en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Sociaal

Sociaal (38)

Recensie: 'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' – Wouter van Noort 

02 oktober 2017 by Sociaal 3830 Views

In 2007 lanceerde Steve Jobs de eerste iPhone. Dat is nauwelijks 10 jaar geleden, maar toch zijn smartphones ondertussen tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Al in 2014 waren er meer smartphones en tablets dan mensen op onze planeet. Heel wat mensen gebruiken de smartphone ondertussen gemiddeld meerdere volle uren per dag. 

Hoe komt het toch dat de smartphone in zo'n korte tijd een onmisbaar onderdeel van onze vrije tijd, werk, sociale interactie, vriendschap, liefde, nieuwsvoorziening en publieke opinie is gaan uitmaken? Is dit een natuurlijk verschijnsel of worden we bewust gemanipuleerd door de techgiganten uit Silicon Valley? Welk effect heeft de collectieve smartphoneverslaving op onze sociale omgang, ons denken en ons politiek handelen? Wat te doen met bedrijven als Apple, Facebook en Google die in een razendsnel tempo monopolistische spelers worden, en hun quasi belastingvrije miljardenwinst volop inzetten om te diversifiëren naar sectoren als energie,  gezondheidszorg en mobiliteit. Maken publieke overheden ook gebruik van de zogenaamde ‘big data’ en wat moeten we daar van vinden? In het boek 'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' gaat Wouter Van Noort op zoek naar antwoorden op deze vragen. 

De vele facetten van het digitale leven 

De auteur - zelf een fervent gebruiker van de smaprthone - is journalist bij het Nederlandse NRC Handelsblad. Het 224 bladzijden en 8 hoofdstukken tellende boek leest dan ook erg vlot. 

Het boek steekt meteen stevig van wal: het overmatige gebruik van de smartphone leidt tot een vervlakking van onze sociale contacten. We kunnen wel meer mensen bereiken, maar dit gaat ten koste gaat van de intensiteit van onze contacten. Ook onze echte ontmoetingen met vrienden zijn oppervlakkiger omdat … onze smartphone ons voortdurend afleidt. 

De smartphone zorgt er bovendien voor dat we minder geconcentreerd werken. 'Konden de mensen in 2000 nog gemiddeld twaalf seconden hun aandacht bij één enkele taak houden, in 2013 was dat nog maar acht seconden. [...] De onderzoekers relateren de afname in concentratievermogen aan nieuwe technologieën, toegenomen mediagebruik, sociale media en multischermgedrag.' De conclusie van Wouter Van Noort laat dan ook weinig aan de verbeelding over: "Je neemt slechtere beslissingen, vertoont minder zelfbeheersing, bent dommer, minder gelukkig en minder sociaal als je constant bent afgeleid. [...].’ Wouter van Noort houdt een sterk pleidooi voor 'digitale voedzaamheid': we moeten op een andere manier met onze smartphone leren omgaan. Hij schuift drie principes van de Amerikaanse psychologe Jocelyn Brewer naar voor: 1) mindful: ga bewust met je smartphonegebruik om, 2) meaningful: gebruik je smartphone enkel als het echt nodig is, 3) moderate: matig het gebruik zodat het geen hoofdrol in je leven gaat spelen.

In het hoofdstuk 'De gokkast in je broekzak' wordt duidelijk dat onze collectieve verslaving aan dat kleine hebbeding niet toevallig is. Techbedrijven als Facebook en Google hacken op steeds slimmere manieren onze zelfbeheersing, psychologische voorkeuren en zwakheden. Hun verdienmodel is er immers op gericht om ons zo lang mogelijk aan het kleine scherm te kluisteren: 'Hoe langer wij doorbrengen in een app, hoe meer tijd die bedrijven  hebben om ons advertenties voor te schotelen en gegevens van ons te verzamelen. [...] Daarbij schuwen ze niet om onderzoeken en technieken toe passen die zeer sterk gelijken op wat er in de gokindustrie gangbaar is.'  

Het hoofdstuk 'Echoput Facebook' behandelt de informatieve bubbles waar we via de sociale media in terecht komen. Hoewel we in theorie toegang hebben tot de wereldwijde informatiebronnen versmalt ons wereldbeeld paradoxaal genoeg. Via allerhande onzichtbare algoritmes laat Facebook ons alleen zien wat zij denken dat we willen zien. En omdat we steeds minder tegengeluiden horen, radicaliseren we ook nog eens. Hierbij maakt Wouter Van Noort zich grote zorgen over de toekomstige evoluties: 'De gereedschapskist om onze informatievoorziening via de smartphone te sturen, manipuleren en controleren is nog maar net geopend'.

In de volgende hoofdstukken worden de businessmodellen van de techbedrijven uit Silicon Valley onder de loep genomen, met het Pokemon-fenomeen als voorbeeld. De Pokemon-hype verspreidde zich in geen tijd. Sommige plekken werden plots letterlijk door tienduizenden mensen bestormd. De hype bood flink wat overlast maar nauwelijks meerwaarde voor de lokale gemeenschappen. De winsten vloeiden naar de spelontwikkelaar Nintendo en vooral naar Apple en Google die 30% marge op alle aankopen voor Pokemon opstreken. Komt daarbij dat ze absolute kampioenen zijn in het opzetten van constructies om nauwelijks belastingen of sociale bijdragen te betalen. Zo betaalde Apple in 2014 een luttele 0,005% belasting op haar Europese winsten: 50 euro belasting per 1 miljoen euro winst. 

Een aantal van de grote techbedrijven verwerven in snel tempo een monopoliepositie. De boutade dat de concurrentie op het internet maar een klik weg is, blijkt een fabel te zijn. Omdat online-diensten extreem afhankelijk zijn van de hoeveelheid en de kwaliteit van de verzamelde data hebben nieuwkomers het moeilijker dan in andere bedrijfstakken. Er is op dit vlak een dubbele beweging aan de gang: de techbedrijven monopoliseren een aantal sectoren, maar kunnen met hun enorme winsten ook volop diversifiëren. Ze hebben onder andere een grote interesse in bio-electronica, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. De Facebooks en Googles van deze wereld slagen er in om de schijn van innovatie hoog te houden, maar de meerwaarde van deze innovaties voor de kwaliteit van ons dagelijks leven is beperkt. Dit in tegenstelling tot de vorige industriële revoluties die voor enorme sprongen in welvaart en welzijn zorgden (elektriciteit, hygiëne, gezondheidszorg, landbouwtechnieken, transportmiddelen, …).  

De kwestie van de monopolies is des te meer belangrijk voor de volgende grote technologiegolf die ons te wachten staat: de artificiële intelligentie. Artificiële intelligentie is een tak van de computerwetenschappen waarbij machines ontwikkeld worden die werken en reageren als mensen. Die machines gebruiken hiervoor steeds geavanceerdere algoritmes, waardoor ze zelflerend worden en beslissingen kunnen maken. De technologie-optimisten benadrukken het ongelooflijk potentieel van de artificiële intelligentie. Ze maken deel uit van een nieuwe filosofische stroming die snelle opmars maakt: het dataïsme. Dataïsme is het geloof dat je op basis van 'big data' en algoritmes het menselijk bestaan kunt verbeteren.

Nu de meer negatieve aspecten van smartphones en big data stilaan duidelijk worden, bekoelt bij velen het ongebreidelde technologieoptimisme snel. Het dataïsme heeft potentieel verregaande morele en politiek implicaties, en bedreigt volgens criticasters onze vrijheid en democratie.

In ons dagelijks leven kennen we allemaal eerder onschuldige voorbeelden van artificiële intelligentie: Netflix doet op basis van onze kijkgeschiedenis allerhande suggesties voor series en films die we leuk zouden moeten vinden. Maar ook in het bedrijfsleven worden algoritmes al voor tal van toepassingen ingezet: voor het vinden van de meest geschikte kandidaat bij sollicitaties, voor het bepalen van de premie  die we aan verzekeringsmaatschappijen betalen,  … Ook steeds meer overheden gebruiken informatietechnologie om onze ‘smart cities’ te beheren en besturen. Zo gebruikt de politie van Eindhoven algoritmes om het risico op misdaad te bepalen, en er de inzet van manschappen op af te stemmen. Bovendien doen steeds meer overheden aan 'nudging': gedragsmanipulatie van inwoners via digitale technologie. In Oekraïne kregen alle betogers bij een manifestatie een sms met de boodschap dat hun deelname geregistreerd was. China experimenteert vandaag met het zogenaamde 'Sesame Credit': de overheid beloont het gedrag dat ze goed vindt met credits (bv. persberichten van de overheid delen via sociale media), of bestraft ongewenst gedrag. Afhankelijk van de stand van je krediet krijg je sneller toegang tot overheidsdiensten of kan je internetsnelheid verlaagd worden. De technologie wordt dus gebruikt om de grip van de overheid op het persoonlijke doen en laten drastisch te versterken. 

Vanuit een democratisch oogpunt is het bijzonder problematisch dat de algoritmes waar de bedrijven en overheden zich op baseren vaak niet openbaar zijn. En zelfs als ze dat zijn, moet men een stevige technische bagage hebben om ze te kunnen interpreteren. We hebben dus vaak het gissen hoe de data verzameld worden, op welke data het algoritme zich baseert, hoe de algoritmes tot bepaalde beslissingen komen, … 

Op het einde van het boek gaat Wouter Van Noort op zoek naar oplossingen voor de gestelde problemen. Het valt op dat de auteur er op dit vlak een erg liberale visie op na houdt. Om het met zijn eigen woorden te stellen: 'Transparantie en zelfregulering zolang het kan, overheidsingrijpen als de nadelige gevolgen aanhouden'. Hij vergelijkt de smartphone met suiker: je hebt het nodig, maar teveel consumptie ervan is zeer schadelijk. Concreet pleit hij er vooral voor om het individuele gedrag bij te sturen (een boek nemen als je je verveelt, een polshorloge dragen zodat je het uur niet van je smartphone af moet lezen, …). Hij ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs en de opvoeding.  In het overheidsoptreden pleit hij er vooral voor om de monopolies te breken, de belastingregimes voor multinationals te verstrengen en algoritmes verplicht openbaar te maken.  

Conclusie 

'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' laat een directe indruk op je na omdat het je neus op enkele prangende feiten drukt. Het zal ondertussen duidelijk zijn: Wouter Van Noort is bijzonder kritisch voor de huidige evoluties van smartphones en big data, zonder dat hij een vermanende vinger opsteekt. Het vlot geschreven boekt behandelt een brede waaier aan onderwerpen waardoor je een brede visie krijgt. Globaal gezien vind ik het een goed boek dat vlot leest. Toch zijn er ook een paar tekortkomingen en blinde vlekken. 

 De auteur heeft een eenzijdige kijk op 'ons leven'. Er is geen enkele aandacht voor de effecten van de smartphone-industrie op het leven en de arbeidsomstandigheden van de miljoenen arbeiders die ze produceren. De impact op ‘hun leven’ is zonder enige twijfel nog een stuk groter dan op de gebruikers ervan. Ook de verwoestende grondstoffenindustrie die nodig is voor de productie van de smartphones komt nergens aan bod. Bijgevolg blijven ook duurzame alternatieven als de FairPhone uit beeld. Bij uitbreiding blijkt de auteur geen inzicht te (willen) hebben op de ecologische effecten, alsof de klimaatcrisis hem volkomen onbekend is. Hij zoomt uitgebreid in op de beurskoersen en winstcijfers van de techbedrijven, maar een pleidooi voor meer circulaire en duurzame bedrijfsmodellen blijft helaas uit. Nochtans produceren de servers die de big data opslaan al geruime tijd meer CO2 dan de wereldwijde luchtvaartindustrie. De Verenigde Naties schatten dat er alleen al in 2014 om en bij 3 miljard kilogram e-afval was van klein ICT-materiaal, dat bovendien nauwelijks voor 16% gerecycleerd werd. Waarom staat de auteur er niet kritisch bij stil dat elke zoekactie met Google 7 gram CO2 produceert?

Het boek schets een somber toekomstbeeld. De uitdagingen zijn groot. Helaas blijf je als lezer wat op je honger als het over de alternatieven gaat. Het boek lijdt onder een fenomeen dat we wel vaker zien: er worden een structurele problemen aangeraakt, maar de oplossingen zoekt men grotendeels op het niveau van het individu. Het boek prikkelt en biedt veel perspectieven, maar het is niet politiserend. Als lezer blijf je op je honger hoe we als democratie antwoorden zullen bieden aan de uitdagingen die zich stellen. En dat is een gemiste kans.

Dany Neudt schreef deze recensie voor Oikos.

Wouter van Noort komt zelf ook mee debatteren op Ecopolis - Digital Together op 8 oktober in het Kaaitheater in Brussel 

 

Read more...

Uber en Airbnb hebben een nieuwe, digitale vorm van mijnbouw ontwikkeld

04 september 2017 by Sociaal 3942 Views
Dirk Holemans

Written by

'Bedrijven als Uber en Airbnb willen ons democratisch rechtsysteem gebaseerd op een sociaal contract onderuit halen', schrijft Dirk Holemans van de denktank Oikos. 'Deze winstmarges en marktverstoring zijn maar mogelijk omdat we ons in Europa laten overbluffen en afblaffen door de agressieve disrupters uit Californië.'

Mijnbouw: het is de basis van onze industriële samenleving. We halen immense hoeveelheden ertsen uit de grond als basis voor zowat alles wat we maken. Vroeger was dit zichtbaar in eigen land met de steenkoolmijnen. Maar het was en is vooral het leeghalen van gebieden elders in de wereld. België zou nooit rijkdom vergaard hebben zonder het plunderen van Kongo door bedrijven zoals Union Minière. Ondertussen maken ze onze spullen vooral in China. Maar het kobalt uit je smartphone komt nog altijd uit Midden-Afrika, waarvoor kinderen in gaten van honderd meter diep kruipen. Het is een pijnlijk voorbeeld van extractivisme: het zonder respect weghalen uit andere streken van kostbare grondstoffen. Ondertussen groeit het besef dat het sociaal en ecologisch anders moet. We evolueren (te) langzaam van een wegwerp-economie naar een kringloop-economie, het hoger genoemd bedrijf heet nu Umicore en recycleert zeldzame metalen uit oude mobieltjes. Hopelijk geraken we zo ooit van de klassieke mijnbouw af.

Ongemerkt heeft zich echter een nieuwe vorm van mijnbouw ontwikkeld. Ook hier gaat het om de eenzijdige extractie van waarde uit samenlevingen. Alleen is het niet direct zichtbaar, je kan geen foto van een boot die wegvaart vol kostbare ertsen op de voorpagina zetten. Bovendien zijn in dit geval de global corporations bij een groot deel van bevolking en politici geliefd. Ze bieden efficiënte diensten aan die heel wat burgers in de rol van consument verleidt. Onze steden zijn hun mijnen die ze met plezier leeghalen, zo toont het succes van de Uber's en Airbnb's van deze weeld. Natuurijk groeit het besef dat deze digitale mijnbouw zijn mindere kanten heeft. Dat toonde afgelopen week het stuk van Dorien Knockaert over Airbnb in De Standaard in de toepasselijke rubriek Dilemma: Airbnb is makkelijk en goedkoop als reiziger, maar bij verre van zeker een meerwaarde voor de stad waar je naar toe trekt. De naïviteit over deze vorm van digitale mijnbouw is enorm. Zo laat Knockaert filosoof Rogier de Lange aan het woord die stelt: "het lijkt me net handig dat die markt zo sterk geconcentreerd is bij Airbnb: op die manier heeft de overheid een duidelijke partner om afspraken mee te maken - een partner die trouwens zelf óók rechtszekerheid wil. /.../ Nog een pluspunt is dat de inkomsten van de verhuurders terugvloeien naar de lokale gemeenschap."

Mij lijkt het verstandig hier heel wat kritischer naar te kijken. De nieuwe digitale mijnbouwers Uber en Airbnb, maar ook Facebook en Google proberen aggressief een businessmodel op te bouwen gebaseerd op monopolievorming. Daar alleen al zouden beleidsmakers en economen het moeilijk mee moeten hebben, zelfs zij van liberale snit. Facebook haalt steeds meer van de reclame-uitgaven naar zich toe, dat is dus geld dat vroeger in eigen land werd (her)uitgegeven en dus de eigen economie stimuleerde. Nu gaat het naar de kleine groep van venture capitalists in Silicon Valley, in feite de grootste cluster aan mijnbedrijven in de wereld.

Te goed om belastingen te betalen

Bij Airbnb, Uber en ook Deliveroo is het nog straffer dan Facebook. Neem de koerier van Deliveroo: die moet voor zijn eigen fiets zorgen (aankoop en onderhoud), eigen smartphone en telefoonabonnement, en ook een eigen verzekering voor arbeidsongevallen. Beeld je dat in bij een klassieke mijn: de kompel die zijn eigen drilboor en helm moet aanschaffen, bij een bedrijfsongeval kan hij zijn plan trekken.

Bij deze digitale mijnbouwbedrijven vloeit zo'n 20 procent procent van de winst onzichtbaar maar permanent weg. Dat is een ongehoord hoog percentage winst in vergelijking met de gangbare financieel economische wereld (die ook niet onproblematisch is). Met aandelen haal je bij succes 8 procent, een verhuur van een eigendom levert 4 procent op. Dus de idee dat er bij Airbnb meer terugvloeit naar de lokale gemeenschap dan bij een klassiek hotel is discutabel, wat wel zeker is dat er reguliere jobs verdwijnen en Airbnb geen of nauwelijks belastingen betaalt en zo de sociale zekerheid ondermijnt, ook van de lokale gemeenschap.

Dat deze digitale players rechtszekerheid willen is dus al helemaal om te lachen. Ze willen net heel ons democratisch rechtsysteem gebaseerd op een sociaal contract onderuit halen.

Ze voelen zich niet gebonden aan regels en vinden zich te goed om belasting te betalen. Want zo stelde Airbnb in een persbericht recent onomwonden: 'wij zijn anders, dus hoeven we geen belasting te betalen'. En dus betaalde het bedrijf uit San Francisco afgelopen jaar minder dan 100.000 euro belasting in Frankrijk terwijl het er meer dan 10 miljoen gebruikers heeft. Wedden dat heel de hotelsector net iets meer betaalde?

Regelgeving omzeilen

Deze winstmarges en marktverstoring zijn maar mogelijk omdat we ons in Europa laten overbluffen en afblaffen door de agressieve disrupters uit Californië. Ze gaan bewust op zoek naar wegen om de democratische regelgeving te omzeilen; het maatschappelijk kader af te breken dat we de voorbije eeuwen ontwikkelden om onze samenleving te beschermen tegen deze roofbaronnen. Hun honger naar maximale winst, monopolievorming en dus marktvernietiging staat haaks op het Europese sociale contract, dat oog heeft voor de menselijke nood voor zekerheid en sociale bescherming.

Het is hoog tijd dat Europa - burgers, bedrijven en overheden - de handen in elkaar slaan om twee cruciale zaken te doen. Ten eerste vanuit een trots op onze democratie ervoor zorgen dat de big guys uit Californië zich aan onze normen conformeren. Daar hoort ook het betalen van belastingen bij. Ten tweede - en in feite strategisch nog belangrijker - is werk maken van een digitaal Europees innovatiebeleid. Waar zitten onze slimme ingenieurs, ondernemers en investeerders? Wanneer bouwen we onze eigen digitale platformen waardoor eigenaarschap, beslissingsmacht en meerwaarde in Europa blijft? Het is opvallend dat gewone burgers hier - net zoals in de transitie naar een duurzaam energiesysteem - de weg tonen.

In Amsterdam hebben ze niet alleen last van Airbnb, de bewoners sleutelen ook aan een Fairbnb. Zodat ook de digitale mijnbouw zich omvormt naar een duurzame kringloopeconomie, met gesloten waardecirkels die het fundament kunnen zijn voor een sociale zekerheid voor de 21ste eeuw. Want zaken tegenhouden, daar gaat het niet om. Wel om ze zelf in handen te nemen zodat ze in de juiste richting gaan. Digital Together is dan ook niet toevallig het thema van Ecopolis dit jaar in Brussel.

Op vrijdag 1.12.17 is iedereen welkom om deel te nemen aan het internationale congres 'Who Will Deliever(oo) the New Economy?', waarbij verschillende experts en politici in gesprek gaan over alternatieven en nieuwe vormen van regulering.

Klik hier voor het volledige programma en/of om je in te schrijven.  

Dit artikel verscheen op 30 augustus bij de doordenkers van Knack.

Read more...

CO2 en btw – Uitdagingen van de milieufiscaliteit in het kader van de derde industriële revolutie

19 juni 2017 by Sociaal 3506 Views
Johan Malcorps

Written by

Dit boek biedt een opmerkelijke combinatie van pedagogische bijdragen over diverse vormen van milieufiscaliteit, met daarnaast nieuwe progressieve inzichten, de overname van radicale ecologische doelstellingen (zoals 100% hernieuwbare energie), maar tegelijk ook klassiek rechtse standpunten en ten slotte een droog overzicht van vormen van btw-doorrekening bij verschillende vormen van milieu-acties, gaande van het leggen van zonnepanelen, tot mestverwerking, de aanschaf van elektrische voertuigen en het werken met dienstencheques. 

De auteur weet op heldere wijze inzicht te verschaffen in de principes achter milieufiscaliteit en in andere economische vraagstukken zoals de ‘tragedy of the commons’, het ‘prisoner’s dilemma’, het Pareto-principe. 

Toch reikt de ambitie van de auteur verder dan het schrijven van een bevattelijk handboek. Op vlak van visie volgt de auteur de kritiek op het economische groei denken en neemt hij zelfs tien alternatieve beleidsvoorstellen over van Giorgis Kallis (‘Degrowth : A Vocabulary for a New Era” ) zoals werkdelen, de invoering van een basisinkomen en een maximuminkomen, steun aan de solidaire economie en de vervanging van het BBP als economische maat.

Hij inspireert zich verder aan het denken rond de limieten van de markt van Paul De Grauwe, hij pleit voor een publiek-private samenwerking om te investeren in de derde industriële revolutie naar het model van Jeremy Rifkin en hij gelooft samen met Paul Mason in de komst van postkapitalisme en een derde sector naast overheid en markt, de ‘non for profit sector’. Hij heeft zich door al deze auteurs tot op zekere hoogte laten overtuigen en neemt hun inzichten met veel overtuigingskracht over, maar verderop in het boek blijkt dat die botsen met zijn meer klassieke economische opvattingen (afschaffing van de automatische loonindexering, afbouw van delen van de sociale zekerheid).

Anderzijds onderkent hij de nood aan een vermogensbelasting in het spoor van Piketty. “Om het draagkrachtbeginsel te respecteren”. 

Zelf zegt hij te willen komen tot een synthese van voorstellen van links en rechts. De optimale belastingmix is voor hem dan “een mix van een lage vennootschapsbelasting, een hervormde transparante personenbelasting met behoud van haar inkomensverdelend effect gecombineerd met een verschuiving van belasting van arbeid naar meer belasting van verbruik (hogere btw) en milieuheffingen”. 

Het scharnierpunt van zijn visie op een (groene) belastingshervorming is dat een taxshift van belasting op arbeid naar een hogere btw, niet regressief hoeft te zijn. Een dergelijke taks shift kan de prijzen van goederen zelfs doen dalen. Dat zal meer bepaald het geval zijn voor arbeidsintensieven producten en diensten. En hogere inkomens besteden relatief meer aan goederen en diensten.  

Maar een hogere BTW zal niet volstaan. Hij pleit wel degelijk rechttoe rechtaan voor hogere milieuheffingen. Waaronder ook een CO2-heffing. Hij deelt de scepsis over het bestaand CO2-emissiehandelsysteem op Europees niveau en pleit voor ‘de invoering van één wereldwijd werkend systeem van handel in CO2-rechten, waarbij niet te veel emissierechten mogen worden verstrekt en de prijs per ton CO2 voldoende hoog moet blijven”.

Waar hij echter niet voor pleit is een hervorming ten gronde van de BTW vanuit milieustandpunt of m.b.t. CO2. De titel van het boek leek nochtans in die richting te wijzen. Dus geen voorstellen rond een belasting op onttrokken waarde (bow)(1) of een belasting op toegevoegde koolstof (btk)(2)  als groen totaal alternatief voor de btw. Ook de mogelijke invoering van een nationale (of Europese ) CO2-heffing blijft in feite onbesproken. 

De keuze die Ruysschaert maakt komt slechts gedeeltelijk overeen met de aanbevelingen van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving(3), dat de milieu-effecten van een verschuiving van belastingsdruk op arbeid naar consumptie vorig jaar onderzocht. Hun besluit : 

“De politieke wens om de belastingdruk te verschuiven van arbeid naar consumptie en tegelijkertijd het belastingstelsel te vergroenen en minder complex te maken, is te ambitieus. Het is verstandiger belastingen in te zetten voor hun primaire doel: de btw voor de opbrengst en groene belastingen voor de vermindering van bijvoorbeeld milieuvervuiling of verkeerscongestie. En met die groene belastingen valt nog meer groen resultaat te behalen. “

 

Boek: CO2 en btw. Uitdagingen van de milieufiscaliteit in het kader van de derde industriële revolutie, Stefan Ruysschaert, INNI Publishers, 2016, 273 p.

 

Voetnoten
(1) Cf. het EX’TAX-project : http://www.ex-tax.com/
(2) Cf CE Delft, Carbon Added Tax as an alternative climate policy instrument, 2015. 
(3) Planbureau voor de Leefomgeving, “Belastingverschuiving : meer vergroening en minder complexiteit?”, Den Haag, 2015

Read more...

Actieve hoop als praktijk voor een levensondersteunende toekomst

19 april 2017 by Sociaal 5801 Views
Ans Rossy

Written by

“Wanneer ik denk over de toestand van onze wereld, dan denk ik dat de situatie .... is”. Dit is één van de vele oefeningen die Joanna Macy en Chris Johnstone al met tienduizenden mensen hebben gedaan. Volgens hen ervaren veel mensen een diep verlies van vertrouwen in de toekomst. Dat is geen verrassing met de instorting van ecologische en sociale systemen, uitputting van grondstoffen, toenemende wereldbevolking (en we hebben nu al 75% van het vaste aardopppervlak ontgonnen, volgebouwd of omgespit!), de groeiende wapenwedloop of het massale uitsterven van soorten. Het grote gevaar is dat we daardoor afstompen of het zelfs te deprimerend vinden om er ook maar over na te denken. Hoewel ‘Business as usual’ geen optie meer is, werkt het helaas wel als een verdedigingsmechanisme om de pijn van het verlies niet onder ogen te hoeven zien. In onze hyperindividualistische en door wetenschap en technologie voortgejaagde samenlevingen daalt het vertrouwen steeds verder.

Actieve hoop - Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden is een antwoord op de destructie, het tanende vertrouwen, de verlamming en het individualisme. Het beschrijft een aanpak die allereerst ruimte schept om onze gemeenschappelijke zorgen over de toestand van de wereld te uiten. Vandaaruit groeit dan het besef van de fundamentele afhankelijkheden en wezenlijke verbondenheid met deze planeet. Dit creëert dan een gezamenlijke bereidheid voor positieve verandering. Het is dankzij recent onderzoek dat we weten dat evolutionaire vooruitgang van een soort niet zozeer door competitie tot stand is gekomen (zoals Darwin zei), maar veeleer door allerlei vormen van coöperatie. Door te investeren in onderlinge verbondenheid kunnen gemeenschappen namelijk veel beter weerstand bieden tegen bedreigingen. De huidige crisses en rampen tonen de illusies van zelfredzaamheid en het heersende ‘me, myself and I’ adagio. We staan als soort dan ook op een kruispunt naar de volgende evolutionaire sprong. Weg van het dominante idee van competitie als (enig) overlevingsmechanisme, op weg naar samenwerking en verbinding.

Actieve hoop is een praktijk waarin we actor voor verandering worden. Zelf actor worden wint duidelijk terrein. Getuige niet alleen de werken van Peter Sloterdijk‘s ‘Je moet je leven veranderen’, Harald Welzer’s ‘Zelf denken, een leidraad tot verzet’ of de Transitiebeweging van Rob Hopkins, maar ook de vele burgerinitiatieven, van coöperatieven voor hernieuwbare energie, lokale voedselinitiatieven tot repair cafés en sociaal ondernemerschap.

Voor de auteurs is hoop niet iets passiefs, maar gaat over verlangen. Namelijk actief deelnemer worden aan het realiseren van datgene waar we op hopen. Het is ook een proces van leren kijken met nieuwe ogen. Dit om de grotere gehelen te kunnen zien en ons handelingsveld te verruimen. Basisprincipes in hun werk zijn samenwerken, systeemdenken, dankbaarheid en vertrouwen. Het is een fundamentele oproep tot bewustwording van onze verbondenheid met alle levensvormen. Dát motiveert om te handelen. In de aanpak van klimaatverandering is een dankbare houding een verfrissend alternatief voor schuld en angst als motivatiebron. Dat is wellicht ook een reden waarom Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen ook wel weerstand oproept, omdat het vanuit een soort plicht vertrekt. Overigens is daar de verandering vaak instrumenteel en blijft aan de oppervlakte.

Actieve hoop gaat ruimer en dieper. Het ontdekken van een diepere collectieve identiteit betekent dat spiritualiteit en inzichten uit de wetenschap niet (meer) tegenover elkaar staan. Zelfverandering en verandering van de wereld gaan samen. Het reikt manieren aan die mensen in staat stelt steeds opnieuw energie en engagement te mobiliseren om, zoals Macy en Johnstone het noemen, aan de Grote Ommekeer (The Great Turning) te werken. In Europa gebruiken we hiervoor eerder de term Transitie.

Termen als Hoop, Dankbaarheid, de Grote Ommekeer moeten begrepen worden vanuit de achtergrond van de bijna 88-jarige Joanna Macy. Deze Amerikaanse wetenschapper en activiste heeft zich heel haar leven ingezet om mensen te begeleiden bij het werken aan vrede, rechtvaardigheid en ecologie. Haar wortels liggen in de diepe ecologie, systeemtheorie en het boeddhisme en ze groeide op in de tijd van New Age, Gaia en ‘Peace & Love’. Persoonlijke ontwikkeling en toegang tot spirituele ervaringen zijn daarin belangrijke voorwaarden voor het verbeteren van de wereld. Evenals de respectvolle omgang met de natuur en de aarde; levende organismen waar wij als mens onlosmakelijk deel van uitmaken en niet buiten kunnen, noch boven staan.

Chris Johnstone is een Engelse arts en coach, gespecialiseerd in gedragsgeneeskunde en veerkracht en vervulde een pioniersrol in het promoten van positieve mentale verandering en gezondheid.

Actieve Hoop is een doe-boek. Op een heldere manier kun je via een aantal stappen en vertrekpunten het proces doorlopen om aan die transitie te werken. Het bevat veel praktische oefeningen, ook zeer bruikbaar voor diegenen die anderen professioneel ondersteunten bij veranderingsprocessen.

Het kijken met nieuwe ogen beschrijft vier krachtgevende verschuivingen:

  1. Een ruimer zelfgevoel: het gaat erom de bescherming van en verbondenheid met de natuur als een bescherming van ons eigen zelf te voelen en zien. Dit haalt ons weg van de soms moraliserende toon van de milieubeweging of klimaatwetenschappers waarin ons wordt gevraagd vanuit opoffering, plicht of verantwoordelijkheid te handelen.
  2. Een ander soort macht: een verschuiving van macht-over naar macht-om. Macht-over leidt vaak tot mentale rigiditeit, dominantie en bezit (koopwaar). Macht-om geeft kracht om te handelen en is gebaseerd op synergie en het scheppen van nieuwe mogelijkheden, die meer zijn dan de som der delen. De centrale vraag verschuift van ‘wat kan ik winnen naar wat kan ik geven?'
  3. Een rijker gevoel van gemeenschap: Als ons leven te comfortabel en onafhankelijk wordt ontstaat het gevaar dat we elk gevoel elkaar nodig te hebben verliezen. Het feit dat we met een muisklik of bezoek aan een winkel ons natje en droogje in huis hebben betekent ook dat we onze creativiteit en sociale intelligentie niet meer gebruiken om te (over)leven. We weten onderhand dat als we elkaar helpen, onze levens betekenisvoller en bevredigender zijn. Onderlinge verbondenheid, empathie en gemeenschapszin zijn de remedie tegen eenzaamheid en depressies.
  4. Een ruimer begrip van tijd: ons kortetermijn-denken,  de eeuwige (!) haast, het verschuiven van problemen naar de toekomst maakt dat we rampen niet zien aankomen. Haast en angst vernauwen ons bewustzijn én ons gezichtsveld. Ecologische intelligentie betekent denken in termen van diepe tijd. De duizend ton wapentuig met verarmd uranium dat in Irak en Afghanistan werd gebruikt en dat kankerverwekkende stoffen in de bodem achterlaat, heeft een halveringstijd van 4,5 miljard jaar. Dat is gelijk aan de leeftijd van de aarde! In plaats van bv. het zeer abstracte ‘voorzorgsprincipe’ te gebruiken, kunnen we ons beter 7 generaties vóór ons voor de geest halen als we acties willen nemen.  We moeten leren de tijd weer te bewonen. Door de verruiming ontstaat juist een besef van mogelijkheden. Veel van de vorderingen die we tegenwoordig vanzelfsprekend vinden, werden ooit als onmogelijk beschouwd. De afschaffing van de slavernij of het vrouwenstemrecht hebben meerdere decennia geduurd. Dus dingen die we nu onmogelijk achten kunnen in de toekomst wel gerealiseerd worden.

Vanuit deze verschuivingen kunnen we dan, aldus Macy en Johnstone, weer op pad. Om iets te veranderen moeten we durven geloven dat het anders kan en dat het mogelijk is. Nelson Mandela, Gandhi of Martin Luther King zijn inspirerende voorbeelden hiervan. Met co-intelligentie en systeemperspectieven staan we nooit alleen in ons streven en is er geen ‘privatisering’ van ideeën. Wijsheid wordt voor het geheel toegankelijk gemaakt.

De mate van steun die je krijgt is volgens de auteurs cruciaal in elk veranderingsproces. Door op zoek te gaan naar aanmoediging, hulp en goed advies scheppen we een gunstige context, zowel voor onszelf als voor onze projecten. Geen overbodige luxe, want onderzoek toont dat mensen die zich inzetten voor een betere planeet gemiddeld meer met burn-out kampen. Gedragskennis leert bovendien dat we beter vooruit geraken als we met/in een groep een engagement aangaan en onze omgeving de juiste signalen geeft. Wellicht een idee om onze media eens aan te zetten tot een 30-dagen actie Actieve Hoop Nieuws. De kracht van het goede voorbeeld is namelijk besmettelijk!

Weet je nog niet hoe je kunt bijdragen of wat je wilt doen? Begin een laagdrempelige actie- of studiegroep met een 10-tal mensen rond een thema dat je interesseert. Deel en bespreek het leesvoer, net als bij een boekenclub, en laat de gezamenlijke creativiteit je naar concrete acties voeren.

Tot slot houden Macy en Johnstone een pleidooi om succes in onze samenleving te herdefiniëren als datgene wat bijdraagt tot het welzijn van het grotere geheel en om na te gaan wat het betekent een goed leven te leiden.  Ik denk dan spontaan aan een andere inspirator, de Franse agro-ecologist en filosoof Pierre Rabhi met het levensmotto ‘la sobriété heureuse’. Activisme en geluk komen samen als we vanuit onze sterktes handelen en op een innerlijk gevoel van juistheid en verbondenheid kunnen varen.   

 

------------------------------------------

Boek: Actieve Hoop, Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden, Joanna Macy & Chris Johnstone, Waerbeke 2016

Documentaire: Widening Circles (NCRV), 6 november 2016 over het levenswerk van Joanna Macy.

Read more...

Een basisinkomen voor elk, meer autonomie voor iedereen

18 april 2017 by Sociaal 2745 Views

Ons (her)verdelingssyteem staat voor acht uitdagingen: 

 De complexiteit van de bestaande regels die over de (her)verdeling van inkomen beslissen en vooral de zwaksten onder ons straffen.

 De controles op het privéleven van tal van sociale bijstandsgerechtigden.

 De talrijke financiële valkuilen, namelijk die situaties waar (her)tewerkstelling het huishoudbudget niet verbetert.

 Het ontbreken van een sterke reactie in de strijd tegen armoede.

 Onvoldoende steun aan zowel economische als niet economische initiatiefnemers.

 De wens van vele werknemers om hun arbeidstijd anders in te delen en/of te verminderen.

 De moeilijkheden gelinkt aan transitieperiodes (bvb : jongeren die in het actieve leven stappen) 

 De moeilijkheden met betrekking tot samenwonen, niet alleen in huishoudens maar ook in individuele omstandigheden, of in verschillende andere situaties. 

Stelt u zich eens even voor, dat we de sociale zekerheid van de grond af weer opbouwen, met als doel om aan deze uitdagingen effectief, efficiënt en eerlijk te voldoen. Met deze intellectuele overweging bedoelen we niet dat ons huidige sociaal systeem helemaal slecht is of voorbijgestreefd. Het is enkel een manier om aan de slag te gaan met deze denkoefing om te zien wàt er kan verbeterd of  versterkt worden, en wat er moet evolueren.

Dit zijn mijn voorstellen om deze witte bladzijde in te vullen en hoe ik graag een andere toekomst wens uit te schrijven.

Een onvoorwaardelijk sokkelinkomen van € 600 / maand

Startpunt van een nieuw model van sociale bescherming: éénieder ontvangt een sokkelinkomen van 600 euro per maand.

Meteen is het belangrijk om vier verduidelijkingen aan te brengen:

1. Het betreft hier een sokkelinkomen , dat wil zeggen dat alle andere (eventuele) inkomens er bovenop komen.

2. Voor jongeren onder de 18 jaar wordt er een bedrag van 300 euro per maand voorgesteld.

3. Natuurlijk beweer ik niet dat 600 euro per maand voldoende is om van te leven. Maar dat is ook niet het eerste objectief. 

4. Dit basisinkomen wordt enkel toegekend aan hen met een fiscaal burgerschap.  Opgelet :  fiscaal burgerschap betekent niet dat men belastingen moet betalen om recht te hebben op het basisinkomen, maar het betekent gewoon dat men betrokken is bij de herverdeling van het inkomenssysteem in België  en dus deelneemt aan de financiering ervan. 

Dit sokkelinkomen is tweevoudig onvoorwaardelijk

1. Men blijft het behouden ook al zijn er (eventuele) andere inkomsten.

2. Er zal niets veranderen omdat (mogelijk) ook andere mensen in het huishouden samenwonen ( sociale status, familiebanden, inkomen,…) 

 

Sociale uitkeringen: consolidatie van de logica van het verzekeringsprincipe

Tegelijkertijd leggen we verzekeringen vast tegen bepaalde risico’s in het leven:

 werkloosheidsverzekering

 ziekteverzekering ( gezondheidszorg en tegemoetkomingen)

 pensioenverzekering.

Belangrijk punt: we raken niet aan de gezondheidszorg of invaliditeitsuitkering; dus het huidige systeem blijft behouden, wat niet betekent dat het niet kan worden verbeterd.

Hoe werken deze verzekeringen? Net zoals vandaag, worden ze berekend op een percentage van het verloren inkomen. Maar er wordt geen tarief meer berekend op het huishouden, de alleenstaande, of op de samenwonende. Er is voortaan slechts één echte sociale verzekering, en deze is strikt ‘individueel’.

Maar wat voor diegenen die nooit hebben gewerkt of onvoldoende gewerkt hebben om recht te hebben op een sociale verzekering ? Het voorstel is om een inschakelingsuitkering van 250 euro per maand in te voeren. (met de verplichting zich als werkzoekende op te geven).

Tot slot, om ervoor te zorgen  dat iedereen die in moeilijkheden verkeert evenveel krijgt als vandaag, stel ik ook  een huurtoelage voor alleenstaanden en éénoudergezinnen voor, schommelend tussen 100 en 200 euro per maand en toegekend op basis van het totale inkomen van het huishouden.

Het invoeren van dit basisinkomen moet gepaard gaan met het versterken van drie arbeidsmarktregulatoren: 1° het minimumloon, 2° minimum 1/3 tewerkstelling en 3° de strijd tegen valse zelfstandigen. 

Concrete voorbeelden

 Een jonge (of minder jonge) werkzoekende die geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering= € 600 + € 250 inschakelingsuitkering= € 850 /maand. Dit bedrag verandert niet, indien deze jongere zou gaan samenwonen.

Een zelfstandige die failliet ging en die niet langer recht heeft op een werkloosheidsuitkering, kan via deze inschakelingsuitkering opnieuw actief worden (en krijgt bovenop natuurlijk ook nog het basisinkomen)

 Het basisinkomen van  € 600 zou een zelfstandige die pas begint (met een laag inkomen) en die niet meteen succes kent of in een slechte impasse zit, de nodige zuurstof bieden om er niet meteen de brui aan te geven. Bijvoorbeeld, een jonge groentenboer, die maar € 500 /maand verdient als zelfstandige, zou morgen met dat basisinkomen aan  € 1.100 /maand komen.

 Een persoon die (om welke reden ook) niet wil gaan werken of zijn carrière volledig onderbreekt (om zich bvb om te scholen of om een andere richting op te gaan)= € 600 /maand. 

 Een werknemer die zijn werk verloor – hij verdiende laat ons zeggen € 2.000 bruto per maand = € 600 + een werkloosheidsvergoeding (of ander) dat berekend wordt op 40 % van het verloren inkomen = € 800 /maand. Totaal = € 1.400 /maand.

 Een werknemer die op pensioen gaat = € 600 + een pensioenverzekering (strikt afhankelijk van zijn loopbaan) in een percentage, dat berekend is op de  geactualiseerde omzet van het inkomen van tijdens zijn beroepsleven (bijvoorbeeld) € 700. In totaal dus € 1.300 /maand.

 Een jonge alleenstaande moeder met een kind = € 600 + nettoinkomen (voorbeeld) van € 800 + € 300. Totaal = € 1.700 /maand. Indien deze persoon geen enkel inkomen heeft en ze zich als werkzoekende opgeeft zonder gewerkt te hebben en geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering , heeft ze in elk geval recht op het basisinkomen, en zal ze een inschakelingsuitkering ontvangen en een huurtoelage, van laat ons zeggen, € 200 /maand. Haar inkomen wordt dan: € 600 + € 250 + € 200 + € 300 = € 1.350 / maand.   

Welke zijn de voordelen van dit nieuwe sociale paradigma?

Met dit nieuwe sociale paradigma bereiken we acht objectieven : 

 Vereenvoudigen van inkomensherverdeling

 Individualisering van sociale en fiscale rechten

 Verwijderen van de werkloosheidsval

 Gerichte strijd tegen de armoede

 Het vrijmaken van energie en initiatieven

 Bevordering van de vermindering van de arbeidstijd en  een samenleving voorbereiden met minder werk

 De transitie vergemakkelijken, zowel voor professionele en/of huishoudelijke en andere activiteiten 

 Het bundelen van de vele statuten. 

* * *

De combinatie van solidariteit en sociale verzekering, door toevoeging van een nieuwe pijler van de sociale zekerheid, de vereenvoudiging van de inkomens(her)verdeling, het verhogen van de ruimtes voor autonomie, de strijd tegen de armoede, het vrijgeven van buurtsolidariteit, een inkomen voor een grotere autonomie zoals hier voorgesteld, is de manier om met geheven hoofd de crisis in onze samenleving achter ons te laten.

Het is innovatief genoeg om de context van onze keuzes en gedrag, die verankerd liggen in de sociale verworvenheden van de naoorlogse periode, voldoende te  wijzigen en om de deelname van vele burgers en sociaal-economische actoren mogelijk te maken.

 

De volledige nota (in het Frans) kan verkregen worden door een bericht te sturen naar: philippe.defeyt@skynet.be

 

Read more...

Bevrijde tijd*

01 december 2016 by Sociaal 3733 Views
Jeroen Theunissen

Written by

Beginnen met een concreet probleem, het is niet mijn gewoonte, ik ben fictieschrijver en heb massa’s omwegen nodig. Maar mijn tijd is beperkt, ik moet nog heel wat e-mails beantwoorden.

E-mailpauze

Die e-mails. En facebook. Tussendoor de nieuwsberichten. Nogmaals de nieuwsberichten. Alweer e-mails. Whatsapp. Nogmaals nieuwsberichten. Wikipedia voor iets wat in die nieuwsberichten staat. Google. Google Images. Google Maps. En opnieuw.

Facebookpauze

Op enkele jaren tijd zijn we met z’n allen ontzettend verslaafd geraakt aan onze mobiele toestellen, aan de nooit ophoudende stroom berichten, beelden en fastfoodfacts. Ik wil zelfs niet weten hoe vaak ik mijn mails op een gemiddelde dag check of hoe vaak ik de tekst die ik schrijf even onderbreek om over de tijdlijn van Facebook te scrollen. Ik betrap er mijzelf op dat ik, waar ik vroeger urenlang in grote concentratie met mijn neus in de boeken kon zitten, een immens genot, tegenwoordig om de tien bladzijden opsta om snel mijn mails te checken, niet eens omdat ik iets belangrijks verwacht, gewoon zomaar, uit gewoonte, vanwege de snelle kick. Ik was ooit, zoals Nicholas Carr in zijn boek The Shallows. What The Internet Is Doing To Our Brains, een ‘scuba diver in the sea of words. Now I zip along the surface like a guy on a Jet Ski.’ De neurale verbindingen van onze hersenen veranderen mee met onze computers. Daarop spelen bouwers van websites en apps uiteraard gretig in. Wie is de meester, wie de slaaf? Wie gebruikt wie? Wie de persoon, wie de machine? Opnieuw Nicholas Carr: ‘Even when I was away from my computer, I yearned to check my e-mail, click links, do some Googling. I wanted to be connected. (…) [T]he Internet, I sensed, was turning me into something like a high-speed data-processing machine. (…) I missed my old brain.’ 

E-mail- en Facebookpauze

Likes op facebook zouden dezelfde genotshormonen vrijmaken als chocolade of seks (dit feit check ik nu even niet). Jongeren sturen massaal naaktfoto’s naar elkaar. Ping, een bericht. Ping, een bericht. Het is zo erg dat je intussen digitale…

Googlepauze

… ontwenningskuren kunt volgen tegen betaling. Onlangs nog stond in De Standaard een lang artikel over verschillende BV’s die – eens ze de ontkenningsfase in hun verslaving voorbij waren – besloten, samen de detox te proberen. Er ging een wereld open, ze herinnerden zich dat ze vroeger gerust een dagje zonder konden, een week desnoods, en zie, het wonder geschiedde, plots hadden ze weer tijd, kwamen tot de vaststelling dat leegte en afwezigheid inspirerend en vaak ook gewoon noodzakelijk zijn. 

Voor nadenken, schrijft Michael Harris, heb je enige afstand nodig: ‘True Contemplation is always a two-part act; We go out into the world for a time, see what they’ve got, and then we find some isolated chamber where all that experience can be digested.’ In zijn boek The End of Absence. Reclaiming What We’ve Lost In A World Of Constant Connection, komt hij tot de vaststelling dat hij er vroeger ontzettend van hield, even weg te zijn van alles en iedereen, even afwezig te zijn. In 1999 trok hij nog een laatste keer zonder gsm naar de bergen, maar toen ergens stopte hij, en intussen is hij iedere afwezigheid, iedere vorm van onbereikbaarheid als een marteling gaan zien, begrijpt intussen zelf niet hoe het zo is kunnen lopen. ‘How did I go from loving that absence to being tortured by it?’ Hij voelt zich schuldig, hij is ongerust alsof connectivity en verbondenheid synoniemen zijn. Met alles wat hij aan snelheid gewonnen heeft, lijkt hij toch een ouder, rustiger en misschien rijker leven kwijt. 

E-mailpauze (verdomme, nog geen antwoord op die mail van haast een uur terug)

Oscar Wilde schreef ooit geleden: ‘It is a very sad thing that nowadays there is so little useless information.’ Honderdtwintig jaar terug mag dit een leuk aforisme geweest zijn, vandaag klopt er niets meer van. Er lijkt daar, buiten, in de echte en de virtuele ruimte, voor zover die nog van elkaar gescheiden kunnen worden, een wereld te bestaan die constant om onze aandacht schreeuwt, en onze defensiemechanismen lijken tegen de overdadigheid ervan amper of niet opgewassen. 

E-mail- Facebook- en Nieuwsflashpauze

Hoewel technologische snufjes en veranderingen steevast worden gepresenteerd als mogelijkheden om efficiënter en beter met onze tijd om te gaan, zijn we toch al te vaak – en steeds vaker – zelf het product. Wat de laatste jaren heeft plaatsgevonden, is een vreemde omkering. Telkens geven we, bij ieder moment dat we besteden op bijvoorbeeld Google of Facebook, gratis een klein beetje informatie over onszelf af, die vervolgens door de betreffende firma wordt gebruikt om winst te creëren voor zichzelf en voor de adverteerders waaraan die informatie wordt doorgegeven. 

Hoe is het zover kunnen komen, hoe is het gebeurd dat wij met een belofte van efficiëntie en tijdswinst in een keurslijf van een aan alles behalve onze eigen levenstijd gelieerd tijdsgebruik terecht zijn kunnen komen? In haar boek Stil de tijd noemt Joke Hermsen de vandaag overheersende wijze om met tijd om te gaan ‘kloktijd’, de tijd zoals we die zijn gaan hanteren vanaf de industriële revolutie, opgedeeld in rekenkundige eenheden die voortdurend in het oog gehouden moeten worden, tijd die we op een zo efficiënt mogelijke wijze moeten besteden, tijd waarvoor de meest gebruikte (maar gelukkig nog niet de enige) metafoor ‘geld’ is, het westerse maar intussen geglobaliseerde tijdsmodel dat preciezer en exacter is dan de aarde zelf. 

Immers, zoals Jay Griffiths berekende in haar prachtige boek Pip Pip, …

Googlepauze 

…uit 2000, bestaat de seconde, basiselement van dit tijdsmodel, uit 9.192.631.770 slingerbewegingen van het atomair element Caesium. Zo is het in 1972 vastgelegd als Co-ordinated Universal Time (UTC). Er zijn 60 seconden in een minuut, 3600 in een uur en 86400 in een dag, maar interessant aan deze standaard is dat ongeveer ieder jaar aan één dag een extra seconde toegevoegd moet worden om de blijkbaar niet erg precieze aardse tijd aan het systeem aan te passen. Vandaag de dag zijn onze klokken preciezer dan de aarde.

Plaspauze (scrollend, ik pis bijna naast de pot)

Hoe dit westerse, intussen universele tijdsmodel ontstond, is al vaak verteld. De doorbraak van de kloktijd kwam er in de negentiende eeuw bij de ontwikkeling van een spoornet met klokken die altijd en overal synchroon moesten kunnen lopen. Eind negentiende eeuw werd in Engeland de Greenwich Mean Time (GMT) ingevoerd, een uniforme tijd genoemd naar de Londense sterrenwacht. Geleidelijk werd de hele wereld op dezelfde standaardtijd gezet, berekend vanuit de willekeurig gekozen nulmeridiaan in Greenwich. 

Niet toevallig is de negentiende eeuw, waarin we dit begin van de gestandaardiseerde, universele tijd moeten zoeken, ook de periode van de industriële revolutie, de moderniteit en het ongebreidelde kapitalisme. De klok werd niet alleen een instrument om altijd en overal, aan de hand van een enkele standaard, efficiënt de tijd te kunnen meten, maar ook een manier om gedrag te vormen. Arbeiders moesten zich aan het ritme van de fabriek en van de klok aanpassen. Ieder werkmoment, en later ook iedere pauze, moest aan de klok worden gekoppeld. Zo werden klokken – en ze zijn het vandaag nog – normatieve gedragsvormers. Deze manier van met tijd omgaan, gebaseerd op moderne, kapitalistische waarden als efficiëntie, discipline en rationaliteit, heeft zich in onze levens gevestigd, en is deel geworden van wie we zijn en van hoe we over onszelf denken. Tijd werd een ding dat we kunnen opdelen in grotere en kleinere stukken, dat we kunnen gebruiken of verspillen, kunnen winnen of verliezen. Jay Griffiths vergelijkt de omgang van het Westen met tijd met de enclosure-beweging. Tijd wordt afgebakend, in gebruik genomen.

Facebookpauze 

Uiteraard is het een evolutie die zich niet overal aan hetzelfde tempo voltrok. Zeer lang was deze gestandaardiseerde tijd vooral iets van de steden, en bleef de tijdsbeleving op het platteland verbonden met het ritme van de natuur. De mechanisering en schaalgroei van de landbouw, de globalisering van de economie en de toenemende verbondenheid via internet en mobiele telefonie zorgden ervoor dat ook het platteland intussen onderworpen is aan diezelfde industriële tijdsbeleving. Zo is de variëteit van en het aantal tijdsmetingen en tijdsbelevingen door de globalisering sterk afgenomen tot er maar één overheersende tijdsbeleving meer over bleef.

In onze economie, en bij uitbreiding vaker dan ons lief is ook in de momenten wanneer we niet aan het werk zijn, bijvoorbeeld tijdens onze veel te volle vakanties, is tijd een entiteit geworden die in stukjes geknipt en vervolgens productief gemaakt moet worden. Tijd is schaars en moet geëxploiteerd worden. Je moet er het maximum uithalen, tijdens je werkuren en vervolgens evengoed erbuiten. We zijn de slaaf geworden van onze neiging, niet alleen tijdens onze werkuren maar ook in onze vrije tijd onze dagen snel en met de logica van winst en verlies in het achterhoofd te vullen. 

Beetje-van-alles-onlinepauze, dubbele lengte

Moet met andere woorden een groot bevrijdingswerk ondernomen worden? Zijn wij ‘sinds de invoering van de internationale Greenwichtijd aan het einde van de negentiende eeuw steeds meer naar de kloktijd gaan leven’, en hebben wij ‘daardoor die andere, meer persoonlijke of innerlijke ervaring van tijd naar de achtergrond verdreven’ (Joke Hermsen)? Als we zien hoeveel mensen te kampen hebben met stress, burn-out en gevoelens van zinloosheid lijkt dit zo. Overal valt de roep te horen om traagheid en een andere omgang met de periode die ons hier in dit ondermaanse toegemeten is, maar weinige hedendaagse apologeten van slow living zijn zo spitant als Paul Lafargue, de flamboyante… 

Wikipediapauze

…schoonzoon van Karl Marx, in zijn uit 1883 stammende pamflet Het recht op luiheid. Op een manier die zijn schoonvader niet direct met enthousiasme vervulde, maakte Lafargue van de strijd tegen de onderdrukking van de arbeider een strijd tegen de arbeid zelf, en verkondigde dat het proletariaat, als het zich wil bevrijden, niet alleen het juk van de kapitalistische bourgeois moet afwerpen, maar ‘de liefde voor de arbeid, de morbide hartstocht voor het werk, doorgedreven tot aan de uitputting van de levenskrachten van het individu en zijn nageslacht’ moet laten varen. Het proletariaat heeft, door zijn instincten te verraden en zijn historische opdracht te verloochenen, zich laten ontaarden door het dogma van de arbeid.’ Met de toenemende machinering, schrijft Lafargue niet helemaal onvisionair, zal arbeid overbodig worden. Zijn droombeeld is een arbeidersklasse die zich verheft ‘niet om het recht op arbeid op te eisen dat slechts het recht op ellende is, maar om een ijzeren wet te smeden die elk mens verbiedt om meer dan drie uur per dag te werken’. 

Het klinkt verbazend actueel. Ook vandaag wordt druk gespeculeerd over een toekomst waarin minder of zelfs niet meer gewerkt zal worden. Los van het feit dat intussen in verscheidene studies aangetoond werd dat wie minder werkt, een hogere productiviteit haalt, lijkt een wereld met veel minder werk dan vandaag door de toenemende digitalisering volgens sommigen gewoon onafwendbaar. Misschien maar goed ook. Onlangs voerde de universiteit van Durham in Groot-Brittannië…

Google-Mapspauze

…het grootste internationale onderzoek uit dat ooit naar rust is gedaan. Meer dan twee derde van de respondenten – 18.000 mensen uit 134 landen – gaf aan dat ze naar meer rust verlangen. ‘De studie toont aan dat de mogelijkheid van mensen om af en toe rust in te lassen in hun leven, sterk gerelateerd is met hun gevoel van welzijn’, zegt hoofdonderzoeker Felicity – what’s in a name? – Callard.  

Maar hier dreigt een nieuw probleem? Ondanks alle praatjes over meer-tijd-voor-het gezin en het recht op luiheid dat Lafargue al promootte, ondanks alle onderzoek en het populaire geklaag over tijdsgebrek, heeft ons werkritme toch niet alleen te maken met een van buiten, door een of ander kapitalistisch of neoliberaal monster opgelegde dwang, maar komt die evenzeer gewoon uit onszelf. Hedendaagse epigonen van Lafargue, merkt Ignaas Devisch sardonisch op in zijn boek Rusteloosheid, reizen de wereld rond en hebben het behoorlijk druk met het geven van lezingen over de rol van luiheid. Luid de luiheid verkondigend, genieten ze van de bedrijvigheid. Apologeten van Quality Time, minder werken, Slow Living en dergelijke meer, toont hij overtuigend aan, gaan uit van een te simplistische mensvisie, en hun geklaag over ons drukke bestaan is niet gespeend van enige hypocrisie. In feite – ik ben zelf geen uitzondering – houden we er gewoon ook van, het druk te hebben. Enerzijds klagen we graag over stress, anderzijds zijn we evenmin tot niets doen in staat. We lijken last te hebben van de drukte, maar zoeken die tegelijkertijd zelf op. Met ambitie, enige rusteloosheid, bedrijvigheid of een gevuld leven is op zich niets mis, meer nog, velen van ons hebben er duidelijk ook nood aan. De bevrijding van de kloktijd zal niet zomaar een vertraging kunnen zijn, een enigszins melancholisch praatje over leven in harmonie met de biogroente in onze moestuin. 

 

Er is een interessante paradox. Ondanks het feit dat we steeds langer leven, hebben we minder tijd dan ooit, want enerzijds is tijd iets geworden wat in termen van schaarste, winst en verlies gezien moet worden, en anderzijds hebben we – zelfs al leven we een jaar of twintig langer dan enkele decennia geleden – een eeuwigheid in het hiernamaals verloren. Er is absoluut erg weinig tijd. De klokt tikt niet alleen op kantoor, niet alleen in het economische leven, maar ook thuis en levert ons er soms misschien een ogenblik lang een waan van waar-het-klokje-thuis-tikt-tikt-het-nergens-rust op, tot we toch weer moeten vaststellen dat de seconden helemaal niet ingetogen zijn, maar ons opjagen, want de dagen en de jaren korten en de tijd gaat maar in één enkele richting. Onze levens zijn in een vingerknip voorbij. Laten we even als voorbeeld een personage verzinnen en… 

Facebook- en e-mailpauze

…hem Jeroen Theunissen noemen. Hij heeft allerhande eigenschappen, bijvoorbeeld donker krulhaar en een voorliefde voor scabreuze humor, maar over die eigenschappen gaat het nu dus even niet. Slechts over zijn levenstijd. Intussen negenendertig jaar geleden is ons personage zonder dat hij er ooit om gevraagd heeft in de tijd en het leven gevallen, hij is nu al ouder dan hij zich ooit had kunnen voorstellen te zullen zijn, en is als we van de huidige levensverwachting uitgaan – een levensverwachting die nog zal stijgen, volgens sommigen zelfs spectaculair – min of meer halfweg in zijn leven, in feite over halfweg, want zoals iedereen weet, duurt de week van een vijfjarige vele keren langer dan de week van een zestigjarige. Het boek van dit personage zal in een oogwenk uit zijn. Werkelijk, er is weinig tijd. Vita brevis. Vandaar misschien de rusteloosheid waarop Ignaas Devisch zo treffend wijst, een rusteloosheid waaraan ook ons personage zeer zeker lijdt. 

Er wordt aan gewerkt. Ja, dat klopt. Sommige hemelbestormende futuristen, de ene al wat ernstiger dan de andere, gaan ervan uit dat we onze individuele levenstijd zeer binnenkort sterk zullen kunnen oprekken. Misschien een paar duizend jaar, misschien zelfs een eeuwigheid (Internetgoeroe Ray Kurzweil schreef zonder ironie een boek vol gezondheidstips met titel Live Long Enough To Live Forever). Er zijn er die zichzelf uithongeren om hun metabolisme te vertragen, er zijn er die zich laten invriezen. Wat men vervolgens met dat immens lange leven of die eeuwigheid precies zal moeten doen, is niet duidelijk; meestal komt men niet veel verder dan ‘fun’. Interessant aan deze pogingen, de tijd te rekken, is het puur individuele karakter ervan, zelfs het totale gebrek aan verantwoordelijkheid. 

Googlepauze

Van Bill Maris, hoofd van Google Ventures, is de uitspraak dat het enige wat spijtig is aan het feit dat hij nooit zal sterven erin bestaat dat hij naar zo veel begrafenissen zal moeten gaan. En met het probleem van de overbevolking geconfronteerd, stelde Aubrey de Grey… 

Wikipediapauze

…ooit luchthartig dat we in de toekomst gewoon zullen moeten kiezen: zelf eeuwig leven of kinderen krijgen. Het lijkt dat wat deze heren – het zijn haast altijd heren – nastreven niet zozeer een bevrijding van de tijd is dan wel een hyperindividualistische en nogal krampachtige poging om de kloktijd zo lang mogelijk te rekken. 

 

‘Wat is dus de tijd? Wanneer maar niemand het me vraagt, weet ik het; wil ik het echter uitleggen aan iemand die het vraagt, dan weet ik het niet.’ Sinds Augustinus (en waarschijnlijk al lang voordien) is er nagedacht over, of eerder geworsteld met de vraag wat tijd toch precies is, en bijna altijd luidt de conclusie dat tijd ongrijpbaar is, vluchtig en tegelijkertijd onoverkomelijk. Een verleden bestaat niet echt, een toekomst ook niet, misschien bestaan er – opnieuw met Augustinus – alleen maar ‘een tegenwoordige tijd van het verleden, een tegenwoordige tijd van het tegenwoordige en een tegenwoordige tijd van het toekomstige’. Maar wat is dat ‘tegenwoordige’ dan? Een minimale eenheid die steeds verdwijnt. Een zeepbel die ontploft zodra je ze aanraakt. Hoe kun je een ogenblik beleven wanneer het ogenblik al op het moment waarop je het beleeft voorbij is? En iets anders: hoe kun je die beperkte hoeveelheid jaren die je levenstijd telt vatten in vergelijking met de kosmische tijd, die ooit met de singulariteit van de oerknal – niet eens een gebeurtenis, want daarvoor heb je tijd nodig en die was er nog niet – ontstond? 

Facebookpauze 

In haar enigszins eigenaardige, maar fascinerende essay Wat blijft stelt Patricia De Martelaere zich de vraag hoe het nu zit met die steeds in wording verkerende tijd. Als alles vervliedt, is dan niet alles ‘niets’? Als het verleden niet meer is, en alle heden en toekomst op een gegeven moment verleden worden, hoe kan er op den duur nog iets zijn? Hoe kunnen wij onze blijkbaar aangeboren of in ieder geval nooit ophoudende drang naar bestendigheid met die vluchtigheid verzoenen? Het is allemaal tevergeefs. Paradoxaal genoeg is alleen de dood het moment waarop we de tijd tot stilstand kunnen brengen, en bereiken we dan pas ‘op een groteske manier de Volheid van het Zijn, we worden stof onder het stof, een lichaam dat met zichzelf samenvalt en aan de wetten der ontbinding onderhevig is, zonder reflectie of pijn, zonder hoop of verlangen.’ Dit ‘niets’ is het enige, letterlijk is het zo dat er ‘niets is dat blijft – het is het niets zelf dat blijft, en tot dit grote niets behoren ook wijzelf.’ 

Een-beetje-van-alles-onlinepauze

Het is een wat treurige conclusie, te beseffen dat het enige moment waarop we ons werkelijk volledig en perfect van het keurslijf van de ons toebemeten tijd zullen kunnen bevrijden het moment zal zijn – door Patricia De Martelaere zelf intussen jammer genoeg bereikt – waarop we het niets ingaan. En in haar essay verguldt De Martelaere de pil weliswaar nog een beetje met een snuifje boeddhisme, maar dat heb ik nooit zeer geloofwaardig gevonden. We lijken – men mag dit jammer vinden – in de wegtikkende tijd gevangen zonder hoop dat we die ooit zullen kunnen overwinnen behalve op het moment dat we er zelf niet meer zullen zijn, daaraan zal ook de ontwikkeling van de verjongingspil, volgens sommigen nog de komende tien jaar te verwachten, niets veranderen. 

Maar de mens is (en blijft ook na de dood van God) een transcendent dier, met een voortdurende drang zichzelf en zijn/haar beperkingen te overstijgen, bijvoorbeeld door kinderen te maken en zichzelf voor die kinderen weg te cijferen, door voor een ideaal of een land te vechten, door in een of ander collectief te geloven, door zichzelf en anderen ficties te vertellen, door naar muziek te luisteren, door geschiedenis te lezen, door kunst te maken, door veel te veel geld te verdienen of misschien zelfs door tegen iedere vorm van efficiëntie in urenlang in alle mogelijke en onmogelijke posities te neuken (en er achteraf verrokken spieren aan over te houden). 

E-mailpauze

In ‘het niets’ kun je niet geloven. Bij de absurditeit kun je niet eindigen. Als de tragische, tot falen gedoemde wezens die we zijn, moeten we in deze absurde fractie tijd die ons gegeven is toch, liefst in het besef van onze onvolkomenheid, een poging doen om de beperking van die kloktijd te overstijgen. De tijd bevrijden betekent dat je ophoudt, zij het maar even, te leven in je eigen lineaire tijdsverloop.  

Een van de manieren om dat te doen – zeker niet de enige manier, en niet de minst zweverige – is dat we proberen om even een kleine bres in die ongrijpbare stroom te slaan, wat de Duitse mysticus Meister Eckhart een nunc stans noemde, een staand nu, een Nu dat heel even tijdloos is (of die indruk – uiteraard vals – zullen we toch hebben). Uiteraard zijn die woorden – nunc en stans, staand en nu – een contradictie, het nu kan niet blijven staan. En toch. We moeten enigszins tragisch tot mislukken gedoemde pogingen ondernemen. Ons personage bijvoorbeeld had deze ervaring laatst nog toen hij de vierentwintig uur durende theater- en dansmarathon Mount Olympus beleefde. Hoewel hij er nog niet helemaal uit is of hij deze met lof overladen voorstelling ook werkelijk inhoudelijk boeiend vond, bereikte hij door de mengeling van vermoeidheid en extase op een gegeven moment een andere tijdsbeleving. Het einde van de vierentwintig uur is een zowel orgiastische als orgastische apotheose, en de toeschouwer slaagt erin, aan de chronische tijd te ontsnappen. Ander voorbeeld: tijdens een prachtig, meeslepend muziekstuk vergeten we het bestaan van deze kloktijd, en staat – in de woorden van Arthur Schopenhauer, die de prachtigste pagina’s over muziek heeft geschreven – ‘het rad van Ixion even stil’. Ook een beeldend kunstenaar als Mark Rothko, legt Joke Hermsen uit in Stil de tijd¸ probeert zijn doeken los te zingen van de kloktijd en de geschiedenis, stille momenten te scheppen en van daaruit tot bezinning te komen ‘over datgene wat ‘tijdloos en tragisch is’.

Of je kunt wandelen, de traagste en minst efficiënte, maar oudste methode die de mens ooit heeft ontwikkeld om zich te verplaatsen, of eerder: de oudste methode om in het landschap te bestaan. Het personage dat eerder al even aan bod kwam, die negenendertigjarige Jeroen Theunissen met zijn donker krulhaar en zijn scabreuze gevoel voor humor, is er onlangs mee begonnen. Vorig jaar, in 2015, kampte hij met stress, een beginnende burn-out en een hoop existentiële poespas, begreep het gebied waar hij woont en boeken schrijft niet meer, was met veel niet akkoord en had een utopie nodig, zag ook dat zijn leven in dit steeds meer naar de wetten van een enkele, eenduidige kloktijd geregeerde Europa en in die moeilijke, verwarrende eenentwintigste eeuw te snel ging, en besloot voor zijn volgende boek gedurende de komende twee jaar in verschillende etappes van een drietal weken een lange wandeltocht te maken van meer dan vijfduizend kilometer, startend in Cahersiveen in het zuidwesten van Ierland en eindigend in Istanboel. Vreemd genoeg had hij, een romanticus zijnde, het gevoel dat hij, stapje voor stapje zettend, niet slechts met een persoonlijke zoektocht begon, maar een maatschappelijk en zelfs voor het hele universum van groot belang te noemen werk ondernam (dit ook wel omdat ons personage enigszins narcistisch mag heten). Intussen is ons personage halfweg. De eerste dagen van iedere wandelsessie zijn altijd enigszins moeilijk, want voortdurend vraagt ons personage – tien uur per dag alleen maar stappend – zich af of dit niet het meest belachelijke en minst efficiënte plan is dat hij ooit heeft gehad, of dit plan niet betekent dat hij, door niet te werken maar gewoon dag in dag uit te wandelen, soms overigens door erg saaie gebieden, zijn schrijverscarrière in het gedrang brengt. Na een paar dagen verdwijnen de zorgen, en beseft hij, in de woorden van Frédéric Gros, dat traagheid ‘toch niet exact het tegenovergestelde van snelheid is’.

Ik zit ineens in een flow (opzoeken op Wikipedia)

De hier opgesomde voorbeelden van bevrijde tijd mogen banaal lijken, misschien zweverig. Zijn ze wel maatschappelijk verantwoord? Je stopt er geen oorlogen mee, je lost er geen moeilijke wetenschappelijke problemen mee op. Ze helpen je wel om te leven. U hoeft niet zo romantisch en zoekerig te zijn als ons personage, maar feit is dat er een andere tijdsbeleving kan bestaan, waarin we ons even van die kloktijd bevrijden, in de twee betekenissen die hier gegeven zijn, kloktijd als een efficiënt, economisch gebruik van de wegtikkende seconden, kloktijd als de absurde, existentiële fractie van de kosmische tijd die onze levens zijn. Bevrijde tijd is niet enkel een poging om uit de ratrace te stappen, maar een nogal tragische (want steeds tijdelijke) transcendentie, een mystiek nunc stans of een stevige joint, een overstijging van onszelf in een geliefde of een collectief of een ideaal dat de ons toebemeten levenstijd te boven gaat, tot op een dag natuurlijk toch die ene niet-tijdelijke, ware transcendentie optreedt en we inderdaad (jammer genoeg) uit de tijd zullen stappen, zonder dat een terugkeer ooit mogelijk is.

 

En nu ga ik de liefde bedrijven.

 

* Met dit essay leverde Jeroen Theunissen zijn bijdrage aan Oikos 80, het feestnummer naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van het tijdschrift.

Read more...

Pleidooi voor meer luxe

17 augustus 2016 by Sociaal 6310 Views

“En al op vakantie geweest deze zomer?”, vroeg ik recent op een barbecue met vrienden. “Nee, enkel een weekendje Madrid en het huwelijk van vrienden in Boston, voor de rest is het een zomer in ’t Stad. We gaan pas in het najaar, buiten het seizoen, naar Bali”, was het nonchalante antwoord. Die vanzelfsprekendheid was voor vorige generaties ondenkbaar en ze geldt lang niet alleen voor reizen. Wat we vroeger als luxueus beschouwden, consumeren we nu massaal. Ondanks de crisis leven we nog altijd in overvloed, met alle gevolgen van dien. En toch wil ik hier een vurig pleidooi houden voor meer luxe in je leven.

In de economie is luxe een ongrijpbaar goed. Het is datgene waar je naar verlangt en zou aanschaffen als je rijk genoeg was. Met de opleving van de economie na de oorlogsjaren kwamen heel wat ongrijpbare goederen vanaf de jaren ’50 en ’60 plots binnen handbereik. Vooral jongeren genoten toen van deze bloeiperiode. De babyboomers droomden van, spaarden voor en kochten elpees, merkkleding, een bromfiets en misschien zelfs een auto. In latere jaren - met de 'Personal Computer' als orgelpunt - zorgden verdere globalisering en massaproductie voor nog meer betaalbare luxe.

Luxe is vandaag compleet uitgehold

Vijftig jaar later zijn er nog weinig zaken ongrijpbaar. Meer nog, we (over)consumeren zoveel dat we niet meer beseffen dat we in luxe leven. Wat vroeger aanleiding was voor een uitgebreide dia-avond, is vandaag niet meer dan een album ‘Bali 2016’ op Facebook. Waar vroeger seizoenen en continenten bepaalden wat we aten, is nu alles van over de hele wereld altijd beschikbaar. Ook de dagelijkse consumptie van vlees is zo’n evidentie geworden, om nog maar te zwijgen van persoonlijke mobiliteit. Onze welvaartsmaatschappij heeft de klassieke invulling van luxe totaal uitgehold. Wat we vandaag bestempelen als een luxeartikel, is eigenlijk niet meer dan een overprijsde merkeditie van een toegankelijk massaproduct.

En toch leven we in gestreste tijden. We hollen ons te pletter en snakken naar meer ademruimte en rust. De reden is simpel. We zijn verblind door de logica van de economie waarin meer ook garant staat voor beter. Spijtig genoeg valt die zelden te rijmen met de logica van het leven. Daarin is luxe net datgene wat je niet kan kopen, wat onvervangbaar is. Onze planeet bijvoorbeeld, en de tijd die je hebt om erop rond te lopen. Daarom pleit ik ervoor om luxe te herwaarderen. Niet alleen omdat de aarde er baat bij heeft, maar ook omdat je er zelf enorm bij wint.

Nood aan een hedendaagse en duurzame visie

Twee bewegingen zijn cruciaal om de collectieve klik te maken. Laten we zaken die we vandaag als alledaags beschouwen, terug hun terechte status van luxe aanmeten en laten we er collectief naar streven om datgene dat we echt als waardevol beschouwen, alledaagser te maken. De nieuwe invulling van luxe is datgene waar je naar verlangt, mocht je tijd genoeg hebben om het te doen. De luxe om meer tijd met je kinderen, vrienden of familie te spenderen. De luxe om te sporten of optredens bij te wonen. Maar ook tijd voor gezond koken, leren of lezen … Allemaal zaken die je bij de start van het nieuwe jaar als goede voornemens formuleerde, maar al snel onder de voet gelopen werden in de dagelijkse ratrace.

Gelukkig versterken die twee bewegingen elkaar. Meer nog, hun synergie vormt de sleutel tot een duurzame maatschappij. Als ‘time’ ‘money’ is, levert minder geld misschien ook meer vrije tijd op. Door minder te consumeren, spaar je geld uit en moet je minder gaan werken. Geniet bijvoorbeeld één keer per week van een lekker, biologisch en lokaal lapje vlees in plaats van elke dag te grijpen naar massaal geproduceerd vlees. Maak van die ene vliegvakantie om de vijf jaar een ongelooflijke ervaring in plaats van in ijltempo de citytrips aan elkaar te rijgen. Of ga consequent voor lokale en seizoensproducten zodat die uitzonderlijke avocado iets is om echt naar uit te kijken. Het is niet alleen goed voor je portemonnee, je creëert er bovendien meer momenten van luxe in je leven mee.

Tijd voor een nieuwe welvaartsmaatschappij

Laten we bouwen aan een 21e-eeuwse welvaartsmaatschappij op maat van mens en planeet. Een samenleving waar luxe niet langer bepaald wordt door het aantal euro’s op onze rekening of het aantal spullen in ons huis, maar door de tijd die we besteden aan zaken die er echt toe doen. Die uitdaging begint uiteraard deels bij onszelf, maar ook beleidsmakers en werkgevers spelen een cruciale rol. Zij moeten het voor ieder van ons eenvoudiger maken om aan dat 20e-eeuwse keurslijf te ontsnappen door van de duurzame keuze de meest aantrekkelijke te maken. Niet enkel bieden ze zo een vernieuwde visie op een zin- en waardevoller leven, maar creëren ze ook een aantrekkelijk alternatief voor onze desastreuze overconsumptie. 

Read more...

Kaat uit Dendermonde woont eko-samen in Nijmegen

07 juli 2016 by Sociaal 3580 Views
Stefaan Segaert

Written by

De tocht van Turnhout naar het Nederlandse Lent is met een grote glimlach afgefietst. Lent is een deelgemeente van Nijmegen en daar woont Kaat uit Dendermonde. Enkele maanden geleden dook deze vurige dame op in een artikel in De Standaard omwille van de opmerkelijke plek waar ze nu woont, ‘Iewan’, een woonproject dat steunt op sociale, ecologische en open waarden.  

Duurzaam en gemeenschappelijk wonen en leven

De gastvrijheid waarmee ik ontvangen word, is van dat laatste een treffende illustratie. Nadat ik van Kaats vegetarische schotel mocht genieten - heel welkom na 120 kilometer fietsen - neemt ze me mee op sleeptouw langsheen de gemeenschappelijke ruimtes van Iewan. In de gezamenlijke activiteitenplek is er net een yogasessie aan de gang. Ze toont me de collectieve pelletkachel die met een opslagcapaciteit van zeven ton het hele gebouw van verwarming voorziet. Elektriciteit halen de bewoners voor negentig procent uit de 218 zonnepanelen  en van het majestueus bloeiend bloemendak kan ik mijn ogen niet afhouden.  

Iewan huist vijftig personen in 24 wooneenheden. In de onderste laag huizen de gezinnen, daarboven de koppels zonder kinderen of singles. Kaat maakt deel uit van de meidengroep; ze deelt een deel van haar woonruimte met drie medebewoonsters. 

Er is een winkel waar de bewoners afvalarm, in bulk en collectief biologische voeding en producten aankopen. Een rietveld zuivert het afvalwater van de badkamer en de keuken, dat gerecupereerd wordt voor het doorspoelen van de toiletten.  

De bewoners zijn geen eigenaars. Ze huren aan de woningcoöperatie die een garantie van dertig jaar voorziet. Het huurbedrag is naar Nederlandse normen eerder laag. Zo betaalt Kaat 400 euro per maand. Heel veel vaste kosten zoals internet zijn belachelijk laag, en investeringen zoals wasmachines komen erg goedkoop uit door een gedeelde aankoop.  

Wat me naast al het visuele, het architecturale en het sociale sterk bijblijft: de kracht van een groep! Er zijn werkgroepen educatie, klusjes, tuin, financiën en andere. Met je eigen talent kan je je engageren voor één of meerdere werkgroepen. Iewan drijft op de expertise en de talenten van de vele bewoners. Zelfs bij de toelatingspolitiek voor nieuwe bewoners is het niet de volgorde van inschrijven, maar het nodige puzzelstuk die voorrang verschaft. De winkel hoeft elke bewoner maar twee keer per jaar open te houden, omdat vijftig mensen collectief deze verantwoordelijkheid delen. Er is een atelier voor schrijnwerkmachines en net omdat je samenwoont, kan je een degelijk machinepark uitbouwen en kunnen ervaren schrijnwerkers hun kennis van het ambacht doorgeven.  

In het gemeenschappelijk gedeelte gaan - naast yogasessies - bijvoorbeeld ook cursussen strobouw door, en ook een lokale toneelgroep gaf er al voorstellingen. Op zaterdagavond zijn er vaak optredens van lokale muzikanten of vrienden van bewoners en op zondag is er café.  

Veel wordt spontaan geregeld – denk aan kinderoppas – en lijsten met taken raken snel ingevuld. Iewan is bijzonder omwille van de schaal van het project en kreeg zo al veel weerklank en aandacht in de media. Naast Iewan liggen ook andere gemeenschapsgedreven ecologische woonprojecten. Eén ervan heeft explicieter het intergenerationele in zijn missie en daar is zorg of toekomstige zorg dus erg centraal. 

Ook de straatnamen zijn hier bijzonder: ik slaap deze nacht in de logeerkamer in de Karl Marx-straat, een nabij gelegen straat dankt haar naam aan Hannah Arendt, en wat verderop leent Goethe zijn naam.  

Een buurtgericht verhaal in Tilburg-Zuid

Alsof dit project in Gelderland nog niet inspirerend genoeg was, had ik ook nog een toevallige maar sterke ervaring in de Buurtruilwinkel in Tilburg-Zuid. Ik stap er binnen en krijg een omstandige uitleg over de werking. Leden kunnen kledij, spullen, boeken, of muziek 'te koop' aanbieden. Zo verdienen ze punten waarmee ze zelf spullen van anderen aan kunnen schaffen. De spullen moeten winkelwaardig zijn. Zo wordt één koffietas bijvoorbeeld niet aangenomen, wel een volledige set. De buurtruilwinkel bestaat twee jaar en telt nu al negenhonderd leden. Joost toont me het computerprogramma dat alles keurig registreert. Annette coördineert, maar benadrukt dat burgers hier de drijvende kracht zijn. Het sociale en het ontmoeten is eigenlijk het belangrijkste. Net zoals ik hier proefondervindelijk mag ervaren.

Ik ga thee drinken aan de buurttafel en twee dames vertellen binnen de paar minuten kwetsbare levensverhalen. Dankzij Annette en deze werking kon ik mijn rug weer rechten, zegt een blonde vijftigster. Ik was dakloos en het binnengaan in de buurtruilwinkel is mijn redding geweest: het heeft me terug in mijn kracht gezet. De andere vrouw verloor haar enige dochter begin deze maand. Het wordt stil aan tafel als het woord 'afgeven' valt. De vrouw vertelt verder. Over hoe belangrijk het was dat een vriendin uit Groningen na de begrafenis haar een week opving. 

De werking is vergelijkbaar met LETS Helmond bij Eindhoven waar ik half september naartoe trek. Mien Paridaen is een oude bekende, acht jaar geleden stapten we er al eens binnen. LETS Helmond is een sterk buurtgericht verhaal met veel sociale spinoffs, waaronder een interculturele groep van kwetsbare moeders, maar hierover later dus meer. Transitiepraktijken, een zandbak voor de burgerij? Het blijkt vaak niet te kloppen.  

 

Dag 2 

Loesje

De medewerkers van Loesje verzamelen bij Kaat op donderdagmorgen. Loesje heeft een centraal bureau in Arnhem en is ontstaan uit de protesten van de jaren tachtig tegen de kernwapens en voor een beter leefmilieu. In plaats van protesteren wou Loesje positief prikkelen met woorden en korte zinnen, sommige tijdloos, andere inspelend op actueel debat. Er zijn 'cellen' over heel Nederland die in de publieke ruimte de gekende affiches  gaan plakken, op vuilnisbakken bijvoorbeeld In Middelburg, Amsterdam of Utrecht. Maar sinds kort ook in Warschau.  

We praten terwijl we muesli eten over de Nederlandse politiek, de verhitte teneur rond de asielzoekerscentra. Nijmegen, kom ik te weten, kent een erg progressief bestuur: Groenlinks is de grootste partij en bestuurt met de sociaaldemocraten, de SP en een lokale lijst. Ook bijzonder is dat de PVV van Wilders hier nauwelijks van de grond komt.

Kaat toont me nog even haar privéruimte, de collectieve badkamer en we zwaaien elkaar uit.  

Beginnen is alles

Het weer is helaas helemaal omgeslagen. Ik nestel me in het kielzog van enkele studenten en via een prachtige fietsbrug belandt ik in het historische hart van de stad die me erg intrigeert. Na een heerlijk ontbijt in de schaduw van de dertiende-eeuwse Stevenskerk besluit ik wat te freewheelen; van Sofie mocht ik laat thuiskomen.  

In het station blader ik nog wat in de fantastische brochure 'Toekomstboeren: Permacultuur en Voedselbossen' die ik per ongeluk heb mee gegrist uit Iewan. De brochure staat vol inspirerende landbouwprojecten, een godsgeschenk voor het project 'Gluren bij de Buren' van Vormingplus Waas-en-Dender: een zelfoogsttuin in Friesland, een landbouwpermacultuurproject in Sint-Oedenrode in Brabant, voedselbossen zijn er in Weerwoud en Flevoland en een ecodorp in Pauw bij Wageningen noemt zich een mobiele rafelrand-gemeenschap met permacultuur en voedselbos in aanleg.  

Mijn ogen vallen ook op het Netwerk Duurzame Dorpen en doen me reflecteren over de Transition Towns Movement. Het doel van het netwerk is dorpen te ondersteunen en te inspireren op het gebied van duurzaamheid. Thema's zijn o.a.: lokale voedselproductie, energie, klimaat, zorg, water en afval en hergebruik (…). In de gemeente Sudwest-Fryslân heeft dit geleid tot een groei in het aantal dorpstuinen.  

Al die verhalen sterken me in de overtuiging van Duits sociaal-psycholoog Harald Welzer: 'Beginnen is alles'. Veel van de initiatiefnemers waren milieuactivisten maar zochten naar kleinschalige, diverse en plezierige projecten. Linde en Alex van Tuinderij de Voedselketen verwoorden het als volgt: "Met milieu-activisme alleen kan je geen goed alternatief bieden voor alle problematiek waartegen we zo vurig streden". Op een lezing over Hart boven hard hoorde ik Eric Corijn hetzelfde pleidooi houden in verband met lokale munten. Start ermee, ga er niet te lang over theoretiseren en zie waar je moet bijsturen. Leer. Onderzoek. Analyseer. Kijk waar je op botst.  

Tonen dat het anders kan, aan de slag gaan, verknopen en opschalen van experimenten, daarin ligt volgens mij de ware toekomst van de mondiale transitiebeweging. Deze prospectie kan nu al niet meer stuk!  

 

Meer weten over Gluren bij de Buren? stefaan.segaert@vormingplus.be  

Meer weten over Iewan? http://www.iewan.nl/ en https://www.youtube.com/watch?v=h-wggnKzl20

Meer weten over Buurtruilwinkel Tilburg Zuid? http://www.ruilwinkeltilburgzuid.nl/ 

Read more...

Aanklacht schooldirecteur tegen sluiting asielcentra

08 juni 2016 by Sociaal 4062 Views
Administrator

Written by

Als reactie op de open brief van Johan Vanloo, directeur van de Sint-Martinus-school in Overijse, publiceerden De Morgen en De Standaard op 8 juni een interview met de directeur. Vanloo klaagt de sluiting aan van enkele asielcentra, waaronder het asielcentrum van Overijse. Negenentwintig van de jongeren lopen bij hem school.

Hieronder zijn open brief voorafgegaan door een inleiding van Magda Brijssinck. Zij is niet enkel vrijwilligster bij Oikos, maar zet zich ook al enkele maanden in voor het asielcentrum van Overijse.

 

Iedereen weet intussen dat er centra voor vluchtelingen zullen dichtgaan. Niet omdat het vluchtelingenprobleem verminderd is, maar omdat we veel minder vluchtelingen ons land (en Europa) binnenlaten.

De centra verschillen van elkaar wat de doelgroep betreft en het centrum in Terlanen (Overijse) is bijzonder in die zin dat het minderjarige, niet-begeleide vluchtelingen heeft opgenomen. Jongens die niet op familie kunnen terugvallen, die vaak trauma’s opgelopen hebben en voor wie de tocht naar België soms maanden geduurd heeft.

Het  zijn er intussen ruim 40. Het gebouw zou misschien meer gasten kunnen voorzien, als je het enkel over slaap- en eetgelegenheid en sanitaire voorzieningen hebt. Of dat voor de leefbaarheid een goede zaak is, valt te betwijfelen.  Deze alleenstaande pubers hebben behoefte aan veel meer dan eten en slapen. Hun aantal afstemmen op het mogelijke aantal bedden – hier of elders - is een rekensommetje dat vooral deze bijzondere groep onrecht aandoet. Dat er in Terlanen sedert eind december ook werkelijk veel meer gebeurt, staat overduidelijk in de bijgaande brief van de schooldirecteur.

De rekensom is nu wel gemaakt voor het totale aantal asielzoekers in het land. Er zal gerationaliseerd worden; de plaatsing moet efficiënter (d.w.z. goedkoper). Vanzelf is voor alle opvang de gelijkstelling van vluchtelingen met bedden een verkeerde zaak, want mensen zijn geen levenloze objecten die je zomaar verschuift. Voor de kwetsbare jongens in Terlanen is het een ramp. Je kunt ze beter vergelijken met tere – levende -  zaailingen die op veel te  korte termijn weer verpot worden, en het is niet de eerste keer dat ze verhuizen. Het broze weefsel is langzaam en moeizaam gegroeid en biedt ze nu een beetje houvast en psychologische stabiliteit. Dat stukmaken door ze uit elkaar te halen en opnieuw van nul te laten beginnen maakt duidelijk dat de beleidsmakers niet betrokken zijn bij deze levens en aan rekenen genoeg hebben. 

Het laatste is hierover nog niet gezegd.

Magda Brijssinck

 

Betreft: De sluiting van het asielcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers te Overijse: (g)een uitgemaakte zaak?

Aan Fedasil
Aan de heer Theo Francken, staatssecretaris voor Asiel, Migratie en Administratieve vereenvoudiging
Aan mevrouw Crevits, Minister van Onderwijs Aan Bruno Vanobbergen, kinderrechtencommissaris
Aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Overijse

Aan wie het aanbelangt
Aan wie een hart heeft voor de rechten van jongeren


Geachte heer Francken

Ik doe dit met tegenzin: in de grote publieke ruimte via een open brief een standpunt innemen tegen beslissingen waarvan ik weet dat het vechten tegen de bierkaai is. Toch kan ik niet anders dan te reageren tegen de geplande sluiting van het asielcentrum te Overijse (Terlanen). Het verhaal en het lot van de vluchtelingen heeft me – door mijn betrokkenheid als schoolleider bij wat leeft in mijn gemeenschap - persoonlijk geraakt.

Toen ik het bericht vandaag - 4 juni 2016 - in de media vernam kon ik het niet geloven: het asielcentrum is nauwelijks geopend (sinds 28 december 2015 verblijven er de eerste jongens) of het wordt al gesloten.

Met één pennentrek wordt er heel wat van tafel geveegd:

1/ Ruim 44 niet-begeleide jonge asielzoekers of vluchtelingen (Afghanen, Syriërs, Irakezen, Mauritaniërs en Pakistani) die eindelijk een thuis gevonden hadden in het landelijke Terlanen worden naar andere centra “verkast”. Beseffen de beslissingnemers wat de sluiting van het centrum voor emotionele schade bij deze jongeren tussen 12 en 17 jaar veroorzaakt? Het overgrote deel van deze jongens loopt reeds enkele maanden school te Overijse (in het Sint-Martinuscollege en in het GITO), kan door hun leergierigheid nu reeds één-op-één gesprekken in het Nederlands voeren, is bezig een vriendengroep buiten het kleinschalige asielcentrum op te bouwen, komt eindelijk emotioneel tot rust. Hoe zullen de jongens de sluiting en de verhuis ervaren? Wat weekt dit bij hen los? Hebben zij geen recht op stabiliteit? Op welke manier worden ze – alsof het voorwerpen zijn – verhuisd? En als ze dan toch verhuisd moeten worden: zullen ze in Vlaanderen terecht kunnen? Blijven ze samen?

2/ Het vrijwilligerswerk voor het asielcentrum was bewonderenswaardig: na de info-avond over de opening barstte er in onze gemeenschap een golf van solidariteit los. Kledij en fietsen werden ingezameld, er werden kookworkshops gegeven, een moestuin aangelegd en bovenal: een grote groep vrijwilligers zetten zich hard in om in de tussenperiode van de aanvraag om een OKAN-school op te richten en de oprichting ervan Nederlands aan te leren. Het zo perfect voorbereide wereldcafé om tijdens de zomermaanden de jongeren een fijne tijd te bezorgen, de plannen voor een peter en meterschap, de moeizame pogingen om de jongeren aan te helpen sluiten bij de plaatselijke sportclubs… De beslissing om het asielcentrum te sluiten is een aanfluiting voor iedereen die zich met een hart ingezet heeft om jongeren een warme toekomst te bieden.

3/ Het Sint-Martinuscollege en het GITO zetten heel wat tijd, middelen en energie in om de jongeren onderwijs te kunnen bieden. De Vlaamse overheid keurde – na een lange en slopende procedure - twee weken voor de paasvakantie de oprichting van OKAN-klassen goed. Pareltjes van leerkrachten werden aangetrokken en aangeworven. Zij zetten zich meer dan 100% in om gedegen onderwijs te kunnen bieden aan deze jongeren. Ook hun job staat op de tocht, de sluiting is een kaakslag voor hun inzet. Met mijn schrijven wil ik ook eer brengen aan en respect tonen voor hun inzet!

4/ De leerlingen van het Sint-Martinuscollege en het GITO worden door de aanwezigheid van de vluchtelingen geconfronteerd met de grote wereld die hen omringt: weg virtualiteit, televisiebeelden over vluchtende mensen waren niet meer weg te zappen want in real time aanwezig op school en in onze gemeenschap. Openbloeiende vriendschappen, confrontaties met de verhalen van de vluchtelingen, begrip voor de vluchtelingen, “kennismaking” met de gevolgen van oorlog… Het niet te meten leereffect op de leerlingen wordt met deze beslissing helemaal weggeveegd. Onbegrijpelijk!

Uiteraard besef ik dat er (voorlopig?) minder bedden nodig zijn: ik heb de cijfers bestudeerd – ik ben niet naïef! En ik besef dat iedere sluiting (net als de opening) van een asielcentrum een reeks vragen en brieven met zich meebrengt. Toch stel ik me vragen waarom net het kleine – stilaan in de gemeenschap ingebedde – asielcentrum van Overijse waar een hele kwetsbare groep jongeren een nieuwe thuis vindt gesloten wordt. Ik wil u alsnog vragen uw beslissing voor Overijse te herzien om de hierboven vermelde redenen. Mijn schrijven zal misschien niet baten, maar ik hoop dat u beseft dat het net de kleinschalige projecten zijn die ervoor zorgen dat de gemeenschap waarin we leven een warm- en diepmenselijk gelaat krijgt.

Ik leef met hoop op een juiste en eerlijke beslissing.

Met vriendelijke groet

Johan Vanloo

Read more...

Vorming voor asielzoekers mag geen eenrichtingsverkeer zijn

14 januari 2016 by Sociaal 3506 Views

Vorming voor asielzoekers mag geen eenrichtingsverkeer zijn

Danny Wildemeersch is emeritus hoogleraar aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven en vrijwilliger bij het Lokaal Opvang Initiatief van het OCMW van Haacht.

De recente incidenten in Keulen op oudejaarsnacht brachten veel beroering teweeg over het gebrek aan respect van sommige vreemdelingen met een moslim-achtergrond voor westerse vrouwen. Hierop volgde de oproep van de staatssecretaris voor asielbeleid om in alle opvangcentra vormingscursussen te organiseren, waarbij onze westerse waarden en normen, in het bijzonder inzake gendergelijkheid, duidelijk worden gemaakt.

Geen probleem met vorming, wel integendeel. Ik ben er al mijn hele leven mee bezig, zowel als onderzoeker als in de praktijk. Maar de vraag is natuurlijk om welk soort vorming het gaat. Moeten we hen een lesje leren? Of zijn er andere manieren van vorming mogelijk?

Ik maak deel uit van een groep vrijwilligers van een Lokaal Opvang Initiatief (LOI) die op diverse manieren de integratie van de lokale asielzoekers ondersteunt. In dat kader verzorg ik wekelijkse conversatiemomenten, met het oog op het bevorderen van de kennis van het Nederlands en van onze cultuur. Vorige dinsdagavond lukte het maar niet om Nederlands te oefenen, samen met een mede-vrijwilliger. Eén van de aanwezige asielzoekers moest absoluut zijn verhaal kwijt, in het Engels. 

Op 12 november, één dag voor de aanslagen in Parijs op onder andere de Bataclan, in het Palestijnse vluchtelingenkamp Bourj el-Baranjeh, nabij Beiroet, werden bij twee zelfmoordaanslagen minstens 37 mensen gedood en 180 gewond. Eén man, vader van drie kinderen, wierp zich op de tweede terrorist, waardoor hij vele levens redde, ten koste van zijn eigen leven. De Westerse media maakten hiervan nauwelijks melding. 

Bourj el-Baranjeh is het kamp dat deze asielzoeker is ontvlucht. We zochten samen op het internet naar foto's van dit kamp. Wat je ziet is onvoorstelbaar. Wikipedia bericht hierover: 'De kampcondities zijn vreselijk; jaarlijks worden verschillende mensen gedood als gevolg van elektrocutie en instortende gebouwen'. Komt daarbij dat het kamp 'bestuurd' wordt door maffiabendes en bijkomend is er momenteel een enorme toename van Syrische vluchtelingen.

De geplande Nederlandse conversatie kon niet doorgaan. Wij kregen les van Nabil over de vreselijke omstandigheden die hij ontvlucht was, op zoek naar een beter leven. Hij wilde absoluut graag dat we naar hem luisterden. Er werd veel geleerd, alleen niet datgene wat op het programma stond.

Wanneer we vorming in eerste instantie opvatten als het verhaal van de meester die aan hen de westerse cultuur uitlegt, dan vernederen we hen. Dan laten we hen voelen hoe minderwaardig ze zijn

Deze ervaring is niet ongewoon. Vele begeleiders in opvangcentra, in centra voor basiseducatie, of bij inburgeringscursussen, maken hetzelfde mee. Mensen willen leren over de plek waar ze zijn terechtgekomen, over de taal en de cultuur en over de kansen om zich te integreren. Maar ze willen ook hun verhaal kwijt over de plek waar ze vandaan komen, over hun taal en cultuur en over hun verlangen om een nieuw leven te beginnen. 

Dergelijke vorming voor asielzoekers is geen eenrichtingsverkeer, waarbij de 'meester' uitlegt hoe de 'leerlingen' zich horen te gedragen, wat onze waarden en normen zijn en hoe ze zich hieraan moeten aanpassen. Willen we dat deze nieuwkomers zich inpassen in onze democratische samenleving, dan moeten we, in deze vormingsactiviteiten, ook laten zien hoe dergelijke democratische samenleving functioneert. Niet in de eerste plaats door de spelregels van de democratie uit te leggen, maar door deze spelregels in het gesprek met de asielzoekers in de praktijk te brengen. Dit wil zeggen: spreken en toegesproken worden; van gedachten wisselen en van gedachten verschillen; de 'deelnemers' benaderen als gelijkwaardige gesprekspartners, die net als wij een verhaal te vertellen hebben. 

Wanneer we dat niet doen, wanneer we vorming in eerste instantie opvatten als het verhaal van de meester die aan hen de westerse cultuur uitlegt, dan vernederen we hen. Dan laten we hen voelen hoe minderwaardig ze zijn. En dat leidt enkel maar tot frustratie en demotivatie.

Ik ben bezorgd over de huidige haastige pleidooien voor vorming voor asielzoekers, wanneer ze geïnspireerd zijn door een soort overtuigingspedagogie: we moeten hen snel en efficiënt 'onze' waarden en normen bijbrengen. We vergeten daarbij dat 'onze' eigen waarden en normen, net zoals de hunne, ook heel uiteenlopend zijn, dat we niet in een homogene maatschappij leven van mensen die allemaal hetzelfde denken. We moeten in deze vorming veralgemenende schema's vermijden - de Westerse cultuur tegenover de Arabische cultuur; de clash of civilisations - en de mensen aanspreken als unieke individuen.

Voor mij is maatschappelijke vorming ook onthaasting, stilstaan, tijd nemen. De druk van het moment, van de maatschappelijke spanningen even buiten de deur houden zodat er ruimte ontstaat om naar elkaar te luisteren. Maar we moeten in dit gesprek ook duidelijk maken wat onze grenzen zijn. Bijvoorbeeld, dat seksuele intimidatie en agressie niet kan. Dat gelijkheid tussen man en vrouw een prioriteit is, zoals Ann Vanheule in de krant van zaterdag verduidelijkte. Of, zoals Paul Scheffer het stelt in zijn 'Land van aankomst': hoe kan je respect verwachten, als je niet je eigen verhaal wilt of durft te vertellen? 

Goede maatschappelijke vorming is een democratische praktijk, waarbij deelnemers en begeleiders hun wederzijdse bekommernissen met elkaar delen, op basis van gelijkwaardigheid en met respect voor hun eigenheid. Maar het is ook een praktijk waarbij we soms op de grenzen van ons begrip stoten. En wat deze grenzen zijn moeten we ook durven duidelijk te maken. Niet simpel, soms erg spannend, maar ook heel boeiend.

Volgende week doen we wel weer Nederlandse conversatie-oefeningen. Dat werd afgesproken op het einde van het vorige gesprek.

Verscheen eerder als opiniestuk in De Morgen (DM 11 januari 2016)

Read more...
Pagina 3 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account