logo

maandag, 31 maart 2014 14:53

Kiezen tégen Groei en vóór het Goede Leven

Written by
Rate this item
(0 votes)

Over Robert & Edward Skidelski's, 'Hoeveel is Genoeg?'.

Vader en zoon die samen een boek schrijven. De vader is econoom een Keynes-kenner. De zoon is filosoof. In elk geval een originele vertrekpositie.

Onze fixatie op economische groei staat het goede leven in de weg, is de basisstelling van beide auteurs. In de rijke landen van de wereld bestaat het goede leven eigenlijk al, maar door het verblind najagen van groei, blijft het voortdurend buiten ons bereik.

De vergissing van Keynes

Om dit te illustreren grijpen beide Britse denkers terug naar een essay van J.M. Keynes uit 1930 : “Economic Possibilities for our Grandchildren”. Daarin voorspelt Keynes dat 100 jaar later (dus tegen 2030 ) door de technologische vooruitgang de productiviteit zodanig zou zijn gestegen dat de 15-urenweek een feit zou zijn : alle mensen zouden over veel meer vrije tijd beschikken en de welvaart zou gelijk verdeeld zijn. Voor de auteurs is het duidelijk dat de droom van Keynes niet zal uitkomen. De voorbije eeuw is de welvaart wel 4 tot 5 keer toegenomen (in de westerse landen) maar de arbeidstijd is maar met één vijfde afgenomen. Keynes besefte niet dat het kapitalisme altijd weer nieuwe behoeften zou scheppen. Hij ging nog uit van de naieve veronderstelling dat menselijke verlangens een natuurlijke grens hebben. Dat mensen op een bepaald punt verzadigd zouden zijn en voluit zouden kiezen voor het goede leven. In de praktijk jagen mensen steeds nieuwe behoeften na.

De auteurs gaan op zoek naar de oorzaken van deze onverzadigbaarheid .

Zo hebben ze het over het ‘faustiaans contract’ dat liberale denkers zoals Adam Smith aanboden. Om het goede leven te bereiken moet eerst ingezet worden op eigenbelang, hebzucht en woeker. Maar de bedoeling blijft zo snel mogelijk een ‘stationaire staat’ te bereiken. Dat laatste blijkt een illusie : eens de demonen ontketend, zijn ze niet meer te bedwingen. Je kan de notie ‘genoeg’ of de gebruikswaarde van goederen niet straffeloos tussen haakjes plaatsen. Dan nemen de markt, de ruilwaarde, de groeidwang het over. En mensen blijven schaarse goederen najagen om zich te onderscheiden van anderen (“opzichtige consumptie”).

Gelukseconomie : een maat voor niets

Ook de gelukseconomen beschrijven hoe het BNP (in de rijke landen) stijgt, maar de mensen toch niet gelukkiger worden. Zo bijv. in het boek van Richard Easterlin, “Does Economic Growth Improve The Human Lot?” (1974). Het antwoord is “nee”. Geld maakt niet gelukkiger. De oplossing ligt dan voor de hand : laten we het BNP vervangen door het BBG (bruto binnenlands geluk). Maar de auteurs geloven hier niet in. Ze onderzoeken omstandig hoe geluk juist omschreven wordt, van in de oudheid tot in de tijd van het utilitarisme. Als geluk in de antieke traditie gelijkstaat met deugdzaamheid of maatschappelijke betrokkenheid, wordt het uiteindelijk moeilijk meetbaar. Maar als geluk heel materieel ingevuld wordt en gelijkgesteld wordt met de maximalisatie van genot, dan blijft dit zeer oppervlakkig en gaat het niet echt om een goede parameter voor het meten van het waarachtige goede leven. (Enge) gelukscoëfficiënten hanteren om maatschappelijk welzijn te meten dreigt een infantiele bezigheid te worden. Als je het najagen van zoveel mogelijk groei inruilt voor het najagen van zoveel mogelijk geluk, doe je wellicht niet meer dan de ene afgod inruilen voor de andere. De Skidelski’s zien meer in het optimaliseren van een reeks van zeven ‘basisgoederen’ : gezondheid, geborgenheid, respect, persoonlijke autonomie, harmonie met de natuur, vriendschap en vrije tijd. Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk van deze basisgoederen kunnen bereiken.

Stop het Groene Catastrofe-denken

Vader en zoon Skidelski schrikken er niet voor terug om veel heilige huisjes van de milieubeweging in te trappen. Ze vallen scherp uit tegen groene denkers als George Monbiot en Tim Jackson die het ethisch ideaal van nul-groei in hun discours binnensmokkelen onder het mom van een pragmatische noodzakelijkheid. Ten onrechte beroept men zich op wetenschappelijke onfeilbaarheid. Delen van rapporten van het internationaal klimaatpanel IPCC worden uitvergroot, mogelijke catastrofes buiten alle proporties opgeblazen. Vooral Nicholas Stern moet het ontgelden : zijn ‘review’ leidt tot de conclusie dat een eliminatie van elke groei de enige oplossing is. Het gevolg is dat de milieubeweging een beweging wordt van doemdenkers die mensen al evenzeer het recht op het goede leven ontzeggen. We moeten de kwaliteit van ons leven opofferen omwille van het goede leven van onze kleinkinderen en achterkleinkinderen. De klimaatfundamentalisten willen ons allemaal het boetekleed laten aantrekken en treden in de voetsporen van Cromwell en Savanarola.

De Skidelski’s pleiten voor een andere positionering van de milieubeweging, waarbij directer aangesloten wordt met het verlangen van zoveel mensen naar het goede leven. Je hoeft de natuur niet te verafgoden, zoals sommige voorlopers van de groene beweging gedaan hebben. Maar er is niets mis met een romantische verheerlijking van ‘harmonie met de natuur’, de natuur als essentieel onderdeel van het goede leven. Er is ook niets mis met het opkomen voor het hier en nu, voor de tegenwoordige generatie. Het is compleet normaal en natuurlijk dat je de belangen van je eigen kinderen voorrang geeft op die van je achter-achter-kleinkinderen, dat je de belangen van bestaande mensen laat voorgaan op die van nog niet bestaande. Heden-isme dopen de auteurs deze nieuwe keuze. Zoals het ook compleet normaal is dat je de belangen van mensen voortrekt op die van andere levende wezens (antropocentrisme). Als alternatief voor het huidig betweterig moralisme van de milieubeweging, pleiten ze voor een samen denken van milieubewustzijn en het goede leven. Dan gaat het niet zo zeer om een drammerig vertoog tegen economische groei om ecologische doemscenario’s af te wenden. Maar om een positieve keuze voor het goede leven in harmonie met de natuur. Een belangrijk neveneffect is dan dat economische groei geen hoofddoel meer is.

Uit de ratrace stappen

Het goede leven was in feite voor veel mensen bereikt in de jaren ’60, de jaren van de welvaartstaat. Maar door de neo-liberale terugslag onder Thatcher en Reagan, en geïnspireerd door Milton Friedman, gingen niet alleen vakbondsrechten, koopkracht en het ideaal van de volledige tewerkstelling op de schop, maar ook het idee van het genoeg. Onverzadigbare hebzucht werd terug de norm en de schuldige daarvoor was niet zo zeer de groei-filosofie, als wel het ongebreidelde marktdenken. Voor de Skidelski’s is nu een terugkeer naar de deugdzaamheid aan de orde. Dat houdt in dat christen-, sociaal en liberaal-democraten moeten terug grijpen naar de wortels van hun maatschappelijke inspiratie en het beleid van de overheid terug moeten richten op de verwezenlijking van de zeven basisgoederen. De overheid moet ieder de mogelijkheid geven om uit de neoliberale ratrace te stappen. Instrumenten daartoe zijn het terugdringen van inkomensongelijkheid, herverdelen van werk, invoering van een basisinkomen en vooral het terugdringen van de drang tot consumeren. Wat dat laatste betreft denken de auteurs bijv. aan de instelling van “weeldewetten” om vormen van luxe-consumptie tegen te gaan. Waarom de inkomstenbelasting niet vervangen door een uitgavenbelasting? In dezelfde geest passen hun voorstellen om de reclame fors aan banden te leggen. Ten slotte willen de auteurs ook de financiële sector en de vrijhandel beteugelen. Ze beschrijven hun voorstellen als vormen van “niet dwingend paternalisme”. Het doel moet steeds zijn om maatschappelijke structuren zo om te buigen dat ze het goede leven bevorderen, en dat te bereiken zonder directe dwang. Want ook persoonlijke vrijheid is één van de basisgoederen, één van de voorwaarden van het goede leven.

Conservatief ecologisme

Met hun laatste reeks voorstellen bewijzen de auteurs dat het hun menens is. Ze gaan wel degelijk de strijd aan met de consumptiemaatschappij. Maar ze doen dit op een bedachtzame, conservatieve manier. Ze zijn duidelijk wars van al te linkse of radicaal groene oplossingen. Daarmee plaatsen ze zich in de traditie van denkers als hun landgenoot Brit Roger Scruton (“Groene Filosofie. Verstandig nadenken over onze planeet” - 2012) met een meer rechts georiënteerd groen discours. Hun groeikritiek op basis van een radicale keuze voor het goede leven, is interessant als invalshoek. Het brengt het groene denken dichter bij de mensen. Wat uitdrukkelijk hun bedoeling is. Maar door hun ongenuanceerde aanvallen op de wetenschappelijke pretenties van veel ecologisten, gaan ze bijzonder kort door de bocht. En begeven ze zich op het hellend vlak van klimaatnegationisme. Wat in feite niet nodig is om hun stelling kracht bij te zetten. Ook veel linkse groei-critici zijn al lang tot de vaststelling gekomen dat alleen maar doordonderen over ecologische doemscenario’s de omslag naar een meer ecologische economie en samenleving geen stap dichterbij zal brengen. Het onderkennen van wetenschappelijk onderbouwde urgentie moet noodzakelijk samengaan met een pleidooi voor de voordelen van het goede leven in harmonie met natuur en milieu. In het licht van de uitdagingen waar we voor staan, kunnen we ons een steriele links-rechts-discussie in feite niet veroorloven. Laat ons dan vooral onthouden dat ook bij conservatieve filosofen en economen het groene thema steeds meer inzet wordt van kritische reflectie

Robert & Edward Skidelski, ‘Hoeveel is Genoeg?”, Bezige Bij, 2013, 320 p.

 

 

Read 7868 times Last modified on vrijdag, 03 april 2015 11:49
Johan Malcorps

Fractiesecrertaris van de Groen!-fractie in het Vlaams

Parlement - voormalig parlementslid en politiek

secretaris van Groen!

C:\Users\johan.malcorps\Pictures\080620_01_JohanMalcorps.jpg

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.