logo

maandag, 21 mei 2012 08:22

Weg met het STOP-principe - Ruim baan voor de auto

Written by
Rate this item
(5 votes)

De partij van Bart De Wever wil de bakens in Vlaanderen grondig verzetten. De N-VA staat voor een nieuw conservatief beleid. Soms betekent dit dat men de klok jaren wil terug draaien. Zo bijv. op vlak van het mobiliteitsbeleid.

De N-VA wil het STOP – principe afschaffen. Dat maakte de partij bekend op een nationale studiedag  over mobiliteitsbeleid op 19 november vorig jaar in Hasselt. Het STOP- principe stelt een rangorde op van vervoerswijzen : in het verkeersbeleid moet er eerst aandacht gaan naar de stappers (voetgangers), dan naar de trappers (fietsers), vervolgens naar het openbaar vervoer (tram of bus) en pas in laatste instantie naar de privé-wagen.  Het STOP-principe heeft haar beste tijd gehad vinden de N-VA-mandatarissen. Het heeft in het verleden wellicht enig nut gehad, maar nu is het tijd om terug te kiezen voor het gezond verstand. Want het STOP-principe heeft niet geleid tot een modal shift – mensen blijven kiezen voor de auto. Het verkeer zal blijven toenemen. Een STOP zetten op de mobiliteitsgroei is onmogelijk.

Het KNIK- principe

De N-VA pakte dan ook uit met een nieuw ordenend principe : het “KNIK-principe”. En “KNIK” staat dan voor ‘Kwaliteit – Netwerken – Iedereen Mobiel en Knooppunten’. In het Witboek ‘Veilig Verkeer Hasselt’ werd dit principe door de N-VA voor het eerst toegepast op een reeks verkeersknelpunten in Hasselt. Het “KNIK”-principe werd er als volgt toegelicht:

•    KWALITEIT: Mobiliteit wordt afgemeten aan reistijd, comfort en prijs  … Daarbij meten we onze verplaatsing af in tijd. Bereikbaarheid is als mobiliteitsdoelstelling aan opwaardering toe.
•    NETWERKEN:  Sterke netwerken worden gevormd door een optimale mix van vervoers-middelen en houden rekening met de ruimtelijke context.
•   IEDEREEN MOBIEL: Elke gewenste verplaatsing moet gemaakt kunnen worden wanneer men er behoefte aan heeft, dus niet gebonden aan tijdstip of plaats.
•   KNOOPPUNTEN: Dit zijn de sluitstukken van het mobiliteitsnetwerk. Knooppunten zijn plaatsen waar vervoerswijzen mekaar vinden en uitgroeien tot communicerende vaten.

Vrij vertaald komt het hier op neer : de auto mag niet meer op de laatste plaats komen, maar moet als verplaatsingswijze terug een volwaardige rol spelen. De N-VA komt op voor een betere doorstroming voor auto’s en een capaciteitsverhoging voor het autoverkeer.  Als alternatief voor de ‘modal shift’ zweert de N-VA bij ‘comodaliteit’. Daarmee verzetten ze zich tegen een onderschikking van de wagen aan andere verplaatsingswijzen. Ze willen minstens een nevenschikking. En eigenlijk een inhaaloperatie ten gunste van de wagen. Met comodaliteit verwijzen mobiliteitsdeskundigen  meestal naar het inschakelen van verschillende verkeersmodi in één vervoerssysteem.  Bijvoorbeeld het  verbeteren van openbaar vervoer door een beter voor- en na transport, met de fiets of de wagen. De N-VA spreekt eerder van een optimale mix van vervoerswijzen die rekening houdt met ieders individuele keuze. De auto wordt dan terug concurrent van de bus.

Mijn auto, mijn vrijheid

Ieder moet op elk moment kunnen kiezen hoe hij zich wil verplaatsen, zegt de N-VA. Versta : ieder moet overal en altijd met de auto terecht kunnen. En dat mag niet te veel tijd kosten. Bereikbaarheid moet in het verkeer terug centraal komen te staan, versta : bereikbaarheid voor de auto, snel op je bestemming geraken met de auto. Andere mobiliteitsdoelstellingen uit het Mobiliteitsplan Vlaanderen krijgen volgens de N-VA- ers nu te veel gewicht. Zo bijv. de basismobiliteit (via het openbaar vervoer). Of de leefbaarheid. Een citaat uit het N-VA-verkeersplan voor Hasselt : “N-VA Hasselt pleit er dus voor om wegen in de eerste plaats in te richten waarvoor ze moeten dienen, namelijk om mensen de kans te geven zich vlot en veilig via alle modi te verplaatsen…. Het functionele moet primeren. Het groen en esthetische is belangrijk in functie van de leefbaarheid, maar moet op de tweede plaats komen.”  Vrij vertaald : geef de weg terug aan het verkeer, of sterker nog : geef de weg terug aan het autoverkeer…

Men zegt het niet altijd met zoveel woorden. Maar de boodschap is duidelijk : de N-VA wil komaf maken met jaren van rood  en groen mobiliteitsbeleid.  Symbolen van het gewraakte beleid zijn de mobiliteitsconvenants en het beruchte STOP-principe.

Waar komt het STOP-principe vandaan?

Maar vergis u niet : het STOP-principe is geen uitvinding van Steve Stevaert of van Isabelle Durant. Het is niet de vrucht van een links complot tegen de weldenkende automobiele Vlaming.  Ere wie ere toekomt. Het STOP-principe is uitgevonden door de CVP en werd in 2001 gelanceerd door niemand minder dan Carl Decaluwé .  Toen de CVP in de oppositie zat. Als kritiek op Stevaert. Omdat Stevaert niet ver genoeg ging.

We citeren graag Carl Decaluwé  (De Standaard, 31/8/2001) : “STOP staat voor de rangorde van vervoersvormen, te beginnen met de Schoenen (voetgangers), Trappers (fietsers), Openbaar en collectief vervoer, om te eindigen bij de minst wenselijke mobiliteitsvorm, de Personenwagens. Vergelijk het met de ladder van Lansink als norm voor het afvalbeleid, waarbij verbranding als allerlaatste oplossing geldt.  Het STOP -principe vereist een hele mentaliteitswijziging.  Bij de aanleg van een weg in een dorpscentrum bijvoorbeeld, moet eerst ruimte worden voorzien voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en pas in laatste instantie voor wagens.” Ook fiscaal moest dit principe toegepast worden : wie te voet of met de fiets of met het openbaar vervoer naar het werk ging, moest daarvoor beloond worden. En – ik citeer letterlijk de perstekst van de CVP : “op lange termijn, als de reistijd met het openbaar vervoer vergelijkbaar is met die van de wagen, moet de fiscale aftrekbaarheid van het woon-werk-verkeer per wagen worden afgeschaft”.

STOP- principe  wordt wet

Het STOP-principe raakte het voorbije decennium helemaal ingeburgerd. Meer zelfs het is in Vlaanderen nu wet geworden : het staat gebeiteld in het Mobiliteitsdecreet van 2009 (pas herzien en goedgekeurd - ook door de N-VA) in februari 2012. We citeren voor alle duidelijkheid artikel 4, 2° lid van dit decreet:

“De overheden, diensten, agentschappen en rechtspersonen .. houden bij het voorbereiden, het vaststellen, het uitvoeren, het volgen en het evalueren van het mobiliteitsbeleid ook rekening met de volgende beginselen :
1° het STOP-beginsel, op grond waarvan de volgende rangorde wordt gerespecteerd voor de wenselijke mobiliteitsvormen :
a) de voetgangers;
b) de fietsers;
c) het collectieve vervoer;
d) het individueel gemotoriseerde vervoer.”

Het is ook één van de ordenende principes van het Mobiliteitsplan Vlaanderen.

STOP of POTS ?

Er was de laatste jaren heel wat kritiek op het STOP- principe. Omdat de term te pas en te onpas gehanteerd werd. Maar in feite was dat dikwijls erg hypocriet, want het beleid zelf veranderde nauwelijks. Kris Peeters, niet de minister-president, maar de kritische denker over auto en verkeer, spreekt in zijn boek ‘De File Voorbij’ daarom van het POTS-principe : in de praktijk blijft de personenwagen immers op de eerste plaats komen. Het beleid van zijn naamgenoot, de minister-president staat daar garant voor : zowel de vorige als deze Vlaamse regering kiest prioritair voor investeringen in logistiek en de realisatie van missing links, ontbrekende schakels in het wegennet voor wagens en vrachtwagens. Tegelijk wordt zwaar bezuinigd bij de Lijn en wordt slechts tergend traag geïnvesteerd in betere fiets- en voetpaden. Ook vanuit de Groenen werd deze kritiek steeds opnieuw herhaald.

HALT aan STOP

Maar de kritiek van de N-VA is van een heel andere orde. Zij verwerpen in wezen het STOP- principe en draaien daardoor de klok jaren, zelfs decennia terug. Waar in Vlaanderen opeenvolgende ministers, verkeersdeskundigen, middenveldorganisaties en ambtenaren stapje voor stapje timmerden aan een moeizame mentaliteitswijziging waarbij  de auto niet meer automatisch voorrang kreeg, maar er steeds meer aandacht kwam voor verkeersveiligheid, leefbaarheid van bewoners, groen, propere lucht, rust en de doorstroming van het openbaar vervoer, reikt de N-VA nostalgisch  terug naar een verleden waar de automobilist koning was. Daarmee gaan ze straal in tegen bestaande decreten en plannen die ze zelf mee goedkeurden.

Ze zouden bij de N-VA misschien nog een punt hebben, als de auto in Vlaanderen echt in de verdrukking zou zijn. Maar niets is minder waar. Eind 2009 reden er in Vlaanderen meer dan 3 miljoen wagens rond. 70% van de woon-werk-verplaatsingen in Vlaanderen gebeurt nog altijd met de wagen.  De fiets haalt 12%, het openbaar vervoer haalt amper 10%. In absolute aantallen stijgt het aantal fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer gestaag. Maar procentueel blijft de dominantie van de auto overweldigend.  Het vermeend radicale anti-auto-beleid van de voorbije jaren slaagde er hoogstens in een deel van de groei van het verkeer af te leiden naar alternatieven voor de auto.

Is het dan zo dat het aantaal verkeerslachtoffers verwaarloosbaar klein is geworden? Of is de vervuiling door het verkeer weggeblazen? Ook dat is duidelijk niet zo. In Vlaanderen sterft  gemiddeld iedere dag minstens één persoon in het verkeer (383 verkeersdoden in 2011) en neemt het aantal letselongevallen nog toe. Ook de pieken van fijn stof en stikstofoxiden blijven fameus zorgen baren.  Europa heeft ons al geregeld op de vingers getikt.

Of is het probleem misschien dat het STOP- principe overal te landen veel te rigoureus werd doorgedrukt? Het tegendeel is waar. Het Vlaams mobiliteitsbeleid is nog altijd vooral afgestemd op de auto. In vergelijking met veel andere regio’s hinkt Vlaanderen steeds verder achterop. Autoluwe, leefbare binnensteden, grote uitgestrekte voetgangersgebieden,  een vlotte doorstroming van trams en bussen op hoofdassen, veilige vrijliggende fietsroutes en vooral moderne obstakelvrije en comfortabele voetwegen, we kunnen er op veel plaatsen alleen maar van dromen.  De grote modale verschuiving, de duurzame transitie in het verkeer  moet nog beginnen. Het is dus dringend nodig om meer te doen. En zeker niet minder.

De klaagzang van de N-VA is dus misplaatst.  Hun conservatief pleidooi  voor eerherstel voor de auto komt neer op een keuze voor het recht van de sterksten. N-VA wil de sterke weggebruikers terug voortrekken. STOP versus KNIK : het is geen vrijblijvende strijd, het is een strijd om waarden : kiezen we ervoor om de zwakke weggebruiker, om verkeersveiligheid, om verkeersleefbaarheid centraal te stellen? Of kiezen we voor het recht van de sterkste in het verkeer, voor snelheid en tijdswinst, voor  het comfort van de rijksten?  Met hun pleidooi tegen het STOP-principe zijn de N-VA-ers ten minste  duidelijk. En dat siert  hen.  We kunnen het dan duidelijk met hen oneens zijn.

Omdat Vlaanderen geen nieuwe alliantie voor de auto nodig heeft.

Read 8196 times Last modified on vrijdag, 03 april 2015 11:50
Johan Malcorps

Fractiesecrertaris van de Groen!-fractie in het Vlaams

Parlement - voormalig parlementslid en politiek

secretaris van Groen!

C:\Users\johan.malcorps\Pictures\080620_01_JohanMalcorps.jpg

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.