Dat is de ironie van hun gebruik van de term antropoceen. Die is juist ingevoerd om aan te geven dat we door menselijk ingrijpen het tijdperk van het holoceen achter ons hebben gelaten. Voor de taalliefhebbers: het antropoceen is een neologisme gevormd met het Oudgriekse woord anthropos (mens). De boodschap is helder: we leven nu in het tijdperk van de mens. De idee van de ecomodernisten - we intensifiëren menselijke activiteiten op een kleiner oppervlakte (waar er dan geen natuur nodig is) om zo de natuur meer ruimte te geven- klinkt nobel maar roept tal van onbeantwoorde vragen op.
Ten eerste dus het ontkennen van het antropoceen: elke vierkante meter van de aarde is nu onderhevig aan de menselijke invloed. Ook in natuurreservaten daalt de biodiversiteit omdat de stikstofneerslag van de intensieve landbouw geen onderscheid maakt tussen natuurgebied of industrieterrein. Een muur bouwen rond natuurgebieden en daarbuiten de intensieve landbouw haar gang laten gaan, zal dat niet oplossen. Als we dat doortrekken naar mondiale schaal: de wereld te voeden met de meest intensieve landbouw op een kleiner gebied, creëert dezelfde problemen. Want deze landbouw steunt op het massieve gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen, die we slechts kunnen produceren door inzet van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. De natuur bannen uit je landbouwmodel is trouwens onhaalbaar. Want dan zitten we zonder bijen, wie gaat dan al die gewassen bestuiven?

Twee punten die bij ecomodernisten steeds ontbreken, zijn die van onze levenswijze en de machtsverhoudingen. Daar hoeven we ons blijkbaar niet over te buigen. Liever enkel inzetten op het pogen om vleesproductie minder milieuontwrichtend te maken, dan ook te praten over een gezonder levenspatroon. Daar bestaan nochtans prachtige voorbeelden van. Op basis van positieve acties rond ‘Donderdag veggiedag’, leven er in Gent dubbel zoveel vegetariërs. Moet daarom iedereen vegetariër worden? Van mij niet, ik ben zelf flexitariër. Maar systeemveranderingen reduceren tot technologische ingrepen waarbij al de rest hetzelfde kan blijven, is niets anders dan blind techno-optimisme.
Voor alle duidelijkheid: als bio-ingenieur ben ik voorstander van technologische innovatie. Ik sta versteld van de doorbraken in zonne- en windenergie. Zonnepanelen worden elk jaar beter en goedkoper en in Denemarken daalt het aantal windmolens omdat de nieuwe types veel performanter zijn.
Wat mij overigens intrigeert in de discussie, is dat ecomodernisten steevast tegenstanders verwijten eenzijdig te zijn. Ik draai de zaken graag om: waarom horen we de ecomodernisten nooit pleiten voor een decentraal uit te bouwen hernieuwbaar energiesysteem? Want windmolens kan je democratisch beheren, een kerncentrale vergt een quasi militaire toezichtsstructuur. Waarom onderzoeken ze niet de potentie van agro-ecologie, die stelt dat we voldoende voedsel kunnen produceren zonder ggo’s en de hiermee verbonden meststoffen en pesticiden van multinationals?

Het is niet omdat we de natuur genegeerd hebben, dat we ze nu moeten buitensluiten. Dat is een doodlopende weg. De toekomst ligt in het opbouwen van een vruchtbare relatie tussen mens en natuur, met bijvoorbeeld landbouwgebieden vol biodiversiteit die natuurgebieden eerder versterken dan verschralen.

Dit artikel verscheen in De Morgen op 15/02/2019.

 

Read more...

Vliegen: kan ik mijn ethiek delegeren naar de overheid?

13 februari 2019 by Transitie 1982 Views
Maaike Afschrift

Written by

Mijn man begint een beetje vroeger aan de dag dan ik. Had hij me gisterochtend niet gewaarschuwd toen ik de krant opensloeg, ik had me verslikt in het opiniestuk van Patrick Loobuyck in De Standaard. Daarin verzet hij zich, op een ietwat provocerende toon, tegen het ‘schuldig moeten voelen als je met het vliegtuig reist’ of andere ecologisch belastende keuzes maakt, tegen het ‘moraliserende vingertje’ dat hij blijkbaar teveel ervaart. Hij betoogt dat het aanspreken op individuele verantwoordelijkheid voor het oplossen van het klimaatprobleem irrationeel is en dat het zinloos is een beroep te doen op het individuele geweten. We moeten de oplossing van de overheid laten komen.

Dit is een nogal eenzijdige, ongenuanceerde en weinig consistente visie, die Jan Mertens gisteren reeds zorgvuldig weerlegde in een genuanceerde reactie op de schrijversgemeenschap van Oikos.
Ik wil er echter ook nog een element aan toe voegen, vanuit mijn kijk als experiëntieel psychotherapeut naar veranderingsprocessen en de rol van schuldgevoel daarin, met een oproep tot nuancering en nauwer kijken. Het ene schuldgevoel is namelijk het andere niet.
Een schuldgevoel dat voortkomt uit doelbewuste beschuldiging of schuldinductie lokt afweer uit. Dat is normaal. Je voelt je veroordeeld.
Iemand culpabiliseert de ander om zijn onbehagen bij de eigen persoonlijke verantwoordelijkheid of zijn onmacht of frustratie af te reageren en bij die ander te deponeren, die zich verweten voelt. Het ontbindt in plaats van te verbinden en doet de energie die eigenlijk zou moeten gaan naar het zoeken van verandering en verbetering, verspringen naar het beschermen van jezelf. De egelstelling, die soms heel erg belangrijk is, maar onvrij maakt.
Een schuldgevoel dat voortkomt uit schuldbesef, echter, impliceert een geven om de ander. Ik heb mijn omgeving lief, en ik hoop mijn omgeving mij ook, en wanneer ik besef dat mijn daden onrechtvaardige gevolgen hebben voor mijn omgeving, hoe onbedoeld ook, dan voel ik mij verantwoordelijk. 
Die verantwoordelijkheid is ook mijn vrijheid. De vrijheid om mij te laten raken door wie en wat mij omgeeft en om mijn gedrag daardoor te laten bepalen. Het schuldgevoel dat daarbij onmogelijk te vermijden is, is niet aangenaam. Nooit. En het is diep menselijk dat we de neiging hebben om van onaangename gevoelens af te geraken (alsof we er niet op vertrouwen dat we een nog even mooi mens zijn mét die schuld die we dragen). Maar het is, anders dan het eerste soort schuldgevoel, een gevoel dat verbindt in plaats van uiteen drijft.
Het is echter niet omdàt iets in jou zich (een beetje) schuldig voelt, dat dat de bedoeling was van ‘de ander’. Dan maak je er een spook van, of, in maatschappelijke termen, doe je aan populisme - het opzetten van de ander tegen de een. Psychologen kennen dit fenomeen als ‘projectie’: de bron van eigen onverdraaglijke gevoel bij de ander leggen, alsof die jou zo wíl doen voelen, om het af te weren.
De smalende toon van Loobuyck wanneer hij het heeft over de mensen die er op sociale media ‘mee te koop lopen dat ze ecologisch leven’ heeft veel weg van dergelijke afweer en ondermijnt het wederzijds respect dat we in deze discussie broodnodig hebben, in het bijzonder van gezaghebbende en wetenschappelijke stemmen.
Ik moet trouwens bekennen dat ik in het hele klimaatdebat opmerkelijk weinig (ik zeg niet ‘geen’) vingertjes zie wijzen, wel vooral aanspreken op verantwoordelijkheid en tekortschieten. 

Tot slot nog dit. Overal waar een manier van leven onder druk staat, omwille van de kost ervan, en er op zoek moet worden gegaan naar een andere moraliteit, met andere normen, is individueel verzet maar ook schuldgevoel onvermijdelijk. Ik zou gedacht hebben dat een moraalfilosoof dat beter weet dan wie ook.
Of het nu op individueel, persoonlijk niveau is, zoals mijn cliënt die in psychotherapie komt omdat zijn huidige manier van leven een te zware kostprijs heeft en dus niet duurzaam is, of op maatschappelijk niveau waar de kost van een bepaalde manier van leven de draagkracht van het ganse systeem uitput: altijd komt er een moment waarop we tot het besluit komen dat er iets niet goed is aan hoe we altijd geleefd hebben, dat er iets fout is. Dat doet pijn, doet verdriet. Het wijst er ons op dat we een eigen (maar niet alle) verantwoordelijkheid hebben, al is het maar simpelweg erkennen dat het niet goed was. Dat is ethisch besef.
Het bevrijdende - maar niet noodzakelijk eenvoudige - is voor mij net dat ik als volwassen mens de mogelijkheid heb om daarin mijn eigen afwegingen te maken. Dat ik niet zoals een kind enkel naar mijn ouders moet verwijzen om te bepalen wat goed en slecht is - of als burger mijn ethisch reguleren naar de overheid moet delegeren.
We lijken het als samenleving steeds minder te weten, maar schuldgevoel is (net zoals schaamte trouwens) een gevoel met adaptieve kwaliteiten, mits het kan ingebed worden in liefde.
Daarom een warme oproep. Als je eigen gedrag, iets wat je doet of laat, je in het licht van het klimaatdebat een ongemakkelijk gevoel, een schuldgevoel, een gevoel van schaamte bezorgt, weer het dan niet af. Erken dat het er is, erken ook mild dat het een wreed ambetant gevoel is, dat je liever niet zou hebben en ga er vervolgens mee naar iemand of een groep mensen bij wie je weet dat je liefde zult vinden. En ga erover in gesprek. Liefde oordeelt niet, maar helpt te voelen hoe je vooruit zou kunnen komen.

 

Read more...
Pagina 1 van 2
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account