logo

woensdag, 30 mei 2012 14:21

„A complete tempest in a tea-pot“?

Written by
Rate this item
(0 votes)

Marc Roche meldt in Le Monde van 8 april grote verliezen in het Chief Investment Office van JPMorgan, opbasis van een bericht op de voorpagina van The Wall Street Journal van 6 april. De voorzitter en CEO van JPMorgan, Jamie Dimon ridiculiseert het bericht en zegt dat het gaat om “A complete tempest in a tea-pot”.

Het voorval lijkt om veel meer te gaan dan een onbetekenend fait divers. Het is eerder tekenend voor de strijd die er gevoerd wordt over de regulering van het bankwezen.

 

Foutje of kanarie in een kolenmijn?

Marc Roche meldt in Le Monde van 8 april[i] grote verliezen in het Chief Investment Office van JPMorgan, opbasis van een bericht op de voorpagina van The Wall Street Journal van 6 april. De voorzitter en CEO van JPMorgan, Jamie Dimon ridiculiseert het bericht en zegt dat het gaat om “A complete tempest in a tea-pot”.

De berichten over de grote verliezen worden in verband gebracht met de geruchtenmolen over de trader Bruno Iksil. In “The City”, de “Londense walvis” genoemd omwille van de grote bedragen die hij inzet of “Voldemort” (de “slechterik” in de verhalen over Harry Potter). Het blijkt echter niet te gaan om een eigenzinnig optreden van een trader, maar om de strategie van het concern zelf. Ongeveer een maand later wordt dit duidelijk in de media. Jamie Dimon geeft op een inderhaast samengeroepen persconferentie, op donderdag 11 mei, toe dat er een handelsverlies is van $2 miljard in de “synthetic credit portfolio”. Veel wijzer is zelfs de gespecialiseerde financiële pers niet met die aanduiding[ii]. De voorzitter,tevens CEO zegt op dezelfde persconferentie dat het verlies het gevolg is van “slopiness, bad judgment and studpidity, his own and his colleagues”[iii].

Het gaat dus niet om de misstap van één enkele trader, zoals bij UBS (Kweku Adoboli, 31 jaar, verlies $2,3 miljard), de Société Générale (Jérôme Kerviel, 34 jaar, verlies $6,3 miljard) en Goldman Sachs (Fabrice Tourré, 31 jaar, verlies $ 550 miljoen). In elk van deze gevallen kan minstens de vraag gesteld worden hoe binnen dergelijke financiële instellingen de interne controlemechanismen opgezet zijn en werken, als zo jonge mensen zo grote sommen kunnen verliezen.

Bij JPMorgan gaat het om een geroutineerde trader, binnen het belangrijke “Chief Investment Office” (CIO), vanuit de hoofdzetel geleid  door een veteraan van JPMorgan  (Ina Drew, 30 jaar JPMorgan, hoofd CIO sinds 2005 en door Dimon zelf aangesteld), die een speciale manager (Achilles Macris) aanstelde (sinds 2006) om de handelsactiviteiten in het filiaal in Londen te superviseren.

De voorzitter en CEO van JPMorgan, Jamie Dimon, “personally approved the concept behind the disastrous trades, according to people familiar with the matter. But he didn’t monitor how they were executed, triggering some resentment among other business chiefs who say the activities of their units are routinely and vigorously scrutinized”, Aldus “The Wall Street Journal” van 18 mei 2012[iv].

De gebeurtenissen hebben wel degelijk te maken met een strategie van JPMorgan, goedgekeurd op het hoogste niveau en gecontroleerd door topkaderleden die het volste vertrouwen genoten van de voorzitter en CEO, weliswaar gecumuleerde functies, van JPMorgan.

 

Midden het debat over regulering van financiële instellingen in de VS.

De financiële crisis die op gang kwam in de periode 2007-2009 heeft een nieuw debat op gang gebracht over de positie en strategie van financiële instellingen in de samenleving en in de sterk vervlochten economieën in diverse delen van de wereld. Het debat in de VS heeft ook repercussies op het Verenigd Koninkrijk, Europa, Azië. De JPMorgan crisis illustreert opnieuw de verbondenheid tussen “Wall Street” in New York en “The City” in Londen. Financiële centra en financiële instellingen zijn (ondoorzichtig) vervlochten met mekaar en concurreren met elkaar. Het reguleringsdebat in de VS hangt samen met hetzelfde debat in het Verenigd Koninkrijk en in Europa en diens samenstellende lidstaten.

Het is een debat dat met tussenpauzes woedt sinds de bankencrisis, onderdeel van de Grote Depressie van de jaren dertig. Het debat omtrent de bankencrisis, onderdeel van de Grote Recessie van de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw is debet aan de oplossingen van de jaren dertig, vastgelegd in de Glass-Steagall Act van 1933 van de Roosevelt-administratie.

Deze wetgeving wilde financiële paniek - “a run on the bank” - vermijden door een overheidsgarantie op het spaargeld en door de scheiding van spaarbanken (“commercial banks”) en investeringsbanken. Er kwam een strikte reglementering van toegelaten operaties voor de spaarbanken. De spaarbanken kregen het verbod om zich te bewegen op het domein van de risicovolle beleggingen. Die scheiding zou er voor zorgen dat de overheid niet in een “zwart gat” zou terechtkomen door de gevolgen van hoog riskant gedrag van speculerende financiële markten. Het spaargeld zou door deze maatregel beschermd worden. Het betekende het einde van het model van de universele banken, die zowel de rol speelden van depositiebank als allerlei financiële diensten en complexe transacties ontwikkelden. In Europa werd het model van de universele banken echter nagenoeg intact gehouden, in Japan werd het VS-model tijdens de bezettingsperiode min of meer opgelegd, het VK wijzigde (bijna) niets aan zijn banksysteem.

In de jaren 1980 en 1990 werd de Glass-Steagall-wet uitgehold door een veelvoud van processen:

1/ Het ontwikkelen van nieuwe gesofisticeerde financiële producten waarop niet geanticipeerd werd door de bankenwet van 1933[v]. Het ontstaan van een immense derivatenhandel met onderliggende producten en indexen (vandaar derivaten) en een steeds groter wordende verzekeringsmarkt tegenover deze derivaten (CDS of Credit Default Swaps). Het toepassen van risicomanagement met behulp van statistische methoden bij het construeren en beheren van deze moderne financiële producten.

2/ De neoliberale doctrine die het niet nodig achtte deze nieuwe producten te reguleren, de markt was immers rationeel en de overheid was een falende actor. De grote financiële instellingen ontwikkelden hun eigen risicomanagement met behulp van een hoogopgeleide expertocratie. Vertrouwen in de markten was dus op zijn plaats, de overheid moest dit niet verstoren. Dit zou alleen tot onbedoelde en perverse effecten leiden. “Big government is not the solution, it’s the problem” acteerde Ronald Reagan met veel overtuiging en een groot optimisme uitdragend.

3/ De concentratie in de bankensector waardoor “commercial banks” en investeringsbanken fuseerden. De scheiding van spaarbanken en investeringen in de financiële markten werd te niet gedaan. Daardoor kwam op zijn minst een impliciete garantie van de overheid tot stand voor de gevolgen van activiteiten met een hoog risicogehalte, ook voor de “big banks”. JPMorgan  Chase bijvoorbeeld was opgebouwd uit een reeks fusies. In 2004 werd Bank One, waaruit Jamie Dimon kwam na zijn overstap uit de Citigroup, opgenomen in JPMorgan Chase.

4/ Deze grote financiële conglomeraten zochten expansie in gebieden met hoge spaarquotes: financiële globalisering. De petrodollars van de oliecrisis zochten zelf naar investeringen in Wall Street, maar de Europese markt met hoge spaarquotes en deze vrijgekomen door de privatiseringen van de pensioenstelsels moesten Amerikaanse banken zelf opsporen. “The City” was hierbij een belangrijke schakel om de traditionele Europese bankiers te overtuigen van de veel modernere financiële producten (met grote opbrengst en met sterk risicomanagement) ontworpen in de VS, exponent van de financiële innovatiekracht van de Amerikaanse investeringsbanken. Het traditionele Europa werd in slaap gekust door de droom van het “volkskapitalisme”: weg met het traditionele sparen! Leve het moderne beleggen! Dit volkskapitalisme werd uitbundig uitgedragen door de media en door beleggerclubs (het nieuwe middenveld).

De regulatie in de verschillende gebieden van de wereldeconomie was volgens diverse modellen uitgebouwd en verkeerde in diverse graden van verval onder druk van de erosie van het dereguleringsethos. Er was helemaal geen coördinatie en bovendien speelde het concurrentieargument tussen verschillende financiële centra, wat geen erg grote stimulans was om een minimum aan globaal geharmoniseerde regulatie uit te bouwen.

5/ In de VS werd de uitgeholde Glass-Steagall Act opgeheven in 1999 door de Gramm-Leach-Bliley rules, de “Financial Services Modernization Act”. Het moderne laissez-faire financieel kapitalisme zou gloriedagen beleven.

Door de innovatie in de financiële producten, die niet opgevangen werden door de bankwet van 1933 was een groot gebied van schaduwbankieren ontstaan: de modernisering van het bankieren in een gedereguleerde maatschappij bracht als erfenis, een heel instabiel financiewezen met zich, geplaagd door vele crisissen, die echter niet gezien werden als uitingen van een systeemcrisis.

De formele liquidatie van de Glass-Steagall Act in de VS gebeurde door de Clinton-administratie[vi]. Het was de periode van de “New Democrats”, van “New Labour” in het Verenigd Koninkrijk, de “Neue Mitte” van Gerhard Schröder in Duitsland en van het “afschudden van de ideologische veren” in het Nederland van Wim Kok. In het bijzonder de convergentie tussen de “New Democrats” en “New Labour” is van belang, wegens de samenhang tussen Wall Street en “The City”. “The Big Bang” van de Londense “City” in 1986 onder de regering Thatcher werd verder uitgebouwd, ook door haar zonen van “New Labour”[vii].

 

Bazel I, II en III: globale regulatie van het financiële bestel.

Concentratie, globalisering, de zoektocht naar opbrengst op nieuwe markten waar spaaroverschotten aanwezig waren of zijn, was een kweekgebied voor gigantisch grote financiële bedrijven die zich als kameleons aanpasten aan de kleur van de flora van financiële en fiscale regulaties in de diverse landen en economieën. De globalisering van de complexe grote financiële instellingen en de competitie tussen landen om financiële activiteiten aan te trekken zorgden voor deregulerende druk in de landen met oude of nieuwe beloftevolle financiële centra.

Toch werden er pogingen ondernomen om tot globale regulatie te komen: de Bazel akkoorden. De gesprekken tussen centrale bankiers en de meer en meer tandeloos geworden toezichthouders (in het Bazel Comité in het kader van de “Bank voor Internationale Betalingen”) wilden de regulatie van de financiële sector harmoniseren en vooral minimum vereisten voor eigen kapitaal van de banken vastleggen. Het waren pogingen om de risico’s van investeringen (hypotheken, aandelen, overheidsschuld) in te schatten (en in te dekken à rato van het geschatte risico) en ook om te vermijden dat  deze investeringen te veel met kortetermijnfinanciering zouden worden gedekt. Maar het oprukkende schaduwbankieren holde de Basel I-normen nog vlugger uit dan ze tot stand kwamen. Het grote probleem van de benadering was dat té veel werd gefocust op de aparte financiële instellingen (micro-prudentiële benadering) en te weinig op de stabiliteit van het financiële stelsel (macro-prudentieel). Het risico van de stabiliteit van het geheel verdween onder de radar, door de exclusieve gerichtheid op de afzonderlijke instellingen.

In 1988 kwam het Basel I akkoord tot stand, de onderhandelingen voor Basel II startten in 1998 en werden afgerond in juni 2004. De uitvoering werd doorkruist door de financiële crisis. De onderhandelingen voor Basel III startten in de herfst van 2008 op de G20-top en werden afgerond in de herfst van 2010.[viii] Het resultaat is een ambitieuze agenda die niet voor 2019 zal geïmplementeerd zijn. De nadruk ligt veel meer op het beheersen van de bronnen van financiële (in)stabiliteit, op het voorkomen van nieuwe systeemcrisissen. Er is echter veel tegenstand van de bankenlobby’s en er zit zand in de raderen omwille van de competitiviteit tussen de landen die grote financiële centra herbergen.

Het beheersen van overdreven risicogedrag, vooral in de hausse van conjuncturen, van overdreven en ondoorzichtig interbancair leenverkeer wegens de complexe onderlinge vervlechting van bankinstellingen, de hausse (overdreven risicogedrag) en het bijna compleet opdrogen (kredietschaarste) van interbancaire financiering op korte termijn zijn evenveel belangrijke agendapunten die om uitwerking vragen en ook weerstand oproepen. De normen betreffende de eigen fondsen van de grote systeembanken, vooral voorkomen dat de kredietverlening het boomen van de economie versterkt en de eventuele krimp nog groter maakt zijn moeilijke punten. Het verzekeren van de liquiditeit op korte en ook op lange termijn door normen op dit gebied te ontwerpen en te bewaken stoten op hevige weerstand. Hier is dan nog niet gesproken over richtingen van krediet bijvoorbeeld op het gebied van investeringen betreffende ecologische modernisering, bestrijden van armoede en ziektes in de diverse delen van de wereld. Zijn de hefbomen betreffende het richting geven aan de kredietverlening niet het meest essentieel voor een meer leefbare wereld voor iedereen?

Al deze kwesties hebben betrekking op de verhouding tussen een striktere regulering versus het rekenen op de “discipline van de markt” en de “autoregulatie door het vrije financiële bestel zelf”.

 

De regulatie van het financiële systeem in de VS: Dodd –Frank Act?

De Dodd-Frank Wall Street Reform and consumer protection Act (2010) bestaat uit meer dan 800 bladzijden wettekst, met 243 maatregelen die vernoemd zijn in de wettekst zelf. Daarvan moeten er nog een heel pak uitgewerkt worden en in de praktijk gebracht. Het wetgevingsproces is ingewikkeld en de uitvoering evenzeer. De agenda is verre van voltooid en de uitvoering brengt veel discussie mee[ix]

De Frank-Dodd-wetgeving maakt geen einde aan het regime van ongereguleerde financiële activiteit van de Amerikaanse bankwereld. De Obama-administratie wilde wel enige correcties aanbrengen op de liberaliserende bankenwet van 1999, maar wilde het laissez-faire van deze wet grotendeels intact laten. Een van de grote problemen blijft het bestaan van een grote activiteit van een veelvoud van schaduwbanken, die totaal ongereguleerd zijn. De economische staf van Obama werd dan ook gedomineerd door degenen die de Glass-Steagall Act van 1933 formeel afschaften. Sommige beperkingen van die wet werden later toch nog opgenomen in de Frank–Dodd-wet van 2010. Daar heerst nog altijd een hevige discussie rond. De belangrijkste focus in het debat is de zogenaamde Volcker Rule, naar Paul Volcker de voormalige voorzitter van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank.

De Volcker Rule is dus geen terugkeer naar de scheiding van spaarbanken en investeringsbanken, maar wel een verbod van bepaalde activiteiten door de grote systeembanken. Het streven van de aanhangers van Volcker was een verbod op risicovolle en systeembedreigende activiteiten door systeembanken in ruil voor een zekere overheidsgarantie. Over de definitie van deze activiteiten woedt een hevig debat tussen de Wall Street-lobby en sommige van de regulatoren, want ook in deze omgeving is er geen eensgezindheid en willen sommigen het liberale regime grotendeels laten verder bestaan.

De Volcker Rule wordt soms in verband gebracht met “too big to fail”, maar de recente financiële crisis heeft sommige grote financiële conglomeraten nog versterkt. JPMorgan is daar een goed voorbeeld van: het slorpte (de beste delen van) het falende Bear Stears en Washington Mutual (WaMu) op. De crisis heeft de concentratiebeweging dus niet gestopt.

De Wall Street-lobby heeft veel middelen besteed aan het weren of het doen verwateren van de restricties op hun activiteiten door een of andere “Volcker Rule”. Het is een complexe discussie, maar een punt in het wetgevend proces is de arbitrage van de teksten van het “Huis van afgevaardigden” en de “Senaat”, tekst die uiteindelijk door de president moet ondertekend worden. In die fase ging de discussie over het amendement van Blanche Lincoln (Kansas).

Het amendement bepaalt dat transacties van banken met derivaten (complexe financiële producten) moeten ondergebracht worden in afzonderlijk gekapitaliseerde filialen, waardoor eventueel falen niet kan overslaan op de hele bank en minder kan uitmonden in een systemische financiële crisis. Dat is dus een afgezwakte Volcker Rule. De Wall Street-lobby heeft zich hiertegen heftig verzet onder meer met het argument dat de kostprijs van het kapitaliseren van een apart filiaal veel te hoog zou zijn in vergelijking met het boeken van deze transacties op het kernkapitaal van de bank (“propriety trading”). De discussie gaat dus over het afzonderen van gevaarlijke en complexe financiële producten en de financiering van deze transacties. Dit amendement wil de vervlechting van financiële transacties binnen megabanken afbouwen door een soort “firewall” te bouwen. Het Lincoln amendement werd echter sterk afgezwakt door de lobby van de banken. Eén van de vluchtwegen was/is dat transacties vanuit filialen buiten de VS niet onder de nieuwe bankenwet zouden vallen.

De bestrijding van de “Volcker rule” door Wall Street werd aangevoerd door Jamie Dimon, voorzitter en CEO van JPMorgan. De vrees van de oppositie tegen regulering is dat de JPMorgan-crisis vooral een verlies van prestige betekent voor de lobby van Wall Street, want de pleidooien voor een striktere invoering van de Volcker Rule zijn nu niet uit de lucht.

Jamie Dimon blijft verdedigen dat de anderen niet moeten gestraft worden, met maatregelen die een gevaar zijn voor de Amerikaanse economie, omdat JPMorgan gezondigd heeft. Deze stelling betrekt hij sinds het begin van de financiële crisis: JPMorgan moet niet gestraft worden voor het slechte gedrag van Lehman Brothers, Bear Staers enz…

 

“The City”: vrijhaven voor de Amerikaanse financiële instellingen?

In het Verenigd Koninkrijk is alles opgeofferd aan “The City”. “The coming of the post-industrial society” (Daniel Bell) werd vooral ingevuld met de uitbouw van een zware poot internationale financiële diensten. “Great Britain” als een grote industriële natie is helemaal voorbij. Het prestigieuze Britse weekblad van neoliberale signatuur The Economist, publiceerde begin januari een nummer met als titelbladzijde: “Save the City. The threats to the world’s most global financial centre”[x]

Welke zijn dan die bedreigingen voor “The City”? Die komen zowel van binnen als van buiten.

Binnen het Verenigd Koninkrijk zijn er de denkbeelden die een scheiding willen maken tussen “retail banking” en “investment banking”. Die stelling wordt naar voor geschoven in het rapport van de “Vickers Commission”. Het gaat echter eerder om het afzonderen van “spaarbanken” en “financiële activiteiten op de internationale markt” binnen één financieel concern [xi]: “to require retail ring - fancing of UK banks, not total separation”.

De dreiging van belastingen op financiële transacties is niet gunstig voor “The City” en dit moet volgens The Economist afgewend worden. Die les heeft Cameron alvast ter harte genomen, want het plan van Hollande op de G8 gelanceerd werd onmiddellijk afgewezen door Cameron[xii].

Ook belastingen op hoge inkomens zijn voor “The City” een bedreiging, want de financiële experts zullen afgeschrikt worden. Ze vrezen niet dat financiële prikkels voor de oudere “expats” een reden zullen zijn om te vertrekken, maar “the war on talent” moet ook gevoerd worden bij het aantrekken van nieuwe intelligente (top)kaderleden uit diverse delen van de wereld en bij de nieuwe generatie die nog moet starten zou een belasting op hoge inkomsten wel eens een reden zijn om de stap naar Londen niet meer te zetten.

Bazel III wordt met argwaan bekeken. Normen opleggen voor een minimum kapitaalbasis moet met de nodige omzichtigheid gebeuren en de Britse regering moet geen voorloper zijn, eerder een volger. Daarbij wordt de regering Cameron door The Economist verweten dat ze een ambigue politiek voert ten aanzien van de Europese Unie. De conservatieven willen in de gunst blijven van het eurosceptische deel van hun achterban, maar daardoor zet het Verenigd Koninkrijk zich buiten spel om de belangen te verdedigen van “The City” in Europa en dat is, volgens The Economist voor niets goed.

In een recent nummer met als titel: “Is there a better way for Europe”[xiii] verdedigt de redactie in het eerste “Leaders” artikel “Europe’s choice” de stelling: “A limited version of federalism is a less miserable solution than the break-up of the euro”. De volgende stap in het Europese federalisme moet het uitbouwen zijn van een Europees bankensysteem. Veel van de grote banken hebben filialen in meerdere landen. Het zijn de facto Europese banken en niet Duitse of Franse banken. De Spaanse bankencrisis is het gevolg van leningen toegestaan door Duitse banken om de vastgoedexpansie (boom) te financieren, het Ierse vastgoeddebacle is gefinancierd met leningen door banken uit verschillende Europese landen, enz. Het probleem is dat het toezicht en de regulering van deze banken veel te gefragmenteerd zijn. The Economist geeft toe dat deze stap een wijziging van het verdrag zal vragen en dat het niet zo eenvoudig zal zijn met landen uit de EU die buiten  de eurozone blijven, maar een stap naar meer federalisme is beter dan de eurozone te laten springen.

The Economist zou hier ook kunnen pleiten vanuit een toekomstgerichte visie op de belangen van wat zij in het eerder geciteerd nummer als het hart van de Britse economie beschouwt. Kwestie zal dan blijven: hoe ziet het “toekomstige” Europese debat eruit over de regulatie van het financieel systeem. “The City” heeft zich als financieel centrum kunnen handhaven bij de overgang van het pond sterling naar de dollar, ze kan ook een rol blijven spelen bij de opkomst van nieuwe economieën zoals China en India. Dat is de hoop van de kringen rond The Economist.

In het VK is trouwens een en ander in beweging op het gebied van het regulatief kader van de financiële sector. Te zien aan de documenten zijn de leidende kringen zich goed bewust van de noodzaak “to reconcile the UK’s position as an international financial centre with stable banking in the UK” [xiv]. Einde 2012 zou de parlementaire procedure voor de Financial Services Bill, ingediend in het parlement op 27 januari 2012, moeten afgerond zijn en midden 2013 zou de wet in werking moeten zijn. Deze wet brengt de verschillende aspecten van de bewaking van de financiële stabiliteit onder één dak in “The Bank of England”: het Financial Policy Committee (FPC) is verantwoordelijk voor het “macro-prudentieel toezicht” en de Prudential Regulation Authority (PRA) voor het toezicht op de afzonderlijke firma’s.

Er is veel aandacht voor de internationale aanwezigheid van de Britse regulatoren in de instellingen van toezicht op de financiële sector, want de financiële sector is internationaal en de noodzaak van een globalisering van het toezicht wordt steeds meer aangevoeld. Via die aanwezigheid kunnen de belangen van “The City” verdedigd worden.

 

Regulering als blijvend strijdpunt in de VS

“Wat met de regulering?” is als strijdpunt weer aan de orde[xv]. De regulatoren hebben niets gezien, wordt als argument tegen regulering aangevoerd. De vervlechting van JPMorgan met de regulator wordt echter aan de orde gesteld. Jamie Dimon is lid van de “Board” van de New York Fed, die verantwoordelijk is voor de supervisie van JPMorgan. Dat stelt de vraag naar de krachtsverhoudingen tussen gereguleerde en regulator. Daar spelen tal van factoren een rol.

In het debat komt de noodzaak van regulering van complexe financiële producten weer op de agenda ter gelegenheid van de verliezen van JPMorgan op de markt van de derivaten en de swaps. Tot nu toe was deze markt niet gereguleerd. De argumenten zijn al ondergraven door de crisis die in 2007-2009 begon: deze producten speelden en spelen ook vandaag een belangrijke rol. Het gaat om een omvangrijke wereldmarkt (700 trillion $), waarbij de zelfregulatie door de financiële instellingen niet evident is, het reguleren van de instellingen is ook niet voldoende – ook de producten en transacties moeten gereguleerd - en de crisis kan zich gemakkelijk verspreiden van het ene naar het andere financiële centrum. Het argument dat handel die in buitenlandse filialen plaatsvindt niet onder de nieuwe Frank-Dodd Act valt is onjuist, want de wetgever laat toe op te treden voor alle transacties die in Amerika repercussies hebben.

Deze stelling werd door Gary Gensler verdedigd op een bijeenkomst van de International Swaps and Derivatives Association[xvi] op 2 mei 2012, waar hij tevens pleitte voor het reguleren (ondanks de weerstand van de Association) van “the largest dark pool in the markets”, die zowel bij het begin van de crisis (met expliciete verwijzing naar Lehman Brothers, AIG, Citigroup, Bear Stears …) als vandaag (met uitdrukkelijke verwijzing naar JPMorgan) zo gemakkelijk voor turbulentie zorgt, die zich door het globale financiële bestel gemakkelijk kan voortplanten wegens de mondiale vervlechtingen van de grote financiële instellingen[xvii].

Gensler wijst op het bestaan van een wettelijk initiatief, dat grote delen van de markt van complexe producten buiten de hervorming zal houden: transacties van US-mega-instellingen in buitenlandse filialen.

“There is a legislative approach under consideration, HR 3283, that I am concerned would lead to vast parts of the swaps market not coming under reform. It would substantially reduce transparency and increase risk to our financial system and the economy. Is does so exclude from US reform the swaps transactions between a London branch of a US bank and offshore entities. It also does so by excluding from US reform many of the swaps transactions of US entities’ oversees affiliates, even those swaps transactions that are guaranteed for their performance or payment by the financial institution here in the United States.”

Het wetgevend initiatief van het Huis van Afgevaardigden, waar Gensler naar verwijst, werd bipartisan ingediend. Toch zal de bankenwet ook inzet zijn van partijpolitieke strijd in de presidentsverkiezingen. Mitt Romney heeft al verklaard, dat heel de Dodd-Frank Act weg moet. Obama wijst op de noodzaak van een striktere wetgeving.

De “Financial Times publiceert een bijdrage van Tom Braithwaite met een grote foto van Jamie Dimon en een grote titel  “Back to the wall”. Back to the wall?

De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en ieder krijgt zijn deel?

De aandeelhoudersvergadering van JPMorgan bevestigt Jamie Dimon in zijn beide functies, het ontslag van Ina Drew wordt aanvaard en ook dit van Achilles Macris[xviii], Matt Zames wordt de vervanger van Ina Drew. Ook al is er wat onrust over de voorspelling van oplopend verlies (tot 5 miljard volgens The Wall Street Journal, May 21, 2012) en het verlies van aandeelhouderswaarde (ongeveer $ 25 miljard). JPMorgan blijft een stevige bank “too big to fail”, “too big to manage” en “too big to regulate”. Op de aandeelhoudersvergadering is er wel een katholieke pater die vraagt of het verantwoord is dat de bank zoveel geld blijft uitgeven om de Dodd-Frank Act te beïnvloeden.

 

Paul Everaert

30 mei 2012



[i] Marc  Roche, Pertes&Profits, L‘arroseur arrosé, JPMorgan, Le Monde, 8-9 avril, 2012. Roche was correspondent voor Le Monde in Wall Street, nu in The City. Hij schreef recent twee instructieve boeken over het financieel systeem, beide uitgegeven door Albin Michel: La Banque. Comment Goldman Sachs dirige le monde(2010) en Le Capitalisme hors la loi  (2011).

[ii] De blog “Alphaville” van de Financial Times schrijft op 12 mei:”FT Alphaville has analysed the credit trades that might be in that portfolio, in an attempt to reason through what may have gone on. The fact, however, remains that we know precious little. Why is that? Is it acceptable that after the financial crisis that this can happen to a bank, let alone a systematically important one like JPMorgan?” (Lisa Pollack, What position transparency?). De eerste bijdrage in de reeks van de financieel journaliste Lisa Pollack verscheen op 18 april, [JPM Whale –Watching Tour] Thar she blows! “For the uninitiated, the short version of this story is that many believe that a trader (aka “The London Whale” or “Voldemort”) in  JPMorgan’s Chief Investment Office (CIO) has been amassing such large positions in various credit indices that it is potentially: 1/ Distorting the market; 2/ Lining JPMorgan up for a loss and /or a large unhedged exposure in the near future; 3/ In violation and/or against the spirit of the Volcker rule; 4/ A sign that banks are getting awfully creative with the correlation models they use for hedging purposes. Oh, and everyone and their mother wants to know the exact details of the trade and ..as JPMorgan isn’t talking, there’s been a fair amount of guessing amongst the punditry.”

[iii]JPMorgan Chase’s 2 Billion Loss, The New York Times, May 11, 2012.

[iv] Monica Langley, Inside JPMorgan’s Blunder. CEO Dimon blessed the Concept behind disastrous trades; ‚Blood in the Water‘, The Wall Street Journal, May 18, 2012.

[v]Heel instructief omtrent het ontwikkelen en verspreiden van de “modernisering” van financiële “producten” is het boek van de financiële journalist Nicholas Dunbar, The Devil’s Derivatives, Harvard Business Review Press, 2011. Ook over de positie van “The City” en de rol van JPMorgan en Deutsche Bank in dit financieel centrum.

[vi] Hierover Joseph E. Stiglitz, The roaring nineties. A new history of the world’s most prosperous decade, Norton, 2003. In het bijzonder Chapter 6. Stiglitz komt daarop terug in zijn Freefall. America, free markets and the sinking of the World economy, Norton, 2010.

[vii]  Simon Lee, Boom and Bust. The politics and legacy of Gordon Brown, One World, 2007. Vooral Chapter 3.

[viii] Daniel . Tarullo, Banking on Basel. The future of international financial regulation, Peterson Institute for International Economics, 2008 (vooral betreffende Basel II). Roel Janssen, Wellink aan het woord, De Bezige Bij, 2011 (voor de onderhandelingen op het gebied van Basel III, de toenmalige Nederlandse centrale bankier was voorzitter van het Basel Comité in die periode), hoofdstuk 3. André Cartapanis, Le G20 et les nouvelles régulations bancaires: un chantier ambitieux mais inachevé, in Jacques Mistral, Le G20 et la nouvelle gouvernance économique mondiale, Les cahiers du Cercle des économistes, PUF, 2011, p. 33-42.

[ix] Viral V. Acharya, Thomas F. Cooley, Matthew Richardson, Ingo Walter, Regulating Wall Street. The Dodd-Frank Act and the new architecture  of global finance, New York University, Wiley, 2011

[x]The Economist, January 7th -13th 2012.

[xi] Independent Commission on Banking, september 2011.

[xii] Patrick Wintour and Ewen MacAskill, G8 Summit: French €57bn financial tax plan rejected by UK, The Guardian, May 18, 2012.

[xiii]The Economist, May 26th-June  1st 2012.

[xiv] Independent Commission on Banking. September 2011. Beter gekend als de “Vickers Commission”. Het interim-rapport werd op 11 april 2011 afgeleverd en het definitief rapport in september 2011. De hoofdstukken  6-8 behandelen de kwestie van de internationale competitiviteit van de Britse financiële sector.

[xv] Jessica Silver–Greenberg and Benn Protess, Bank regulators under scrutiny in JPMorgan loss, The New York Times , May 25, 2012.

[xvi] Chairman Gary Gensler, US Commodity Futures Trading Commission, Remarks before International Swaps and Derivatives Association’s 27 Annual General Meeting, May 2, 2012

[xvii] Chairman Gary Gensler, Keynote Address on the Cross-Border Application of Dodd-Frank Swaps Market Reforms before the 2012 FINRA Annual Conference, May 21, 2012.

[xviii] Bedragen worden hier niet vernoemd, dat is té populistisch , het getuigt  van afgunstdenken en het  zou de arbeiders van Bekaert op slechte gedachten (over de crisis in de zonnepanelenindustrie) kunnen brengen. Ina Drew is pas 54. Dit natuurlijk geheel terzijde.

Read 13395 times Last modified on woensdag, 19 maart 2014 14:21

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.