logo

%PM, %13 %621 %2014 %13:%okt

Langer werken: een verhit debat met verkeerde argumenten en verouderde uitgangspunten

Written by
Rate this item
(5 votes)

Langer werken: een verhit debat met verkeerde argumenten en verouderde uitgangspunten

Het federaal akkoord is gesloten. Een landing na 29 uur (!) onderhandelen. We moeten tot 67 jaar blijven werken om het pensioensysteem overeind, c.q. betaalbaar te houden. Een beslissing die veel emoties oproept. En zoals altijd bij zo’n maatregel is er een ingangsdatum, waarbij sommigen dan net op het verkeerde moment geboren blijken te zijn (inclusief mijzelf). Maar waarom roepen (slechts) twee jaren langer werken zoveel emotie op, en, is het wel de oplossing?

Uit een jaarlijkse enquête van een pensioenverzekeraar blijkt dat de Belg rond zijn zestigste op pensioen wil. Dat moet niemand verbazen. Sinds het begin van deze eeuw is elke westerse samenleving in hetzelfde bedje ziek: stress, burn-out en depressie. En in België mag je daar ook nog het alarmerend percentage suicides aan toevoegen. Depressies enz. zitten nog steeds in stijgende lijn met bijgevolg veel en langdurige arbeidsuitval. Ik ga u hier niet vermoeien met de vele onderzoeken die de economische kost van dit de maatschappelijke drama aantonen. Die loopt namelijk jaarlijks in de miljoenen. Is die kost eigenlijk wel meegenomen in dat ‘betaalbaarheidsdiscours’ van de regering? Economische kost is één ding, maar wat met het menselijk drama? Dat is nu net de kern van de zaak.

Tegelijk met het federaal akkoord viel mijn oog op deze krantenkop: ‘We checken smartphone 221 keer per dag’. Dat is elke vier minuten! Een treffend beeld van onze ratrace levens. De op steeds meer productiviteit gerichte en altijd maar beschikbaar en bereikbaar zijnde samenleving, waarin we onze agenda’s ook privé flink vullen, want we moeten zoveel. De lat wordt steeds hoger gelegd. We worden ondertussen links en rechts ingehaald door versnellende technologiën, machines en superalgoritmen en natuurlijk het fetisj van de economische groei. Die koste wat het kost overeind moet blijven. Computers worden elke twee jaar al twee keer zo snel. We zijn niet meer ver af van de kunstmatige intelligentie en de zogenaamde ‘technological singularity’ - het punt waar machines de overhand over de mens zullen hebben. Vooral in Azië nemen robotten steeds meer allerlei dagelijkse taken over en zijn ze er zelfs als ‘gezelschapsdier’ om de eenzaamheid te verdrijven. Een virtuele en mentale wereld, waarin we behalve in ons hoofd zittend, alleen nog maar één vinger nodig hebben om apparaten in gang te zetten. De rest van ons lichaam, ons werkelijke instrument en huis, hoeven we al niet meer te gebruiken.

Ook studenten en zelfs kinderen leiden al aan burn-out. De druk en het constant ‘moeten’ zit diep geworteld in ons denken. Een tredmolen zonder uitgang, zo lijkt het. Of je nu in het bedrijfsleven bij de overheid of in de non-profit werkt. Mensen moeten steeds meer op hun tenen lopen, constant presteren, deadlines halen en zich bijscholen via het zogenaamde continu leren om maar nuttig en productief te blijven. Het deel van de bevolking dat werkt, is overwerkt en draait steeds langere dagen (de druk van het overwerk). En onderhand zitten steeds meer mensen werkloos thuis. Dat deel dat kennelijk niet (meer) snel of slim genoeg is, het tempo niet aankan of niet aanwil, of dat gewoon niet past binnen de sjablonen van het systeem. Twee jaar langer moeten werken is dan bepaald geen cadeau, maar ook geen oplossing om iedereen weer te betrekken.

Overigens zit aan dat bijscholen en langer werken nog een andere kant. Staat men er wel bij stil dat het voor een 58-jarige of zo helemaal niet evident is om zich bij te scholen in de nieuwste technologiën of laatste softwarekennis, waar de jonge generatie a.h.w. al vanaf de geboorte mee heeft kunnen oefenen? Oneerlijke en onnodige concurrentie tussen generaties. Het probleem in de huidige arbeidsmarkt is dat er helemaal geen rekening wordt gehouden met de verschillen die er uiteraard zijn tussen mensen en leeftijden. De energie, kennis en ervaring van een twintigjarige zijn anders dan die van een zestigjarige. En daar is helemaal niets mis mee. Als mensen dan al langer zouden moeten werken, zal er ook anders met die oudere werknemer omgegaan moeten worden. Het heeft er veel van weg dat onze samenleving momenteel helemaal niet in staat is de kennis en levenservaring van oudere werknemers op hun juiste waarde te schatten en te waarderen en die veel effectiever dan nu te ‘benutten’ in de organisatie en voor de samenleving. Het zegt misschien veel dat mensen juist tijdens hun pensioen actief (willen!) zijn in vrijwilligerswerk. Een maatschappelijke relevantie, die overigens niet in het economische rekenplaatje meetelt.  

Een mens zou voor minder afhaken en een burn-out krijgen en inderdaad, liefst al voor zijn zestigste stoppen met die ratrace! Maar wat zijn dan de argumenten die de beslissers gebruiken voor het langer werken en het betaalbaar houden van het systeem? Er wordt gezegd dat het logisch is, want we leven onderhand veel langer. We worden nu gemiddeld ruim 80 jaar, dus dat is meer dan 20 jaar pensioen genieten en dat moet wel ergens van betaald worden. Opvallend bij dit argument is, dat iets grondig over het hoofd wordt gezien. De Wereldgezonheidsorganisatie heeft al jaren geleden met cijfers onderbouwd dat we in het westen weliswaar langer leven, maar dat de kwaliteit van dat leven niet noodzakelijk vooruit is gegaan. Integendeel, we lopen allerlei, vaak ongenezelijke of chronische, ziektes op, die juist die laatste jaren van ons leven behoorlijk kunnen vergallen. En wrang genoeg zijn sommige ziektes het directe gevolg van een arbeidsverleden in aanraking met gevaarlijke stoffen, zoals asbest of pesticiden of door overbelasting van lichaam en geest. Steeds meer wijst in de richting, dat burn-out later in het leven effect kan hebben op het ontwikkelen van chronische ziekten en zelfs kankers. Maar evengoed bijvoorbeeld door de toenemende luchtvervuiling, waar België geen goede cijfers kan voorleggen en waardoor we zelfs weer levensjaren inleveren.

Het is dus een misverstand te denken dat iedereen maar vrolijk achterover kan leunen om in het zonnetje twintig jaar lang van zijn pensioen te genieten. Stel u voor, eerst een leven lang hard werken en uitgeperst als een citroen uw pensioengerechtigde leeftijd halen om dan te merken dat lijf en leden en hart en ziel zijn uitgeblust. Overigens speelt de gezondheidszorgsector hier ook een dubbele rol. De farmaceutische industrie spint garen bij al die depressies en burn-outs en de verkoop van hun anti-depressiva tellen mooi mee bij het BNP. Leo Nefiodov, die economische trends bestudeert, voorspelt dat de komende 50 jaar de gezondheidszorgsector de grootste groei- (business) en tewerkstellingssector zal zijn. Nu al worden wereldwijd biljarden dollars geïnvesteerd in onderzoek, diagnose, therapie en management van ziekte. Waarbij we ons overigens kunnen afvragen of het hier wel altijd om gezondheidszorg gaat of eerder om ziektezorg. De uitdaging voor de toekomst is niet zozeer hoe we ziekte kunnen behandelen, maar hoe we (langer) gezond kunnen blijven.

En dat brengt me bij de kern van het debat over pensioenen en het al dan niet langer werken om het ‘betaalbaar’ te houden. Deze denkwijze is gebaseerd op een mens- en maatschappijvisie waarbij de mens nuttig en altijd bezig moet zijn. Die begrippen vormen de rode draad in het denken en doen van de moderne samenleving. Ledigheid is immers des duivels oorkussen. Ook vakbonden, hoewel die protesteren tegen het optrekken van de pensioenleeftijd, denken veelal vanuit dat systeem.

Dit waardensysteem en het daarop gebaseerde economische model, dat sinds de industriële revolutie inderdaad zeer succesvol is geworden, heeft de grenzen bereikt.  De rek is eruit. Zowel vanwege economische, sociale, ecologische, ethische als ook menselijke en filosofische redenen. Wat volledig ontbreekt in dit debat en bij de afwegingen die nu gangbaar zijn is, hoe we een menswaardige samenleving kunnen vormgeven en wat de mens daarin voor rol kan hebben en waarin de fundamentele vraag gesteld mag (moet) worden: wat is ‘la raison d’être’ van de mens? De reden van ons bestaan is wellicht niet een heel leven lang productief, nuttig en altijd bezig zijn en als een machine worden afgerekend in een vicieuze cirkel van alsmaar meer produceren om jobs te scheppen. Jobs, die we, gezien de hoge werkloosheid, steeds minder goed lijken te kunnen scheppen, noch dat het altijd om menswaardige en voor het milieu relevante jobs gaat. Het begrip arbeid mag daarin ook ter discussie staan. En na al die productie moeten we vervolgens wel consumeren om al dat geproduceerde toch van ‘nut’ te laten zijn. Want waarom zouden we er anders zoveel grondstoffen, energie en water doorjagen? En oh wee, als je je zuur verdiende loon uit veiligheid op een spaarrekening zet, opdat je er op je ‘oude’ dag nog wat aan hebt. We worden daarvoor zelfs ‘bestraft’, want je krijgt al geen rente meer en het geld ontwaardt. Nee, uitgegeven of geïnvesteerd moet het worden, liefst meteen, want alleen dat is goed voor de economie.

We kunnen veel beter dan dat. De pensioenleeftijd met twee jaar verlengen is niet meer dan lapwerk op een deken die uiteen valt. En dat is op zich inderdaad een pijnlijke en emotionele ervaring. Veranderen gaat nooit zonder afscheid nemen van het oude. Dat het anders moet is duidelijk. Als we de mens nu eens niet meer vanuit dat nuttigheidsbeginsel betrachten, maar vanuit een perspectief van ontplooïng, bijdrage en groei. Groei, zoals in de natuur (wij maken daar trouwens ook deel vanuit!), dat staat voor veranderen, metamorfose en aanpassing.

Zouden we geen samenleving willen waarin elke mens zijn of haar kwaliteiten en talenten kan ontwikkelen en die kan inzetten ten behoeve van anderen en van deze planeet?! De inzet van je lijf, hart en ziel voor solidariteit en zorg voor elkaar, voor het vinden van innovatieve en creatieve oplossingen voor de ecologische uitdagingen en daar met beide handen aan werken. Tevens het respectvol omgaan met grondstoffen en onze relatie met het ecosysteem herstellen, waarin gezondheid voor allen vertrekpunt van handelen is. En wellicht is onze belangrijkste reden van bestaan wel de kunst. Kunst, als ultieme en unieke vorm van het menselijk zijn! Daar mogen we een heel lerend mensenleven aan wijden en dan krijgen we vanzelf een andere kijk op onderwijs en arbeid. Begrippen, die dan in een heel ander daglicht komen te staan.

Immers, elke mens heeft een leven lang iets te bieden aan anderen en kan, in welke vorm dan ook, bijdragen aan het maatschappelijk weefsel, afgestemd op en met respect voor de eigen fysieke en mentale capaciteiten, tempo, bioritme en behoeften. Dan hebben we geen pensioengerechtigde leeftijd meer nodig, want mensen zullen ook op hogere leeftijd nog fit genoeg zijn om bij te leren, vaardigheden in te zetten en kennis door te geven aan volgende generaties. En in zo’n samenleving bekommeren we ons ook om diegenen die echt hulp behoeven en niet kunnen. Het goede nieuws is tevens dat we het huidige systeem kunnen veranderen. Het is immers geen voldongen feit, maar gewoon een menselijke uitvinding, die onderhand wel dringend innovatie behoeft.

Mogelijke oplossing is ook de idee van een basisinkomen voor iedereen. Dat geeft elk de kans zich te ontwikkelen zonder opgelegde regels of vanuit een nuttigheidsprincipe en de vooronderstelling altijd maar bezig te moeten zijn. Het geeft vele mogelijkheden aan iedereen die meer kan en meer wil doen in het leven, inclusief geld verdienen. En het staat een ieder toe om naar wens fasen van rust, herbronnen, iets nieuws leren of zorgtaken op zich te nemen, zonder uitgesloten te worden of in uitzichtloosheid  en armoede te vervallen. In het huidige systeem betekent bijvoorbeeld tien jaar geen werk hebben, ongeacht de reden, niet alleen uitsluiting, een enorme deuk in het zelfvertrouwen en een sociaal stigma, maar ook een serieus gat in de pensioenopbouw. Zeg maar, armoede verzekerd voor de oude dag.

Actief blijven tot op hoge leeftijd en iets toevoegen aan de samenleving kan wel degelijk, maar wel onder andere omstandigheden en met andere spelregels. Dat betekent ook het herwaarderen van vele zaken waar we nu volldig aan voorbij lopen en niet meetellen in de economische rekensommen. Onderzoek heeft overigens aangetoond, dat mensen heel verantwoord omgaan met middelen, die ze hebben gekregen zonder ervoor ‘gewerkt’ te hebben, als ze daar zelf zeggenschap over hebben. Uit verschillende experimenten blijkt dat daklozen en langdurig werklozen die een eenmalige som geld kregen, dat gebruikten om hun leven op poten te zetten en een economische activiteit te starten. Het geld werd niet, zoals sommigen veronderstelden, verkwanseld aan drank. Autonomie en een basis levenszekerheid verlengen ons leven, verhogen de levenskwaliteit en geven zin om een leven lang actief te blijven. Het draagt ook nog eens bij aan geluk. Een gelukkig mens zijn is een mooie ‘raison d’être’, lijkt me zo.

 

Read 28250 times Last modified on %PM, %29 %615 %2016 %13:%nov
Ans Rossy

Ans Rossy is orthopedagoog en ecologist in hart en nieren. Als experte in multi-stakeholder processen voor duurzaamheid en projecten voor gedragsverandering is ze al vele jaren actief in bedrijven, overheid en ngo’s en werkt ze met uiteenlopende doelgroepen. Ze heeft ruime internationale ervaring in diverse Europese landen. In 2012 heeft ze haar eigen project ‘Cycloasis, cycling to reconnect Earth and Humanity’ opgezet: een fietstocht door Frankrijk op bezoek bij inspirerende ecologische en solidaire projecten. Ze specialiseert zich verder in Nature & Environmental Interpretation en Natuurpedagogiek.

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.