logo

donderdag, 06 maart 2014 14:07

Druk, druk, druk! Hartmut Rosa over moderniteit, versnelling en vervreemding

Written by Carlos Theus
Rate this item
(3 votes)

Het gaat allemaal véél sneller dan vroeger, hoor je vaak. 

De geschiedenis leert ons dat bepaalde technische, maatschappelijke en sociaal-culturele ontwikkelingen vroeger meerdere generaties vergden. Toen was er nog sprake van “Honderdjarige Oorlogen”; in onze eeuw moeten we het stellen met een achttiendaagse veldtocht. Nam vroeger geschreven communicatie – een brief, zeg maar – verschillende dagen in beslag, dan kan het vandaag in seconden, dankzij de sociale media. De typmachine en de vaste telefoon gingen meerdere generaties mee; vandaag schakelen mensen binnen één generatie over van géén GSM (vaste telefoons in bakeliet!) - naar GSM naar Blackberry en iPhone en smartphone en Android.

Hartmut Rosa (°1965) is als socioloog en politiek wetenschapper verbonden aan de Friedrich Schilleruniversiteit in Jena. Hij is ook directeur van het Max Webercollege van de Universiteit van Erfurt. Al sedert 1988 geeft hij regelmatig lezingen en colleges in de Verenigde Staten, o.a. in Harvard en aan de New School University in New York. Hij vervult en vervulde ook lesopdrachten aan andere Duitse universiteiten, waaronder Duisburg, Essen en Augsburg.

Hartmut Rosa studeerde in 1997 af als doctor in de sociale wetenschappen aan de Humboltuniversiteit in Berlijn met een proefschrift over “Identität und kulturelle Praxis. Politische Philosophie nach Charles Taylor”. Rosa’s onderzoekstraject bouwt verder op ideeën van de Frankfurter Schule1 en situeert zich in de lijn van de Cambridge School2.

Rosa’s belangrijkste onderzoeksdomein is de “sociologie van de tijd”. Hij is ook een gezaghebbende stem in de discussie rond burgerinitiatieven en -bewegingen - een discussie die zich duidelijk inschrijft in het ideeëngoed van het communitarisme. Daarin komen een aantal belangrijke maatschappelijke vragen over de verhouding tussen het individu en de gemeenschap aan bod. Wat betekent het om binnen een gemeenschap een enkeling/individu te zijn? Welke gevolgen heeft de individualisering op het individu zélf en op de gemeenschap? Hoe werken de ontbindingsverschijnselen die verkeerd begrepen individualisering voortbrengt en hoe krijgen we ze onder controle? Wat kan het “cement” zijn dat een gemeenschap samen houdt of weer samen brengt? Zoals andere communitaristische denkers pleit Rosa voor een sterke civil society, die zich zowel tegen ongebreideld liberalisme als tegen een centralistische en extreem gebureaucratiseerde verzorgingsstaat afzet. Hartmut Rosa is ook sterk betrokken bij de ontwikkeling van de wetenschappelijke theorie en methodiek van de sociale wetenschappen.

Tijdservaringen, tijdsbeleving en tijdsgebruik als symptomen van moderniteit

Het gaat allemaal véél sneller dan vroeger, hoor je vaak.
De geschiedenis leert ons dat bepaalde technische, maatschappelijke en sociaal-culturele ontwikkelingen vroeger meerdere generaties vergden. Toen was er nog sprake van “Honderdjarige Oorlogen”; in onze eeuw moeten we het stellen met een achttiendaagse veldtocht. Nam vroeger geschreven communicatie – een brief, zeg maar – verschillende dagen in beslag, dan kan het vandaag in seconden, dankzij de sociale media. De typmachine en de vaste telefoon gingen meerdere generaties mee; vandaag schakelen mensen binnen één generatie over van géén GSM (vaste telefoons in bakeliet!) - naar GSM naar Blackberry en iPhone en smartphone en Android.

Tot aan WOI woonden in een gezin vaak meerdere generaties (grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen) samen onder één dak; huis en erf werden van generatie op generatie doorgegeven, in stand gehouden en bewaard. En als grootvader slachter of monteur was, dan waren de kleinkinderen dat óók. Na WOII wordt – dankzij economische welstand, verstedelijking en technologische vooruitgang - het kerngezin (hooguit twee generaties) de nieuwe norm; als ze trouwen verlaten kinderen definitief het ouderlijke huis en bouwen ze elders een eigen woning. Aan kinderen van vandaag wordt al heel snel geleerd dat je maar best aan meerdere huizen kunt wennen: bij de onthaalouder, bij de ploetermoeder, bij de weekendvader, uiteraard met afwisselende configuraties (half)broertjes en (half)zusjes, bij “de ouder van de week”: één generatie is de maatschappelijke norm, zij het dan in sterk gefragmenteerde vorm.

Hartmut Rosa stelt dat de modernisering het best begrepen kan worden als een steeds toenemende “sociale versnelling”. Wat wij beschouwen als “moderniteit” en “modernisering” is in feite de collectieve en individuele beleving van een dynamisering van de geschiedenis, van de samenleving, van de cultuur, van het leven en/of van de tijd zelf.
Het verschijnsel “stress” is slechts één van de meest besproken gevolgen van de verschillende vormen van acceleratie waarmee we als maatschappij te maken krijgen.

De voortdurende versnelling, die zich op tal van terreinen voordoet, werkt ook differentiërend: tegenover groepen mensen die “heel goed mee zijn” staan andere - grotere ? - groepen die “niet kunnen volgen” of “niet (meer) meekunnen”. Mensen met macht en aanzien regelen moeiteloos een retourtje Mumbay of rijden met een supersnelle wagen “eventjes” naar Frankfurt, mensen zónder invloed nemen de tram of gaan met de Europabus op familiebezoek3.
Geen wonder dus dat grote groepen “trage mensen” zich uitgesloten voelen van de recente ontwikkelingen en tot op zekere hoogte van de snel veranderende samenleving vervreemden.

De versnelling die we allen op verschillende manieren ervaren, ondergaan en aanvoelen wordt aangestuurd door de economie en doet zich vooral voor (1) in de technische en technologische ontwikkeling, (2) in sociale veranderingsprocessen en (3) in het algemene levenstempo.

Tot enkele decennia geleden was de teloorgang van een bedrijf of van een industrietak een lang aanslepend en pijnlijk proces, dat je “van ver kon zien aankomen”. Anno 2008 zien we superbanken en zelfs landen in nauwelijks enkele dagen “totaal onverwacht” kopje-onder gaan.

Wie in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw aan een kantoorcarrière begon, moest leren omgaan met een Underwood-, Remington- of IBM-schrijfmachine, met een stencilmachine en een doorschakeltelefoon. Een tiental jaar later werkten administratieve medewerkers via werkposten op een mainframecomputer, met faxmachines (met thermisch papier!) en daisywheel-printers. Vandaag bestaat de kantooromgeving uit laptops, laserprinters en smart- of iphones, met permanente toegang tot het internet en de cloud.

Tijdswinst - en de tijd wordt schaarser…

De voorbije decennia werden talrijke manieren bedacht en geïmplementeerd om dingen sneller te laten verlopen, om tijd te winnen, om tijd te besparen. Vreemd genoeg levert ons dat niet meer gemoedsrust op – wel integendeel. Hoe paradoxaal ook: hoe meer tijd we besparen en hoe minder tijd we nodig hebben om de dingen te doen die we moeten doen, hoe minder tijd we (over) hebben, hoe minder tijd we “voor onszelf” opzij kunnen zetten. Ondanks de – theoretisch aanzienlijke - tijdswinst beschikken we toch met ons allen over minder “vrije tijd” en wordt de tijdsdruk (druk-druk-druk!) steeds groter. Of hoe tijdswinst uiteindelijk tot tijdstekort kan leiden…

Ook hier duikt een element van vervreemding op: de dagdagelijkse rat race rond dingen die we nu eenmaal moeten doen dreigt ons te vervreemden van de dingen die we eigenlijk graag zouden wíllen doen (en die ons uiteindelijk maken tot wie we écht zijn of willen zijn).

Waar is de tijd?

Het verschil tussen mensen die vlot en vaardig omspringen met de steeds schaarser wordende tijd aan de ene kant, en mensen die steeds tijd te kort blijken te hebben aan de andere kant - m.a.w. de tegenstelling tussen “snelle” en “minder snelle” mensen en groepen - is ook manifest in de verschillende snelheden waarmee bepaalde menselijke activiteiten zich ontwikkelen.

Ingrijpende technologisch en economische veranderingen voltrekken zich razendsnel, terwijl veranderingen in de rechtsspraak, culturele veranderingen en aanpassingen in de politieke sfeer veel meer een “werk van lange adem” zijn en dus ook vaak achterop hinken.

Militair-technologische ontwikkelingen – de drones, bijvoorbeeld – voltrekken zich in een handomdraai. Hervormingen van het politieapparaat of van de rechtspraak of beslissingen rond het ontwarren van een mobiliteitsknoop lijken echter aan de economische wetmatigheid van time is money te ontsnappen.

Wie de snelle ontwikkelingen van communicatietechnologie en sociale media probeert te volgen, stelt al snel vast dat het publiek debat over de nieuwe technologieën zich meestal slechts post factum en met enige vertraging op gang trekt, terwijl de wetgeving terzake – over beeldrecht, auteursrecht, intellectuele eigendom en privacy – hopeloos achter de feiten aan hinkt.

De “algemene” acceleratie die onze laatkapitalistische samenleving kenmerkt - dat ze ook wel met de term fast capitalism wordt aangeduid is geen toeval4… - verloopt dus niet synchroon in alle domeinen van de menselijke activiteit. Het gevoel van verwarring dat daaruit voortvloeit heeft eveneens een vervreemdend effect.

Wie ben ik?

Het jachtige leven van de meeste “postmoderne mensen” – een race tegen de klok – maakt het voor het individu niet makkelijk. Hoe definieer je uiteindelijk jezelf? Welke prioriteiten hanteer je als je jezelf in een continu – en steeds sneller - veranderende omgeving voortdurend opnieuw moet uitvinden?

De manier waarop mensen zichzelf presenteren aan de buitenwereld – en dus ook de manier waarop ze zichzelf zien – wordt erg veranderlijk. Ik ben nu aan de slag als administratief medewerker, maar misschien ben ik morgen wel bioboer of vrachtwagenchauffeur. Wie weet wat morgen brengt?

Dat bepaalde economische sectoren erg graag inspelen op de “flexibele opstelling” van medewerkers is geen nieuws meer. De vraag is hoe mensen met een minder consistente identiteit en met een minder eenduidig zelfbeeld zullen (leren) omgaan met de uitdagingen van de (post)moderne samenleving.

Waar je wél drommels zeker van kunt zijn is dat je als mens, en in vrijwel alle aspecten van je bestaan, omgeven bent door concurrenten: andere mensen die in velerlei opzichten net zo flexibel – of net iets meer flexibel – willen zijn als jij. Ze letten minder op de vastgestelde werktijd, hebben minder bezwaar tegen lange reistijden of lange verplaatsingen, zijn meer bereid om verschillende taken op te nemen of om “systematisch” aan professionele multitasking te doen.

In een door snelheid geregeerde werkomgeving, wordt de onderlinge concurrentie de impliciete norm – en de concurrentie is bikkelhard. Omdat de toekomst nu eenmaal onzeker is, wordt (extreme) flexibiliteit gewaardeerd en beloond.

Sneller – en minder democratisch?

Het democratisch overleg en de democratische besluitvorming kunnen het “helse” ritme van de veranderingsprocessen nauwelijks nog bijhouden, te meer omdat erg vaak over bijzonder complexe materies beslist moet worden.

De snelle veranderingen op economisch en technologisch vlak – we leven in een tijd waarin georchestreerde speculatie op nauwelijks enkele dagen tijd een financiële instelling, een industrieel consortium of een land naar de haaien kan helpen – eisen snelle en doortastende beslissingen van de politiek. Tegelijk is er de terechte vraag naar meer overleg, meer inspraak en meer transparantie die de besluitvorming nog verder vertraagt.

H. Rosa verwijst naar het “politieke haastwerk” dat tijdens de bankencrisis moest worden geleverd – een reeks ingrijpende politieke beslissingen waarbij democratisch overleg of de dialoog met de burgers vrijwel geheel achterwege bleef. Voor échte democratie, waarschuwt Rosa, lijkt in tijden van crisis geen tijd meer.

Rosa’s “sociologie van de tijd” is dan ook bijzonder relevant voor talrijke aspecten van ons bestaan en onze samenleving. Een goed inzicht in de mechanismen van versnelling en vervreemding lijkt een essentiële voorwaarde voor een humane aanpak van de sociale en ecologische uitdagingen waarop we dringend een antwoord moeten formuleren.

Hartmut Rosa is hoofdspreker op Het Groene Boek
op 27 april 2014 in het Kaaitheater in Brussel.

Voetnoten

De School van Frankfurt is een filosofische stroming, met belangrijke politiek-maatschappelijke implicaties. Ze ontstond in de eerste helft  de vorige eeuw, aan het Institut für Sozialforschung (IfS) in Frankfurt rond belangrijke neomaxistische denkers zoals Theodor W. Adorno en Herbert Marcuse. Ook Erich Fromm, Leo Löwenthal, Walter Benjamin en Max Horkheimer behoren tot de “stichtende generatie”. In 1933 werd het IfS door de nazi’s gesloten, maar de leden werkten verder in Nederland, in Zwitserland, in Frankrijk en, uiteindelijk, in de Verenigde Staten. De ervaringen met het nationaalsocialisme, met het autoritaire karakter van Duitsland en met de Holocaust heeft de leden van de Frankfurter Schule sterk getekend. De filosofie van de Frankfurter Schule wordt meestal aangeduid als de “kritische theorie”. Zij was medebepalend voor het z.g. antiautoritaire denken in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en oefende een grote invloed uit op de studentenrevoltes in Parijs (mei ‘68), Duitsland, Nederland en de VS. De filosoof Jürgen Habermas is de belangrijkste vertegenwoordiger van de “nieuwe lichting” van de Frankfurter Schule.

De Cambridge School – ook vaak de Cambridge Analytical School genoemd - is een losse groep filosofen die rond het midden van de 20e eeuw gelijkaardige inzichten rond conceptuele en/of linguïstische filosofie ontwikkelden. Belangrijke vertegenwoordigers zijn G. E. Moore, Ludwig Wittgenstein en Bertrand Russell.

3 De manier waarop Hartmut Rosa het verband legt tussen verschillende manieren van omgaan met versnelling – snellere vs. tragere bevolkingsgroepen en sectoren – doet denken aan de begrippen dromologie en dromocratie (van het Grieks dromos dat “weg” of “snelheidsrace” betekent) die Paul Virilio in de late jaren 70 ontwikkelde.

4 Zie o.a. www.fastcapitalism.com.

 

Read 7041 times Last modified on donderdag, 28 augustus 2014 13:22

Doneer

Wil je Oikos steunen als onafhankelijk platform? Dan kan door een bijdrage – groot of klein - te storten op BE29 0015 9877 0164 (BIC: GEBA BE BB) van Oikos vzw.

Over Oikos

Oikos wil een toonaangevend forum zijn voor de sociaal-ecologische tegenstroom. Oikos vertrekt vanuit de analyse dat het gangbare economische model ecologisch niet duurzaam is, en dat de emancipatie van velen in onze samenleving en de wereld nog lang niet voltooid is. Oikos behandelt alle dimensies van dit streven naar verandering: de onderliggende ethiek, de analyse van de bestaande toestand, de ontwikkeling van alternatieven en de politieke strategie.

Gratis proefnummer

Wil je graag een gratis proefnummer ontvangen van Oikos? Dat kan! Vul op deze pagina jouw gegevens in en wij sturen jou het laatste Oikos nummer als gratis proefnummer op.