en

Winkelwagen leeg

Denktank voor Sociaal-Ecologische Verandering

Sociaal

Sociaal (38)

Naar welke vrijheid vliegen we?

12 februari 2019 by Sociaal 4765 Views
Jan Mertens

Written by

Proberen om individueel en maatschappelijk verantwoordelijk te handelen is iets anders dan geloven dat je via individuele gedragsverandering het klimaatvraagstuk kunt oplossen.

In zijn opiniestuk (DS 12/02/2019) bouwt moraalfilosoof Patrick Loobuyck een interessante argumentatie op over de rol van individuele verantwoordelijkheid, aan de hand van het voorbeeld van vliegreizen. Dat je complexe en structurele problemen niet oplost door enkel mensen op hun individuele verantwoordelijkheid aan te spreken maar door het eisen van meer systemische maatregelen is behoorlijk evident. Maar dat wil nog niet zeggen dat zijn argumentatie helemaal overtuigt.

Net zoals Loobuyck zich stoort aan het zogenaamde ‘culpabiliseren’, stoor ik me aan de karikatuur van het vingertje, zodra er een ethisch vraagstuk is dat ook in de individuele sfeer komt. Ik geloof niet zo in het oproepen van een individueel schuldgevoel in kwesties als het vliegdebat. Ik voel geen enkele behoefte om in de vertrekhal van de luchthaven waar de heer Loobuyck vertrekt te gaan staan met een bordje waarop staat dat hij zich schuldig moet voelen. Daarover gaat het dus niet. Het kan echter wel zijn dat door de roep om vooral niet te worden aangesproken op je individuele verantwoordelijk het maatschappelijk debat niet echt vooruit gaat.

Klimaatverandering is misschien wel vooral een rechtvaardigheidsprobleem. Het is en wordt veroorzaakt door een minderheid. Mondiaal en intergenerationeel gezien is een meerderheid er het slachtoffer van. Het is perfect mogelijk om binnen de planetaire grenzen een waardige welvaart voor iedereen te garanderen. Binnen een begrensde planeet leidt de ecologische gulzigheid van een minderheid echter tot de aantasting van de levenskansen van een meerderheid. En dat is niet rechtvaardig. De impact van het vliegverkeer is groot. Dat blijkt onder meer nog eens uit het recente European Aviation Environmental Report 2019. Technologische verbeteringen volstaan helemaal niet om de groeiende negatieve impact van het luchtverkeer op te vangen.

Hoe pak je dat aan? Wat alleszins niet zal helpen, is geloven dat je geen structurele maatregelen moet nemen en dat je enkel door individuele keuzes, ‘partnerschappen’ en beperkte marktinstrumenten of nudging het probleem voldoende zult kunnen aanpakken. Dat geloof zou je neoliberaal kunnen noemen. Je moet dus naar een meer structurele aanpak, die echter tegelijk ook oog heeft voor de realiteit van de planetaire grenzen. De klimaatverandering niet proberen te beperken zal de ongelijkheid tussen mensen nog versterken. Wat we tot nu toe grotendeels naar de andere kant van de wereld konden verplaatsen wordt ook in onze samenlevingen duidelijk: de meest kwetsbare mensen zijn het grootste slachtoffer van de ecologische gulzigheid van anderen.

Heeft in dat alles de individuele verantwoordelijkheid geen rol te spelen? Op dat punt ben ik het niet zomaar eens met Loobuyck. We mogen inderdaad het probleem niet individualiseren, maar dat wil niet zeggen dat individueel handelen futiel of zelfs irrationeel zou zijn. Het punt dat Loobuyck aanhaalt – zonder mij zou dat vliegtuig ook gewoon naar Italië gevlogen zijn – scoort eerlijk gezegd wel erg goed in de categorie ‘slappe ethische argumenten’. Het is een variant op: als wij die wapens niet maken, maakt iemand anders ze wel, dus kunnen we ze evengoed wel maken. Het is feitelijk niet helemaal onwaar natuurlijk, maar vanaf het stukje dat met ‘dus’ begint kun je ook anders handelen.

Je kunt argumenteren dat discussies over dingen als hoe we wonen, wat we eten, hoe we ons verplaatsen gaan over de ‘privésfeer’ en dat uitspraken daarover een onaanvaardbare tussenkomst zouden zijn in de individuele vrijheid. Het probleem is dat we nu net in die voor onze consumptieve levenswijze erg symbolische domeinen het zwaarst op de planeet wegen. Het is een maatschappelijke en politieke uitdaging om onze gezamenlijke voetafdruk te verkleinen. Individuele schuldinductie (jij moet minder vlees eten) is niet de weg. Maatschappelijk debat (wij samen moeten minder vlees eten) is wel relevant en nodig.

Het is ook perfect mogelijk – en wat mij betreft zelfs wenselijk – dat individuele keuzes een logisch deel zijn van een politieke praktijk waarin je structurele keuzes vraagt. Het is een beetje te gemakkelijk om het een tegenover het ander te zetten. Zo lang er geen structurele keuzes zijn, zou je dan individueel niet te veel vragen moeten stellen over je ethisch handelen. Of – andermaal voor mij, ik wil geen uitspraken doen over anderen – dat is toch een wat smalle invulling van wat vrijheid is en zou kunnen zijn. Loobuyck lijkt in zijn stuk bijna te suggereren dat ethisch handelen overeen zou komen met gewoon de (hopelijke goede) regels volgen die de overheid vastlegt. Ik heb dan toch een wat andere invulling van wat het betekent om het goede te doen, elke dag opnieuw.

Oproepen tot ‘structurele maatregelen’ kan ook gratuit worden. Het is soms een beetje raar hoe mensen vooral niet individueel willen aangesproken worden op hun gedrag, maar wel vinden dat ‘men’ zware maatregelen moet opleggen. Dat heeft te maken een rechtvaardigheidsgevoel, maar het is soms ook een beetje gemakkelijk. Door zelf, als onderdeel van een maatschappelijke strijd, ecologisch verantwoorde keuzes te maken in alle vrijheid voorkom ik dat we naar een situatie gaan waar men mij moet opleggen wat ik moet doen. De ecodictatuur zit niet in het samen zoeken naar een waardige en duurzame welvaart, maar impliciet wel in het sluipend toelaten dat we het probleem voor ons uitschuiven, waardoor we het terrein effenen voor die groepen die niet geloven in democratische keuzes.

Elke maatschappelijke verandering begint bij mensen die keuzes maken, die zich verzetten, en die medestanders zoeken. Dat verschillende politici zich de voorbije maanden ineens moesten uitspreken over mogelijke wettelijke instrumenten in het vliegverkeer kwam er omdat individuen zich verenigden om een ethische kwestie op tafel te leggen. Toen Rosa Parks niet opstond in de bus was dat niet zomaar een ‘individuele’ actie, het werd een deel van een maatschappelijke beweging. Als ik ervoor kies om niet te vliegen, als een vanzelfsprekend deel van een maatschappelijke strijd, dan vergroot dat mijn vrijheid. Ik heb het gevoel dat ik deel kan zijn van het alternatief en voel me minder machteloos. In anderen schuldgevoelens aanpraten heb ik geen zin, in het stimuleren van een maatschappelijk en politiek debat wel.

Als we de klimaatverandering niet onder controle krijgen, dreigen we de vrijheid van ons allen te verminderen. De stijgende zeespiegel maakt de wereld letterlijk kleiner. De natuurrampen treffen de armsten het hardst en verkleinen hun uitzicht op een waardige welvaart. Zelf in alle vrijheid kiezen voor een ‘leven in waarheid’, waarbij je ook je individuele voetafdruk probeert te verkleinen is ethisch gezien helemaal niet irrationeel. In mijn rationaliteit zijn de anderen (of ze nu elders leven of later zullen leven) of het andere (de natuurlijke omwereld die ik nodig heb om gewoon al te kunnen leven) ook een deel van mezelf. In wat ik zie als actieve hoop is ethisch handelen, in de kleine en de grote dingen tegelijk, een logisch continuüm. Nadenken over samen minder vliegen is nodig als we de kansen op vrijheid van wie na ons komt willen garanderen. Ik hoop voor Patrick Loobuyck dat hij zich niet al te vaak schuldig mag voelen en ik heb niet de minste behoefte om dat gevoel van schuld bij hem aan te moedigen. Ik heb waarschijnlijk een andere invulling van wat voor mij ethisch handelen betekent in een begrensde wereld. Wat mij betreft is die heel erg rationeel en kan ze helpen om te voorkomen dat we ooit echt in een ecodictatuur zullen terechtkomen.

 

Jan Mertens (lid van de denktank Oikos)

Read more...

De klimaatstrijd: ook een strijd van jongeren in armoede

05 februari 2019 by Sociaal 3860 Views
Ikrame Kastit

Written by

Ze domineren nu al weken de krantenkoppen, de 30.000 jongeren die spijbelen voor het klimaat. En het is schitterend om te zien hoe Anuna De Wever, een jongedame met pit, haar boodschap vol passie verkondigt. Maar een artikel in De Standaard zette daar meteen een bedenking bij: vooral jongeren uit de middenklasse zouden wakker liggen van het klimaat. Een analyse die een belangrijke nuancering verdient. Want ook kinderen en jongeren in armoede zijn erg begaan met het klimaat. Alleen leggen zij meteen een verband met andere uitdagingen in hun leven.

De 16-jarige Asma sprak me er recent nog over aan: “Waarom hebben mijn kleine broer en zus vaak zoveel last van hun longen dat ze aan de aerosol moeten?” Hun gezin woont inderdaad in een ongezonde straat. De luchtkwaliteit krijgt er een opvallende rode bol toegedicht door de overheid. Zoals in wel meer armere wijken, kaartte CurieuzeNeuzen onlangs nog aan. “Dus waarom grijpt de overheid niet in?” wil Asma dan ook weten.

Diezelfde bezorgdheid kwam naar voren in een traject dat Uit de Marge het afgelopen halfjaar doorliep met een dertig maatschappelijk kwetsbare jongeren. Ter voorbereiding van een congres voor honderd jongeren konden zij zelf een aantal thema’s kiezen die belangrijk zijn voor hen. Natuur en milieu stond wel degelijk op één, gevolgd door armoede en wonen. Deze jongeren, van Bredene tot Landen, staan dan ook te springen om hun leeftijdsgenoten te steunen als die op straat komen voor het klimaat. Maar zij hebben niet de luxe om elke donderdag te spijbelen. De prijs van een treinticket naar Brussel is vaak al een belangrijke drempel. Uit de Marge besliste om hen de kans te geven om ook hun stem te laten horen in de hoofdstad. Maar we willen ook oog hebben voor de impact van de klimaatuitdaging op hun dagelijkse leven.

Hun ouders komen namelijk moeilijk rond: ze kunnen de huur amper betalen en leven in woningen die nauwelijks geïsoleerd zijn, waar de ramen nog enkele beglazing hebben en de energierekeningen hoog oplopen.

'Deze jongeren zien in dat beleidsmakers niet alleen grote stappen voorwaarts moeten zetten op vlak van klimaat, maar ook in domeinen als wonen en armoede. Want dat hangt allemaal samen.'

En zij stellen zelf ook oplossingen voor: zwerfvuil aanpakken, meer groene ruimtes creëren in de buurt en een degelijk en betaalbaar openbaar vervoer bijvoorbeeld. Maar dat zijn slechts kleine acties. Om grote veranderingen op de kaart te zetten bij de industrie of in ons economisch systeem, hebben ze niet genoeg macht. Want als zelfs hun engagement voor het klimaat in vraag wordt gesteld en wordt afgemeten aan het engagement van jongeren uit de middenklasse, hoe groot is dan de kans dat er écht naar hen geluisterd wordt?

Waar veel van de jongeren van middenklasse gezinnen kiezen om hiervoor te spijbelen, komen onze jongeren in problemen terecht waardoor ze gaan spijbelen. Onze jongeren zijn oververtegenwoordigd in de spijbelcijfers. Omdat ze in armoede leven, omdat hun ouders het aartsmoeilijk hebben, omdat ze discriminatie en racisme meemaken, omdat ze zich uitgesloten voelen door onze samenleving. Maar zij halen de media niet, of toch niet op een positieve manier. Zij worden niet uitgenodigd bij ministers om uit te leggen waarom ze niet elke dag op de schoolbanken zitten.

Nochtans is hun boodschap helder en duidelijk. Zij vragen alleen dat zij niet de dupe worden van de klimaatregels. Zij vragen dat de overheid een beleid ontwikkelt dat ook rekening houdt met mensen in armoede. En dat er bondgenootschappen ontstaan, tussen verschillende socio-economische lagen van de bevolking, van verschillende genders en afkomst, met één gezamenlijk doel: een beleid dat iedereen ten goede komt, op vlak van klimaat, armoede én discriminatie.

Laat ons dus samen op straat komen, zeker. Voor het klimaat. Maar ook voor een samenleving waarin alle kinderen en jongeren erbij horen en ze al hun talenten kunnen ontwikkelen. Het wordt dringend tijd dat de media, het beleid en de samenleving ook deze jongeren zien. ‘We Do Give A Shit!’ is niet voor niets de naam van het jongerencongres dat we de voorbije maanden hebben voorbereid. Als iets duidelijk is geworden uit de donderdagse klimaatmarsen, dan is het dat de jongeren aan zet zijn. ALLE jongeren. Want wat je voor ons doet, zonder ons, doe je tegen ons.

Read more...

De zaak van de eeuw

07 januari 2019 by Sociaal 2490 Views
Dirk Holemans

Written by

Het protest van de gele hesjes betekent niet dat burgers alle klimaatmaatregelen rigoureus afwijzen, schrijft Dirk Holemans. Dat blijkt uit een succesvolle petitie voor een klimaatzaak, ook al in het Frankrijk van Macron.  

Wie de afgelopen weken het nieuws volgde over Frankrijk, zag vooral relschoppers die de weekends in Parijs op gewelddadige wijze verstoorden. Zo bleef er weinig ruimte voor een diepgaande analyse van de volkswoede en ontstond een eenvoudig beeld: de gele hesjes staan symbool voor de bevolking die haar president beu is omdat hij milieuheffingen invoert. Ondertussen is Macron gezwicht voor de druk van de straat en komt er geen extra milieuheffing op brandstoffen. Je zou hieruit kunnen besluiten: het maatschappelijk draagvlak voor milieumaatregelen is nog kleiner dan je zou denken. Dus ja, zoals ook ooit een minister van Leefmilieu in ons land vertelde: ‘Ik weet wel wat ik moet doen, maar dan geraak ik niet meer herverkozen.’

Twee miljoen ondertekenaars

Het goede nieuws uit Frankrijk is dat net het omgekeerde waar is. In de context van de discussie over de gele hesjes lanceerden vier ngo’s – waaronder Greenpeace, Oxfam en de stichting waarmee Nicolas Hulot vroeger verbonden was – een petitie onder de veelzeggende naam l’Affaire du siècle. Met die petitie vragen ze mensen zich achter een Franse klimaatzaak te scharen, waarbij de Franse regering voor de rechtbank wordt gedaagd vanwege haar non-beleid inzake klimaat. Concreet eisen ze dat ‘de regering haar klimaatengagementen respecteert en onze levens, onze leefomgeving en onze rechten beschermt’. Amper drie dagen na de lancering ervan, op 18 december, hadden al één miljoen mensen de petitie ondertekend. Ondertussen staat de teller op bijna twee miljoen, wat er de vaakst ondertekende petitie in Frankrijk van maakt.

Het idee dat er geen draagvlak bestaat voor doortastend ecologisch beleid, is dus klinkklare nonsens. Het is net omgekeerd, zoals ook de recente klimaatbetoging in ons land aantoonde. Steeds meer mensen zijn het kotsbeu dat ministers zich verbergen achter holle slogans en ondertussen bang als een wezel zijn om doortastende maatregelen te nemen. Opvallend is dat de Franse initiatiefnemers zich expliciet uitspreken voor een sociaal rechtvaardig klimaatbeleid. Het gaat niet louter om het terugschroeven van de uitstoot van broeikasgassen door onder meer de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Ze pleiten voor reële alternatieven op het vlak van mobiliteit, wonen en hernieuwbare energie. Systeemverandering, dus.

Ondertussen ontspint zich een interessant debat in de Franse politiek. De nieuwe minister van Ecologische Transitie, François de Rugy – opvolger van Nicolas Hulot – liet zich op 26 december laatdunkend uit over de petitie. Volgens hem is het niet aan rechters om de regering te dwingen een bepaald beleid te voeren. Daarmee gaat hij in tegen wat de president zelf wil, in het kader van een aangekondigde wijziging van de grondwet. Macron wil in het eerste artikel van die grondwet de bescherming van het leefmilieu en de biodiversiteit inschrijven, net als de strijd tegen klimaatwijziging. Laat dat net een geweldige juridische hefboom geven aan burgers tegenover een falend beleid.

De kerosine-elite

Voor Macron staat veel op het spel, zoals ook blijkt uit het filmpje waarmee de petitie wordt gepromoot. ‘Make our planet great again’, zei de Franse president in juni 2017 op een bijeenkomst van de Verenigde Naties, waarmee hij zich slim positioneerde tegenover de Amerikaanse president Donald Trump, die uit het Klimaatakkoord van Parijs stapte. Daarmee kondigde Macron het initiatief aan voor een wereldpact voor het klimaat.
Ondertussen heeft hij in eigen land niet alleen zijn ondoordachte milieuheffingen moeten terugschroeven. Zijn regering moest de prognoses voor de uitstoot van broeikasgassen voor de periode 2019-2023 verhogen, omdat de uitstoot van transport en woningen hoger zal uitkomen dan gedacht. De Franse president, die de rest van de wereld een ecologisch lesje wil leren? Het is minder evident dan voorheen.


Het toont nog maar eens aan dat burgers niet afkerig zijn van stevige maatschappelijke veranderingen, zolang ze rechtvaardig overkomen. Dat was ook de boodschap van de gele hesjes, die hun president terecht verwijten dat hij de belastingen voor de rijken verlaagt, de groep die vaak het meest vervuilt, terwijl hij de milieuheffing op brandstoffen verhoogt. Want terwijl de kerosine-elite onbelast naar haar vakantieoord vliegt, betalen de mindervermogenden steeds meer om met de auto naar het werk te pendelen.

Het klimaatbeleid zal rechtvaardig zijn, of het zal niet zijn.

Dirk Holemans, coördinator van Denktank Oikos. Dit artikel verscheen in De Standaard op 07/01/2019.

Read more...

De groene boodschap van de gele hesjes

29 november 2018 by Sociaal 3176 Views
Dirk Holemans

Written by

Het zal u misschien verbazen, maar ik kan als ecologist het protest van de gele hesjes goed begrijpen. Tegelijk keur ik alle geweld af, die zoals zo vaak de ware beweegredenen naar de achtergrond duwt.

De kern van het ecologisch denken gaat voor mij over de zoektocht naar het goede leven. Hoe kunnen mensen zich ontwikkelen, floreren, in een samenleving die hen daarbij ondersteunt binnen de grenzen van de planeet? Dat is de groene kernvraag. Waarbij ook de zorg voor het goede leven van onze (klein)kinderen deel uitmaakt van ons handelen. Mensen hebben dus recht op degelijke basisinfrastuctuur die hen toelaat goed onderwijs te volgen, op waardige jobs waar ze vlot vanuit hun woonplaats geraken, op het kunnen doen van dagelijkse inkopen binnen een haalbare en duurzame afstand en tijd.

Tegelijk is goed leven op een dode planeet onmogelijk. Dus ja, we moeten de radicale omslag naar een economie en samenleving zonder fossiele brandstoffen op relatief korte termijn realiseren. Daarbij hoort zeker het fors duurder maken van koolstof-intensieve activiteiten. Maar tegelijk zal zo’n transitie enkel kans op slagen hebben als ze erin slaagt grote delen van de samenleving mee te krijgen. En dat zal enkel lukken als we werk maken van een just transition: klimaatbeleid zal sociaal en rechtvaardig zijn, of niet zijn. Enkel als mensen het gevoel dat het beleid billijk is, er op rechtvaardige wijze zaken van groepen worden gevraagd in functie van hun draagkracht, is er een gerede kans dat ze ermee instemmen.

President Macron heeft op dit vlak in Frankrijk zowat alles fout gedaan. Hij is kampioen in het houden van fantastisch ecologische speeches zonder daar echt groen beleid aan te koppelen. Niet toevallig hield Hulot het vrij snel voor bekeken als Minister voor Ecologische Transitie. Eerder vergrootte Macron de fiscale onrechtvaardigheid, door held van de rijken te worden met de afschaffing van de belasting op grote vermogens. Om dat toch iets te doen, verhoogt hij dan de accijnzen op brandstoffen, wat het huidig protest losmaakte. Zo ontstaat de woede van het dieselvolk in de regio’s tegen de kerosine-elite in de hoofdstad. Door afbouw van het openbaar vervoer, desinvesteringen in publieke diensten en oude fabrieken die sluiten zonder dat er geïnvesteerd werd in duurzame alternatieven, ontvolken niet enkele streken maar blijven de achterblijvers achter met het gevoel van in de steek gelaten te zijn. Niet toevallig manifesteert het nieuwe protest zich het sterkst in die armere en postindustriële streken.

Het zou kunnen dat het protest van de gele hesjes maar tijdelijk is, dat weten we vandaag niet. Maar ze geven wel een helder signaal dat we best grondig analyseren, dieper dan de evidente antwoorden. 

Ja, het klopt, autorijden is eigenlijk niet duurder geworden als je de evolutie ziet van de gemiddelde benzineprijs en gezinsinkomens. Maar zoals statistici weten, kan je verdrinken in een meer van gemiddeld maar een meter diep. Wie in een achtergesteld gebied woont waar het openbaar vervoer is afgebouwd en je met je karig loon je diesel moet betalen om tientallen kilometers te pendelen, is terecht boos. Bij hen staat het water aan de lippen inzake levenskwaliteit, in een situatie waar de zoektocht naar het goede leven al meer dan gemiddeld hobbelig en moeilijk is.

En hebben we oog voor de sociale ongelijkheid ingebouwd in geïsoleerde maatregelen als louter duurdere brandstoffen? Want wie met bedrijfswagen heeft, rijdt ondertussen ongestoord elke dag naar waar maar ook. Ondertussen kleurt de hemel boven de verlaten regio’s wit van de ontelbare vliegtuigstrepen, want ja, kerosine daarvoor ontbreekt de politieke wil om die te belasten. En al die pakjes online besteld en geleverd in diesel bestelwagens die onze wegen onveilig maken, gaan we die ook aanpakken? En dan heb ik het nog niet over de energieslurpende digitale ontwikkelingen, van google over facebook tot bitcoin.

Terug naar de kern: ja, fossiele brandstoffen moeten veel duurder, maar in het kader van een rechtvaardige transitie waarbij we alle verspilling aanpakken en op structurele wijze duurzame infrastructuren en alternatieven uitbouwen. En niet met de vinger wijzen naar jan met de pet alsof die greep heeft op een snel wijzigende samenleving. Cruciaal hierbij is een rechtvaardige fiscaliteit. Dragen grote bedrijven en kapitaalkrachtigen met de grootste ecologische voetafdruk voldoende bij om te komen tot een duurzame transitie? Wat doen we met de inkomsten van ecologische belastingen? Verdwijnen die in het zwarte gat van neoliberale belastingverlagingen voor multinationals? Of investeren we die het ondersteunen van mensen om zich te ontplooien, een waardig en duurzaam leven te leiden?

Dat vergt onder meer de uitbouw van fijnmazig en efficiënt openbaar vervoer. Dat is sociaal én ecologisch: mensen voor wie de auto niet haalbaar of duur is, krijgen een duurzame mobiliteit aangereikt. Want de trein of tram kan nu al rijden op hernieuwbare energie, terwijl bijvoorbeeld groene energie voor vliegtuigen verre toekomstmuziek is, en elektrische auto’s de komende jaren duur zullen blijven. Maar in de 21ste eeuw volstaat het niet om te pleiten voor een top-down staatsbeleid. Naast het treinsysteem, dat je best op nationaal niveau organiseert, is er ook veel mogelijk van onderuit. In heel Europa richten burgers energiecoöperaties op, wat bijvoorbeeld in Duitse dorpen leidt tot vernieuwde economische activiteit, jobs en inkomen. Daarnaast is er bijvoorbeeld het Gentse Partago, een coöperatie waarbij burgers zichzelf organiseren om elektrische deelwagens te delen. Ze organiseren hun eigen duurzame mobiliteit. De combinatie van dergelijke coöperaties ondersteunen vanuit een centrale overheid, samen met het aanbieden van performant openbaar vervoer, in het kader van een doortastend beleid inzake duurzame regionale ontwikkeling, is wat we nodig hebben. Gedegen basisinfrastructuur vanuit de overheid zonder paternalisme, het stimuleren van samenredzaamheid in het kader van ecologisch burgerschap zonder mensen in de steek te laten, kan gele woede doen veranderen in een groene toekomst.

Dirk Holemans schreef dit artikel voor Knack op 24/11/2018. 

Read more...

Uw citytrip leidt tot te veel verliezers

30 oktober 2018 by Sociaal 2480 Views
Jan Mertens

Written by

'Veel mensen vinden dat ze recht hebben op goedkope vluchten, zelfs al weten ze dat iemand er de prijs voor betaalt. Jan Mertens maant ons aan om anders te reizen.'

 

De stakingsacties van het bagagepersoneel op de luchthaven van Zaventem zijn een symptoom van een economisch model dat structureel fout zit (DS 29 oktober). Je kunt de voortdurende groei van de vlieg­sector alleen rechtvaardigen als je systematisch de kosten voor mens en milieu uit beeld houdt. De ecologische en sociale bekommernis zouden in dit debat niet tegenover elkaar mogen staan. Of het nu door slechtere werkomstandigheden of door de klimaatverandering is, het zijn de meest kwetsbaren die de zwaarste prijs betalen van het idee dat we het recht hebben om zo vaak en zo goedkoop mogelijk te vliegen. Er is nood aan een rechtvaardige transitie.

Eigenlijk weten we het allemaal wel. Als je voedsel zo goedkoop mogelijk maakt, weet je dat de omstandigheden waarin het wordt geproduceerd en verdeeld niet goed kunnen zijn. Als je spotgoedkope kleding koopt, weet je dat iemand aan de andere kant van de wereld een laag loon krijgt. Iemand betaalt altijd de prijs. Blijkbaar zijn we goed in staat dat deel van het verhaal te negeren.

Ik bekijk de website van een lagekostenmaatschappij en zie dat ik voor 31 euro naar Barcelona kan vliegen, voor 30 euro naar Rome en voor 29 euro naar Londen. Ik lees in de krant dat drie tot vier bagageafhandelaars op hun knieën in het ruim van het vliegtuig in minder dan één uur meer dan 200 stuks bagage van 15 tot 32 kilo moeten stapelen. Iedereen weet dat het niet klopt en weet ook waarom.

Steeds smallere marge

We kunnen onszelf wijsmaken dat we het recht hebben om zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk te vliegen. En dat het een kwestie is van of er nu twee of drie bedrijven instaan voor de afhandeling van bagage. Waarbij we geen enkele vraag stellen bij het voornemen van de luchtvaartsector om nóg te groeien. We kunnen herhalen dat de markt alles zal regelen, en zo nog meer sociale en ecologische schuld opstapelen.

Maar van alle transportvormen heeft vliegen de zwaarste ecologische voetafdruk. De luchtvaartsector zit bij de snelste groeiers bij de uitstoot van broeikasgasemissies. Toch krijgt vliegverkeer fiscaal een voorkeursbehandeling en is het niet volwaardig opgenomen in de klimaatakkoorden.

Wie zich vragen stelt bij de expansiedrang van de sector, wordt al snel als een ketter gezien. Maar een pleidooi voor minder vliegen is veeleer een vorm van nuchterheid. Het recente IPCC-rapport heeft getoond hoe acuut het probleem is. We moeten snel onze globale emissies naar beneden krijgen. Er is geen bewijs dat oplossingen als efficiëntiewinst, biobrandstoffen of nieuwe technologieën in een groeiscenario een voldoende groot netto-effect zullen opleveren voor de klimaatimpact van het vliegverkeer. Anders gaan reizen biedt wel een perspectief. Voor relatief korte afstanden (die binnen Europa bijvoorbeeld) kunnen we beter de trein nemen. Met langere vluchten kunnen we spaarzamer omgaan. Als we met z’n allen wat minder gaan vliegen en er een redelijke prijs voor betalen, kunnen onze kinderen en kleinkinderen ook nog vliegen.

Als we de terechte klacht van de bagagisten alleen zien als een teken dat de concurrentie nog niet goed is uitgewerkt, aanvaarden we impliciet de race to the bottom. Aan de andere kant van de wereld zullen de armsten het grootste slachtoffer worden van de klimaatchaos. Hier zullen de arbeidsomstandigheden nog precairder worden. In een steeds smallere marge komen werkgevers en werknemers tegenover elkaar te staan in steeds frequentere sociale conflicten, waarbij de lat altijd iets lager zal moeten worden gelegd.

Minder maar beter

We kunnen ook de situatie zelf in handen nemen en werk maken van fair vliegen. Dat kan ertoe leiden dat mensen een eerlijke prijs zullen betalen voor minder vluchten. Zo kunnen we garanderen dat mensen die in de luchtvaartsector werken een waardig inkomen krijgen en betere arbeidsomstandigheden. Als we op structurele wijze werken aan alternatieven, zoals een goed treinnetwerk, ontstaan nieuwe jobmogelijkheden.

Ik weet dat het helemaal niet simpel is. Ook ik ben bezorgd over de jobs van zoveel mensen bij de luchthaven. Maar het huidige ontwikkelingspad van de luchtvaartsector kan niet blijven standhouden, niet in ecologische zin en niet in sociale zin. Moet je de productie van asbest blijven toelaten omdat er mensen in die fabriek werken die zelf ook ziek worden? Of moet je een kader creëren waardoor er genoeg jobs zijn in meer duurzame werkgelegenheid en waarbij je niet langer ontkent dat je immense sociale en ecologische kosten uit beeld houdt? Het mag geen dilemma zijn.

Het is hoopvol dat steeds meer mensen zich vragen beginnen te stellen bij de problematische gevolgen van een ongecontroleerde groei van het vliegverkeer. Zo is er de interessante organisatie Zomer Zonder Vliegen en internationaal het initiatief Stay Grounded. De voorbije maanden waren er ook veel vormen van sociale actie voor volwaardige sociale bescherming van mensen die in de luchtvaartsector werken.

Dat een aantal lagekostenmaatschappijen liever niet wil praten over de klimaatkosten of over een volwaardige sociale bescherming van hun personeel, is een uiting van hetzelfde probleem. Het is belangrijk dat we stap voor stap werk maken van een visie, fora en instrumenten waarin we die aspecten met elkaar kunnen verbinden zodat het geen afruil wordt. Een rechtvaardige transitie met andere woorden, met een stevig regelgevend kader voor klimaatbeleid, met sociale dialoog en met goede sociale bescherming. Minder maar beter vliegen, zou het daar niet stilaan tijd voor worden?

Op 25/11 kan je terecht op Ecopolis waar tal van sprekers in debat gaan over een Just Transition. Met o.a. Kate Raworth (Doughnut economics), Sharan Burrow (ITUC), Thomas Leysen (Umicore & KBC), .... Bekijk hier het volledige programma.

Dit artikel verscheen in De Standaard op 30/10/2018.

Read more...

Zaken die je raken

04 oktober 2018 by Sociaal 2713 Views
Dany Neudt

Written by

Kaat Peters, Mark Hillen, Willemijn Verloop, Zaken die je raken. Hoe sociaal ondernemers verandering creëren, Business Contact, 2018, 224 p. 

Tien jaar geleden raasde een financiële storm over de wereld die in een zware recessie uitmondde. Dat leidde op zijn beurt tot een morele en filosofische crisis over het bestaande economische bestel. Het systeem wankelde. Op het moment van dit schrijven (september 2018) verschijnen hierover heel wat analyses. De teneur is meestal somber: er zou in de voorbije jaren niets structureel veranderd zijn. Een nieuwe storm is onvermijdelijk. Er zijn dan ook heel wat redenen om ons grote zorgen te maken. We staan voor fundamentele ecologische, politieke en economische uitdagingen. Ik deel het pessimisme niet. Er is de voorbije tien jaar wel degelijk een beweging op gang gekomen die de kracht heeft om de 'business as usual' fundamenteel te veranderen: het sociaal ondernemerschap. Deze beweging voor 'impact first' opereert vandaag vaak nog in de luwte, overstemd door het digitale gebeuk van Silicon Valley, maar wint wel degelijk aan kracht en momentum.
 
Over die groeiende beweging schreven Kaat Peeters (Sociale Innovatiefabriek), Willemijn Verloop en Mark Hillen (Social Enterprise NL) een opmerkelijk boek. In 'Zaken die je raken. Hoe sociaal ondernemers verandering creëren'  geven ze een goed inzicht in het sociaal ondernemerschap in België en Nederland en de sectoren waarin sociale ondernemers actief zijn. Een brede waaier wordt belicht: armoedebestrijding, fair fashion, korte ketenvoedselproductie, circulaire economie, energievoorziening, sociale tewerkstelling, … De vele tientallen voorbeelden van bestaande initiatieven maken alles zeer concreet en bieden een schat aan inspiratie.
 
Verander de wereld: start een bedrijf

Sociale ondernemers zijn economische activisten. Ze pakken een maatschappelijk probleem aan door producten of diensten in de markt te zetten. Op die manier verdienen ze geld en kunnen ze een zelfbedruipende organisatie uitbouwen. Het essentiële verschil met klassieke ondernemers is dat winst voor sociale ondernemers geen doel maar een middel is. Over de winstbestemming bestaan binnen de beweging uiteenlopende strekkingen. "Een deel van de sociaal ondernemers is van mening dat een sociale onderneming non-profit moet zijn en dus geen dividend moet uitkeren aan aandeelhouders. Dat voorkomt discussies en daarmee ook het risico van mission drift." Zo zweert Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus bij 'non-dividend companies'. Aandeelhouders krijgen op termijn exact hetzelfde bedrag terug dat ze bij de start in de onderneming investeerden. Maar er zijn ook andere invullingen. Zo mag het dividend van het Nederlandse bedrijf Tony's Chocolonely - dat streeft naar een chocolade-industrie vrij van kinderarbeid en moderne slavernij - maar de helft bedragen van de meerprijs die ze aan cacaoboeren uitbetalen. In België kennen we al sedert de jaren '60 coöperaties met een sociaal oogmerk. Het plafond voor het uitkeren van dividend is daarin wettelijk op maximaal 6% vastgelegd.
De auteurs laten in het midden welk model hun voorkeur geniet. Terecht lijkt me. Discussies over de kenmerken van een sociale onderneming zijn belangrijk, maar ze mogen niet verlammen en afleiden. Waar het echt om gaat, is hoe sociale ondernemingen marktaandeel kunnen winnen op pure dividendondernemingen.  Alleen zo zal ons economisch systeem fundamenteel veranderen. Sociale ondernemers hebben geen tijd te verliezen. De klok tikt snel.
 
Een nieuwe wind

In het boek wordt het sociaal ondernemerschap als iets nieuws omschreven. "Sociaal ondernemers werken dus ook vanuit een nieuw waardesysteem en vanuit nieuwe paradigma's. Ze proberen  de wereld - of althans een deel ervan - beter te maken op een manier die voorheen niet mogelijk leek. Met het risico dat ze lang niet altijd worden begrepen."
België, Nederland en vele andere landen hebben een lange traditie van non-profit middenveld en (grote) coöperaties. Die ontstonden vaak decennia geleden als toenmalig antwoord op de excessen van het kapitalisme. Maar er is vandaag wel degelijk een nieuw besef: het voortbestaan van onze planeet zelf staat op het spel. We beleven niet alleen een ecologische rampspoed. De naoorlogse instituties, de liberale democratie en het kapitalisme functioneren niet meer. Sociaal ondernemerschap is daarom wel degelijk een nieuwe manier om naar de wereld te kijken.
Ik ben er van overtuigd dat het sociaal ondernemerschap dé ondernemersvorm van de toekomst is en heel wat antwoorden op de hedendaagse uitdagingen in zich draagt. Op het terrein beweegt er veel. Een recente studie van Oikos toonde aan dat het aantal burgerinitiatieven sedert 2009 – niet toevallig het jaar na de financieel-economische crisis - exponentieel stijgt . Een aantal daarvan ontpoppen zich tot sociale ondernemingen gericht op de leefbaarheid van hun buurten (community enterprises). Daarnaast is het veld van de impactinvesteerders de afgelopen jaren tot een sterke bloei gekomen. Het jaar 2017 was goed voor 35 miljard aan impactinvesteringen, een absoluut record . En ook in de klassieke bedrijfswereld waait een nieuwe wind. Zo vormde het Britse bedrijf Cordant (dat 125.000 medewerker tewerkstelt) zich eind 2017 tot een sociale onderneming om. Er werden vaste plafonds voor de uitkering van dividenden en voor de loonspanning (verhouding tussen hoogste en laagste loon) vastgelegd .
 
Race to fairness

Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat er effectief iets aan het veranderen is. Een paar zwaluwen maken de lente echter niet. De uitdagingen zijn immens. “Sociale ondernemers racen een race. Niet naar de bodem, maar naar een eerlijkere wereld: a race to fairness". De grote vraag is natuurlijk hoe sociale ondernemers deze race kunnen winnen. In het boek worden twee mogelijkheden naar voor geschoven. "Een ondeugdelijk systeem veranderen kan op twee manieren: rechtstreeks, door voldoende marktaandeel te krijgen zodat je de standaarden in de markt kunt beïnvloeden. Maar je hoeft niet persé groot te zijn: het kan ook door de consumenten te beïnvloeden, waardoor grote bedrijven zien dat er een marktkans is en daar op springen."
 
Uitdagingen 

Alhoewel ik sterk in de slaagkansen geloof, zijn nog heel wat horden te nemen. Als eerste: de prijs. Voor de meeste consumenten nog steeds de sturende factor in hun aankoopgedrag. Op lange termijn is sociaal ondernemerschap zeker niet duurder. De traditionele economie wentelt immers heel wat kosten op de samenleving en de volgende generaties af. Omdat sociale ondernemers die kosten nu al 'internaliseren' en hun leveranciers en werknemers een eerlijke prijs willen geven, zijn hun verkoopprijzen op korte termijn wel hoger. Sociale ondernemers blinken uit in het zoeken én vinden van creatieve oplossingen voor dit marktnadeel. Het zogenaamde 'hybride businessmodel' is er een van: een verdienmodel met verschillende inkomstenstromen (commercieel, crowdfunding, vrijwilligerswerk, …). Echter, hoe meer verschillende inkomstenstromen, des te lastiger het voor de ondernemer wordt om al die relaties te onderhouden. Het komt er voor een sociale ondernemer dus op aan om zeer goed de evenwichten te bewaken. Komt daarbij dat een "sociaal ondernemer vooral kwetsbare mensen wil bereiken, een doelgroep met per definitie weinig bestedingsruimte."
 
"Sociale ondernemers kunnen de maatschappelijke uitdagingen zeker niet in hun eentje te lijf gaan. Ze werken idealiter aanvullend op een overheid die instaat voor een veerkrachtige samenleving en die een bestaansminimum garandeert voor alle burgers." Dat is de tweede horde om te nemen: de overheid moet mee op de kar springen. Op dit vlak is er dubbele beweging aan de gang. Aan de ene kant trekt de overheid zich op verschillende maatschappelijk domeinen terug en laat ze een aantal van haar vroegere kerntaken aan de 'participatiesamenleving' over. Een fenomeen waar vooral onze Noorderburen de voorbije jaren mee geconfronteerd werden, al doen de huidige Vlaamse en federale overheid ook aardig hun best. Er loert hier een ernstig gevaar. Sociale ondernemers mogen zich niet als excuus laten gebruiken door een overheid die er in feite enkel op uit is om te besparen. Het sociaal ondernemerschap kan maar bloeien als ook de overheid ten volle investeert. Aan de andere kant is het duidelijk dat overheden hoe langer hoe meer belangstelling tonen voor deze aparte soort ondernemers, die met nieuwe creatieve oplossingen komen voor 'hun' probleem en zich daarbij weinig aantrekken van bestaande systemen en instellingen. Het sociaal ondernemerschap is - zoals elke vorm van fundamentele maatschappelijke innovatie - ook voor goedmenende overheden een uitdaging. "De sociaal ondernemer past niet vaak in een bepaald vakje. De regels en definities van de overheid passen min of meer per definitie niet bij modellen die er nog niet waren toen de regelingen werden bedacht, zoals de nieuwe businessmodellen van sociaal ondernemers".
Tenslotte moeten sociale ondernemers nog sterker met gelijkgezinde collega’s en partners samen werken. Social Enterprise NL en Sociale InnovatieFabriek leveren baanbrekend werk via het samenbrengen van sociale ondernemers met elkaar en met hun stakeholders. Die andere kansengevers waar we het eerder in deze recensie al over hadden zijn immers even belangrijk: "de kapitaalverstrekkers, de eveneens hard groeiende beweging van zogenaamde impact investors, investeerders die naast risk and return ook de gerealiseerde impact sterk meewegen in hun investeringsbeslissingen".
 
Butterfly-effect

De auteurs spreken in het boek over het 'butterfly-effect'. Het vlindereffect is een principe dat stelt dat kleine zaken binnen gevoelige systemen grote gevolgen kunnen hebben . Net dat is wat sociale ondernemers willen en kunnen bereiken: door hun daden het bestaande economische systeem fundamenteel uitdagen en hervormen. Ik geloof samen met de auteurs dat dit mogelijk is. De uitgifte van boeken zoals "Zaken die je raken" zijn onmisbare bouwstenen om lezers te inspireren en steeds meer economische activisten te motiveren om de stap te zetten.

Dany Neudt

Read more...

Een bouwvallig huisje

by Sociaal 3280 Views

Pano over armoede

Vorige week veranderde mijn leven. Aanleiding was de reportage van Pano over armoede. Mijn leven veranderde, niet omdat ik plotseling iets goeds ging doen voor de minder gegoeden in onze maatschappij, wel omdat ik plotseling besefte... zelf tot die groep te behoren. Mijn huisje bestaat uit natte muren, loslatend behang door al dat vocht, schimmels. Op 2 plekken heb ik een emmer geplaatst om waterlekken op te vangen. Mijn elektriciteit is van die aard dat ik geen 4 elektrische toestellen tegelijkertijd kan gebruiken. Niet dat dat een probleem hoeft te zijn, want de enige elektrische toestellen in huis zijn een heteluchtoven, mini-koelkastje, waterkoker, laptop/wifi en wekkerradio. Je leest het goed, ja, er is geen koffiezetapparaat, microgolfoven, broodrooster, diepvriezer, televisie, radio, wasmachine, droogkast, vaatwasser, ... aanwezig.

De verwarming op aardgas gebruik ik beter niet, want telkens komt er een beetje gas vrij. Bovendien werkt die verwarming maar in 2 ruimtes, niet in het hele huis en werkt de thermostaat niet. Trucjes zijn m.a.w. nodig om de verwarming aan de gang te krijgen. Mijn meubels zijn gratis gekregen meubels. Met hoekjes en kantjes af. Of hele lades eruit. En mijn gasfornuis heeft de draaiknoppen met plakband aan zich vastgekleefd.

Je kunt je wel een beeld vormen van mijn huisje, vermoed ik?

Ik voel mezelf rijk

Nu, ik wil geen meelij opwekken. Ik voel mezelf niet arm, ik voel mezelf rijk. Ik heb een tuin. Ik teel mijn eigen groentes. En wat ik niet zelf teel, koop ik biologisch en zoveel mogelijk via korte keten. Mijn leveranciers van gas en elektriciteit zijn niet de goedkoopste, wel de duurzaamste. Ik steun de nieuwe coöperatieve bank NewB via een aandeel, ik zet me als vrijwilliger in voor mijn stad. Ik doe geen bullshit job die de aarde nog meer schade toebrengt, maar bied diensten aan die ertoe doen, die bijdragen aan een groenere, duurzamere wereld.

Innerlijk voel ik me rijk en vervuld en de staat van mijn huisje, daar stond ik al lang niet meer bij stil, tot... vorige week, dus.

Toen gingen mijn ogen open. Sindsdien kan ik geen dag meer om mijn emmers of schimmelplekken heen zonder de diepe inherente triestheid ervan te ervaren. Diepe inherente triestheid, niet om de armoede in mijn stulpje, wel om ons maatschappelijk systeem dat je beloont, als je onethisch handelt. Onethisch, in de zin van kiezen voor eigen profijt, kiezen voor onethische energieleveranciers. Ons maatschappelijk systeem beloont je, als je instemt met slaaf blijven van de vrije markt, als je instemt met het blind achternalopen van laagste prijzen.

We weten toch al langer dan vandaag dat we met dit systeem onze aardse hulpbronnen uitputten, onherroepelijk opgebruiken. We weten toch al langer dan vandaag dat we onze biosfeer zo uit balans brengen dat of we zullen kunnen blijven overleven op aarde een discussiepunt wordt, omdat veranderingen op 1 terrein leiden tot onvoorziene versnellende negatieve veranderingen in andere domeinen.

Structurele aanpak

En toch... speelt het orkest, doof voor zijn eigen dissonante tonen, door. We blijven de stoelen op het dek herschikken, terwijl de Titanic langzaam zinkt. Armoede aanpakken via een armoedebeleid is een pleister op een open wonde. Armoede aanpakken kan slechts structureel. Door het onderliggend paradigma van streven naar zoveel mogelijk eigen profijt op korte termijn eindelijk te doorbreken. Mijmerend over de Titanic voel ik me opgelucht dat ik wakker geworden ben, dat ik niet langer een dissonante toon in het orkest ben. Ik kies ethisch en met het oog op het voortbestaan van de menselijke soort, niet onethisch voor korte termijn eigen profijt. Maar omdat te velen nog slapen, woon ik in een bouwvallig huisje. Mijn ethisch kiezen wordt financieel afgestraft. Er moet dringend een massabeweging op gang komen, een bewustzijnsverhoging van burgers, tegen de vrije markt die onze leefomgeving verwoest.

Wil jij deel zijn van die beweging? Of blijf je liever nog even je dissonante toon voortbrengen?

Sandra Vermeiren 

 

Read more...

Ik wil met mijn ‘vrouwelijk potentieel’ niet benut worden.

by Sociaal 6627 Views
Maaike Afschrift

Written by

“Economische vooruitgang is een middel, geen doel. Maar nu werkt 44 procent van de vrouwen en slechts 11 procent van de mannen deeltijds. Waarom zouden we het potentieel van vrouwen blijven onderbenutten? Als vrouwen evenveel zouden werken als mannen, kregen we een economische groei van 12 procent.”

 (Alexander De Croo in De Standaard, 6/9/18)

Naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek ‘De eeuw van de vrouw’, toont Alexander De Croo zich in een interview met De Standaard van een schijnbaar zeer genereuze kant ten aanzien van vrouwen. Hij steekt de loftrompet over de unieke kwaliteiten van vrouwen en pleit voor ‘meer feminisme bij mannen’ en voor gendergelijkheid als norm.

Ik juich het altijd toe als geesten rijpen, of ze nu van mannelijke of vrouwelijke origine zijn. En het siert de heer De Croo dat hij vrouwen en hun kwaliteiten meer wil waarderen. Ik herken ook de kwaliteiten die hij mij als vrouw toeschrijft - zoals 'Vrouwen kunnen meer het beste uit de mensen halen omdat ze verfijnder te werk gaan, en sterker staan' -  en ik bezit er wellicht nog wel wat, daarnaast.

Er is echter dat ene zinnetje, waaraan ik blijf haperen.

“Als vrouwen evenveel zouden werken als mannen, kregen we een economische groei van 12 procent” … het doet mijnheer De Croo door de mand vallen. Daar is het hem dus om te doen.  Ik heb het hele interview een tweede keer gelezen, mezelf aansporend om toch zijn ongetwijfeld oprecht goede bedoelingen te zien en waarderen. Maar het blijft weerzin oproepen. Ik vertel graag waarom.

Ik wil met mijn ‘vrouwelijk potentieel’ niet benut worden. Ik wil niet ingezet worden voor economische groei; niet voor 12 procent, ook niet voor 1 procent. Ik wil niet bekeken worden als onontgonnen of te ontginnen potentieel, niet als mens en zeker niet als vrouw.  Dit is een kapitalistisch feminisme en dus niet toekomstbestendig. Alsof ik samen met ‘de vrouwen’ een grondstof ben die nog kan aangeboord worden en renderen. Ik wil niet economisch moeten renderen. Ik wil kunnen heen-en-weeren.

Veel werken, maar af en toe ook stilvallen. Nu eens keihard inzetten, dan weer twijfelen en zoeken. Gedreven zijn en wachten. Bruisen en dan weer plat zijn. Stuwen en dan weer luwen. Van deadlines halen naar de mist ingaan. Groot zijn en af en toe heel klein. Ik wil heel graag presteren maar ook af en toe niets doen. Druk trotseren en dan weer achterover leunen. Maximaal en optimaal streven, maar ook eens 'onder mijn niveau’. Boven alle verwachtingen schitteren – heerlijk! – en dan weer eens in de touwen hangen. Ik kan best wel wat tandjes bijsteken, me zelfs eens uitputten, maar laat me ook eens uitblazen, niet hoeven. Ik wil graag een meerwaarde betekenen voor wie mijn pad kruist, maar af en toe ook afwezig zijn. Ik geef dolgraag het beste van mezelf maar wil nu en dan ook ‘black out’ mogen zijn.

En wat is dan burn-out? Dat is de afwezigheid van het kunnen heen-en-weeren. Het alleen maar moeten presteren en opbrengen, met zoveel mogelijk van je talenten en kwaliteiten. In naam van de 'economische vooruitgang'. Waarom toch moet alle talent, alle potentieel economisch benut worden? 'Je haalt het beste uit anderen naar boven' is een heel fijn compliment. Maar ik ben op mijn hoede als een beleidsmaker dit als argument gebruikt om vrouwen meer ruimte te geven in het beroepslandschap. Ik wil als vrouw, als mens gerust helpen ontwikkelen, maar niet exploiteren. Het is een goede zaak als de manier waarop we werken wat vervrouwelijkt, daar worden ook mannen beter van. Ik wil als vrouw echter niet instrumenteel ingezet worden om mannen (en vrouwen) beter te laten renderen.

In het heen-en-weeren, daar ligt mijn potentieel. Niet onuitputtelijk, maar wel duurzaam. En dan de ruimte hebben om mij af te vragen wanneer het moment er is voor het ene en wanneer voor het andere... dat zou pas genereus zijn.

 

Read more...

Na een burn-out neem je de ijskoude logica waarop de wereld draait met een dikke korrel zout.

by Sociaal 2855 Views

'De wereldwijde burn out dwingt ons om te kantelen naar meer menselijkheid', schrijft An Van Damme van denktank Oikos in Knack. 'Op veel werkvloeren regeert nog steeds een ijskoude economische logica. Steeds meer mensen realiseren zich dat er ook een andere manier is om je leven te organiseren.'

'Die belangrijke deadline waarvoor ik me al weken uit de naad werk, was die gisteren?' Het overkwam me een paar jaar geleden. De diagnose luidde duidelijk: burn-out. Het aantal mensen dat thuisblijft met een burn-out is schrijnend hoog: ik ben niet de enige. Hoe dat mogelijk is? Uiteraard hebben individuele factoren een bepaalde invloed, maar er spelen ook een aantal dynamieken in onze samenleving die ons gezamenlijk richting burn‑out duwen. Na een burn-out neem je de ijskoude logica waarop de wereld draait met een dikke korrel zout. Dat ons hoge levenstempo er voor iets tussen zit, hoef ik u ongetwijfeld niet te vertellen. Ook de Belgische filosoof Pascal Chabot wijst daarop in zijn boek 'Global burn‑out', dat in 2013 in het Frans verscheen en nu in het Nederlands uitkomt.

Ratrace

Het leven zuigt ons mee in de maalstroom en die gaat almaar sneller. Er wordt veel van ons verwacht, elke dag opnieuw. Op veel werkvloeren regeert een ijskoude economische logica. Nog een paar procenten productiever? Het kan niet anders. De mooie woorden die dat uitleggen passeren regelmatig in de media. Op de grenzen van de mens zit altijd nog wel wat rek, zo lijkt het wel. Ooit werd mij verteld: 'we moeten absoluut het vertrouwen van de aandeelhouders terugwinnen, dat is het belangrijkste dat ons nu te doen staat'. Moest ik daarvoor elke dag mijn bed uit komen? Geloof me, veel werkplezier viel er niet te putten uit die kille mededeling.

Mensen die zich te veel plooien naar de maatschappelijke verwachtingen krijgen een burnout. Gelukkig hebben we ook vrije tijd, maar hoe vrij is die? Nog een aankoop, reisje, extra toestel, de maatschappelijke druk om 'mee' te zijn is hoog. Net als de ijskoude prestatiemaatschappij verwacht ook de oververhitte consumptiemaatschappij wel iets van ons. We doen - volgens Chabot - te hard ons best om ons aan te passen aan die hectische wereld. We werken te hard en vervreemden daardoor van onszelf. Wat er voor ons echt toe doet verliezen we uit het oog. We lopen in de ratrace mee om mee te zijn, maar we weten niet meer waarheen. Vooral mensen die zich te veel plooien naar de maatschappelijke verwachtingen krijgen een burn‑out.

Daarbij komt nog dat ons maatschappelijk systeem nog weinig waarde hecht aan het menselijke. Dat is de tweede dynamiek die ons collectief moe maakt. We bewonderen het materiële, het economische, het technologische: leve de vooruitgang! Maar dat is niet alles: het menselijke, het subtiele, dat wat breekbaar is en niet per se bruikbaar, het verdwijnt naar de achtergrond. Liefst van al willen we een menselijke machine zijn. Wie houdt er eigenlijk nog van de mens, met zijn inefficiëntie en zijn imperfectie? We zitten er toch mee opgescheept, en dat vreet aan ons.

Wereldwijde burn-out?

Al even afmattend is dat we vaak te weinig erkend worden voor het werk dat we doen, volgens Chabot de derde dynamiek die bijdraagt aan onze uitputting. Want als je werkt, geef je veel: je geeft het kostbaarste wat je hebt - je tijd - aan een bedrijf. Daarvoor wil je niet enkel een salaris, maar ook een oprecht gemeend 'dank u'. Je wil als werknemer niet enkel een salaris, maar ook een oprecht gemeende "dank u". Erkenning zou het harde werken draaglijker maken, maar wordt in onze anonieme bedrijfsstructuren vaak vergeten. En dat terwijl we er net meer nood aan hebben, nu de wereld rondom ons complexer wordt en we ons als een druppel in de oceaan voelen. 

De drie dynamieken samen missen hun effect niet. Het onthutsend hoge aantal burn‑outs is geen toeval, maar een gevolg van de genadeloze logica die onze tijd domineert. In naam van die logica exploiteren we alles - mens en planeet - om er maximaal voordeel uit te halen. We verbruiken aan ijltempo al wat de aarde produceert en nog veel meer. Earth Overshoot Day ligt alweer een dikke maand achter ons. We verstoken enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen, en ook de psyche van sommige mensen raakt opgebrand. Want ook mensen zijn nu grondstoffen: human resources. Het verschroeiende tempo put de mens en de planeet uit. Die wereldwijde burn‑out laat ons de donkere kant van ons techno-kapitalistisch systeem zien, zegt Pascal Chabot. Neem het van mij aan, een burn‑out stemt tot nadenken. Misschien niet onmiddellijk, want al vrij snel voelde ik me weer fit genoeg om verder te doen zoals voorheen. Dat voelde almaar meer bevreemdend aan. Vragen drongen zich op. Wil ik dit wel? Wat is nu eigenlijk echt belangrijk voor mij? 

Loslaten

De mens met burn‑out is in oorlog met zijn overtuigingen, zo zegt Pascal Chabot het in zijn boek. Al het goede dat je verwachtte van hard werken, daar geloof je niet meer in. Geleidelijk aan laat je oude illusies en overtuigingen los. Betekenis geven aan je werk en je leven doen ze toch niet: weg ermee. De ijskoude logica waarop de wereld draait neem je na een burn‑out met een dikke korrel zout. Het is zoeken naar wat wel zinvol aanvoelt. Ik heb het niet lang meer volgehouden op mijn werkplek: het was tijd om afscheid te nemen. Laat anderen er maar hun hart ophalen, achteraf bekeken paste ik er toch niet zo goed. Ook de burn-out ligt intussen helemaal achter mij. Er ging een wereld voor me open tijdens de periode waarin ik niet werkte, met meer inspirerende ontmoetingen, meer boeiende thema's om me in te verdiepen, meer tijd voor experimenten en engagementen. Dat een burn‑out je voorgoed verandert, vertel ik niet als enige. Getuigenissen zijn er bij de vleet. Steeds meer mensen realiseren zich dat de manier waarop we ons leven en werken nu organiseren echt niet de enige mogelijke is: het kan ook anders. 

Tegenbeweging

Uit de burn-out ontstaat zo een nieuwe kijk op de mens en de wereld, een die vriendelijker is voor de mens zelf, voor anderen en voor de planeet. We zijn er nog lang niet, want bedrijven die zware druk zetten op hun werknemers blijven schering en inslag en met de burn‑outcijfers gaat het eerder de verkeerde kant uit. Maar ik zie een tegenbeweging groeien. Tal van mensen kijken met een frisse blik naar werk. Ik denk bijvoorbeeld aan de Teal for Teal‑beweging die ijvert voor meer menselijke werkplekken. Of aan sommige bedrijfsleiders, die zeggen dat ruimte laten voor menselijkheid op de werkvloer belangrijker is dan dat laatste beetje winst op korte termijn. Of aan 'freedompreneurs', die als ondernemer een balans zoeken tussen hun passie, een goed inkomen en de vrijheid om hun leven in te richten zoals ze dat zelf willen. Dat laatste klinkt me als muziek in de oren, het is het pad dat ik nu ook wil bewandelen. 

Daarbij ga ik ongetwijfeld nog heel wat mensen tegenkomen die werken en organiseren op nieuwe manieren. We moeten wel, want de wereldwijde burn‑out dwingt ons om te kantelen naar meer menselijkheid.

Dit artikel verscheen op 06 september 2018 in Knack.

 

Read more...

Het is tijd om anders om te gaan met ons voedsel

12 juli 2018 by Sociaal 6662 Views
Dirk Holemans

Written by

Dirk Holemans ziet in onze supermarkten een overaanbod aan onduurzame kant-en-klare koelkastproducten op maat voor de immer drukke Belg. 'Er is een hoge nood aan een stedelijk voedselsysteem dat straten vol energieverslindende frigo's vervangt door handige en verse korte-keten-initiatieven.'

Laat het me maar grif toegeven: ik kook weinig, eigenlijk veel te weinig. Gelukkig biedt de samenleving een resem excuses aan: een drukke job, pendelen met de trein die altijd vertraging heeft, en ook nog al die avondactiviteiten die ik voor geen geld van de wereld wil missen. En dan vergeet ik nog die lekkere eettenten in de stad. Ik ga ervan uit dat ik niet de enige ben in deze situatie. Hoewel: stel dat de keukenactiviteiten van de bevolking in direct verband staan met het succes van kookboeken. Dan is de conclusie toch wel dat de hardwerkende Vlaming na zijn werk nog heel wat overuren klopt in de keuken. Dit verklaart meteen het succes van de bedrijven die ons graag grote keukens aansmeren. Met al die recepten van Pascal en Jeroen kan het niet anders dat de kookpotten aan hoog tempo verslijten.

Maar dit is dus een veronderstelling. Misschien is het beeld wel genuanceerder, en bereidt niet elke Vlaming zelf zijn eigen potje 's avonds. Om dat te onderzoeken, zijn we op veldonderzoek gegaan. Niet dat ik een veld heb gezien, wel koelkasten en nog eens koelkasten. Want om te zien wat soort voedsel bereid en verorberd wordt, is het veld anno 2018 de stedelijke supermarkt.

Frigostraten

Eerste vaststelling: er bestaan nu frigostraten in de supermarkt, frigo's zo ver je kan kijken vol zaken die kookboeken overbodig maken. Want hoe zou je nog zelf durven koken, als Sergio Herman je op een doos, met daarin een kant-en-klare Tajine van kip, citroen, olijven en bulgur, op overtuigende wijze aankijkt? Als dat nog lukt, hoe dan nee zeggen tegen Peter Goossens die tegen een niet te versmaden prijs - zeker in vergelijking met het menu in zijn restaurant - je zijn Vol au vent 'Fine Champagne' op klassieke wijze aanprijst?

Zevenenveertig verschillende van die dozen telde ik. Laten we de weekends buiten beschouwing - dan gaan we toch bij vrienden eten, op restaurant of steken we de barbecue aan - dan is dat toch al goed voor heel wat werkdagen waarbij we de keuken, behalve de microgolfoven, niet hoeven te verslijten. Wat verse sla serveren bij deze opwarmgerechten is geen probleem, uw observator telde 21 verschillende plastic zakjes met diverse soorten sla in de aanbieding. Ook niet te versmaden in de frigostraat - en meteen een hele lade keukengerei bespaard: geschilde wortelen en voorgekookte aardappelen in stukjes of schijfjes. De cold cuisine heeft het allemaal in de aanbieding.

Ik had jammer genoeg geen meter bij mij. Ik telde een frigostraat van 60 vloertegels, die elk toch minstens 40 centimeter zijn. Dus 24 meter excuses om zelf niet te moeten koken. Je wordt niet elke dag op deze wijze in de watten gelegd.

Potjes in alle kleuren van de regenboog

Na deze koude avenue begeef ik mij via het volgende gangpad terug richting kassa. Zo kom ik in de volgende frisse straat terecht - nu maar 30 tegels lang - volledig gevuld met plastic potjes met alle soorten yoghurt die je maar kan bedenken. Een ding is zeker: als mensen gelukkig worden van zoveel keuzevrijheid, dan is ons land de hemel op aarde. Over wat er met al die potjes gebeurt na het leegmaken met een lepeltje ga ik het hier niet hebben. Maar misschien heeft het wel met de plastic afvalberg en dode oceanen te maken.

Omdat een onderzoeker ook graag eens een levendig gesprek aanknoopt, eindigde ik op de fruit- en groenteafdeling. Ik dacht: ik zet even mijn sympathieke en politiek correcte pet op en vraag naar enkele appels uit eigen streek. De winkelbediende hoort het donderen in Keulen: doe toch gewoon, lijkt men wel te zeggen. Er zijn heerlijke appels te krijgen uit Chili en ook biologische appels for kids uit Argentinië. Dat valt toch ergens dik tegen, die moderne vooruitgang. Gesnuister in historische teksten leert dat je in Gent in de middeleeuwen 25 verschillende appelsoorten kon kopen. Dat was pas een groot aanbod eten uit eigen streek. Om dan nog over de peren te zwijgen, daar kon je 26 soorten van krijgen op de stedelijke fruitmarkt.

Wat de ketens met frigostraten niet afficheren, is dat het voedsel dat ze aanbieden onderdeel is van een landbouwsysteem dat aan het einde van haar latijn is. Meer en meer boeren houden het hoofd niet meer boven water in de huidige industriële landbouw en doen de boeken dicht. Zowel producent als consument trekken aan het kortste eind als er weer gif in de voedselketen zit. Bovendien gaat zeker een vierde van het voedsel in dit landbouwsysteem verloren, het put de bodem uit en draagt in belangrijke mate bij tot de klimaatopwarming.

Alternatieven

Gelukkig schieten de alternatieven als paddenstoelen uit de grond. De korte-keten duurzame landbouw is niet alleen het theoretisch alternatief, maar meer en meer een groeiende realiteit. Zo vertelde me een jonge chef in een pop-uprestaurant - juist, die dag heb ik zeker niet gekookt - dat hij 's morgens naar het nabijgelegen natuurreservaat gaat op zoek naar eetbare planten. Of neem de plukboerderijen (community supported agriculture) waar consumenten zelf komen oogsten - het kan soms ook als wekelijks pakket geleverd worden voor de drukke stedeling - en door een abonnementensysteem de boer inkomenszekerheid verschaffen.

Is de eerste van dergelijke boerderijen in Vlaanderen in 1997 opgericht in Leuven, en twee jaar later de volgende in het Gentse, zitten we nu bijna aan vijftig van dergelijke initiatieven. Ook een prima systeem om minder kou te lijden in de frisse frigostraat: lid worden van een voedselteam. Hierbij koop je met een groep mensen uit dezelfde buurt samen voedsel aan, rechtstreeks bij lokale en regionale boeren. Je haalt het duurzame en biologische voedsel wekelijks af in een gemeenschappelijk depot zodat je keuken terug verbonden geraakt met de seizoenen.

En deze nieuwe vormen van omgang met voedsel zie je niet alleen in Vlaanderen opkomen, maar ook elders in Europa. Het past bijvoorbeeld perfect bij de inhoudelijke lijn die de Nederlandse stad Leeuwarden heeft gekozen als nieuwe Culturele Hoofdstad van Europa. Over de centrale tentoonstelling Places of Hope vertelt de curator het volgende: 'We hebben alles uitbesteed: energieproductie, voedselproductie, we laten het doen door grote bedrijven, maar we kunnen het ook zelf doen.'

Die 'zelf' betekent uiteraard niet dat elk individu, ieder op zich, terug voedsel moet kweken. Een stedelijk voedselsysteem dat straten vol energieverslindende frigo's vervangt door handige en verse korte-keten-initiatieven, dat zeker wel. En wie weet, staan we verleid door die duurzame seizoensproducten uit eigen streek, terug meer in de keuken.

Dit artikel verscheen in Knack op 12/07/2018. 

Read more...
Pagina 2 van 3
Don't have an account yet? Register Now!

Sign in to your account