logo

%AM, %30 %351 %2015 %07:%sept

Stadslandbouw, What’s in a name?

Written by Geert Iserbyt
Rate this item
(6 votes)
Stadslandbouw is hip! In de groeiende trend van ecologisch bewustzijn en transitie-denken in de stedelijke omgeving neemt ook de maatschappelijke interesse voor allerlei vormen van zogenaamde ‘stadslandbouw’ toe. Maar in die golf van hernieuwde interesse van de stedeling voor de oorsprong van ons voedsel of het zelf produceren ervan, wordt de term ‘landbouw’ al te vaak oneigenlijk gebruikt. Daarom een oproep tot wat meer kritische reflectie en hygiënisch taalgebruik als het gaat over ‘stads-landbouw’.

De band tussen stad en land

Stadslandbouw 1

Het is al langer duidelijk dat maatschappelijke veranderingen in de richting van een meer ecologische leefwijze vaker en makkelijker in de stad tot een trend worden dan op het platteland. Dat mag dan enigszins verwonderlijk lijken, toch is juist de vervreemding van de natuurlijke omgeving voor velen in de stad een motor voor bewustzijnsontwikkeling en veranderend gedrag. Je zou kunnen stellen dat wij vaak pas bewust iets naar waarde schatten en dat ook actief willen beschermen als we het moeten missen, als het bedreigd wordt of wanneer het niet meer vanzelfsprekend aanwezig is. Tevens biedt de stad een vrijere sociale en culturele omgeving waarin je makkelijker tegen de stroom in een nieuwe beweging kan vormen.

Dat in deze tijd een hernieuwde belangstelling voor landbouw en gezonde voeding vooral in en rond de stad ontstaat, is dus heel begrijpelijk. In die beweging past het ook om niet enkel je voeding die god-weet-waar duurzaam werd geproduceerd in de stedelijke supermarkt aan te kopen, maar ook een nieuwe vorm van verbinding ermee te willen aangaan. De bewuste consument in de stad (lees: de consument die stedelijk leeft; die kan net zo goed landelijk wonen) wil dus graag z’n voedsel weer zien groeien en als het enigszins kan (soms) zelf oogsten. Daar waar het moestuinieren tot voor kort een bezigheid voor senioren aan het worden was, is er een nieuwe belangstelling van jonge gezinnen om zelf (liefst in een samen-tuin) groenten, fruit of kleinvee te kweken. Het groeiende transitie-denken en het toenemende streven om een klimaatneutraal stedelijk beleid te ontwikkelen, wijzen uit dat we opnieuw de steden moeten voeden met voedsel dat liefst zo dicht mogelijk rond de stad werd gekweekt.
Kortom: er zijn in hoofdzaak 2 grote argumenten vóór ‘stadslandbouw’: verbinding en nabijheid.

Verbinding & educatie

Verbinding met de bronnen van ons bestaan is essentieel. Niet enkel omdat we dan ook het bewustzijn ontwikkelen dat we die bronnen zorgzaam dienen te beheren, maar ook omdat contact met de oorsprong van het leven onze eigen levensvisie en levenskwaliteit rechtstreeks beïnvloedt. Wie weet hoe het leven in bodem, plant en dier zich ontwikkelt en daar ook een eigen verbinding mee heeft, staat zelf evenwichtiger en gezonder in het leven. In een wereld waar straks volgens de schattingen tot 80 % van de mensen in een stedelijke omgeving zal wonen, is dat geen eenvoudige opgave. De wereldwijde landbouwcrisis toont ons onomwonden wat er gebeurt als een samenleving het contact met de landbouw verliest. Dat éne percentje boeren (van de actieve bevolking in het westen) die voor al de rest voedsel verbouwt, staat voor een erg moeilijke opdracht.

Juist daarom ontwikkelen vele biologische en biologisch-dynamische boeren een nieuwe band met hun klanten. Nergens is de korte keten zo actief als in bio-land. Maar de stedelijk wonende en levende mens wérkelijk uit de stad naar het land lokken en hem daar wérkelijk een verbinding met de oorsprong van z’n voedsel laten aangaan of beleven, is niet zo simpel als het lijkt. Enerzijds vraagt dit van de hardwerkende en onderbetaalde boer nog maar eens extra werk en aandacht (de gemiddelde boer verdient in het allerbeste geval 50 % van de gemiddelde loontrekkende en presteert daar vaak dubbel zoveel uren voor). Anderzijds reist de stedeling die kiest voor gezonde voeding, vaak moeiteloos rond in Europa of de rest van de wereld, maar blijkt die 15 of 20 kilometer naar de bio-boerderij, waar z’n voeding vandaan komt, toch een behoorlijk grote drempel.

Stadslandbouw 2

Het is dus niet onverstandig om in de stad zelf plaatsen te creëren waar mensen opnieuw zelf hun voeding kunnen telen, zien groeien, oogsten en samen verzorgen. Te beginnen bij kinderen en jonge gezinnen, maar ook voor kansarmen, die vaak amper de stad verlaten, en zelfs voor ouderen van dagen die samen met kinderen zogenaamde ‘generatietuinen’ kunnen beheren. Dat kan in stedelijke moestuinen, terras- en balkontuinen, daktuinen, dakserres, plantenbakken in alle vormen en maten (van bloempotten tot grote containers) die verharde pleintjes in de stad omtoveren tot moestuinen, collectieve volkstuinen die worden aangelegd op voormalige industriële sites (vaak eerst afgegraven, afgedekt met een zeil en dan weer aangevuld met een laag teelaarde), …. en noem maar op. Laten we daarbij wel oog houden voor het geheel: het plaatsen van dakserres in de stad met daarin teelten op hydrocultuur mag dan wel zuiver op het vlak van energieverbruik een bepaalde ‘winst’ kunnen aantonen (minder stookkosten), dit kan je in z’n geheel bezwaarlijk duurzaam of gezond noemen. De educatieve waarde ervan is bovendien nihil.

De grote waarde van deze ‘stadslandbouw’-initiatieven is hun educatieve functie. Ze maken het mogelijk om opnieuw een eerste contact te maken met natuurlijke processen, het ritme der seizoenen, het plezier van eigen voedsel telen. In de aanpak en communicatie rond al deze initiatieven zou naar mijn mening dan ook het educatieve aspect centraal moeten staan. Laat zoveel mogelijk mensen gebruik maken van de mogelijkheden die de stad op dit vlak kan bieden. Zorg ervoor dat àlle stadsscholen de ruimte krijgen om kinderen en jongeren zelf voedingsgewassen te laten telen; als het niet anders kan in bakken en potten. Maar laten we vervolgens wel eerlijk en nuchter blijven: met die symbolische productie gaan we de stad niet voeden!

Nabijheid

Consequente ecologische afwegingen in verband met transport en energie maken duidelijk dat de herkomst van ons voedsel, een dagelijkse behoefte, zich best zo dicht mogelijk bij onze woonplaats bevindt. Maar er is ook een economisch argument om te kiezen voor nabijheid in onze voedselvoorziening: het feit dat onze boeren steeds meer moeten concurreren tegen prijzen die beduidend onder hun kostprijs liggen, heeft alles te maken met de vrije handel en het vrije transport van voeding wereldwijd; ook al gaat dat maar om zo’n 25 % van het totale volume aan voedsel dat wereldwijd geconsumeerd wordt. Door de loskoppeling van lokale productie en consumptie, ook in streken zoals de onze die nagenoeg zelfvoorzienend zouden kunnen zijn, is ook de economische duurzaamheid van de landbouw onderuit gehaald. Door de nabijheid van onze voedselproductie te herstellen wordt het makkelijker om een faire prijs voor een gezond en duurzaam product te bedingen.

Nabijheid is dus niet enkel de voorwaarde om een nieuwe verbinding te creëren tussen stad en land, het draagt ook bij tot de ecologische, economische en sociale duurzaamheid van stadsverbonden landbouw.

Stads - landbouw?

Maar wat nu met de term stads-‘landbouw’? Met alle respect, wat mij betreft kan je heel wat van de activiteiten die nu betiteld worden als ‘stadslandbouw’ bezwaarlijk landbouw noemen. Voor sommige stedelingen heeft ‘stadslandbouw’ zelfs spontaan een ‘groen’ imago in tegenstelling tot het bestaande beeld van de grootschalige en vervuilende landbouw buiten de stad. Zo lijkt de stad opeens de veilige niche waarin men weer gezond en duurzaam voedsel kan telen. Als dat de inherente boodschap wordt rond ‘stadslandbouw’ die de stedeling oppikt, is z’n vervreemding pas echt een feit!

Stadslandbouw 3

Landbouw is het bebouwen van het land; daar is in eerste instantie letterlijk een bodem voor nodig en een landschap en boeren die met kennis van zaken en een continue zorg op duurzame, professionele wijze voedsel telen. De grotere samenhang van een landschap met landschaps- en natuurelementen waarbinnen aan landbouw wordt gedaan is essentieel voor duurzame, agro-ecologische voedselproductie. Dat kan hoogstens aan de rand van de stad gerealiseerd worden, maar niet IN de stad. De wens van de moderne stedeling om én stadsmens én boer te zijn, is onverenigbaar. In de steden zoals wij ze in Vlaanderen kennen, met dicht op elkaar gepakte woonkernen is geen landbouw in de ware zin van het woord mogelijk.

Maar ook hier is er tevens een economische dimensie. Het is niet omdat je thuis zelf je brood bakt dat je jezelf opeens een warme bakker mag noemen. De termen boer en landbouw horen thuis bij mensen die professioneel voor deze activiteit kiezen en er hun inkomen mee verdienen, die zich grondig op dit vlak geschoold hebben en die inzicht hebben in alle aspecten die horen bij een duurzame praktijk: ecologisch, economisch en sociaal; maar ook op het vlak van een globale visie op landbouw en van duurzame rechtsvormen rond landbouwbedrijven. Veel ‘stadslandbouw’-activiteiten vinden plaats op vrijwillige basis, met subsidies die op een totaal andere manier worden toegekend dan in de professionele landbouw, enz. Het is om vele redenen niet verstandig om beide werkvelden met dezelfde term aan te duiden.

Ik vind het prima als we spreken over stadstuinen, volkstuinen, daktuinen en groentenbakken, over stadstuinieren of voedselproductie in de stad, maar laten we het woord ‘landbouw’ behouden voor een activiteit die op een zekere schaal wordt uitgevoerd, professioneel, economisch rendabel, met continue zorg en die minstens plaatsvindt in een natuurlijk gevormde en diep doorwortelbare bodem omringd door een cultuurlandschap met natuurlijke elementen.

Voedselproductie IN de stad / Landbouw ROND de stad

Stadslandbouw 4

Wat volgens mij juist wél de naam stadslandbouw of beter stadsverbonden landbouw zou moeten dragen, is het grote potentieel aan zogenaamde ‘Community Connected Farms’ en CSA-initiatieven (Community Shared Agriculture) in de stedelijke rand of de nabije omgeving van de stad. Meer nog: dat lijkt mij de werkelijk te ontwikkelen stadsverbonden landbouw, namelijk de landbouwgordel die in de directe omgeving van de stad vers en snel te transporteren voedsel produceert voor de naburige stad, een directe band aangaat met de mensen uit die stad én daar bovendien een eerlijke prijs voor vraagt én krijgt.

De toekomst van deze stadsverbonden landbouw ligt in het her-verbinden; het openen van de stadspoorten voor de stedeling naar het omringende platteland enerzijds én voor de producten van dat omliggende platteland naar de stad anderzijds. Een nieuwe lokale band, zowel in de productstroom als in het bewustzijn tussen consument, boer en land.
Dat betekent ook dat landbouwgrond in de omgeving van steden bij voorkeur zou moeten (her)bestemd worden voor lokale productie. Dat is de échte grote uitdaging voor onze steden die een klimaatneutraal beleid willen voeren en nadenken over hun voedselvoorziening (Gent, Leuven, Antwerpen, Brussel, ….). Dat vraagt in eerste instantie om een bredere visie op de ontwikkeling van stadsparken en natuurrecreatiegebieden rondom de steden. Daar waar nu vaak alle landbouw uit die gebieden moet wijken of hoogstens nog de rol krijgt om weilanden te begrazen, is daar ook nood aan duurzame stadsverbonden voedselproductie die open staat voor de stedeling. Het vraagt ook om een halt aan de uitverkoop van landbouwgronden die nog in gemeenschapsbezit zijn, met name alles wat nog in bezit is van de stedelijke en gemeentelijke OCMW’s. Want de toegang tot grond, zeker rondom de stad, is voor boeren die duurzaam en stadsverbonden willen werken de allergrootste uitdaging. Het toekennen van duurzame gebruiksrechten aan nieuwe en vernieuwende boeren rondom de stad is een cruciale sleutel in de verdere ontwikkeling van wat stadsverbonden landbouw werkelijk hoort te zijn. En daar kunnen steden en gemeenten zelfs in samen werken met De Landgenoten, grondfonds voor bio-boeren.

Laten we dus de term ‘stadslandbouw’ (urban farming) afvoeren en ze vervangen door stadsverbonden landbouw (urban connected farming) enerzijds en stedelijke voedselproductie (urban food production) anderzijds.

Geert Iserbyt, 

Opleidingscoördinator Landwijzer

Read 3178 times Last modified on %PM, %13 %626 %2015 %14:%dec

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.