logo

In 2007 lanceerde Steve Jobs de eerste iPhone. Dat is nauwelijks 10 jaar geleden, maar toch zijn smartphones ondertussen tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen. Al in 2014 waren er meer smartphones en tablets dan mensen op onze planeet. Heel wat mensen gebruiken de smartphone ondertussen gemiddeld meerdere volle uren per dag. 

Hoe komt het toch dat de smartphone in zo'n korte tijd een onmisbaar onderdeel van onze vrije tijd, werk, sociale interactie, vriendschap, liefde, nieuwsvoorziening en publieke opinie is gaan uitmaken? Is dit een natuurlijk verschijnsel of worden we bewust gemanipuleerd door de techgiganten uit Silicon Valley? Welk effect heeft de collectieve smartphoneverslaving op onze sociale omgang, ons denken en ons politiek handelen? Wat te doen met bedrijven als Apple, Facebook en Google die in een razendsnel tempo monopolistische spelers worden, en hun quasi belastingvrije miljardenwinst volop inzetten om te diversifiëren naar sectoren als energie,  gezondheidszorg en mobiliteit. Maken publieke overheden ook gebruik van de zogenaamde ‘big data’ en wat moeten we daar van vinden? In het boek 'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' gaat Wouter Van Noort op zoek naar antwoorden op deze vragen. 

De vele facetten van het digitale leven 

De auteur - zelf een fervent gebruiker van de smaprthone - is journalist bij het Nederlandse NRC Handelsblad. Het 224 bladzijden en 8 hoofdstukken tellende boek leest dan ook erg vlot. 

Het boek steekt meteen stevig van wal: het overmatige gebruik van de smartphone leidt tot een vervlakking van onze sociale contacten. We kunnen wel meer mensen bereiken, maar dit gaat ten koste gaat van de intensiteit van onze contacten. Ook onze echte ontmoetingen met vrienden zijn oppervlakkiger omdat … onze smartphone ons voortdurend afleidt. 

De smartphone zorgt er bovendien voor dat we minder geconcentreerd werken. 'Konden de mensen in 2000 nog gemiddeld twaalf seconden hun aandacht bij één enkele taak houden, in 2013 was dat nog maar acht seconden. [...] De onderzoekers relateren de afname in concentratievermogen aan nieuwe technologieën, toegenomen mediagebruik, sociale media en multischermgedrag.' De conclusie van Wouter Van Noort laat dan ook weinig aan de verbeelding over: "Je neemt slechtere beslissingen, vertoont minder zelfbeheersing, bent dommer, minder gelukkig en minder sociaal als je constant bent afgeleid. [...].’ Wouter van Noort houdt een sterk pleidooi voor 'digitale voedzaamheid': we moeten op een andere manier met onze smartphone leren omgaan. Hij schuift drie principes van de Amerikaanse psychologe Jocelyn Brewer naar voor: 1) mindful: ga bewust met je smartphonegebruik om, 2) meaningful: gebruik je smartphone enkel als het echt nodig is, 3) moderate: matig het gebruik zodat het geen hoofdrol in je leven gaat spelen.

In het hoofdstuk 'De gokkast in je broekzak' wordt duidelijk dat onze collectieve verslaving aan dat kleine hebbeding niet toevallig is. Techbedrijven als Facebook en Google hacken op steeds slimmere manieren onze zelfbeheersing, psychologische voorkeuren en zwakheden. Hun verdienmodel is er immers op gericht om ons zo lang mogelijk aan het kleine scherm te kluisteren: 'Hoe langer wij doorbrengen in een app, hoe meer tijd die bedrijven  hebben om ons advertenties voor te schotelen en gegevens van ons te verzamelen. [...] Daarbij schuwen ze niet om onderzoeken en technieken toe passen die zeer sterk gelijken op wat er in de gokindustrie gangbaar is.'  

Het hoofdstuk 'Echoput Facebook' behandelt de informatieve bubbles waar we via de sociale media in terecht komen. Hoewel we in theorie toegang hebben tot de wereldwijde informatiebronnen versmalt ons wereldbeeld paradoxaal genoeg. Via allerhande onzichtbare algoritmes laat Facebook ons alleen zien wat zij denken dat we willen zien. En omdat we steeds minder tegengeluiden horen, radicaliseren we ook nog eens. Hierbij maakt Wouter Van Noort zich grote zorgen over de toekomstige evoluties: 'De gereedschapskist om onze informatievoorziening via de smartphone te sturen, manipuleren en controleren is nog maar net geopend'.

In de volgende hoofdstukken worden de businessmodellen van de techbedrijven uit Silicon Valley onder de loep genomen, met het Pokemon-fenomeen als voorbeeld. De Pokemon-hype verspreidde zich in geen tijd. Sommige plekken werden plots letterlijk door tienduizenden mensen bestormd. De hype bood flink wat overlast maar nauwelijks meerwaarde voor de lokale gemeenschappen. De winsten vloeiden naar de spelontwikkelaar Nintendo en vooral naar Apple en Google die 30% marge op alle aankopen voor Pokemon opstreken. Komt daarbij dat ze absolute kampioenen zijn in het opzetten van constructies om nauwelijks belastingen of sociale bijdragen te betalen. Zo betaalde Apple in 2014 een luttele 0,005% belasting op haar Europese winsten: 50 euro belasting per 1 miljoen euro winst. 

Een aantal van de grote techbedrijven verwerven in snel tempo een monopoliepositie. De boutade dat de concurrentie op het internet maar een klik weg is, blijkt een fabel te zijn. Omdat online-diensten extreem afhankelijk zijn van de hoeveelheid en de kwaliteit van de verzamelde data hebben nieuwkomers het moeilijker dan in andere bedrijfstakken. Er is op dit vlak een dubbele beweging aan de gang: de techbedrijven monopoliseren een aantal sectoren, maar kunnen met hun enorme winsten ook volop diversifiëren. Ze hebben onder andere een grote interesse in bio-electronica, gezondheidszorg, mobiliteit en energie. De Facebooks en Googles van deze wereld slagen er in om de schijn van innovatie hoog te houden, maar de meerwaarde van deze innovaties voor de kwaliteit van ons dagelijks leven is beperkt. Dit in tegenstelling tot de vorige industriële revoluties die voor enorme sprongen in welvaart en welzijn zorgden (elektriciteit, hygiëne, gezondheidszorg, landbouwtechnieken, transportmiddelen, …).  

De kwestie van de monopolies is des te meer belangrijk voor de volgende grote technologiegolf die ons te wachten staat: de artificiële intelligentie. Artificiële intelligentie is een tak van de computerwetenschappen waarbij machines ontwikkeld worden die werken en reageren als mensen. Die machines gebruiken hiervoor steeds geavanceerdere algoritmes, waardoor ze zelflerend worden en beslissingen kunnen maken. De technologie-optimisten benadrukken het ongelooflijk potentieel van de artificiële intelligentie. Ze maken deel uit van een nieuwe filosofische stroming die snelle opmars maakt: het dataïsme. Dataïsme is het geloof dat je op basis van 'big data' en algoritmes het menselijk bestaan kunt verbeteren.

Nu de meer negatieve aspecten van smartphones en big data stilaan duidelijk worden, bekoelt bij velen het ongebreidelde technologieoptimisme snel. Het dataïsme heeft potentieel verregaande morele en politiek implicaties, en bedreigt volgens criticasters onze vrijheid en democratie.

In ons dagelijks leven kennen we allemaal eerder onschuldige voorbeelden van artificiële intelligentie: Netflix doet op basis van onze kijkgeschiedenis allerhande suggesties voor series en films die we leuk zouden moeten vinden. Maar ook in het bedrijfsleven worden algoritmes al voor tal van toepassingen ingezet: voor het vinden van de meest geschikte kandidaat bij sollicitaties, voor het bepalen van de premie  die we aan verzekeringsmaatschappijen betalen,  … Ook steeds meer overheden gebruiken informatietechnologie om onze ‘smart cities’ te beheren en besturen. Zo gebruikt de politie van Eindhoven algoritmes om het risico op misdaad te bepalen, en er de inzet van manschappen op af te stemmen. Bovendien doen steeds meer overheden aan 'nudging': gedragsmanipulatie van inwoners via digitale technologie. In Oekraïne kregen alle betogers bij een manifestatie een sms met de boodschap dat hun deelname geregistreerd was. China experimenteert vandaag met het zogenaamde 'Sesame Credit': de overheid beloont het gedrag dat ze goed vindt met credits (bv. persberichten van de overheid delen via sociale media), of bestraft ongewenst gedrag. Afhankelijk van de stand van je krediet krijg je sneller toegang tot overheidsdiensten of kan je internetsnelheid verlaagd worden. De technologie wordt dus gebruikt om de grip van de overheid op het persoonlijke doen en laten drastisch te versterken. 

Vanuit een democratisch oogpunt is het bijzonder problematisch dat de algoritmes waar de bedrijven en overheden zich op baseren vaak niet openbaar zijn. En zelfs als ze dat zijn, moet men een stevige technische bagage hebben om ze te kunnen interpreteren. We hebben dus vaak het gissen hoe de data verzameld worden, op welke data het algoritme zich baseert, hoe de algoritmes tot bepaalde beslissingen komen, … 

Op het einde van het boek gaat Wouter Van Noort op zoek naar oplossingen voor de gestelde problemen. Het valt op dat de auteur er op dit vlak een erg liberale visie op na houdt. Om het met zijn eigen woorden te stellen: 'Transparantie en zelfregulering zolang het kan, overheidsingrijpen als de nadelige gevolgen aanhouden'. Hij vergelijkt de smartphone met suiker: je hebt het nodig, maar teveel consumptie ervan is zeer schadelijk. Concreet pleit hij er vooral voor om het individuele gedrag bij te sturen (een boek nemen als je je verveelt, een polshorloge dragen zodat je het uur niet van je smartphone af moet lezen, …). Hij ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs en de opvoeding.  In het overheidsoptreden pleit hij er vooral voor om de monopolies te breken, de belastingregimes voor multinationals te verstrengen en algoritmes verplicht openbaar te maken.  

Conclusie 

'Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst' laat een directe indruk op je na omdat het je neus op enkele prangende feiten drukt. Het zal ondertussen duidelijk zijn: Wouter Van Noort is bijzonder kritisch voor de huidige evoluties van smartphones en big data, zonder dat hij een vermanende vinger opsteekt. Het vlot geschreven boekt behandelt een brede waaier aan onderwerpen waardoor je een brede visie krijgt. Globaal gezien vind ik het een goed boek dat vlot leest. Toch zijn er ook een paar tekortkomingen en blinde vlekken. 

 De auteur heeft een eenzijdige kijk op 'ons leven'. Er is geen enkele aandacht voor de effecten van de smartphone-industrie op het leven en de arbeidsomstandigheden van de miljoenen arbeiders die ze produceren. De impact op ‘hun leven’ is zonder enige twijfel nog een stuk groter dan op de gebruikers ervan. Ook de verwoestende grondstoffenindustrie die nodig is voor de productie van de smartphones komt nergens aan bod. Bijgevolg blijven ook duurzame alternatieven als de FairPhone uit beeld. Bij uitbreiding blijkt de auteur geen inzicht te (willen) hebben op de ecologische effecten, alsof de klimaatcrisis hem volkomen onbekend is. Hij zoomt uitgebreid in op de beurskoersen en winstcijfers van de techbedrijven, maar een pleidooi voor meer circulaire en duurzame bedrijfsmodellen blijft helaas uit. Nochtans produceren de servers die de big data opslaan al geruime tijd meer CO2 dan de wereldwijde luchtvaartindustrie. De Verenigde Naties schatten dat er alleen al in 2014 om en bij 3 miljard kilogram e-afval was van klein ICT-materiaal, dat bovendien nauwelijks voor 16% gerecycleerd werd. Waarom staat de auteur er niet kritisch bij stil dat elke zoekactie met Google 7 gram CO2 produceert?

Het boek schets een somber toekomstbeeld. De uitdagingen zijn groot. Helaas blijf je als lezer wat op je honger als het over de alternatieven gaat. Het boek lijdt onder een fenomeen dat we wel vaker zien: er worden een structurele problemen aangeraakt, maar de oplossingen zoekt men grotendeels op het niveau van het individu. Het boek prikkelt en biedt veel perspectieven, maar het is niet politiserend. Als lezer blijf je op je honger hoe we als democratie antwoorden zullen bieden aan de uitdagingen die zich stellen. En dat is een gemiste kans.

Dany Neudt schreef deze recensie voor Oikos.

Wouter van Noort komt zelf ook mee debatteren op Ecopolis - Digital Together op 8 oktober in het Kaaitheater in Brussel 

 

Published in Boek

'Bedrijven als Uber en Airbnb willen ons democratisch rechtsysteem gebaseerd op een sociaal contract onderuit halen', schrijft Dirk Holemans van de denktank Oikos. 'Deze winstmarges en marktverstoring zijn maar mogelijk omdat we ons in Europa laten overbluffen en afblaffen door de agressieve disrupters uit Californië.'

Mijnbouw: het is de basis van onze industriële samenleving. We halen immense hoeveelheden ertsen uit de grond als basis voor zowat alles wat we maken. Vroeger was dit zichtbaar in eigen land met de steenkoolmijnen. Maar het was en is vooral het leeghalen van gebieden elders in de wereld. België zou nooit rijkdom vergaard hebben zonder het plunderen van Kongo door bedrijven zoals Union Minière. Ondertussen maken ze onze spullen vooral in China. Maar het kobalt uit je smartphone komt nog altijd uit Midden-Afrika, waarvoor kinderen in gaten van honderd meter diep kruipen. Het is een pijnlijk voorbeeld van extractivisme: het zonder respect weghalen uit andere streken van kostbare grondstoffen. Ondertussen groeit het besef dat het sociaal en ecologisch anders moet. We evolueren (te) langzaam van een wegwerp-economie naar een kringloop-economie, het hoger genoemd bedrijf heet nu Umicore en recycleert zeldzame metalen uit oude mobieltjes. Hopelijk geraken we zo ooit van de klassieke mijnbouw af.

Ongemerkt heeft zich echter een nieuwe vorm van mijnbouw ontwikkeld. Ook hier gaat het om de eenzijdige extractie van waarde uit samenlevingen. Alleen is het niet direct zichtbaar, je kan geen foto van een boot die wegvaart vol kostbare ertsen op de voorpagina zetten. Bovendien zijn in dit geval de global corporations bij een groot deel van bevolking en politici geliefd. Ze bieden efficiënte diensten aan die heel wat burgers in de rol van consument verleidt. Onze steden zijn hun mijnen die ze met plezier leeghalen, zo toont het succes van de Uber's en Airbnb's van deze weeld. Natuurijk groeit het besef dat deze digitale mijnbouw zijn mindere kanten heeft. Dat toonde afgelopen week het stuk van Dorien Knockaert over Airbnb in De Standaard in de toepasselijke rubriek Dilemma: Airbnb is makkelijk en goedkoop als reiziger, maar bij verre van zeker een meerwaarde voor de stad waar je naar toe trekt. De naïviteit over deze vorm van digitale mijnbouw is enorm. Zo laat Knockaert filosoof Rogier de Lange aan het woord die stelt: "het lijkt me net handig dat die markt zo sterk geconcentreerd is bij Airbnb: op die manier heeft de overheid een duidelijke partner om afspraken mee te maken - een partner die trouwens zelf óók rechtszekerheid wil. /.../ Nog een pluspunt is dat de inkomsten van de verhuurders terugvloeien naar de lokale gemeenschap."

Mij lijkt het verstandig hier heel wat kritischer naar te kijken. De nieuwe digitale mijnbouwers Uber en Airbnb, maar ook Facebook en Google proberen aggressief een businessmodel op te bouwen gebaseerd op monopolievorming. Daar alleen al zouden beleidsmakers en economen het moeilijk mee moeten hebben, zelfs zij van liberale snit. Facebook haalt steeds meer van de reclame-uitgaven naar zich toe, dat is dus geld dat vroeger in eigen land werd (her)uitgegeven en dus de eigen economie stimuleerde. Nu gaat het naar de kleine groep van venture capitalists in Silicon Valley, in feite de grootste cluster aan mijnbedrijven in de wereld.

Te goed om belastingen te betalen

Bij Airbnb, Uber en ook Deliveroo is het nog straffer dan Facebook. Neem de koerier van Deliveroo: die moet voor zijn eigen fiets zorgen (aankoop en onderhoud), eigen smartphone en telefoonabonnement, en ook een eigen verzekering voor arbeidsongevallen. Beeld je dat in bij een klassieke mijn: de kompel die zijn eigen drilboor en helm moet aanschaffen, bij een bedrijfsongeval kan hij zijn plan trekken.

Bij deze digitale mijnbouwbedrijven vloeit zo'n 20 procent procent van de winst onzichtbaar maar permanent weg. Dat is een ongehoord hoog percentage winst in vergelijking met de gangbare financieel economische wereld (die ook niet onproblematisch is). Met aandelen haal je bij succes 8 procent, een verhuur van een eigendom levert 4 procent op. Dus de idee dat er bij Airbnb meer terugvloeit naar de lokale gemeenschap dan bij een klassiek hotel is discutabel, wat wel zeker is dat er reguliere jobs verdwijnen en Airbnb geen of nauwelijks belastingen betaalt en zo de sociale zekerheid ondermijnt, ook van de lokale gemeenschap.

Dat deze digitale players rechtszekerheid willen is dus al helemaal om te lachen. Ze willen net heel ons democratisch rechtsysteem gebaseerd op een sociaal contract onderuit halen.

Ze voelen zich niet gebonden aan regels en vinden zich te goed om belasting te betalen. Want zo stelde Airbnb in een persbericht recent onomwonden: 'wij zijn anders, dus hoeven we geen belasting te betalen'. En dus betaalde het bedrijf uit San Francisco afgelopen jaar minder dan 100.000 euro belasting in Frankrijk terwijl het er meer dan 10 miljoen gebruikers heeft. Wedden dat heel de hotelsector net iets meer betaalde?

Regelgeving omzeilen

Deze winstmarges en marktverstoring zijn maar mogelijk omdat we ons in Europa laten overbluffen en afblaffen door de agressieve disrupters uit Californië. Ze gaan bewust op zoek naar wegen om de democratische regelgeving te omzeilen; het maatschappelijk kader af te breken dat we de voorbije eeuwen ontwikkelden om onze samenleving te beschermen tegen deze roofbaronnen. Hun honger naar maximale winst, monopolievorming en dus marktvernietiging staat haaks op het Europese sociale contract, dat oog heeft voor de menselijke nood voor zekerheid en sociale bescherming.

Het is hoog tijd dat Europa - burgers, bedrijven en overheden - de handen in elkaar slaan om twee cruciale zaken te doen. Ten eerste vanuit een trots op onze democratie ervoor zorgen dat de big guys uit Californië zich aan onze normen conformeren. Daar hoort ook het betalen van belastingen bij. Ten tweede - en in feite strategisch nog belangrijker - is werk maken van een digitaal Europees innovatiebeleid. Waar zitten onze slimme ingenieurs, ondernemers en investeerders? Wanneer bouwen we onze eigen digitale platformen waardoor eigenaarschap, beslissingsmacht en meerwaarde in Europa blijft? Het is opvallend dat gewone burgers hier - net zoals in de transitie naar een duurzaam energiesysteem - de weg tonen.

In Amsterdam hebben ze niet alleen last van Airbnb, de bewoners sleutelen ook aan een Fairbnb. Zodat ook de digitale mijnbouw zich omvormt naar een duurzame kringloopeconomie, met gesloten waardecirkels die het fundament kunnen zijn voor een sociale zekerheid voor de 21ste eeuw. Want zaken tegenhouden, daar gaat het niet om. Wel om ze zelf in handen te nemen zodat ze in de juiste richting gaan. Digital Together is dan ook niet toevallig het thema van Ecopolis dit jaar in Brussel.

 

Dit artikel verscheen op 30 augustus bij de doordenkers van Knack.

Published in Opinie

 

De krantenkoppen zijn elk jaar hetzelfde: ‘Weer geen klimaatakkoord’, ‘Klimaattop eindigt in teleurstelling’, ‘Klimaattop is complete flop’. In december vindt de 21ste internationale klimaattop plaats in Parijs. Moeten we wachten op een akkoord, of wordt het tijd om als samenleving een eigen klimaatagenda op te stellen? Volgens Natalie Eggermont, voorzitster van Climate Express, is het tijd om massaal op straat te komen. Op 26 april gaat ze op Ecopolis in debat over de rol van burgers in de klimaatstrijd.

Natalie Eggermont is spoedarts, moraalfilosofe en klimaatactiviste. Twee jaar geleden was ze één van de organisatoren van de klimaattrein naar Warschau. Toen namen 750 Belgen een speciaal ingelegde trein naar de klimaattop in Warschau om er te manifesteren voor een klimaatakkoord. Nu is Eggermont voorzitster van Climate Express, een organisatie die 10.000 mensen vanuit België naar de klimaattop in Parijs wil brengen.

Wat is Climate Express?
Eggermont: “Climate Express is een groeiende vrijwilligersbeweging die streeft naar een daadkrachtige en solidaire aanpak van het klimaatprobleem. In december willen we 10.000 Belgen naar de volgende klimaattop in Parijs brengen met treinen, bussen en fietsen. In een gigantische klimaatmars kunnen we druk zetten op de politici die daar onderhandelen over een internationaal klimaatakkoord. Onze meerwaarde is dat wij een organisatie zijn die aan massamobilisatie doet, zo’n organisatie bestond nog niet echt in België.”

Vorig jaar namen 400.000 mensen deel aan de klimaatmars in New York. Toch bracht James Inhofe, Republikeinse voorzitter van een klimaatcommissie, een sneeuwbal mee naar de Senaat om te ontkennen dat de aarde opwarmt. Is zo’n klimaatmars dan wel zinvol?
Eggermont: “Ik denk dat de New York Climate March veel mensen geïnspireerd heeft. Het creëerde het gevoel dat de internationale klimaatbeweging bestaat en aan het groeien is. Daarop kunnen we verder bouwen. Maar de mars volstaat niet. Het is geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal. Naast het op straat komen, moeten we ook bouwen aan concrete initiatieven van onderuit. Er wordt nog steeds vastgehouden aan fossiele systemen, terwijl er geen ruimte is voor bottom-up initiatieven. Overal zien we interessante initiatieven ontstaan, maar ze moeten een duwtje in de rug krijgen.”

Zullen politici het gevoel krijgen dat ze iets moeten doen omdat mensen massaal op straat komen? 
Eggermont: “Daar ben ik echt van overtuigd. De geschiedenis toont dat het kan. Acht uur werkdag, vakantie, stemrecht,… zijn niet uit de lucht gevallen. Het waren ook geen briljante ideeën van een politicus aan zijn bureau. Die veranderingen zijn er gekomen omdat mensen massaal op straat zijn gekomen. Ik heb soms het gevoel dat mensen dat vergeten zijn.”

Elk jaar opnieuw pleiten milieubewegingen voor een akkoord. Denk je dat er ooit verandering kan komen?
Eggermont: “Ik ben ervan overtuigd dat er verandering moet komen. Daar ben ik dag in dag uit mee bezig omdat ik daarin geloof. Het zal wel niet zonder slag of stoot gebeuren. Het gaat niet langer over een windmolen hier en een zonnepark daar, wel over veranderingen in de macht en economie. Die verandering zal er niet komen door het lief te vragen. Het zal moeilijk zijn, maar ik geloof erin.”

De kans is reëel dat er geen akkoord gesloten wordt. 
Eggermont: “Ik ben ervan overtuigd dat er een akkoord zal gesloten worden. Maar het zal niet ambitieus genoeg zijn, niet legaal bindend en niet sociaal- en internationaal rechtvaardig. Reden te meer dus om naar Parijs te gaan en dit moment te gebruiken om de klimaatbeweging te doen groeien. De klimaatstrijd gaan we niet winnen op die ene dag in Parijs. Het is iets dat op veel langere termijn zal moeten gebeuren. Ook al treedt het akkoord dat gesloten zal worden pas in werking in 2020, we moeten zowel nu als na Parijs actie nemen. Dit is een belangrijke stap in het uitbouwen van een beweging die echte verandering wil afdwingen.”

“Als de politiek geen beslissing neemt, dan wordt het tijd om het heft in eigen handen te nemen. We moeten nadenken over oplossingen en die zelf in gang zetten. Mensen weten goed wat ze niet willen, maar niet wat ze wel willen. Er is nood aan open en democratische debatten om na te denken over waar we naartoe willen met onze maatschappij. Als we onze richting bepaald hebben, moeten we politici onder druk zetten. Zodat zij naar ons luisteren in plaats van wij naar hen.”

Hoe zie je dit praktisch haalbaar als je bijvoorbeeld ziet hoeveel er al geïnvesteerd is door multinationals in grondstoffen die nog onder de grond zitten? Waarom zouden zij naar de bevolking luisteren?
Eggermont: “Multinationals zullen die investeringen uiteraard niet zomaar laten vallen. Dat is niet in het belang van zichzelf, van hun aandeelhouders en ook niet in het belang van de winst die ze willen maken. Alle beslissingen die nu in de maatschappij genomen worden, draaien om winst. Dat is een fundamenteel probleem dat we moeten veranderen met een radicale ommezwaai. Als maatschappij moeten we duidelijk maken dat het in ieders belang is dat de olie onder de grond blijft zitten. Een heel klein percentage wil die olie omdat ze er rijker van worden. De meerderheid wordt er armer van. Alleen maar als die meerderheid opstaat om het luid genoeg te zeggen, en te herhalen, kan er iets veranderen. Het zal niet vanzelf gaan.”

Als politici geen beslissingen nemen, is het dan tijd voor meer radicale actie, waar ook Naomi Klein in haar boek ‘No Time’ voor pleit?
Eggermont: “De tijd van niet-radicale actie ligt al lang achter ons. We staan op een tweesprong. Ofwel gooien we het over een andere boeg en kiezen we voor een maatschappij die sociaal en ecologisch rechtvaardig is. Dat is een radicale ommezwaai. Ofwel doen we verder zoals we bezig zijn. Dan brengt de klimaatsverandering een enorme verandering in ons leven teweeg en ook dat is een radicale ommezwaai.”

Hoe zie je de werking van Climate Express op lange termijn?
Eggermont: “We willen een beweging uitbouwen, en dat doe je niet op één dag. We gebruiken Parijs als een belangrijke stap hierin. Door laagdrempelig te zijn willen we mensen het gevoel geven dat ze gemakkelijk kunnen aansluiten.”

“Parijs is internationaal, maar daarnaast zien wij ook een rol voor België. Er zijn zoveel belangrijke dossiers in België, zoals toegang tot land voor kleine boeren, de energiekwestie rond kernenergie,… Dat zijn belangrijke onderwerpen waar er momenteel weinig maatschappelijk debat over is. Onze bedoeling is om met 10.000 mensen terug te keren uit Parijs en het volgende dossier op tafel te gooien.”

Op 26 april neemt Natalie Eggermont deel aan het klimaatdebat op Ecopolis. De kans dat politici niet tot een bindend klimaatakkoord komen in Parijs is reëel. Kan de samenleving een burgeragenda opstellen voor het klimaat? Eggermont gaat in debat met Katherine Richardson (Planetary Boundaries Report), Serge de Gheldere (Klimaatzaak), Stefan Aykut (Franse politicoloog) en Alhadi Agabeldour Adam (Soedanese mensenrechtenactivist en schrijver).

 

Published in Interview
%AM, %02 %415 %2015 %08:%apr

Een wereld zonder groei

Is een wereld zonder economische groei realiseerbaar? Hoe vervangen we onze groei-economie, die de grenzen van mens en planeet overschrijdt, door een balanseconomie die in evenwicht is met wat mensen en natuur kunnen dragen? Federico Demaria is een van de schrijvers van het boek ‘Degrowth: a vocabulary for a new era’, waarin hij op zoek gaat naar een wereld die niet focust op groei.

Wat betekent degrowth?

Demaria: “Degrowth stelt de vraag hoe we kunnen leven in een maatschappij die beter en duurzamer is. Het is een voorstel voor een andere samenleving. We willen de focus verleggen naar een samenleving die aspecten zoals jobs, ecologie, sociale rechtvaardigheid en genderverhoudingen centraal zet en breekt met de dominante economische cultuur van groei.”

Degrowth is een krachtige term omdat het in staat is om verschillende aspecten met elkaar te verbinden. Het linkt ecologie, sociale rechtvaardigheid, de creatie van jobs,… aan elkaar. Het wil een samenleving creëren waarin onder andere het ‘minderen’ centraal staat. Minderen in de zin van het verlichten van onze impact op de natuur. Maar ‘minderen’ is niet het centrale doel, want door de economische crisis hebben mensen al veel minder.”

Vanwaar de kritiek op economische groei?

Demaria: “Er is een obsessie voor economische groei. Iedereen, ook de politieke partijen, is het erover eens dat er economische groei moet zijn. Ik ben eerder achterdochtig als iedereen het eens is over iets, dan denk ik dat er iets fout is. Onderzoek toont dat economische groei niet per se wenselijk is: het verhoogt het geluksniveau niet, het vermindert de ongelijkheid niet en vanuit ecologisch standpunt is het niet ecologisch. We kunnen duidelijk zien dat wanneer we economische groei hebben, de ecologische toestand erop achteruit gaat.”

“We zien ook dat groei zijn grenzen bereikt heeft. We moeten het BBP vergeten en hetgeen belangrijk is voor ons centraal stellen: sociale rechtvaardigheid, een duurzaam milieu, het welzijn van de mensen, jobs creëren voor de jeugd, kansen geven aan mensen,… Als dat belangrijke factoren zijn, dan moeten we die in het centrum plaatsen van het beleid en het politieke debat en ons daarop focussen.”

“We moeten stoppen met economie in het centrum te zetten van onze debatten. We praten alleen nog maar over inflatie, financiële onafhankelijkheid en groei. We praten niet over hoe mensen zich voelen, over de natuur en onze band met de natuur en over wat er aan het gebeuren is met het milieu.”

Is dit de lancering van degrowth?

Demaria: “Het begrip degrowth is niet nieuw. Het is ontstaan uit een evolutie van concepten, ideeën en bewegingen. We zien de term niet enkel verschijnen in de academische wereld, maar ook meer en meer in sociale bewegingen en in het politieke landschap.”

Degrowth is een begrip dat al langer gekend is, vooral sinds de jaren zeventig in de debatten met Sicco Mansholt en André Gorz. In 2001 is de term degrowth opnieuw gelanceerd in Frankrijk. Met als gevolg dat het zich verder aan het verspreiden is in Zuid-Europa. Ondertussen zijn er ook internationale conferenties geweest in Parijs, Barcelona, Montréal, Venetië, Leipzig en in 2016 in Boedapest. We zien dus dat de beweging aan het groeien is. Bijna in elk Europees land, maar ook daarbuiten, is het begrip gekend. In Latijns-Amerika praten ze over ‘buen vivir’, in India over de radicale ecologische democratie, maar ook in Amerika in Australië komt het aan bod. Het wordt een echt internationaal debat.

Wat kunnen we verwachten van dit boek?

Demaria: “Het boek is uitgegeven door Giacomo D’Alisa, Giorgos Kallis en mezelf. Ons idee was om degrowth voor te stellen als een woordenschat met kernbegrippen. Het is dus een heel luchtig en toegankelijk boek. In 50 hoofdstukken delen toponderzoekers en experten hun kennis. We zijn het debat over degrowth nog volop aan het voeren. Enerzijds komt de kritiek op groei aan bod, anderzijds geeft het boek voorstellen voor de weg die we willen inslaan.”

Hoe zou je jongeren overtuigen van het concept degrowth?

Demaria: “Als je tegen jongeren zegt: ‘Laten we gaan voor duurzame ontwikkeling!’, dan is dat niet echt een manier om hen te overtuigen van het concept. We moeten dus nadenken over een begrip dat mensen kan mobiliseren, waarmee mensen zich kunnen identificeren. Ik ben ervan overtuigd dat degrowth die kracht heeft. Ik denk dat jongeren in een wereld van degrowth zouden kunnen bloeien in hun leven. Ik denk zelfs beter in een context van degrowth dan in een wereld gefocust op groei, want die onderdrukt hun kansen.”

“De vraag die we ons moeten stellen is: ‘Waar willen jongeren naartoe? Hoe zien zij hun toekomst?’. De Indignados-beweging in Spanje had een slogan: ‘We hebben geen huis en we zullen er nooit één hebben. We hebben geen job, dus hebben we geen toekomst. Dat betekent dat we onze angsten verloren hebben’. We zouden hun denken moeten volgen. We moeten de angst loslaten om het weinige dat we hebben te verliezen, en de kansen grijpen om een meer ambitieuze en utopische samenleving te creëren.”

Federico Demaria is een van de sprekers op Ecopolis op 26 april. In het debat ‘balanseconomie’ gaat hij in gesprek met Rachida Aziz, activiste en mode-ontwerpster begaan met ethische mode; en met moraalfilosofe Tinneke Beeckman, schrijfster van ‘Door Spinoza’s lens’. Ook Camille Dejardin zal zich voegen bij het debat. Zij is schrijfster van ‘Etat Stationnaire: de la hantise à l’urgence’, waarin ze de mogelijkheid van een economie zonder groei onder de loep neemt.

Meer info op www.ecopolis.be - Facebook - Twitter

Scroll naar beneden om het interview te bekijken.

 

 

 

Published in Boek

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.