logo

%AM, %01 %442 %2015 %09:%dec

Morgen kan niet business as usual zijn

Written by
Rate this item
(4 votes)

 

Het zit al meer dan twintig jaar in een knipselmap: een artikel waarin Duitse ingenieurs de duurzame auto voorspellen. Dankzij de technologische vooruitgang zouden auto’s rond 2015 amper twee liter verbruiken. Het is kenmerkend voor zulke optimistische toekomstvoorspellingen: vanuit een groot geloof in technologie nemen ze de vlucht vooruit. En dat vinden we best aangenaam, want zo moeten we de huidige gang van zaken niet in vraag stellen.

Versta me niet verkeerd, dit is geen pleidooi tegen technologie. Ik studeerde voor bio-ingenieur uit liefde voor techniek, op mijn dak liggen hightech zonnepanelen. Maar we moeten af van het verhaal dat het wel goed komt met het klimaat, als we voldoende tijd geven aan technologische ontwikkeling, zonder dat de politiek een al te grote rol hoeft te spelen. Want ondertussen gebruiken we wereldwijd nog elk jaar meer grondstoffen en fossiele brandstoffen. En rijke hightech regio’s als Vlaanderen zitten in de top tien van landen met de grootste ecologische voetafdruk. Tijd om in de spiegel te kijken: zo geven we onze kinderen geen toekomst.

A+++ gaat ons niet redden

Uiteraard heb ik ze thuis staan: een A+ koelkast en een diepvriezer met nog twee plussen extra. Het is zeer belangrijk dat ingenieurs zulke energie-efficiënte toestellen ontwikkelen. Alleen is het effect ervan kleiner dan we denken. Wetenschappers noemen dit het rebound effect: er is een terugslag die een deel van de milieuwinst teniet kan doen. Want wat doet een mens met de enkele honderden euro’s die hij uitspaart dankzij de isolatie van zijn dak? Op citytrip gaan naar Barcelona. In de eindbalans is zijn globale milieudruk gestegen!
Dat is uiteraard geen reden om geen milieuvriendelijke maatregelen te nemen. Bovendien is het is al te makkelijk om individuen met de vinger te wijzen en daarbij de structurele analyse uit het oog te verliezen. Zolang regeringen niet de moed hebben om bijvoorbeeld vliegtuigreizen zwaar te belasten, is zo’n rebound effect logisch in een wereld waarin we dagelijks een tsunami aan aanlokkelijke reclame over ons heen krijgen.

Van efficiëntie naar sufficiëntie

Recent las ik een artikel over de milieu-inspanningen van Coca-Cola. Het bedrijf investeert fors in het duurzaam gebruik van water. Het doel? Blijven groeien.
Net daar ligt het kalf gebonden. Op een eindige wereld kan een economie niet blijven groeien. Het is de hoogste tijd dat we terugkeren naar de essentie van waar eco-nomie voor staat: de leer van het huishouden. Hoe zorg je ervoor dat het met elk lid van het huishouden goed gaat? En wat is de essentie van het goede leven? Wat hebben we echt nodig om gelukkig te zijn, en vanaf welk niveau van consumptie dragen extra spullen nog amper bij tot een vervuld leven?
Dat zijn de vragen die tot de kern van het publieke debat moeten behoren. Als we bijvoorbeeld kinderopvang en ouderenzorg belangrijker vinden dan maximale consumptie van spullen uit China, is het dan niet evident dat regeringen eindelijk een juiste prijs zetten op grondstoffengebruik en transportkilometers? Waardoor ze arbeid veel goedkoper kunnen maken. Het voorbeeld toont dat een doortastend klimaatbeleid de levenskwaliteit fors kan verhogen.

Burgers tonen de weg

Nog iets wat de eenzijdige focus op technologische innovatie onderschat: de menselijke creativiteit toont zich ook in sociale innovatie.
Autodelen: hoe komt het dat we daar niet veel eerder zijn opgekomen? Een deelauto vervangt tien tot twaalf auto’s. Autodelers gaan ook bewuster om met hun mobiliteit en rijden minder kilometers.
Donderdag veggiedag: nog zo’n subliem initiatief, zeker als lokale overheden het ondersteunen. Zulke initiatieven werken, omdat ze niet louter inzetten op individuele gedragswijziging. Op je eentje diëten in een snoepwinkel houdt niemand vol. Maar samen met medeburgers een gezondere winkel opzetten, biedt wel een langetermijnperspectief. Collectieve praktijken zijn duurzaam omdat ze deelnemers positief waarderen, en er nieuwe gemeenschappen ontstaan. Dat het niet om peanuts gaat, bewijst de Energiewende in Duitsland en in Denemarken. Daar richten in steeds meer plaatsen burgers energiecoöperaties op voor de productie van hernieuwbare energie. Deze burgers herontdekken op actieve wijze de politiek: samen vorm geven aan de toekomst. Ze kunnen nog veel meer doen, als overheden hen actief zouden ondersteunen zoals het geval was in Duitsland.

Regeringen laten ons in de steek

Regeringen laten hun bevolking in de steek als het gaat om klimaatbeleid. De normale procedure – burgers verkiezen politici die voor hun welzijn zorgen – werkt niet meer. Dat zet burgers aan tot actie. In eigen land spreekt de voorzitster van Climate Express over de nood aan burgerlijke ongehoorzaamheid. Andere burgers starten de Klimaatzaak: ze dagen hun regering voor de rechtbank. In Nederland alvast met succes; de rechter in Den Haag oordeelde dat Nederland tegen 2020 zijn uitstoot met 25 procent moet verminderen. Dat stemt de Belgische initiatiefnemers van de Klimaatzaak optimistisch. Maar het blijft godgeklaagd dat regeringen niet spontaan het welzijn van haar bevolking veiligstellen met een vooruitziend klimaatbeleid. In plaats van onze samenleving toekomstvaardig te maken, lijken ze de toekomst te vergeten. Alsof de dag van morgen gewoon business as usual kan zijn.

De vrije markt zal het niet voor ons klaren

De voorbije tien jaar kozen regeringen vooral voor marktwerking voor de uitvoering van het klimaatbeleid gericht op grote bedrijven. Dit systeem van verhandelbare emissierechten – je kunt als bedrijf je recht om broeikasgassen uit te stoten doorverkopen als je milieuzuiniger wordt – zou leiden tot de efficiëntste vermindering van broeikasgassen. De realiteit toont dat het systeem niet werkt; de emissierechten zijn namelijk veel te goedkoop. Sommigen verklaren dit marktfalen door erop te wijzen dat de emissiemarkt slecht wordt gereguleerd en dat het dus gaat om een overheidsfalen. Dat toont dat zelfs bij een keuze voor marktwerking het finaal de overheid en dus de politiek is die de cruciale actoren zijn.

De vraag is of we de omweg van de marktwerking nodig hebben. Zo verdedigen heel wat tegenstanders van emissierechten het systeem van een koolstoftaks, bij voorkeur aan de bron. Thomas ¬Piketty formuleert de prikkelende vraag of het rechtvaardig is dat landen, die door stom toeval het grondgebied beheren waaronder grote voorraden fossiele brandstoffen zitten, al de inkomsten vergaren. Als we deze voorraden omschrijven als rijkdommen van de hele mensheid kan een mondiale koolstoftaks verdedigbaar zijn, bijvoorbeeld geïnd door de Verenigde Naties, die toelaat de transitie naar een rechtvaardige samenleving zonder fossiele brandstoffen wereldwijd te financieren.

Hoe hoger het beleidsniveau, hoe kleiner het beleid?

Het is een paradox in heel wat landen: hoe hoger het beleidsniveau, hoe minimaler het klimaatbeleid. Terwijl onze regeringen niet komen tot een doortastend klimaatbeleid, en ook de Europese Commissie zich terughoudend toont, nemen steeds meer steden het voortouw in een klimaatbeleid die naam waardig. Het Burgemeestersconvenant, de grootste Europese beweging van lokale en regionale overheden, engageert zich vrijwillig om tegen 2020 zijn CO2-uitstoot met 20 procent te verminderen. Ondertussen hebben meer dan zesduizend burgemeesters die 200 miljoen inwoners vertegenwoordigen, het engagement ondertekend. In de aanloop naar de Klimaattop van Parijs is zelfs een tweede, nog ambitieuzere convenant van burgemeesters gesloten, dat de CO2-uitstoot met veertig procent wil reduceren tegen 2030. Afgelopen maandag keurde de Gentse gemeenteraad de ondertekening goed. Andere gemeenten zullen volgen.

Klimaatbehoud kan enkel met andere politiek

Onze samenleving dendert als een trein zonder remmen in de richting van het klimaatravijn. Politieke verklaringen die enkele reizigers op die trein even in de andere richting doen lopen, veranderen daar niets aan. We zullen de sporen moeten verleggen, zonder dat de trein ontspoort. Het is gevaarlijk naïef te verkondigen dat deze koerswijziging er zal komen door spontane gedragswijziging of technologische innovatie.
In feite is klimaatbeleid de lakmoesproef voor de politiek van de 21ste eeuw. Deze proef kan slagen, maar vergt de combinatie van verschillende, elkaar versterkende elementen: regeringen die hun nek uitsteken zoals in Duitsland met de Energiewende, en die actief burgerinitiatieven ondersteunen. Lokale besturen die het voortouw nemen en in netwerken hogere overheden inclusief Europa onder druk zetten. Regeringen die de markteconomie beter reguleren, zodat het rebound effect de inspanningen van consumenten niet langer tenietdoet. Regeringen ook die bedrijven die vooroplopen in duurzaamheid, ondersteunen en versterken via progressief strenger wordende milieunormen.

Deze maatregelen samen kunnen de vruchtbare bodem vormen waar een doortastend klimaatakkoord in Parijs in kan gedijen.

 

Dit essay verscheen in De Standaard van 28/11/2015.

 

Read 2673 times Last modified on %PM, %13 %622 %2015 %13:%dec
Dirk Holemans

Dirk Holemans: coördinator van denktank Oikos / hoofdredacteur

van gelijknamige tijdschrift / publicist

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.